Woensdag 13/11/2019

Fotografie

"Vluchtelingen hebben mijn ziel gevormd"

Nador, Marokko, 2014. Immigranten uit Mali in hun schuilplaats op de berg Gurugu. Beeld Giulio Piscitelli

Fotograaf Giulio Piscitelli (34) maakte reportages in Aleppo, terwijl de stad werd gebombardeerd. Een angstaanjagende ervaring, zegt hij, maar nooit was hij banger dan tijdens een nacht in april 2011. Piscitelli dobberde toen samen met 120 vluchtelingen op de Middellandse zee. Het onderwerp zou hem nooit meer loslaten.

Een kille donderdagavond in Brescia, Noord-Italië. Giulio Piscitelli heeft zopas een lezing gegeven voor studenten van de plaatselijke universiteit. Tijdens onze lange zoektocht naar sigaretten en een plek om te eten vertelt hij hoe belangrijk hij het vindt om jonge mensen te vertellen over From There to Here, een reportagereeks over vluchtelingen waaraan hij ondertussen al bijna vijf jaar werkt.

"Voor hen, maar ook voor het gros van onze politici en journalisten, is het vluchtelingenverhaal iets abstracts geworden. Vluchtelingen zijn cijfers. Nieuwskoppen. Politieke argumenten. Met mijn werk probeer ik iets te tonen dat evident en essentieel is, maar haast volledig uit beeld is verdwenen. Dit gaat over mensen. Miljoenen mensen die hun leven op het spel zetten, om de eenvoudige reden dat het leven dat ze achter zich lieten nog veel gevaarlijker was."

Lang duurt het niet voor je alvast dit hebt begrepen: Piscitelli is een bijzonder gedreven, geëngageerde fotograaf. Misschien ook wel een activist.

Dat was vroeger anders.

Als we eindelijk onze sigaretten en ons restaurant hebben gevonden, vertelt hij hoe de fotografie tot vijf jaar geleden niet meer dan een hobby en een bijverdienste was. Voor de kost was hij barman. Hij vertelt ook dat hij misschien wel nooit fotograaf was geworden als hij niet geboren was in Napels, "een harde stad, waar je niets zomaar in de schoot geworpen krijgt".

Aanvankelijk fotografeerde hij vooral huwelijken, maar dan kreeg hij een boek met de World Press Photo-laureaten van 2007 in handen. Hij was geïntrigeerd, begon zijn focus te verleggen.

Een jaar later werd zijn eerste reportagebeeld gepubliceerd. "Het was een foto over de afvalcrisis in Napels, in 2008", zegt Piscitelli, en hij lacht. "Het was rubbish, letterlijk en figuurlijk."

Giulio Piscitelli. Beeld rv

Meer foto's van Giulio Piscitelli kan u hier bekijken.

Melilla, Spanje, augustus 2013. Immigranten proberen over het 12 kilometer lange hek tussen Marokko en de Spaanse eclave te klimmen. Beeld Giulio Piscitelli

Fotografie als alibi

Uiteindelijk was het alweer de stad Napels die hem de weg wees naar zijn grote thema. "Migratie is in Napels overal. Ik ben ermee opgegroeid. Ook als fotograaf kon ik er niet naast kijken.

"In 2010 ben ik naar Rosarno getrokken, een kleine stad in Zuid-Italië. Daar waren zware rellen uitgebroken tussen lokale Italianen en Afrikaanse seizoensarbeiders, die er onze sinaasappelen plukten. Daar zijn mijn ogen voor het eerst echt opengegaan. Ik heb er gezien in welke omstandigheden die seizoensarbeiders leefden, en voor welk hongerloon ze werkten.

Het was slavernij. Ik kan er geen ander woord voor verzinnen."

Nog een jaar later zou Piscitelli vertrekken voor een reis die zijn leven zal veranderen. In april 2011 trekt hij samen met een paar vrienden naar de Libisch-Tunesische grens. Libië werd toen gebombardeerd door de NAVO; duizenden mensen waren op de vlucht geslagen. Piscitelli besluit hun spoor te volgen. Hij legt contact met een mensensmokkelaar, en slaagt er na lang aandringen in om een plek te versieren op een bootje dat de vluchtelingen van de Tunesische havenstad Zarzis naar het inmiddels beroemde Italiaanse eiland Lampedusa moet brengen.

"Ik schat dat we met 120 waren", vertelt Piscitelli. "Alles ging min of meer goed, tot de motor het begaf. De uren die volgden, waren de meest angstaanjagende die ik ooit heb meegemaakt. Later heb ik ook verslag uitgebracht van de oorlog in Syrië. Dat was niet niks, maar zo bang als toen, in die overladen boot, ben ik nooit meer geweest. Het was nacht. We dobberden reddeloos rond in een wereld die zwarter was dan zwart. Zelfs de mensen die naast me zaten kon ik niet zien."

Het leven van Piscitelli en zijn medereizigers werd uiteindelijk gered door de Italiaanse kustwacht. Maar dat leven zou nooit nog hetzelfde zijn.

"Daar, dobberend met 120 andere jonge en doodsbange mensen, is de empathische journalist geboren die ik wil zijn. De doodsangst heeft me met deze mensen verbonden, en me gedwongen te kijken naar het enige perspectief dat telt. Dat van de vluchteling zelf. Dat is de kern van de zaak, en die wil ik fotograferen.

"In wezen is de fotografie voor mij niet meer dan een middel. Een alibi. De camera is een excuus om te reizen naar de plekken waar de grote gebeurtenissen zich voltrekken, en ze daar met eigen, ongefilterde ogen te gaan bekijken."

Castelvolturno, Italië, juli 2011. Een werkloze, verslaafde Nigeriaan zonder papieren probeert te overleven in een crackhouse. Beeld Giulio Piscitelli
Straat van Sicilië, april 2011. Een boot vol immigranten uit Tunesië. Piscitelli voer mee: "Ik ben nog nooit zo bang geweest." Beeld Giulio Piscitelli

Gul met knuffels

Tijdens zijn boottocht naar Lampedusa maakt Piscitelli een van zijn meest beklijvende beelden. Het is een foto die doet denken aan Het vlot van de Medusa, een beroemd werk van de 19de-eeuwse Franse schilder Théodore Géricault. Het beeld is ruw, hard. Maar het is ook gestileerd. Misschien is het zelfs gewoon mooi.

Maar of hij die schoonheid ook bewust zoekt?

Piscitelli dankt voor het compliment. "Maar om eerlijk te zijn: schoonheid is hoogstens een bijkomstigheid. Mijn foto's moeten natuurlijk wel goed zijn. Daarmee bedoel ik dat het licht juist moet zijn, en dat ze bij voorkeur ook compositorisch moeten kloppen. Dat vind ik uiteraard belangrijk, maar het is niet de essentie. Als er voor mijn neus een bom ontploft, denk ik niet na over het licht. Dan maak ik een foto. Ik probeer in de eerste plaats te documenteren. Te laten zien wat er gebeurt. Ik ben een journalist, geen kunstenaar.

"Eind 2013 zijn er voor de kust van Lampedusa meer dan 300 mensen verdronken. Een van de krachtigste beelden van die tragedie toont de lijkkisten van de slachtoffers. Het is geen mooie foto. Het is technisch gezien zelfs geen goeie foto. Maar het is wel een heel krachtig beeld. Omdat het de werkelijkheid toont, onvervalst. Het is vooral een belangrijk beeld."

Fotojournalistiek, zegt Piscitelli, is registreren. Vertellen wat er gebeurt. Objectief, ongefilterd en uit de eerste hand.

Dat hoeft empathie en daden van menselijkheid niet uit te sluiten.

Piscitelli was de afgelopen jaren ook op Lesbos. Hij zag er dagelijks honderden nieuwe vluchtelingen arriveren. "Je bent daar in de eerste plaats als journalist. Om te vertellen wat er gebeurt. Maar je bent er ook een mens. Dit gaat over mensen die doodsangsten hebben uitgestaan. Ik heb op Lesbos minder tijd besteed aan fotografie dan aan menselijk contact. Ik heb er vooral met de mensen gepraat. Ik ben in zo'n situatie ook bijzonder gul met knuffels. (lacht) Misschien speelt ook hier mijn Napolitaanse afkomst mee?

"Mensen vragen mij wel eens hoe ik dat volhoud, jaren aan een stuk leven en werken tussen al die menselijke ellende. Ik heb er zelf nooit moeite mee gehad. Die jarenlange omgang met vluchtelingen heeft van mij net een gelukkiger mens gemaakt. Het heeft mijn ziel gevormd. Ik ben er die vluchtelingen dankbaar voor. Ze hebben me toegang gegeven tot hun verhalen, en die hebben me doen beseffen hoeveel geluk ik wel heb. Ik heb een huis, er vallen geen bommen op mijn kop, mijn familie is niet in gevaar. I'm fucking lucky."

Ras Jedir, Tunesië, 2011. Op de vlucht voor de burgeroorlog in Libië. Beeld Giulio Piscitelli

Gebrek aan empathie

Oorlogen en revoluties brengen niet zelden iconische beelden voort. In meer dan één geval heeft zo'n beeld geleid tot groeiend internationaal verzet of verontwaardiging. Denk aan de foto van Kim Phúc, het jonge, door napalm verbrande meisje in Vietnam, of denk aan de eenzame Tankman op het Tiananmen-plein in Peking.

Voor een gelijkaardig kantelmoment leek heel even het beeld van de driejarige drenkeling Aylan te gaan zorgen, begin september op een Turks strand in de buurt van Bodrum.

Maar of het de Europese kijk op de migratiecrisis echt heeft veranderd?

"Ik vrees van niet", zegt Piscitelli. "Natuurlijk heeft dat beeld vele harten gebroken. Ook het mijne. Maar ik vrees dat het shockeffect even snel weer was verdwenen als het gekomen was. In haar essayboek On Photography (1977) schreef de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag al hoe wij blootgesteld worden aan een overdaad van harde of schokkende beelden, en dat die overdaad op den duur tot afstomping leidt.

"Ik denk dat ze gelijk heeft. De ene dag krijgen we dat beeld van Aylan op ons afgevuurd, en zijn we diep geraakt. Maar de volgende dag is er al de propaganda van - ik noem maar iemand - Marine Le Pen, en zijn we daardoor verontwaardigd. Zo gaan wij van de ene verontwaardiging naar de andere, maar niks blijft nog werkelijk hangen."

Piscitelli fotografeerde de afgelopen jaren vluchtelingen in Tunesië, Spanje, Marokko, Italië, Griekenland, Bulgarije, Macedonië, Kroatië, Hongarije en Frankrijk. Allemaal variaties op hetzelfde droevige thema; ook dat zou tot afstomping kunnen leiden. Maar niet zo bij Piscitelli.

"Het raakt me telkens weer even hard. Drie weken geleden was ik nog eens in Calais. Ik heb er gesproken met een paar prachtige jonge kerels, die al jaren op zoek zijn naar papieren. Die jongens zijn compleet wanhopig. Maar misschien moet je in Calais geweest zijn om die wanhoop echt te begrijpen en te voelen?

"Een kamp als dat van Calais heb ik ook weleens gezien in oorlogsgebied. Maar dat zoiets in Frankrijk kan bestaan? Calais is een gevolg van de vluchtelingencrisis, zegt men dan. Vraag is of je dit nog wel een crisis mag noemen. Niet volgens mij. Een crisis heeft een begin en een eind. Terwijl Calais al twintig jaar bestaat. Er zijn winkels in dat kamp, restaurants ook, en kappers. Hier is een kleine stad ontstaan, zonder de meest elementaire voorzieningen.

"Ik vind dat onbegrijpelijk. De enige verklaring die ik ervoor kan verzinnen, is een gebrek aan empathie. Wij, de internationale gemeenschap, dragen hiervoor mee de verantwoordelijkheid. Maar we sluiten doelbewust onze ogen, zoals kleine kinderen, die geloven dat iets niet bestaat als we onze ogen dichtdoen. Misschien is Calais wel de meest krachtige metafoor voor wat er vandaag in onze wereld gebeurt."

Nieuw soort apartheid

Van Calais naar Syrië, Piscitelli kent de weg goed. Hij bezocht Syrië voor het laatst in 2012. Samen met Alessio Romenzi, een bevriende Italiaanse topfotograaf, fotografeerde hij Aleppo op het moment dat deze miljoenenstad werd verwoest door het Syrische leger.

"Alessio en ik hebben er nog de Souq bezocht, een van de mooiste menselijke verwezenlijkingen die ik ooit heb gezien. Twee dagen na ons bezoek werd de Souq gebombardeerd door het Syrische leger. Je zag alle licht uit die stad verdwijnen."

Dood. Vernieling. Angst. De reportage die Piscitelli in Aleppo maakte, is een zoveelste, bijzonder krachtig argument voor een onvoorwaardelijke opname van Syrische vluchtelingen.

Maar onze gastvrijheid tegenover Syrische vluchtelingen lijkt vandaag te eroderen. Om nog te zwijgen over onze gastvrijheid tegenover economische vluchtelingen. Nochtans is er volgens Piscitelli nauwelijks een verschil.

"Ik heb gezien dat leven in grote armoede hetzelfde is als leven in oorlogsgebied. Alleen ontbreekt het ons weer aan empathie om dat te begrijpen. In Napoli hebben we daar een uitdrukking voor. 'Iemand met een volle maag kan de hongerige niet begrijpen.'

"Je hoort vaak zeggen dat Europa niet alle ellende van de wereld zomaar kan binnenlaten. Die stem hoor ik vandaag veel vaker dan die van gereputeerde economen die zeggen dat de huidige migratie meer oplevert dan dat ze ons kost, en dat ze een oplossing kan zijn voor het grote vergrijzingsprobleem van ons oude continent. Ik ben geneigd om die economen te geloven. Ik geloof ze in elk geval meer dan al die populisten die politieke munt willen slaan uit de angst die mensen nu eenmaal hebben tegenover grote verandering.

"Uiteindelijk maakt het ook niets uit, of ik voor of tegen migratie ben. De migratie is een feit. Ofwel erkennen we dat, en maken we er het beste van, ofwel doen we dat niet, en sluiten we onze ogen voor de realiteit. Met alle gevaren van dien. Je zult een samenleving krijgen met twee verschillende gemeenschappen: een gemeenschap mét, en een gemeenschap zonder burgerrechten. Onvermijdelijk zal dat leiden tot een nieuw soort apartheid en clashes. Daar moeten we voor vrezen, veel meer dan voor de migratie die we toch niet kunnen tegenhouden."

Molenbeek

Het is bijna nacht, de stoelen op de tafeltjes rond ons maken duidelijk dat het tijd is om op te stappen. Terwijl we wachten op een taxi, is het Piscitelli die plots gaat interviewen. Hij wil weten wat er aan de hand is in Brussel, meer in het bijzonder in Molenbeek. Het antwoord inspireert hem tot een op het eerste gezicht verrassende vergelijking.

"Het fenomeen van radicaliserende jongeren in Brussel doet me denken aan de jongeren in Napels, die zich vandaag nog altijd aansluiten bij de maffia. Die maffia wordt - om begrijpelijke redenen - met alle middelen bestreden.

Maar de wezenlijke vraag wordt niet gesteld. Waarom sluiten die jongeren zich bij de maffia aan?

"Ik denk dat ik het antwoord ken. Ik ken die jongens. Sommige onder hen waren ooit mijn vriend. Dit gaat over een klasse die opgegeven is door de samenleving. Over verveelde, gefrusteerde jongeren met weinig of geen kansen. Als tegenreactie stappen ze in een systeem dat alle waarden van onze samenleving radicaal verwerpt.

Caïro, Egypte, maart 2014. Een Eritrese vluchteling toont zijn littekens. Tijdens zijn vlucht door de Sinaï-woestijn werd zijn huid bewerkt met brandend plastic. Beeld Giulio Piscitelli

De echte verklaring

"Hebt u zich al eens afgevraagd waarom dat probleem van radicalisering niet of nauwelijks bestond bij de eerste generatie Tunesische of Marokkaanse migranten? Zou het niet kunnen dat zij niet radicaliseerden omdat zij ten minste nog uitzicht hadden op een plek in onze samenleving? Wij kunnen de verklaringen natuurlijk blijven zoeken in de islam of in het Midden-Oosten. Maar ligt de echte verklaring niet veel dichter bij huis? Die geradicaliseerde jongeren zijn in Europa geboren. Het zijn onze extremisten. Zoals het ook onze maffiosi zijn.

(denkt na) "Het feit dat wij ons die vragen zo weinig stellen, maakt mij bijzonder pessimistisch over de toekomst. Europa ontvangt vandaag miljoenen nieuwkomers. Wat denkt u dat er met die mensen gaat gebeuren, als we ze niet dezelfde rechten geven die wij hebben?

Terwijl we op Napolitaanse wijze afscheid nemen, toch nog een laatste vraag. Wordt het misschien niet stilaan tijd voor een ander, wat vrolijker project?

Piscitelli zegt nee. "Dit project is nog niet af. Ik wil nog een antwoord op die laatste vraag. Hoe moet het verder, met al die nieuwkomers die hier zijn gestrand? Gaan we die een plek geven in onze samenleving, of creëren we een nieuwe, rechteloze onderklasse? Mijn foto's gaan niks aan die kwestie veranderen, dat weet ik. Maar ik zal mezelf tenminste nooit moeten verwijten dat ik mijn ogen heb gesloten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234