Zaterdag 06/03/2021

Opinie

Vluchtelingen zijn in feite al tweederangsburgers

Een lange rij vluchtelingen voor de deur van de dienst vreemdelingenzaken. Beeld Tim Dirven
Een lange rij vluchtelingen voor de deur van de dienst vreemdelingenzaken.Beeld Tim Dirven

Ive Marx en Ninke Mussche zijn verbonden aan het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen.

Bart De Wever opperde afgelopen week dat over een apart sociaal statuut voor vluchtelingen moet worden nagedacht. De motivering hierbij was dat het zeer moeilijk uit te leggen valt aan mensen die hun hele leven aan het sociale zekerheidssysteem hebben bijgedragen dat erkende vluchtelingen leefloon, kinderbijslag en een sociale woning krijgen vanaf 'de eerste dag'. Los van de juridische troebelen en internationale onmogelijkheden die een dergelijke maatregel met zich zou meebrengen, stellen we vast dat in de feiten een apart sociaal statuut voor vluchtelingen al bestaat.

Het is niet omdat vluchtelingen gelijke sociale rechten hebben, dat zich dat ook vertaalt naar een sociaal-economisch gelijkwaardig bestaan. De rechten die vluchtelingen effectief opnemen, staan in schril contrast met wat de sociale zekerheid in principe te bieden heeft. Ons systeem van sociale zekerheid is erg sterk geënt op werk: een werkloosheidsuitkering krijg je maar als je voldoende aantal dagen gewerkt hebt, een regulier pensioen krijg je in verhouding tot het aantal jaren dat je gewerkt hebt, arbeidsongevallen en beroepsziekte uitkeringen krijg je per definitie maar als je werkt, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en invaliditeitsuitkeringen krijg je maar als je de werkwachttijd doorlopen hebt.

De voornaamste uitzondering op deze werkregel, naast gewaarborgde kinderbijslag en ziektezorgen, is het laagste opvangnet: het leefloon. Het bijstandssysteem bestaat letterlijk al eeuwen en werd ontworpen als 'armenzorg', behoorlijk stigmatiserend, en van een heel laag inkomensniveau. Zelfs nu is het leefloon ontworpen voor mensen die aan het eind van hun draad zitten; het is een eindstation, voor als je de andere sociale zekerheidstreinen gemist hebt. En het is precies in dit laatste en laagste dat vluchtelingen vooral terechtkomen.

Erkende vluchteling passen immers heel moeilijk in ons op werk gericht systeem. Vluchtelingen, net als vele andere migranten, hebben niet de eigenschappen die gegeerd zijn op onze arbeidsmarkt: taal, (h)erkenbaar diploma, sociaal netwerk, culturele affiniteit. Dit en enkele andere factoren maken dat vluchtelingen een heel zwakke, zeg maar ronduit problematische, band hebben met werk. Hun kans op tewerkstelling is heel laag, zeker tewerkstelling die aansluit bij hun kwalificaties. En door de werkgerichtheid van de sociale zekerheid geraken zij dus niet of heel moeilijk 'in ons systeem'.

Onderzoek maakt duidelijk dat zij ondervertegenwoordigd zijn in zowel tewerkstelling, als werkloosheid, pensioenen, etc. Zij komen niet of in veel mindere mate toe aan de drempels (wachtwerktijden) die nodig zijn om lid te worden van de sociale zekerheidsclub.

Ninke Mussche. Beeld rv
Ninke Mussche.Beeld rv
Ive Marx. Beeld Tim Dirven
Ive Marx.Beeld Tim Dirven

Hun startpunt is wat bij ons het eindpunt is: het leefloon, de sociale bijstand. Met andere woorden, vluchtelingen doorlopen een gans ander, veel marginaler, sociale zekerheidsparcours. Hun statuut is in de feiten dus al erg 'apart'. Zij zijn in de feiten al tweederangs burgers. Hun verhoogd armoederisico hoort daarbij. Want laten we eerlijk zijn, de sociale uitgaven voor sociale bijstand zijn veel lager dan de uitgaven voor pensioenen, werkloosheid een dergelijke. Vluchtelingen 'kosten' wel aan huisvesting, kinderbijslag en leefloon, maar dat is klein bier in vergelijking met een volwaardige aanspraak op pensioenen, werkloosheid, invaliditeit, beroepsziekten, etc.

Ons systeem van sociale bijstand is bovendien niet ontwikkeld voor het profiel van vluchtelingen: doorgaans jonge, gezonde, (regelmatig ook) hoogopgeleide families en individuen die wel van alles in hun mars hebben, maar dat niet eenvoudig vertaald krijgen naar de reguliere arbeidsmarkt. De activerings- en inburgeringsinspanningen zijn voorlopig het enige antwoord op deze mismatch.

Om de 'kost' van vluchtelingen zo laag mogelijk te houden, is het nodig om heel sterk in te zetten op de 'vertaling' van de capaciteiten van vluchtelingen naar de Belgische/Vlaamse maatschappij en arbeidsmarkt. Een zo toegankelijk mogelijke vertaling van de arbeidsmarktcompetenties van vluchtelingen - los van hun diploma - is een must (de competentiegerichte arbeidsbemiddeling van de VDAB is een stap in de goede richting). Maar ook werkgerichte inburgeringsexperimenten op zijn Scandinavisch, een intensie(ver) gebruik van werkstages en andere werk introductietrajecten, voldoende ondersteuning in het onderwijs zijn maar enkele maatregelen die zoden aan de dijk brengen.

Maar er is meer aan de hand. Buiten de algemene statistieken, weten we in België eigenlijk bitter weinig over 'wie nu waar terechtkomt', welke arbeidsmarkttrajecten vluchtelingen volgen, welke beleidsinspanningen werken en welke niet: de data ontbreken. Migratie- en integratiebeleid blijft overwegend natte vingerwerk. Om een meer doelmatig beleid te voeren, waarbij vluchtelingen in veel grotere mate kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt, en dus uit het eindstation van de sociale bijstand kunnen wegfietsen, moeten we ook een monitoringsysteem ontwikkelen voor vluchtelingen en burgers in het algemeen. De beleidsverklaring van minister Homans (N-VA) spreekt de juiste intenties uit. Nu is het afwachten wat de praktijk zal brengen. Zeker nuttig voor een wat meer gefundeerd discours en beleid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234