Zaterdag 24/10/2020

Interview

Vluchteling Qadir Nadery belandde na een helse tocht in België, geluksauteur Leo Bormans zag hoe hij vastliep in onze asielprocedure

Qadir Nadery en Leo Bormans (r.).Beeld Tim Coppens

De taliban doodden zijn vader, zijn zoontje stierf op de vlucht en na een tocht van duizenden kilometers begint in België een juridische mallemolen. Geluksauteur Leo Bormans schreef het tragische verhaal neer van Qadir Nadery. ‘Erkenning gaat niet enkel over papieren.’

“Ik heb acht knikkers. In Afghanistan is dat een van de twee nationale sporten. De ene is vliegeren en de andere is knikkeren. Vliegeren is voor de rijken, knikkeren voor de armen. Toen ik acht was – ik ben nu 39 – speelde ik samen met een vriend die twee jaar jonger was: Ayob.

“We speelden ‘bombardement’. We maakten een cirkel met de knikkers en lieten de grote knikkers vallen met onze ogen dicht. Als je een knikker kan raken en die rolt uit de cirkel, dan heb je die gewonnen. Wij zijn opgegroeid met oorlog. Het was ook voor ons als kinderen het enige wat we kenden.”

In het café van het Antwerpse cultuurcentrum De Singel zit Qadir Nadery tegenover ons. Zijn acht knikkers zitten in een zwart stoffen zakje met gouden lijnen op, als een buidel voor een kleine schat die hij op zijn tocht naar België heel de tijd met zich mee heeft gedragen. “Toen ik hier in een opvangcentrum aankwam, kreeg iedereen een locker”, zegt Nadery. “Ik stak er mijn knikkers in, omdat het een van de weinige dingen is die ik kon meenemen uit Afghanistan.”

Trouwfeest

Het is 2015 wanneer Nadery met zijn vrouw en drie kinderen op de vlucht slaat. Een talibancommandant is te weten gekomen dat hij voor de internationale troepenmacht heeft gewerkt en nu aan de slag is bij een internationale organisatie. Zijn vader belt hem om te zeggen dat hij via de imam van het dorp is gewaarschuwd.

“Mijn vader was toen al 65 en voelde zich te oud om nog te vluchten”, zegt Nadery. “Hij is dus niet met ons meegegaan. Een paar dagen later zijn de taliban ons dorp binnengevallen. Ze hebben mijn vader vermoord, neergeschoten voor de deur van ons huis, en nog drie andere mensen gedood. Ook drie huizen hebben ze toen in brand gestoken.

“Op dat moment waren mijn gezin en ik al een paar dagen onderweg en hadden we het theehuis van mijn vriend Nasser bereikt, op vijftig kilometer van Kaboel. Mijn zoontje Khaibar – hij was toen drie – begon erg veel last te krijgen van zijn ademhaling. Hij had astma. We hadden wel een soort spray mee voor hem als medicatie, maar we zagen dat die niet hielp. Khaibar stierf in mijn armen en we hebben hem daar begraven. Dat was verschrikkelijk.”

Qadir Nadery: “Ik heb bij mijn interview (tijdens de asielprocedure, red.) verschillende keren proberen uitleggen dat ik in gevaar verkeerde.”Beeld Tim Coppens

Nadery begraaft zijn zoon in het zand en schrijft zijn naam op een witte steen. Maar het gezin moet verder. Van Afghanistan trekken de Nadery’s naar het westen: ze belanden in de Iraanse hoofdstad Teheran. In een winkel kopen ze twee jurkjes voor hun twee dochters, voor omgerekend een paar euro. Die kleedjes zitten in een rugzak, die Nadery ook mee heeft gebracht naar ons interview. Witte meisjesjurken, in een doorzichtige plastic folie.

“De mensensmokkelaars zeiden dat ze mijn kinderen niet konden meenemen naar de grens met Turkije omdat ze te veel lawaai zouden maken”, zegt Nadery. “Als de grenswachten ons zouden horen, was het einde verhaal. Mijn dochters, Nargis en Soraya, waren toen twee en vier. Om de meisjes rustig te houden zeiden we dat we naar een trouwfeest onderweg waren aan de andere kant van de bergen. We kochten de jurkjes zodat ze die op het trouwfeest konden dragen. Maar dan moesten ze dus wel stil zijn.”

De meisjes houden zich aan hun belofte en na de oversteek over de zee tussen Turkije en Griekenland komt het gezin aan in België. Ons land zit dan in het midden van de vluchtelingencrisis: duizenden vluchtelingen kloppen op de deur voor asiel, terwijl de beelden van de verdronken kleuter Aylan de wereld rondgaan.

Maar ook in België is het gezin niet helemaal veilig. Nadery behoort tot de etnische minderheid van de Hazara, die in Afghanistan gediscrimineerd worden. Vaak worden Hazara’s vermoord of verkracht. Het is ook door dat Hazara-stempel dat een andere vluchteling hem bont en blauw slaat. Wanneer hij dat aan de leiding van het opvangcentrum meldt, krijgt hij te horen dat zulke zaken gewoon gebeuren. Een politieagent zegt dat hij maar beter zijn mond kan houden, of hij wordt het land uitgezet.

Leopoldsburg

Nadery geeft nu aan dat hij zich “onrustig” voelt als hij zijn herinneringen ophaalt. Hij zal het woord verschillende keren gebruiken om er een combinatie van angst en stress mee te beschrijven. Qadir Nadery is ook een schuilnaam. Uit angst voor talibanaanhangers die zich in ons land zouden bevinden, wil hij enkel met zijn alias in de krant. Dat was ook de voorwaarde waarop hij samen met auteur Leo Bormans, die bekend is van zijn boeken over geluk, zijn verhaal wou neerschrijven.

“Bij ons in Leopoldsburg werd in die tijd een opvangcentrum ingericht voor 500 vluchtelingen”, zegt Bormans. “De overheid ging die mensen in containers onderbrengen. Maar meteen kwam daar een klein volksprotest tegen. Sommigen dachten dat de vluchtelingen hier meisjes zouden verkrachten of met een mes zouden rondlopen.

“Ik zag Qadir op de hoek van een straat. Hij stond daar met zijn vrouw en twee kindjes. Mijn vrouw en ik maakten kennis met hem. ‘Zullen we een kop koffie gaan drinken?’ vroeg ik. De volgende dag heb ik hem nog eens gezien en dan zijn we zijn verhaal beginnen volgen. Wij dachten dat hij zijn erkenning als vluchteling gemakkelijk zou krijgen.

“Ook toen er in Leopoldsburg militairen met hem in contact kwamen en hoorden over waar hij gewerkt had, begrepen ze meteen dat hij in gevaar was. Veel militairen zijn vanuit Leopoldsburg ooit op missie geweest in Afghanistan. Ze kenden ook een van de plaatsen waar hij gewerkt had: het KAIA-kamp, vlak aan de luchthaven van Kaboel.”

Leo Bormans: "Ik dacht vroeger dat onze asielprocedure streng maar rechtvaardig was. Wel, ik kan niet spreken voor alle vluchtelingen, maar dit proces was oneerlijk."Beeld Tim Coppens

Maar dan begint de juridische mallemolen nog maar pas. Nadery mag dan wel gevlucht zijn voor de taliban, een officieel erkende vluchteling is hij (nog) niet. Daar moet het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen zich over buigen. Het duurt meer dan een jaar, tot in de winter van 2017, voordat Nadery zijn interview krijgt in Brussel. Hij heeft kopieën mee van zijn oude toegangsbadges van de internationale organisatie waarvoor hij heeft gewerkt en een brief van een Belgische militair, die zijn verhaal onderschrijft.

Maar aan documenten die vluchtelingen uit Afghanistan meebrengen, wordt geen geloof gehecht. Die kunnen vervalst zijn. Alles hangt ervan af of Nadery met zijn verhaal de interviewer ervan kan overtuigen dat hij werkelijk recht heeft op bescherming.

“Ik voelde mij onrustig”, zegt Nadery. “Ik kreeg meteen het gevoel dat de ondervrager met mij begon te spelen. Hij ging koortsachtig op zoek naar details van mijn verhaal die niet zouden kloppen. Hij beweerde bij hoog en bij laag dat ik gestudeerd had. Hoe kon het anders dat ik Engels sprak? Maar ik kom uit een klein dorp. Ik ken Engels omdat ik met internationale soldaten heb gewerkt. Zij brachten mij oude kranten, die ik ’s avonds zat te lezen. De woorden die ik niet kende, zocht ik op in een woordenboek.

“Ik heb hem verschillende keren proberen uitleggen dat ik in gevaar verkeerde. Je weet niet hoeveel mensen doodgaan die met de internationale troepen werken, zei ik. Daarvoor werkte ik ook voor de culturele dienst van de Franse ambassade. In het cultureel centrum hebben de taliban een aanslag gepleegd. Collega’s van mij zijn toen vermoord.”

Na drie uur wankelt Nadery naar buiten. Hij heeft diep in zijn geheugen gegraven om alle details op te diepen die hij maar kan geven. Ook zijn vrouw gaat binnen voor een uitgebreid verhoor. Maar de ondervrager gelooft hen niet. 

Zo blijkt Nadery een oud Facebook-account te hebben, dat in Afghanistan was aangemaakt. Waarom kende hij niemand van de mensen die daaraan als vriend waren toegevoegd? Nadery antwoordt dat zijn goede vriend Reza dat account voor hem had aangemaakt en vriendschapsverzoeken had verstuurd naar mensen die hij zelf niet kende.

Maar waarom zei hij dat ze wel een radio hadden en zei zijn vrouw van niet? “De taliban hadden radio’s verboden”, zegt Bormans. “Omdat je daarmee naar muziek kan luisteren of naar het nieuws. Zijn vrouw was altijd op het hart gedrukt dat ze nooit iets over hun radio mocht zeggen. Uit pure angst voor die ondervrager die ze niet kende, heeft zijn vrouw dat dus ook niet toegegeven. Maar door die kleine tegenstrijdigheden werd heel hun verhaal als ‘leugenachtig’ beschouwd.”

Nadery krijgt dus het bevel om het grondgebied zo snel mogelijk te verlaten. Hij gaat in beroep, maar de juridische carrousel om zijn erkenning zal nog jaren aanslepen. Ondertussen kan hij wel vrijwilligerswerk doen in een zorgcentrum en gaat hij met Bormans mee lezingen geven.

“Zijn collega’s die ook voor de internationale troepen hebben gewerkt, kregen in Nederland of Duitsland meteen hun erkenning”, zegt Bormans. “Wij konden niet geloven dat het hier niet gebeurde. Vier jaar heeft hij zo met een zwaard van Damocles boven zijn hoofd rondgelopen. Ik dacht vroeger dat onze asielprocedure streng maar rechtvaardig was. Wel, ik kan niet spreken voor alle vluchtelingen, maar dit proces was oneerlijk. Het lijkt dan ook of het niemand iets kan schelen wat er in Afghanistan gebeurt. In die zin gaat erkenning niet enkel over papieren.

“Elk document dat we aanbrachten van militairen met wie hij had gewerkt, werd weggelachen. Tot uiteindelijk de laatste rechter zegt dat zijn dossier opnieuw bekeken moest worden. Hij kwam tegenover dezelfde ondervrager te zitten als vier jaar eerder. Maar deze keer was er ook een advocaat bij, die ons was aangewezen door de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.”

Nadery herhaalt voor de zoveelste keer dat hij in gevaar is en zegt dat een terugkeer naar Afghanistan een gewisse dood betekent voor hem en zijn familie.

Na dat gesprek krijgt hij een brief van het Commissariaat-generaal. Waar de overheid eerst dikke lappen ambtelijke tekst gebruikte om hem af te wijzen, gebeurt de erkenning in slechts één zin. “Na een grondige beoordeling van de motieven van uw verzoek om internationale bescherming, beslis ik u de hoedanigheid van vluchteling toe te kennen.” Getekend: de commissaris-generaal.

Granaatappels

“Ik voelde me toen ontzettend gelukkig”, zegt Nadery. “Het was op 21 maart vorig jaar. Het begin van de lente. Pal op die datum vieren Hazara in Afghanistan ook de start van het nieuwe jaar.”

Het is pas dan dat Bormans en Nadery overwegen om een boek te schrijven. Elke namiddag gaat Nadery naar de studio van Bormans en begint te vertellen over zijn leven. Bormans schrijft ’s nachts alles op, om de volgende dag weer te starten. Zo ontstond de roman De knikkers van Qadir. Wat hij nu met zijn verhaal wil doen, is zoveel mogelijk mensen inspireren, zegt Nadery. Daarom start er in december ook een theatervoorstelling, geregisseerd door Stefan Perceval.

“Hij zei altijd: ‘Ik breng het hout en jij maakt er dan stoelen en tafels van’”, zegt Bormans. “We zijn begonnen met schrijven toen ik hem op een dag zag staan in het volkstuintje waar hij een perceeltje heeft. Ik zag hem daar zijn radijsjes water geven. En toen viel het voor mij allemaal samen. Jongen toch, wat heb jij allemaal meegemaakt. Ik ben dan in huilen uitgebarsten.”  

In dat volkstuintje plant Nadery ook een aandenken aan Afghanistan. Een granaatappelboom. Het was de droom van zijn vader om in Afghanistan ooit een granaatappelboomgaard aan te planten als er vrede zou zijn in het land. De familie had ervoor gespaard, had een veld, maar is er nooit aan begonnen.

De cirkel lijkt dan rond, maar het verhaal is nog niet klaar.

Een paar maanden geleden belde zijn vriend Nasser, de eigenaar van het theehuis. Ook hij was onderweg naar Europa. Hij zou bellen als hij in Griekenland was, maar al dagen had Nadery niets meer van hem gehoord.

“Salam Qadir”, zegt Nasser. Maar dan blijft het even stil aan de lijn. Om zijn kinderen mee te krijgen, had Nasser hen ook een groot trouwfeest beloofd. Maar alles gaat fout wanneer hun rubberen boot tussen Griekenland en Turkije in de woeste zee omkantelt. Zijn vrouw en hun twee dochters verdrinken.

“Ik neem hen in drie kisten terug mee naar Afghanistan”, zegt Nasser. Alleen Nassers zoontje, die hij Khaibar heeft genoemd, leeft nog.

De knikkers van Qadir, Uitgeverij Lannoo, 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234