Zondag 15/12/2019

Voetnoten bij het leven

Ironisch en inzichtig: 'Terug thuis', deel vijf van Jeroen Brouwers' 'Feuilletons'

Bart Vervaeck

Als het waar is dat Jeroen Brouwers met de vijfde aflevering van zijn Feuilletons de reeks wil afronden, dan is dat jammer, want hij is weer aardig op dreef en deze aflevering is weer net iets anders en toch even goed als de vorige. Meer dan in het eerdere werk is hier plaats voor het komische in de tragiek. Brouwers staat bekend als een grimmige, zwartgallige en vooral humorloze schrijver. Wie zijn polemische werk kent, weet dat dat beeld niet accuraat is. Ook zijn romans en verhalen bevatten ironische passages, al zijn die dan bijtend sarcastisch.

In Terug thuis mag af en toe gelachen worden. In de essayistische stukken schuilt de humor onder meer in het citeren van onbedoeld grappige uitspraken. Zo is er een gouverneur die de gehuldigde Zutendaalse pastoor Geurts toespreekt met woorden die in katholieke milieus misschien vaker gehoord worden: "Door de warme sympathie die U uitstraalt hebt gij, gedurende jaren en jaren, de jonge Limburgsche geslachten gekneed en gevormd." Brouwers onthoudt zich hier van elk commentaar, wat niet zijn gewoonte is. Meestal laat hij pompeuze citaten volgen door een ontnuchterende opmerking die alle pretenties doorprikt. Of het nu gaat om grote namen als Adriaan Roland Holst en Gerard Knuvelder, of om onbekenden als de auteurs van een middelmatig boekje over Jotie T'Hooft, Brouwers citeert, ironiseert en corrigeert ze zonder pardon.

Dat hoort bij Brouwers' polemische ingesteldheid. Een van zijn geliefde slachtoffers, Maarten 't Hart, duikt ook in dit nieuwe feuilleton op. 't Hart schrijft over muziek (wie zijn cd-recensies in het Nederlandse tijdschrift Luister kent, weet hoe relatief dat is) en vond dat er onzin stond in de muzikale fragmenten uit Brouwers' roman Zomervlucht. "Van de romannenbakker 't Hart moet in een roman altijd alles 'waar' zijn," zegt Brouwers nadat hij de kritiek van de "juffrouw" heeft weerlegd. "'t Harts paukeslagen veroorzaken niet meer geluid dan dat van spijkertjes, met kwistige hand uitgestrooid over het oppervlak van laag water," concludeert Brouwers. Het beeld gebruikte hij al in de vorige aflevering van zijn Feuilletons, waar hij 't Harts zogenaamd 'polemische paukeslagen' (de ondertitel van diens essaybundel Een havik boven Delft) "tikjes op heel kleine kabouterpaukjes" noemde. Voor Brouwers moeten alle teksten met elkaar verbonden worden, zelfs de schijnbaar losse stukken die hij in deze Feuilletons bundelt.

Ook in de autobiografische fragmenten die in Terug thuis opgenomen zijn, krijgt het komische een opvallender plaats dan voorheen, al blijft de grondtoon donker. In het laatste stuk van deze aflevering beschrijft Brouwers hoe hij als zeventienjarige het plan had opgevat om acteur te worden. De bijna groteske manier waarop hij zijn auditie in de toneelacademie beschrijft, is tegelijkertijd hilarisch en tragisch. De combinatie is niet nieuw bij Brouwers, maar mij lijkt de ironie groter dan voorheen, de pathetische zelfvernietiging kleiner.

Met enige goede wil zou je de opbouw van deze aflevering omarmend kunnen noemen. Er zijn vier delen. Het eerste en het laatste vallen onder de noemer 'creatief proza'. Zij omarmen de twee binnenste delen, die kritisch of essayistisch genoemd kunnen worden. Het verschil is natuurlijk relatief bij Brouwers, voor wie creatie en kritiek evenmin te scheiden zijn als fictie en leven. Dat blijkt al uit het eerste stuk, een hommage aan Toussaint van Boelaere, geschreven in verhaalvorm. Wat fictie en wat realiteit is, valt niet uit te maken.

Het laatste deel bevat twee autobiografische schetsen die het begin van Brouwers' artistieke roeping centraal stellen. In 'Grand Hôtel' wordt de jonge Brouwers door oude registers die hij op zolder vindt, teruggevoerd naar een ver en voornaam verleden, en hij zegt dat die ervaring "een beginsel blijkt te zijn geweest van mijn latere schrijverij". In 'Zwart, bijbelzwart, kraaizwart' wijst de "toververtaling" die Claus maakte van Dylan Thomas' Onder het Melkwoud Brouwers erop dat taal kan betoveren en bezweren. Zo wou Brouwers ook schrijven.

Het essayistische gedeelte valt uiteen in twee hoofdstukken: een verzameling korte 'Aantekeningen in de marge' over onder meer Mulisch, Claus, Baillon en Boon, en een zestal langere stukken over bijna vergeten Vlaamse auteurs: Hugo Verriest, Wies Moens, Joris Vriamont, Raymond Brulez, Jan Walravens en Jotie T'Hooft. Uit al die stukken blijkt Brouwers' gedrevenheid, zijn oog voor het detail dat de zogenaamd wetenschappelijke literatuurbeoefenaar vaak negeert, en zijn behoefte om dingen te corrigeren, reputaties recht te zetten of te kraken, al naar gelang. Zo laat hij na een lezing van Verriests Twintig Vlaamse Koppen zien dat dat boek helemaal geen belangrijke analyse van belangrijke auteurs is, maar een erbarmelijk geschreven portrettering van vaak onbenullige schrijvers, van wie dan nog vooral het uiterlijk aan bod komt. Over Moens is Brouwers dan weer milder dan de mode wil. Hoewel alle essays getuigen van persoonlijke betrokkenheid en beoordeling, tonen ze evenzeer dat Brouwers goed op de hoogte is van de secundaire literatuur. Sommige van zijn portretten, dat van Walravens bijvoorbeeld, lijken zelfs een collage van citaten, maar de combinatie en interpretatie zijn altijd puur Brouwers. En dat wil nog steeds zeggen: goed geschreven, helder en inzichtig, eigenzinnig en geïnformeerd. Brouwers' notities bij het lezen zijn notities bij het leven. Het lijken soms bescheiden voetnoten, maar het zijn onmisbare bijdragen aan de sporen, de voetsporen die de schrijver Brouwers wil nalaten.

Jeroen Brouwers, Terug thuis. Verhalen, leerervaringen, voetnoten, Noli me tangere, Zutendaal, 175p., 495 frank.

(Foto Jos Verhoogen)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234