Zaterdag 07/12/2019

Asielopvang

Vluchtelingen in de voortuin: Leopoldsburg is niet bang van tijdelijke bewoners

Afghaanse mannen hebben zich neergevleid op een proper gazonnetje, in de waan dat het een openbaar parkje is. Beeld Tim Dirven

Duitsland heeft Angela Merkel, Leopoldsburg Wouter Beke (CD&V). In de Limburgse gemeente waar Beke burgervader is, zijn de eerste 200 van in totaal 500 verwachte vluchtelingen gearriveerd. Niet vanzelfsprekend, al heeft Leopoldsburg wel zijn geschiedenis mee. 'Als legerbasis hebben wij ervaring met de tijdelijke opvang van jongemannen.'

Bestaan er voortuintjes in Afghanistan? Het zou wel eens kunnen van niet.

Het is dinsdagmiddag, Leopoldsburg baadt in een milde herfstzon. Een tiental Afghaanse mannen heeft zich hier neergevleid op een proper gazonnetje. Het is de voortuin van de nette burgerwoning, pal voor hun nieuwe verblijfplaats. Gisteren sliepen deze Afghanen nog in het WTC in Brussel, sinds vandaag is hun woonplaats een opvangcentrum op de voormalige militaire basis aan de Koningin Louisa-Marialaan.

Waar Leopoldsburg precies ligt? Deze mannen hebben duidelijk geen idee. Iemand moet hen gezegd hebben dat het in de buurt van Antwerpen ligt. Daar zouden ze dadelijk graag nog even wat inkopen willen doen. Terwijl wij hen uitleggen dat dat te voet niet zal lukken, komt plots een vrouw aangelopen. Het is Veerle Rumen, de coördinator van het nieuwe opvangcentrum. Ze probeert het gezelschap duidelijk te maken dat voortuintjes geen openbare parken zijn.

De boodschap wordt begrepen, de Afghanen druipen af.

Vijfhonderd vluchtelingen, op te vangen op een militair terrein vlak bij een dorpscentrum, pal in woongebied. Je zou kunnen verwachten dat deze nieuwkomers hier toch minstens met argwaan worden onthaald.

Dat valt op het eerste gezicht nogal mee. Tegenover het nieuwe opvangcentrum bevinden zich de overvloedig gedecoreerde voortuintjes van de gezusters Booghmans. De twee Hummers die het zicht op hun tuintjes een weinig belemmeren, scheppen een zekere verwachting, maar zie: zelfs De Morgen-reporters worden wel eens slachtoffer van een vooroordeel. "Ongerust? Over die vluchtelingen? Maar jongen toch." Aan het woord is Josephine Booghmans. Ze zegt dat de nieuwkomers welkom zijn. Meer zelfs. "Ze mogen hier altijd een jat koffie komen drinken."

Josephine woont hier naast haar drie zussen. Het zijn vrouwen die hun wereld kennen. Telgen van een roemrijk geslacht van foorkramers. Hun leven lang zijn ze met een kraam door het land getrokken. Altijd zijn ze vreemd volk geweest, en altijd hebben ze vreemd volk gezien. Dat scheelt, in Weltanschauung. Josephine wijst naar de Heras-hekken rond het opvangcentrum. "Vreselijk", vindt ze die. "Hebben die mensen iets verkeerds gedaan, misschien? Het is verdomme precies een concentratiekamp."

'Ontwapenend gastvrij', zo luidt het motto van de gemeente. Daarin zit veel geschiedenis verborgen. Leopoldsburg werd gesticht in de jaren dertig van de negentiende eeuw, als een militaire vesting tegen de vijand, die toen nog Nederland heette. In de loop der tijden groeide de gemeente uit tot de belangrijkste legerbasis van ons land. Honderdduizenden Belgen hebben hun dienstplicht in Leopoldsburg vervuld. Dankzij de legerdienst kende de gemeente ooit een haast stedelijke ambiance. "Er is een tijd geweest dat er in Leopoldsburg 365 cafés waren", vertelt burgemeester Wouter Beke. "Voor elke dag eentje."

Asielcentrum Leopoldsburg. Beeld Tim Dirven

De aanwezigheid van het leger, en, enkele kilometers zuidwaarts, de steenkoolmijn van Beringen, maakten van Leopoldsburg ook een buitengewoon multiculturele gemeente, al lang voor dat woord bestond. "Als scholier zat ik in de klas met Grieken, Turken, Marokkanen, Italianen en West-Vlamingen", zegt Wouter Beke, zelf de zoon van een naar Leopoldsburg uitgeweken West-Vlaamse dokter. "Ik heb het nu over begin jaren tachtig. Toen dat nog niet als een probleem werd beschouwd."

Een probleem werd de multiculturaliteit pas eind jaren tachtig en negentig, toen de mijnen sloten en, in 1993, ook de dienstplicht werd afgeschaft. Nog eens Wouter Beke: "Voor onze gemeente was dat niks minder dan een drama. Het heeft jaren geduurd voor we die schok te boven zijn gekomen. Oudere bewoners denken soms nog altijd met weemoed terug aan de tijd van toen, en dat begrijp ik ook wel. Ga naar het centrum, en je zult zien dat er vandaag weer wat leven is in onze brouwerij. Maar zo bruisend als toen zal het waarschijnlijk nooit meer worden."

Probleem

Woensdagmiddag, in de Koningin Louisa-Marialaan is het somber, kil, leeg. Wij houden even halt voor een smeedijzeren hek, vrijwel meteen duikt een verontruste burger op. Het is Guido Vreys, buschauffeur.

Als we onze bedoelingen kenbaar maken, krijgen we ook meteen een gepeperde mening opgediend. Dat hij niks tegen oorlogsvluchtelingen heeft, heel zeker niet. Maar: we moeten niet doen alsof er geen probleem is. "Het probleem, dat zijn de profiteurs. Die gelukzoekers. Wij Belgen moeten hard werken om ons hoofd boven water te houden, terwijl zij daar, zij krijgen alles, zomaar voor niks."

Voor het probleem bestaat volgens Vreys een oplossing. "De grenzen moeten weer dicht. Er zit niks anders op."

Vijfhonderd vluchtelingen, en niemand die precies kan zeggen wie ze precies zijn, wanneer ze weer zullen vertrekken, en of ze dat ook ooit wel zullen doen. Zelfs voor een gemeente die zich 'ontwapenend gastvrij' noemt, is het geen evidentie.

Om de lokale ongerustheid te bezweren liet burgemeester Beke vandaag een brief verspreiden. In die brief wordt de bevolking zo precies mogelijk geïnformeerd, onder meer over het schamele zakgeld en de bescheiden leefomstandigheden die de vluchtelingen hier krijgen aangereikt.

Beeld Tim Dirven

Ten behoeve van de lokale pers bracht Beke vanochtend een bezoek aan het opvangcentrum. Hij riep er de journalisten op om toch alstublieft hun verantwoordelijkheid te nemen. "U zult het dadelijk zien: dit is hier geen Club Med. Hou er ook alstublieft rekening mee dat de mensen die hier verblijven geen criminelen zijn. Het zijn mensen als u en ik."

Na afloop van het persmoment troont Beke ons mee naar het gemeentehuis, 300 meter verderop. Tijdens de korte wandeling langs de Koningin Louisa-Marialaan vertelt hij ons over dat telefoontje dat hij begin augustus kreeg van Theo Francken (N-VA), staatssecretaris voor Asiel en Migratie. Meer dan een vraag was het een mededeling. Er was een asielcrisis uitgebarsten en Leopoldsburg moest daarin zijn verantwoordelijkheid nemen.

Beeld Tim Dirven

"Het was onze eerste vakantiedag", zegt Beke. "Wij waren met het gezin op weg naar Zuid-Frankrijk. We hadden net even halt gehouden in Oradour-sur-Glane, een dorpje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna volledig is vernietigd door de Duitsers, en waar sindsdien niets heropgebouwd is. Om heel eerlijk te zijn: mijn eerste reactie was: fuck. Vervolgens heb ik even rond me gekeken, naar dat compleet verwoeste dorp. De associatie met Syrië, Aleppo en Damascus, en de mensen die naar Leopoldsburg zouden komen, die kwam vanzelf."

Nog steeds op weg naar het gemeentehuis vertelt Beke dat de grote wereldbranden zich op de een of andere manier altijd laten gevoelen in het kleine Leopoldsburg. Hij toont ons enkele relicten van het rijke militaire verleden van zijn gemeente. Vertelt over de honderdduizenden Belgische soldaten die hier ooit werden opgeleid. "Eigenlijk zouden zeker wij in Leopoldsburg niet bang mogen zijn van jongemannen die zich hier tijdelijk komen vestigen. Leopoldsburg heeft daarin een rijke traditie."

Aan mooie historische verhalen heeft vandaag niet iedereen in deze gemeenschap een boodschap. Dat weet Wouter Beke natuurlijk ook wel. Terwijl hij koffie schenkt, zegt de burgemeester dat zijn Leopoldsburg vandaag niet altijd zo 'ontwapenend gastvrij' is als het motto graag wil doen geloven. "Ongetwijfeld heeft onze unieke geschiedenis sporen nagelaten. De mentaliteit is eerder die van een kleine stad dan die van een dorp."

Maar of het zijn gemeenschap immuun maakt voor bepaalde sentimenten? Beke zucht diep. "Als burgemeester zou ik mijn gemeente misschien beter wat idyllischer voorstellen, maar het is wat het is. Ik vrees dat de samenlevingsproblemen hier niet veel kleiner zijn dan in ander gemeentes. Ook hier heeft het Vlaams Belang ooit scores tot 20 procent of meer gehaald. Sinds bekend raakte dat wij hier 500 vluchtelingen moeten opvangen, word ik hier elke dag op aangesproken. En wees maar zeker dat dat niet altijd fijne gesprekken zijn. Onlangs nog hadden we hier onze jaarlijkse braderie. Toen bleek dat er een paar jassen waren gestolen, gingen er al meteen een paar beschuldigende vingers richting de vluchtelingen, ook al moest de eerste vluchteling hier toen nog arriveren."

Badge

Om de bange burger van antwoord te dienen bedient Beke zich graag van het woord. Maar naast woorden worden ook daden verwacht. Beke heeft sinds deze week extra nachtelijke politiepatrouilles ingezet. En de vluchtelingen krijgen ook in Leopoldsburg een badge. Net als in Koksijde dus, de gemeente van de omstreden burgemeester Marc Vanden Bussche. Die kwam onder meer vanwege die badgeplicht zwaar onder vuur te liggen. Ten onrechte, vindt Beke. Maar graag ook aandacht voor zijn nuance.

"Ik begrijp niet goed wat er mis is met die badge. Met de jaren dertig heeft dit helemaal niks te maken. De vluchtelingen moeten die echt niet op hun borst spelden. Die badges dienen in de eerste plaats om die mensen te kunnen identificeren. Zie het als een soort identiteitskaart, die u en ik allemaal bij zich moeten dragen.

"In de pers is mijn verdediging van die maatregel afgeschilderd als een verdediging van de totale aanpak in Koksijde. Dat was niet correct. Ik heb zijn aanpak niet verdedigd. De waarheid is dat ook ik vind dat Vanden Bussche te ver gaat. Als je, zoals hij, een very irritating police inzet, zeg je eigenlijk dat de vluchtelingen een probleemgroep zijn. Op die manier verklein je het draagvlak van je bevolking, en zet je de mensen tegen elkaar op. Een burgemeester hoort net het tegenovergestelde te doen.

"Om dezelfde reden heb ik mij vorige maand kwaad gemaakt op de N-VA, en haar pleidooi voor pushbacks naar de Turkse kust. Daarmee geven ze het signaal dat de vluchtelingen hier eigenlijk niet zouden mogen zijn. Tegelijk vraagt hun staatssecretaris mij om 500 van die vluchtelingen in mijn gemeente op te nemen. Ik zie het als onze plicht om op die vraag in te gaan. Maar het is - ik druk mij beleefd uit - niet netjes dat N-VA tegelijk het draagvlak binnen de gemeentes als de mijne op die manier ondermijnt."

Beeld Tim Dirven

Beke noemt het een bijzonder moeilijk evenwicht. "Als burgemeester moet ik zoeken naar een draagvlak. Om dat draagvlak te vinden moet je mensen geruststellen, en er bijvoorbeeld blijven op wijzen dat het geen criminelen zijn, maar gewone mensen als u en ik. Tegelijk mag ik mijn kop niet in het zand steken, en doen alsof er geen enkele vorm van overlast zal zijn. Het is dansen op een bijzonder slappe koord, met aan weerskanten een diepe ravijn."

Beke beseft het zelf goed genoeg. De opvang van 500 vluchtelingen is geen thema waarmee je straks de stemmenkampioen van Leopoldsburg wordt. Toch niet als je dat probeert op een verbindende manier. "Op korte termijn zou het allicht verstandiger zijn om stoere, populistische taal te spreken. Maar dat is niet mijn stijl."

In een gesprek met deze krant, een jaar geleden, vertelde Beke dat zijn politiek engagement is geboren na Zwarte Zondag, 1991, de electorale doorbraak van het Vlaams Blok. "De afkeer van populisme en extremisme is vandaag nog altijd een van mijn belangrijkste drijfveren. Natuurlijk neem ik soms beslissingen vanuit electorale berekening. Als je burgemeester bent, komt daar nog bij dat je ook nog een soort lobbyist moet zijn voor je gemeente. Maar er zijn van die momenten waarop je die rollen moet overstijgen. Dit is zo'n moment. Als burgemeester wil ik nu in de eerste plaats een burgervader zijn. Iemand die de tegenstellingen met elkaar probeert te verbinden. Ik luister. Ik probeer te begrijpen. En waar nodig te argumenteren."

Beke vertelt over een recente infoavond over het nieuwe opvangcentrum in zijn gemeente. Het was een moment waarop hij even ging argumenteren. Ongeveer vijfhonderd burgers waren komen luisteren, daarbij nogal wat luidruchtige Vlaams Belangers. "Om hen van antwoord te dienen, heb ik op een bepaald ogenblik een vraag aan de zaal voorgelezen die iemand me schriftelijk had bezorgd. Of de mensen met grootouders uit Leopoldsburg even hun vinger wilden opsteken. Het waren er als ik me niet vergis tien."

Beeld Tim Dirven

Voorlopig alles rustig

Of deze aanpak werkt? Moeilijk te zeggen. Veel zichtbaar protest tegen vluchtelingen is er in Leopoldsburg in elk geval niet. En in de Koningin Louisa-Marialaan is voorlopig alles rustig gebleven. Al is rustig misschien niet het juiste woord. Herinnert u zich nog dat voortuintje, helemaal aan het begin van dit verhaal? In dat tuintje liggen sinds maandag wel eens wat sigarettenpeuken. Om die peuken te verwijderen heeft de eigenaar, een minzame zestigplusser, de grote middelen ingezet. Hij gaat de peuken te lijf met een gasbrander.

Maar voor de rest? Ook hier geen grote klachten. "Overlast? Kom anders over een maand nog eens terug", zegt de man. "Misschien zullen we dan anders praten." Misschien zal deze man over een maand inderdaad anders praten. Maar misschien ook helemaal niet. Naast het nieuwe opvangcentrum ligt het Yap, een fuif- en repetitielokaal, een begrip bij jongeren in de wijde omgeving. In dat Yap wordt weleens muziek gemaakt. Lawaai, zegt de man van het voortuintje. "En geloof mij: wie dat lawaai kan verdragen, die kan ook wel 500 vluchtelingen aan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234