Zaterdag 10/12/2022

'Voedsel kan ook een wapen zijn'

Yvonne Ridley is niet de enige vrouw die Afghanistan binnenreed op de rug van een ezeltje. Hermione Youngs (56), een Britse grootmoeder met drie kleinkinderen, deed het ook. 'Twee uren nadat ik Afghanistan verlaten heb, vielen de eerste bommen. En de eerste voedselpakketten.' Hermione Youngs begeleidde negen jaar lang Unicef-voedselkonvooien naar Aghanistan. 'Maar ik ben ook lang een luie huisvrouw geweest.'

Brussel

Eigen berichtgeving

Katrijn Serneels

'Een burqa? Dat draag ik niet als ik in Afghanistan kom", zegt Hermione Youngs. "Ik gooi het blauw Unicef-sjaaltje dat ik nu om mijn nek heb, om mijn hoofd, en trek een lang blauw kleed aan over mijn broek. Dat is alles. Verkleden, zoals Yvonne Ridley, hoeft dus niet voor mij. Ik ben geen journaliste, ik ben een hulpverlener."

Hermione Youngs, de granny van Unicef, ziet er in haar blauwe kleren klein uit naast de 45 vrachtwagens voedsel, dekens en kleding waarmee ze op 29 september in Pakistan vertrok. Maar de kleine blauwe engel van Unicef loodste het eerste voedselkonvooi na 11 september Afghanistan binnen. En terug buiten, net voor de eerste bommen vielen."

Waren de Afghanen blij om u te zien?

"Ze waren al weken aan het wachten op onze komst, ze vroegen zich af waarom het zo lang duurde. Ze kennen me, ik kom al zes jaar lang in dezelfde streek. Toen ze me zagen zitten op de ezeltjeskaravaan, zwaaiden vrouwen langs de weg naar me, en riepen mijn naam. Ze waren blij, maar vooral omdat ze voedsel zagen, niet omdat ze mij zo graag zien." (lacht)

Voelde u al haat tegenover alles wat Brits of Amerikaans was?

"Nee hoor, ze vertrouwden me. En velen wisten wel dat er een erge oorlog dreigde, maar haat of bedreigingen? Daar heb ik niet mee te maken gehad. De meeste Afghanen weten niet eens waar Amerika ligt, laat staan wat een wolkenkrabber is. Niet omdat ze dom zijn, of omdat het hen niet interesseert wat er in de rest van de wereld gebeurt. Maar als je bezig bent met te overleven, dan koop je voedsel, geen radio's of kranten."

Was de tocht door Afghanistan niet gevaarlijk voor een Britse vrouw van 56?

"Het konvooi van Peshawar naar Faizabad is een van de laatste grote avonturentochten in de wereld, ook als er geen oorlog dreigt. Maar ik ben niet aangevallen door de Afghanen of de Taliban, de muilezels die gemene trappen kunnen geven, waren een groter gevaar. Het was wel een harde tocht, die fysiek heel veel van me vroeg. We stonden op als de zon opkwam, en gingen slapen als het donker werd. We moesten wel, er was geen elektriciteit, en we hadden niet veel tijd, we wisten dat de Amerikanen vroeg of laat zouden beginnen te bombarderen. Soms aten we ons ontbijt pas om drie uur 's namiddags, omdat we 's morgens te druk bezig waren geweest om iets klaar te maken."

De winter zal dodelijk zijn voor honderdduizenden kinderen, als er geen hulp komt. Was het toen al koud?

"Ja, er lag sneeuw langs de weg en 's morgens moesten we het ijs op het water kapothakken voor we ons konden wassen. 's Nachts vroor het al, en mensen uit dorpen hoog in de bergen daalden af naar de lager gelegen dorpen omdat de nachten daar nog wat milder waren.

"Maar de echte winter moet nog beginnen: dan kan het tot -25 graden vriezen. In onze hulppakketten zat niet alleen voedsel, maar ook medicijnen, dekens, schriften en pennen. Als er geen voedselkonvooien meer kunnen komen door de bombardementen, dan kunnen er 400.000 kinderen sterven deze winter."

Maar er worden toch ook voedselpakketten gedropt door de Amerikanen.

"Mensen denken dat die pakketten vergiftigd zijn. En waar vallen ze trouwens? Midden op gebieden die bezaaid zijn met mijnen, vertellen vrienden in Afghanistan me. Als je zo'n voedselpakket te pakken krijgt kun je je buik wel vullen, maar voor hetzelfde geld ben je je been kwijt."

Hebt u zelf al een voedselpakket op uw bord gehad?

"Ja, in het verleden heb ik al eens van Amerikaans manna uit de lucht gegeten. Het was ten tijde van de aardbeving in Afghanistan, enkele jaren geleden. Alleen, in Afghanistan zijn er geen borden om van te eten. Je eet van de vloer, met je handen. Het was rijst, en iets groenigs, voorgekookte groenten denk ik. Ik vond het erg Amerikaans eten, dat weet ik nog wel. Al waren het geen hamburgers, nee." (lacht)

Voedselpakketten droppen is gevaarlijk, zo klinkt ook de kritiek van Artsen Zonder Grenzen.

"En niet omdat ze toevallig op je hoofd kunnen vallen. Er zitten ook medicijnen in, vaccins tegen polio en mazelen. Maar hoe kunnen de Afghanen weten wat die flesjes vloeistof zijn, als er alleen maar Spaanse, Engelse en Franse uitleg op de pakketten staat? Daarbij, amper een derde van de Afghaanse mannen kan lezen, en dan is het nog meestal Arabisch. En bij de vrouwen, die meestal instaan voor het voedsel en de zorg voor de kinderen, is het nog erger: 4 procent van hen kan lezen."

U bent dus geen voorstander van voedsel dat uit de lucht valt.

"Nee, er moeten opnieuw voedselkonvooien komen, zodat we de voorraden kunnen uitdelen in de dorpen zelf, aan de mensen die het het meest nodig hebben. Er is trouwens nog één konvooi vertrokken, sinds het begin van de bombardementen, geleid door een van mijn Afghaanse collega's zelf. Ze zouden nu in Kaboel moeten zijn. Maar ik heb een week lang niets meer van hen gehoord, al kan het gebrek aan telefoonlijnen daar voor iets tussen zitten. Ofwel is hij gedood bij bombardementen."

U was net op tijd terug uit Afghanistan. Toeval of was u gewaarschuwd?

"Unicef had me gewaarschuwd. Ik moest onmiddellijk terug naar Pakistan."

Hebben de Amerikanen gewacht met bommen gooien tot de laatste niet-Afghaanse hulpverlener het land uit was?

"Geen idee."

De Amerikanen gebruiken voedselpakketten en Unicef om aan te tonen dat ze niets tegen de Afghanen hebben. Gelooft u dat?

"Het maakt niet uit wat ik geloof. Politiek interesseert me niet, voedsel wel. Met welke bedoelingen de Amerikanen het laatste voedselkonvooi van Unicef hebben toegelaten of voedselpakketten gedropt, is niet belangrijk. Dat er voedsel is, dat is belangrijk.

"Ik sta niet aan de kant van de Afghanen, de Amerikanen of Bin Laden. Ik sta aan de kant van de kinderen, de hongerigen, de zieken. Ik zie alleen dat door de bombardementen honderdduizenden onschuldige slachtoffertjes gaan sterven. Veel van hen zijn kinderen kleiner dan vijf, oud genoeg om te begrijpen wat doodgaan is, maar te jong om te begrijpen waarom."

Voelt u zich niet gebruikt?

"Zo denk ik daar niet over. Het was mijn eigen keuze om te vertrekken. Al vrees ik wel dat ik niet meer de keuze zal hebben om terug te keren naar Afghanistan. Het wantrouwen, de wonden die de oorlog geslagen heeft zijn te groot. De bommen hebben de banden die ik in al die jaren heb opgebouwd, kapot gemaakt, vrees ik. Er is geen weg terug meer voor mij."

U hebt ook miltvuur ontdekt.

"Miltvuur, dat heb ik in Afghanistan genoeg gezien. Bij het vee is het een echte plaag, net als mond- en klauwzeer. Miltvuur kan overgedragen worden op mensen door besmet vlees te eten, of door contact met de huid. Het zou me niks verbazen dat er meer Afghanen dan Amerikanen gestorven zijn aan miltvuur, zonder dat daar enveloppes aan te pas kwamen. Een paar weken voor ik wegging, zag ik in een dorpje twee vrouwen gras plukken op een helling en wat kruiden. Voedsel voor de dieren? Nee, het was hun middagmaal."

Je kunt oorlog voeren met ziekten, maar ook met voedsel.

"Voedsel kan ook een wapen zijn. Steden uithongeren was vroeger een gebruikelijke strategie bij oorlog voeren, daar ben ik me wel van bewust. Maar voedsel kan ook een vredesmaker zijn. Het kan steden en wegen uit de asse doen verrijzen."

Kan de VN geen misbruik maken van het grote voedseltekort?

"Ja, alleen hoop ik dat ze dat niet doen."

Want Unicef krijgt steun vanuit onverwachte hoek: van ex-soldaten en commando's. Hun plan is: de bevolking voor zich winnen met voedsel, in de hoop dat ze de Taliban en Bin Laden zullen verraden.

"Ik denk niet dat het plan met de safe havens zal lukken. Ze willen een paar kampen opzetten met voedsel en kleding in het noorden van het land, in de hoop dat de bevolking daar massaal op afkomt."

De Amerikanen deelden toch ook chocola en ander voedsel uit om de bevolking op hun hand te krijgen, nadat ze Europa bevrijd hadden.

"Zelfs als de soldaten van de Noordelijke Alliantie voedselpakketten uitdelen, als ze dorpen gaan bevrijden, dan zal de sympathie van de Afghanen niet langer dan een dag duren. Want als de soldaten weg zijn, is de honger niet weg. De Europeanen werden voor de oorlog niet geplaagd door een hongersnood.

"De voedseloperatie heet misschien The Spirit of Berlin, een verwijzing naar de luchtbrug die Berlijn van voedsel voorzag tijdens de oorlog. Maar er is geen Marshallplan, er zullen tientallen jaren ontwikkelingssamenwerking nodig zijn om Afghanistan, of wat er zal van overblijven, er opnieuw bovenop te krijgen."

Hoe wil u dat doen?

"Door Afghanen te laten werken voor voedsel. Voor de oorlog begon, waren we met Unicef met allerlei Food For Work-programma's bezig. Mannen legden wegen aan, bouwden ziekenhuizen, groeven waterreservoirs, omdat ze zo hun families konden voeden. Kinderen kwamen zelfs naar school, leerden lezen en schrijven omdat ze wisten dat ze 's middags een maaltijd gingen krijgen."

Hebben de Aghanen zelf nog hoop op een betere toekomst?

"Nee, op dit moment niet. De toekomst ziet er voor hen zwart uit, het is een gapend, steeds groter wordend zwart gat. De toekomst, dat is voor hen de avond halen. En dan de volgende dag."

U bent 56, hoe lang wilt u nog op koppige ezels rijden en op rotsen slapen?

"Iedereen vraagt me tegenwoordig hoe oud ik ben. Soms heb ik de indruk dat er een groot bord met 56 op mijn voorhoofd hangt. Ik wil voor Unicef werken zolang ik kan, als ik maar fit en gezond blijf. En zolang mijn kinderen me niet vragen om te stoppen. Maar dat doen ze voorlopig niet. En weet u, een konvooi in Afghanistan leiden lijkt hard, maar ik heb de laatste week niets anders gedaan dan interviews geven, elke dag in een ander land. Daar word ik pas echt moe van."

Hoe bent u eigenlijk een amazone op een ezel geworden in Aghanistan?

"Ik ben lang een luie huisvrouw geweest. (lacht) Ik ben geboren in Yorkshire, trouwde en deed vrijwilligerswerk terwijl ik mijn dochter en mijn twee zonen opvoedde. Tot op een dag mijn man stierf. Mijn kinderen waren al de deur uit, en ik wilde ook wel eens het huis uit. Dus vertrok ik voor twee jaar naar Afghanistan. Het zijn er negen geworden. Ik was mijn man kwijt, en nu heb ik mijn hart verloren aan Aghanistan."

'Ik ben niet aangevallen door de Taliban, de muilezels die gemene trappen kunnen geven, waren een groter gevaar'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234