Woensdag 03/03/2021

'Voelen is soms belangrijker dan weten'

Voor liefhebbers van intense gitaarrock is Steve Wynn al twintig jaar een begrip. Wie hem ooit aan het werk zag met The Dream Syndicate of Gutterball komt nog altijd superlatieven tekort, maar ook solo blijft de sympathieke Amerikaan al elf platen lang zijn mannetje staan. Nog geen vier maanden na de dubbelaar Here Come the Miracles verrast hij nu met The e-music Singles Collection.

Brussel / Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

'Ik ben altijd gek geweest op dubbelelpees", zegt Wynn over Here Come the Miracles. "Ze geven een artiest de gelegenheid eens heel uiteenlopende, soms extreme dingen te doen, zonder dat het als schizofreen overkomt. Door de reikwijdte van zo'n dubbelaar kun je een kronkelige weg uitstippelen, diverse plekken bezoeken en toch nog op een logische eindbestemming uitkomen. Probeer je dat op een enkele cd, dan lijkt het gewoon alsof je niet in staat bent een richting te kiezen. Stel dat Blonde on Blonde, Exile on Main St of de Dubbele Witte elk slechts uit één in plaats van twee platen hadden bestaan, ze zouden niet half zo rijk en caleidoscopisch hebben geklonken. Toch was het, toen ik aan Here Come the Miracles begon, niet mijn bedoeling een dubbelaar te maken. Doorgaans neem ik zo'n vijfentwintig nummers op en uit dat aanbod kies ik dan de twaalf liedjes die het best bij elkaar passen. Dat zijn niet noodzakelijk de beste, maar wel degene die het best aansluiten bij het thema of het idee dat ik had vooropgesteld. De songs die overblijven, breng ik dan achteraf wel uit op cd's zoals Take Your Flunky and Dangle, The Suitcase Sessions of Pick of the Litter, die de fans per post of via internet kunnen bestellen. Alleen: deze keer slaagde ik er niet in het aantal songs te reduceren zonder de coherentie van mijn cd aan te tasten. Toen bedacht ik: wel, ik maak al twintig jaar platen, dus mag ik wel eens voluit gaan. Ik heb het verdiend, haha."

Geografie en zwerflust spelen op Here Come the Miracles een belangrijke rol: de songs, die bol staan van de plaatsnamen, zijn volgens Wynn ingrijpend beïnvloed door de Californische woestijn. "Ik woon al jaren in New York, maar soms heb ik heimwee naar L.A.", zegt hij. "Het is er heel gewoon dat je in je auto stapt en zomaar wat gaat rondrijden, zonder doel. Sommigen doen het om hun geest leeg te maken; anderen gaan op zoek, zonder te weten waarnaar. En doorgaans vinden ze... problemen."

Steve Wynns personages zijn niet zelden op de dool: de protagonisten van 'Black Out', 'Sunset to the Sea' en 'Southern California Line' slepen een voor een traumatische ervaringen achter zich aan die ze liever willen vergeten, maar de motieven voor hun daden blijven vaag.

"Hmm. De figuren uit mijn songs zijn emotioneel geblokkeerd, ze worden verteerd door schuldgevoelens en sluiten zich af voor de buitenwereld. Het zijn nihilisten die beseffen dat ze niets meer te verliezen hebben. Here Come the Miracles is misschien een sombere plaat, maar ze is zeker niet hopeloos: er is zelfs sprake van een happy end. Ach, mijn langspelers hebben de reputatie somber en beangstigend te zijn, maar zelf vind ik ze behoorlijk grappig. Er zit best wel humor in.

"Ik voel me aangetrokken tot de traditie van de roman noir, al tracht ik de eendimensionaliteit van de meeste misdaadverhaaltjes wel te vermijden. Neen, dan liever songwriters als Randy Newman en Freedy Johnston, die de kunst verstaan tegelijk vaag en concreet te zijn. Hun liedjes worden omgeven door mysterie: als luisteraar weet je nooit wat er precies gebeurt, je krijgt alleen een onbehaaglijk sfeertje aangereikt. Doordat die songs ruimte laten voor interpretatie, raak je ze ook nooit beu. Details zijn in ons metier van het grootste belang: je hoeft echt niet alles te vertellen, zolang je de toehoorder maar een context of achtergrond bezorgt die specifiek genoeg is om hem in de juiste stemming te brengen. Voelen is soms veel belangrijker dan weten."

Een van de sleutelnummers uit Here Come the Miracles is het wrange 'Good and Bad', geïnspireerd door een roman van Pulitzer Prize-winnaar Richard Ford. "Het is een heel brutale song die, vooral live, emotioneel nogal veeleisend kan zijn", vindt Wynn. "Women With Men, het boek dat er model voor stond, gaat over mensen die in een relatie de ene grove fout na de andere maken. Eerst ben je geneigd hen als idioten te beschouwen, maar net omdat je als lezer de personages tot aan hun onvermijdelijke val in de afgrond hebt kunnen volgen, begrijp je ook hoe het zover is kunnen komen. Ik heb een hekel aan films of boeken waarin een ondubbelzinnig onderscheid wordt gemaakt tussen zwart en wit of goed en slecht. Zulke reducties zijn stomvervelend: zelfs de wreedste misdadiger heeft zijn momenten van menselijkheid. Ik geloof dus niet in duivels, net zoals ik niet in engelen geloof. 'In movies the monsters are real' lijkt misschien een paradoxale regel, maar toch ís het zo: echte monsters kom je enkel in fictieve situaties tegen. De werkelijkheid is zoveel complexer en genuanceerder."

'Good and Bad' wordt gedragen door een hoogst intense, Neil Young-achtige gitaarsolo, die volgens Steve Wynn volledig werd geïmproviseerd in de studio. "Ik had helemaal geen structuur in mijn hoofd en wist dus niet waar het naartoe zou gaan. Ik kneep gewoon mijn ziel leeg en aan het eind van die gitaarpartij gebeurde er iets heel vreemds: Linda (Pitmon, de drumster en Wynns levensgezellin, DS) stopt onverwacht, ik schrik me rot, zij gaat voort en het effect is fantastisch. Maar dat zijn van die magische momenten die je nooit kunt plannen. Er gaat niets boven spontaneïteit."

Sinds zijn prille dagen met The Dream Syndicate, en later met Gutterball, is Steve Wynn de ethiek van de gitaarrock trouw gebleven. Toch blijkt uit zijn werk ook een groot respect voor jazzgroten als John Coltrane en Lester Young of soulzangers als Marvin Gaye en Archie Bell.

Wynns gezicht klaart op. "Tja, veel recensenten zijn zo gemakzuchtig dat ze in mijn songs alleen maar sporen herkennen van de heilige Drievuldigheid Neil Young, Lou Reed en Bob Dylan. Wat voor mij van tel is in muziek is echter niet de stijl, bezetting of instrumentatie, maar wel de emotie die erachter zit. 'John Coltrane Stereo Blues' mag dan al een rocksong zijn, hij drijft op dezelfde sensibiliteit als een jazzcompositie. De riff vormt slechts het vertrekpunt: voor het overige gaat dat nummer avond na avond een totaal andere richting uit. Weet je waarom ik zoveel van jazz hou? Omdat het muziek is die wordt gespeeld door mensen die naar elkaar lúísteren, iets wat in rock zelden gebeurt. Tenzij misschien bij Television, Come en enkele van de huidige postrockbands. En livesituaties prefereer ik omdat er altijd momenten zijn waarop er iets gebeurt dat alleen daar en dan mogelijk is.

"Ik ben opgegroeid in de vroege jaren zeventig, met voornamelijk soul en rhythm & blues. Ik heb The Dream Syndicate dan ook altijd meer een grooveband dan een gitaarband gevonden. Ik luisterde naar The Chi-Lites, The Four Tops en P-funk, of naar The Stooges, die ik als een geweldige soulgroep beschouw. Maar aan de heavy metal van Black Sabbath, Deep Purple of UFO heb ik altijd de pest gehad: er zat geen ziel, geen erotiek, geen vrouwelijke kant in. Pure testosteron: hoe oeverloos saai! Kijk, ik ben ook een hiphopliefhebber, maar als Lou Reed of Mick Jagger de raptoer opgaan, wordt het algauw gênant. Daarom heb ik zolang gewacht om authentieke soulelementen in mijn songs te verwerken. Hoe dan ook is het zinloos muziek in hokjes te stoppen of in categorieën onder te verdelen. Of je D'Angelo nu moderne soul of iets anders noemt, voor mij is het gewoon fantastische muziek die me emotioneel door elkaar schudt.

"Het afgelopen jaar was ik zwaar onder de indruk van Primal Scream en Spiritualized, en als ik een cd als XTRMNTR hoor, wil ik er meteen zelf ook zo een maken. Maar het ís al gedaan, dus laat ik mij liever leiden door de pioniersgeest van die platen. Hetzelfde geldt voor Air, The Chemical Brothers en de Canadese rapper Gonzales: ik zou dolgraag met elektronica experimenteren, maar daarvoor moet je eerst de taal van computers en machines onder de knie krijgen, en daar ben ik nog volop mee bezig. Onlangs nog werd ik knock-out geslagen door de cd van David Holmes: ze was opgebouwd als een dj-set, maar liep de dansvloer ver voorbij. Ze voelde aan als een echte rockplaat.

"Ik haat het als mensen mijn werk ouderwets noemen, gewoon omdat ik gitaren gebruik. Want zelf streef ik tijdloosheid na. Ik ben altijd te vinden voor iets nieuws, maar regressief of vooruitstrevend - het is allemaal relatief. Mij gaat het om de manier waarop je iets doet, het gevoel dat je erin stopt. Als ik de jongste twintig jaar al iets heb geleerd, is het alleen mijn eigen zin te doen en niet te veel rekening te houden met de verwachtingen van anderen. Tijdens mijn Dream Syndicate-periode wist ik zo goed wat het publiek van me wilde dat ik uit pure balorigheid net het tegenovergestelde ging doen. Dat was soms wel cool, maar ook een vorm van zelfverloochening. Pas nu besef ik dat zoiets voor een artiest even laakbaar is als uitverkoop houden."

Steve Wynn is al jaren een verwoed cinefiel, en dat blijkt ook uit de opbouw van Here Come the Miracles. "Ik raak gemakkelijk opgewonden van een goede plaat, maar als ik een goede film heb gezien bruist het in mijn hoofd letterlijk van de songideeën", vertelt hij. "Films nemen je mee ergens naartoe, halen je even weg uit het gewone leven. Muziek kun je nog als achtergrond gebruiken, maar cinema moet je bewust beleven. Daarom probeer ik mijn platen te structureren volgens dezelfde principes als een film. Terwijl ik songs schrijf, probeer ik me al voor te stellen hoe mijn volgende langspeler zal beginnen en eindigen. Welke liedjes vormen het hart van de cd? Vindt er onderweg ergens een bruuske ommekeer plaats? Ik heb nog nooit een verzameling losse songs uitgebracht: mijn platen moeten een verhaal vertellen, en dat doen ze aan de hand van beelden, sferen en personages. Volgens mij zouden cineasten als Martin Scorcese of Francis Ford Coppola uitstekende platenproducers zijn en zou een Phil Spector geweldige cinema kunnen maken. Een van mijn favoriete 'films' van vorig jaar is 2001 van de rapper Dr Dre. Goed, je krijgt er de beelden niet bij, maar die cd prikkelt je zintuigen op dezelfde manier als Traffic of Leaving Las Vegas.

Steve Wynn houdt niet van treuzelen. Met uitzondering van Sweetness and Light heeft hij nog nooit langer dan tien dagen over een plaat gedaan. Maar de uitdaging die hij in 2000 aannam en die zopas resulteerde in The e-music Singles Collection vergde meer van zijn zijn krachten dan verwacht. Hij verbond er zich immers toe voor een muzieksite op het internet een jaar lang maandelijks met een nieuwe song op de proppen te komen.

"The Wedding Present had zoiets al eens eerder gedaan met échte singles en het leek me best een leuk experiment. Maar naar het einde toe voelde ik me toch een beetje leeggezogen", geeft Wynn toe. "Het boeiende aan internet is dat het alles zoveel toegankelijker en bereikbaarder heeft gemaakt. Het is nu perfect mogelijk in één dag een song te schrijven, hem op te nemen en via het net aan de hele wereld te laten horen. Bovendien kun je meteen inpikken op de actualiteit en deelnemen aan een maatschappelijk debat, zoals Neil Young destijds deed met 'Ohio', nadat The National Guard vier betogende studenten had doodgeschoten. De single is een aantrekkelijk medium: hij geeft een artiest de mogelijkheid zich tot één specifiek ding te beperken. Ideaal voor een gelegenheidssamenwerking of voor als je eens iets wilt proberen dat totaal afwijkt van je gebruikelijke stijl. Zo heb ik voor mijn reeks internetsongs maand na maand mijn krachten gebundeld met artiesten met wie ik bevriend was of die ik allang van op afstand bewonderde: mensen als Richard Lloyd, Barbara Manning of Polar. Het probleem is dat veel mensen nog steeds niet precies weten hoe ze die tracks kunnen downloaden. Zelf heeft het me ook weken gekost om uit te vogelen hoe het moest. Daarom heb ik de tracks nu op cd uitgebracht. Je hoeft dus niet langer een computerfreak zijn om ze te kunnen horen."

Steve Wynn reist dezer dagen wel vaker over de digitale snelweg. Via internet maakte hij, als gelegenheidszanger, onlangs ook een plaat met de Spaanse rockband Australian Blonde. "Die lui spelen een alternatief soort bubblegum. Ze zijn erg cool en klinken als een wat poppier versie van Dinosaur Jr. De gitarist en ik hadden samen al eens een song geschreven en op een dag stuurde hij me een mp3-bestand met een basistrack, waar ik thuis in New York een tekst en een zanglijn aan toevoegde. Gedurende een drietal weken wisselden we dagelijks zulke bestanden uit en schreef ik als het ware op bestelling. Zo werd mijn ultieme Brill Building-fantasie toch nog werkelijkheid. (lacht)

"Toen we een tiental nummers af hadden, wiste de groep alles uit behalve mijn stem en bouwde ze er nieuwe tracks rond in de studio. Toen ik het eindresultaat hoorde, was ik echt verbluft. Ik heb met Australian Blonde zelfs door Spanje getoerd. Het was een hele verademing: gewoon eens de zanger van een groep te zijn, zonder dat je verantwoordelijkheden hoeft te dragen of beslissingen hoeft te nemen. Ik heb er in ieder geval met volle teugen van genoten."

Steve Wynn treedt morgenavond op in De Zwerver in Leffinge. Recente cd's: Pick of the Litter (Glitterhouse, 1999); Momento (met Australian Blonde, Astro, 2000), Here Come the Miracles (Blue Rose, 2001), The e-music Singles Collection (2001, Blue Rose).

'Als ik de jongste twintig jaar al iets heb geleerd, is het alleen mijn eigen zin te doen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234