Zaterdag 21/09/2019

Gezondheid

‘Voel je een wind opkomen, laat die dan passeren’: topdokter Danny De Looze

Beeld Thomas Sweertvaegher

Glutenvrij eten is niet per se gezonder, signaleert topdokter Danny De Looze. In zijn boek Lactose, gluten & co neemt hij ons mee van hapje tot kakje. ‘Er worden te veel halve waarheden verkocht over wat we eten en hoe we dat al dan niet verteren.’

Ken je die mop over onze organen die samen op café gaan? Die is voor straks. Maken we eerst kennis met de praatgrage professor Danny De Looze (57): kliniekhoofd maag- en darmziekten van het UZ Gent, bekend om zijn ‘kaka-transplantaties’, en auteur van het boek Lactose, gluten & co, dat sinds vandaag in de rekken ligt. Daarin bundelt hij wetenschappelijke feiten en maakt gehakt van voedingsfabels. “Nee, we zijn niet allemaal allergisch voor gluten. En melk is niet de baarlijke duivel, zolang je maar geen liter per dag naar binnen giet.”

Beginnen we met het einde: dat kakje. Vrouwen zitten vaker ‘verstopt’ dan mannen, merkt u. Waaraan ligt dat?

De Looze: “Hoe dat nu precies komt, is the one million dollar question. Het is niet hormonaal, niet anatomisch. Wel weten we dat de zithouding meespeelt. Zo heb ik tijdens een lezing moeten ontdekken dat vrouwen op de wc hun broek niet tot op de grond laten zakken. Dat was een openbaring voor mij: wat vertel je me nu? (trekt grote ogen) Voor ons, mannen, is het niet meer dan normaal dat je je broek tot op je enkels laat vallen. Zo zit je veel meer ontspannen.

“Komt daarbij dat vrouwen het vaker ophouden. Dat begint al tijdens de ochtendrush, het moment waarop je meestal moet. Maar de kinderen moeten nog aangekleed, de boterhammen gesmeerd. Een man maakt daar geen spel van: die gaat rustig zijn kakske doen als hij moet, met zijn smartphone of krant mee.”

Kortom: ‘Aje moe kakkn, moe je kakkn’?

“Precies. Een spreekwoord zegt: kakken gaat vóór het bakken. Staan de patatten op, maar moet je dringend? Zet dan je vuur af en ga naar de wc. Want van uitstel komt afstel.

“Zo heb ik het ook mijn kinderen geleerd. In het tweede leerjaar kreeg een van hen een briefje mee van de juf. ‘Leerlingen mochten enkel nog tijdens de speeltijd naar de wc gaan.’ Ik heb toen direct mijn telefoon gepakt: zoiets kán toch niet. Veel kinderen durven tijdens de speeltijd niet te gaan, want dan zitten ze niet op hun gemak. Zo houden ze het de godganse dag op, met alle gevolgen van dien.”

Waarom moet de een twee keer per dag naar het toilet, en de ander maar twee keer per week?

“Ieder van ons heeft zijn eigen stoelgangpatroon. Zolang je er zelf geen last van hebt, is dat geen enkel probleem. Ik heb patiënten die slechts één keer per week gaan, maar er geen hinder van ondervinden. En ik zie mensen die na elke maaltijd moeten. ‘Dokter, dat kan toch niet meer’, zeggen ze dan. ‘Ik eet en binnen de vijf minuten is dat er weer uit. Maar toch vermager ik niet.’ Tuurlijk niet. (lachje) Dat is niet die maaltijd van daarnet. Dat is de overschot van gisteren.”

Hoe komt het dat we na het eten soms een knoop moeten openzetten, gerommel horen of – godbetert – hoogzwanger lijken?

“Dat zijn stuk voor stuk symptomen van overgevoelige darmen. Het prikkelbaredarmsyndroom heet dat. Zo’n 10 tot 20 procent van de bevolking heeft er last van. En dat kan heel storend zijn. Ik zie regelmatig patiënten die sociaal geïsoleerd raken. Ze durven hun huis niet meer uit, uit schrik dat ze naar de wc zullen moeten waar er geen is. Die angst slaat natuurlijk op hun buik, en dan moeten ze maar één keer in hun broek doen om zich nadien helemaal op te sluiten. Komen ze wel nog buiten, dan scannen ze meteen hun omgeving af: waar is dat toilet? Denk maar aan degenen die in de cinema op de buitenste rij zitten. Dat zijn de prikkelbare darmen.

“Maar die overige 80 procent mogen 25-granen-brood, havermout en linzen eten, het doet hen niks. Ik ben één van die 80 procent. Mij mag je alles geven. (lachje)”

Zegt u nu dat vezels vaak de boosdoener zijn?

“Begrijp me niet verkeerd, vezels eten is gezond. Maar voor die 20 procent zit er een kwalijk kantje aan: een opgeblazen gevoel, rommelingen, winderigheid. Je moet weten: onze alvleesklier scheidt een enzym af dat zetmeel verteert. Maar alles wat niet door dat enzym afgebroken wordt, zoals vezels, moet in onze darmen worden vergist. Een nevenproduct van die vergisting is gas. En dat zet rek op de darmen. Als er één ding is waar alle mensen met prikkelbare darmen gevoelig aan zijn, dan wel dat uitrekken van de darmen. Voor de ene is dat een afgrijselijke pijn, voor de ander gewoon vervelend.

“Vandaar dat ik zeg: voel je een wind opkomen, laat die dan passeren. Hou hem niet op. Anders blijft dat gas allemaal vanbinnen zitten en krijg je buikpijn. Maar op dat vlak heeft iemand die buiten werkt natuurlijk een streepje voor op iemand met een kantoorjob onder collega’s.”

Over vergisting gesproken: klopt het dat sommigen daar zelfs dronken van worden?

“Het autobrouwerijsyndroom noemen we dat. Dat zijn mensen die bij hun vergisting een enorme hoeveelheid ethanol, of alcohol dus, produceren. Ze hebben het vooral als ze veel koolhydraten eten. Zo was er een man die na een pak frieten telkens zo zat was als een kanon. Een heel plezant syndroom dus. (schatert) Maar wel zeer zeldzaam. Blaas je ooit positief bij een alcoholcontrole, dan moet je niet met je darmflora afkomen. Meneer de agent zal jou niet geloven, en gelijk heeft hij.” (maakt zich vrolijk)

Beeld Thomas Sweertvaegher

Iets anders nu: zeven jaar geleden oogstte u veel succes met uw eerste stoelgangtransplantatie. Hoe kwam u in godsnaam op dat idee?

“Op zich is dat gebruik zo oud als de straat. In de vierde eeuw slikten Chinezen al uitwerpselen in om ziektes te genezen. In de zestiende eeuw hadden ze het over ‘gele soep’, liefst van baby’s, om zo buikpijn en diarree te behandelen. Wij doen het natuurlijk anders: via een sonde langs de anus.

“Maar hoe kwam ik daarop? Ik had een patiënt die al maanden met diarree kampte. De man was kilo’s vermagerd, voelde zich vreselijk. Hij had de C.diff.-bacterie. Dat is een bacterie die pas problemen geeft wanneer hij begint te overwoekeren, vaak door antibioticagebruik. Ik herinnerde me dat ik ooit over een stoelgangtransplantatie had gelezen, dus wilde ik dat ook weleens proberen. Het effect was spectaculair, die man kikkerde helemaal op.”

Is zo’n donorkakje dan ook een oplossing voor al die prikkelbare darmen?

“We hebben daar onderzoek naar gedaan. Maar wat bleek? Alle patiënten die zich geholpen voelden, waren na vier à zes maanden hervallen. Willen we het ooit daarvoor toepassen, dan zullen we meermaals moeten transplanteren. De vraag is maar hoelang het er nog zo ‘ambachtelijk’ aan toe zal gaan. Er zijn nu al bedrijven bezig om meer dan dertig verschillende bacteriën in één gelule te stoppen. De ‘kakpil’ is volop in ontwikkeling, al willen die firma’s het zelf zo niet genoemd hebben.”

Schokkend: sommige buikpatiënten zijn zo radeloos dat ze het op eigen houtje proberen, schrijft u. Echt?

“(knikt heftig) Mensen experimenteren er nog altijd zelf mee. Ze vriezen de stoelgang in van een gezond persoon, om er daarna schelletjes van te snijden. Of, wat ook veel voorkomt, ze doen het via een lavement. Op YouTube vind je daar een do it yourself-filmpje over. Absoluut af te raden natuurlijk. Al is het maar omdat wij de stoelgang eerst filteren en via een sonde inbrengen. Toch iets aangenamer dan een schelletje bruin goud op je boterham.” (huivert)

Onderzoekers vonden begin dit jaar een link tussen onze darmflora en onze mentale gezondheid. Wat denkt u: kunnen we een depressie weg eten?

“Als je het mij vraagt niet. We zien wel vaker een depressie bij patiënten met chronische buikklachten. Maar dat is zo’n beetje de kip of het ei. Krijgen ze overgevoelige darmen omdat ze aanleg hebben voor depressie? Of worden ze depressief omdat ze elke dag met buikpijn worstelen?

“Veel patiënten vertellen me: ‘Dokter, als ik niet zou moeten eten, was ik de gelukkigste mens ter wereld. Daardoor ben ik als arts meer op voeding gaan focussen. Zo merken we dat patiënten met prikkelbare darmen vaak beter af zijn met een glutenvrij dieet. Zo omzeilen ze die vergisting, en al dat gas.”

Het woord is eruit: glutenvrij. In de supermarkt schreeuwen de labels ons toe. U spreekt van een ware ‘glutenhype’.

“Zelfs rijstwafels krijgen vandaag het etiket ‘glutenvrij’. Mooi, vooral omdat ze nooit gluten hebben bevat. (lacht fijntjes)

“Let wel, dat ruime aanbod is goed nieuws voor wie echt glutenintolerant is. Ik heb het dan over coeliakie (lees: seuliakie), een auto-immuunziekte die 1 op de 200 mensen treft. Die patiënten mogen geen grammetje gluten eten. Ze kunnen al ernstig ziek worden door gewoon hetzelfde mes als jij te gebruiken, als dat aan brood is geweest. Eén kruimel is genoeg.

“Ook voor mensen met prikkelbare darmen zijn die glutenvrije alternatieven mooi meegenomen. Maar zij moeten dan wel beseffen dat er heus niks zal gebeuren als ze eens een kruimel brood eten. Zij zijn glutensensitief, niét allergisch.”

‘Allergie’ is het meest misbruikte woord in onze taal, hekelt u. Waarom windt u zich daar zo over op?

“Door de vele mensen die nu beweren ‘allergisch’ te zijn aan gluten, worden patiënten die het écht zijn vaak niet meer serieus genomen of weggezet als ‘aanstellers’. Maar wat als zij op restaurant ineens niet meer op de goodwill van de kok kunnen rekenen, omdat die al gebukt gaat onder de eisen van zijn glutensensitieve gasten? Daar moeten we toch eens bij stilstaan.”

De hype wekt de indruk dat glutenvrij gelijk staat met ‘gezonder’. Maar, zo waarschuwt u, onnodig gluten schrappen kan gevaarlijk zijn.

“Wie langdurig glutenvrij eet, loopt meer risico op hart- en vaatziekten. Dat komt omdat je dan eenzijdiger eet, en meer naar eenvoudige koolhydraten, vetten en suiker grijpt. Terwijl vezels net een beschermend effect hebben op het hart.

“Punt is: het blijft onverstandig om op eigen houtje met een glutenvrij dieet te beginnen, ook al denk je dat je glutensensitief bent en heb je op het internet al tientallen verhalen gelezen van mensen die zich nu zoveel beter voelen. Zeker als je er gewoon van uitgaat dat je zo gezonder zult eten, zonder dat je ooit klachten hebt gehad, is het geen goed plan.

“Soms komen patiënten af met ellenlange lijsten van wat ze niet meer ‘mogen’ eten. Ze schrappen koolhydraten, gluten of lactose, terwijl dat zinloos is. Denk aan een meisje dat elke dag meer dan 1 liter appelsap dronk, maar er niet over nadacht dat dat weleens de reden van haar krampen kon zijn.”

Wel meer mensen schrappen nu ook lactose van het menu. Wat is daar het grootste misverstand over?

“Prikkelbare darmen en lactose-intolerantie gaan vaak hand in hand. Zuivel maakt de buikklachten nog erger. Maar veel patiënten met lactose-intolerantie steigeren al als ze nog maar op de bijsluiter van een pillendoosje ‘lactose’ zien staan. Terwijl zoiets absoluut geen kwaad kan. Wie lactose-intolerant is, kan wél nog altijd een hoeveelheid melkproducten verdragen – hoeveel hangt af van persoon tot persoon. Dit in tegenstelling tot mensen met glutenintolerantie, die wel strikt gluten moeten mijden.”

Soms zie ik al aan de naam van de patiënt of hij lactose-intolerant zal zijn, zegt u. Hoe speelt u dat klaar?

“Dat zit zo: in Afrika en Azië is zowat iedereen lactose-intolerant. En eigenlijk zijn degenen met een intolerantie de ‘normalen’. Het zijn wij, westerlingen, die een genetische mutatie hebben ondergaan om wel lactose te verdragen. Precies omdat onze voeding al eeuwen zo rijk is aan melk en afgeleiden. Let wel, ook in Afrika en Azië verdragen ze tot op zekere hoogte nog zuivel. Ze lopen daar echt niet allemaal met spuitende diarree rond. Stel dat ze elke dag een halve liter melk zouden drinken, dán zouden ze klachten krijgen.”

Uw vakgebied zit nogal in de taboesfeer, maar u lijkt dat met de nodige humor te doorprikken. Hoe zat dat nu trouwens met die mop?

(schaterlacht) “Hij komt niet van mij, ik heb hem ook maar van horen zeggen. Maar ik vind het wel een goeie.

“Onze organen zitten samen op café en discussiëren over wie nu het belangrijkst is. ‘Ik’, zegt het brein, ‘want zonder mij gebeurt er niks.’ ‘Nee’, zegt het bloed. ‘Want ik zorg ervoor dat de zuurstof overal naartoe kan.’ ‘Toch niet’, meent de maag. ‘Ik verwerk het voedsel en geef energie.’ ‘Nee gij’, zeggen de benen. ‘Wij zijn de baas, want wij brengen je overal naartoe.’ ‘Maar nee’, schudt de endeldarm: ‘Ik ben de afvalverwerking, dus ik ben de belangrijkste.’ Waarop alle anderen hem luid uitlachen. De endeldarm, in zijn gat gebeten, sluit zich af. Het gevolg? Het brein krijgt hoofdpijn, de maag blaast op, de benen worden wankel en het bloed raakt vergiftigd. Al gauw zijn ze het er allemaal over eens: de endeldarm is de baas. Om maar te zeggen, een vlotte stoelgang is van levensbelang.” (lacht)

Lactose, Gluten & Co, door Danny De Looze, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 208 blz., 22,99 euro. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234