Vrijdag 24/01/2020

Voedselgangsters

Amerikanen gaven vorig jaar 15 miljard dollar uit aan chocolade. Dat lijkt ontzaglijk veel, maar in datzelfde jaar gaven ze drie keer zoveel uit aan vermageringspogingen

In Zabar's op Broadway, het Mekka voor New Yorkers die goed eten appreciëren, bestel ik zes soorten kaas. Ik voel dat de mollige vrouw naast mij me in de gaten houdt.

Als ik mijn bestelling in mijn boodschappenwagentje leg, zegt ze: "Ga jij dat allemaal zelf opeten?" Ik zweer dat er afkeer in haar stem klinkt. Zo iemand mag je niet ontgoochelen en dus zeg ik ja, hoewel het een halve leugen is. "Je mag dat niet doen", zegt de vrouw luid. "Al die vette kazen zijn slecht voor je hart en je lijn." Ik bedank haar voor haar goede raad en voeg eraan toe dat de kazen me nu nog beter zullen smaken.

Later sta ik in een andere winkel in de rij aan de kassa, deze keer een volkse supermarkt in mijn buurt. Ik leg mijn spullen op de band. De klante voor mij kijkt er hoofdschuddend naar. "Bekijk dat eens", zegt ze terwijl ze met luide stem mijn aankopen opsomt: "Sinaasappelen, pompelmoezen, tomaten, sla, magere melk, magere yoghurt en bronwater." Ze wijst theatraal naar haar eigen aankopen. "Moet je zien wat ik weer heb gekocht. Chips! IJsroom! Bier! Sigaretten! Het is degoutant. Ik wil zijn zoals jij." "Niemand wil dat mevrouw", zeg ik, "ik ben saai en u bent vast heel gezellig." "Veel te gezellig", zegt de vrouw, "en veel te ongezond."

Zonder goeiendag te zeggen, duwt ze haar karretje naar de uitgang. "Waar maakt die zich zorgen over?" zegt een corpulente zwarte vrouw in mijn rij. "Ze is toch slank?" Een Latino opinieert vanachter zijn bierbuikje: "Van slank zijn ga je dood. Ze hebben nu ontdekt dat dikke mensen langer leven dan magere. Zoals mijn grootmoeder altijd zei: je moet wat reserve hebben." Ik zeg niets. Ik denk aan chocolade. Meer precies aan de drie kilo Côte d'Or fondant die Belgische vrienden me gisteren hebben meegebracht. Het is mijn zwarte drug, mijn zwakte, mijn versterking, mijn reddingsboei, mijn kalmeringsmiddel en mijn stimulant. Hij is tegenwoordig vier keer duurder in Amerika dan in België. Die mevrouw die jaloers was op mijn gezonde boodschappen zou niet geloven hoe snel ik me door die drie kilo werk.

Ooit complimenteerde ik een vriend met zijn mooi lief. "Ze eet nochtans alleen maar salami en chocolade", zei hij. De salami hoeft niet voor mij maar ik denk wel eens dat ik alleen van fondant zou kunnen leven. Amerikanen gaven vorig jaar 15 miljard dollar uit aan chocolade. Dat lijkt ontzaglijk veel maar in datzelfde jaar gaven ze drie keer zoveel uit aan vermageringspogingen. Met beperkt succes, want ze blijven maar dikker worden. Het regende de afgelopen jaren rapporten die waarschuwden voor een obesitasepidemie met catastrofale gevolgen. Twee maanden geleden echter verminderden researchers van het Center for Disease Control and Prevention plots het aantal overlijdens dat wordt toegeschreven aan overgewicht van 400.000 naar 112.000 per jaar.

Om de mensen helemaal in de war te brengen voegden ze eraan toe dat slanke mensen iets minder lang leven dan mollige. Eet er maar op los, concludeerden veel mensen, zoals de Latino in de supermarkt. Terwijl dokters en diëtisten tandknarsten, knalden de champagnekurken in de hoofdkwartieren van de voedselindustrie. Een van haar lobbygroepen, het Center for Consumer Freedom, kocht meteen paginagrote advertenties in alle kranten, waarin ze beweerde dat het nu bewezen was dat al die waarschuwingen over zwaarlijvigheid "pure hype" waren. "Veel te weinig Amerikanen", aldus het Center for Consumer Freedom, "herinneren zich dat de stichters van ons land, de uitvinders van de moderne vrijheid, heel graag aten en dronken... nu lijkt het erop dat de voedselvrijheid waar de eerste Amerikaanse patriotten voor vochten voortdurend wordt aangevallen."

Wie het vaderland liefheeft moet zich dus kapotvreten en de waarschuwingen van 'de voedselpolitie' negeren. Een reclamespot van het Center for Consumer Freedom toont een hand die een ijsje afpakt van een jongetje en een pilsje van een man aan een toog. "Hebt u het gevoel dat men u altijd zegt wat u niet mag doen?", vraagt een stem. "Informeer u wie er achter de voedselpolitie zit op consumerfreedom.com."

Zou het kunnen dat diegenen die zo gebeten zijn op die sinistere 'voedselpolitie', voedselgangsters zijn? Kapiteins van de voedselindustrie, met haar jaarlijkse omzet van 500 miljard dollar, die bang zijn dat hun winsten gaan dalen als Amerikanen gezonder gaan eten en dat het koste wat het kost willen beletten? Dat zou verklaren waarom de reclame van het Center for Consumer Freedom met geen woord rept over de 75 miljard dollar die Amerika nu jaarlijks moet uitgeven aan de medische verzorging van de gevolgen van zwaarlijvigheid. In New York hebben nu al meer dan drie kwart miljoen mensen diabetes. Hoe armer de bevolking, hoe meer fastfood ze vreet en hoe meer ze aan diabetes lijdt. In de South Bronx, het armste stadsdeel, heeft 18 procent van de bevolking last van die kwaal. Maar geen nood, de insulinefabrieken draaien op volle toeren. De farmaceutische sector waakt over ons en is tevens de meest winstgevende van het land. Alles is toch goed? Waarom ons zorgen maken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234