Woensdag 20/01/2021

Vlinderen aan het Japanse hof

'Het verhaal van Genji' is 's werelds eerste grote roman. De Japanse hofdame Murasaki Shikibu schreef in het geniep een bedwelmend boek over het stormachtige liefdesleven van Genji en over politiek gekonkel aan het keizerlijke hof.

Zelf vertaalde ik ooit een heel klein stukje uit het elfde-eeuwse Genji monogatari, zoals Het verhaal van Genji in het Japans heet. Het stond in Seventeen, een novelle van Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë. Daarin moesten scholieren tijdens hun taalexamen Japans het fragment in kwestie bespreken. In mijn versie luidde het als volgt:

"Weg zinkt de maan aan d'heldere hemel, terwijl koel blaast de wind. 't Insektengezang in het gras doet bij haar de drang ontstaan. 't Valt haar zwaar van hier op te staan en heen te gaan."

In deze vertaling van Jos Vos klinkt het:

"De maan ging onder, de hemel was mooi helder en het gezang van de krekels leek Myobu ertoe uit te nodigen om zelf ook een weeklacht aan te heffen. Ze kon de eenvoudige landelijke woning moeilijk verlaten."

De verschillen, zowel stilistisch als semantisch, vallen meteen op. Ook als je het handvol Engelse vertalingen van Genji vergelijkt, zul je bij de vleet soortgelijke onderlinge afwijkingen aantreffen. Dat leert ons meteen iets over het vertalen van klassieke Japanse literatuur: onder andere door de aard van de grammatica is veel vatbaar voor interpretatie. Het gaat dus om 'begrijpend lezen'. Ook voor de moderne Japanner is de taal van Genji allesbehalve evident. Vandaar de verwarring bij de scholieren in Seventeen en vandaar ook de talrijke hertalingen in het moderne Japans die er inmiddels bestaan, onder meer van gerenommeerde auteurs als Junichiro Tanizaki.

Een her- of vertaler moet dus een keuze maken uit diverse mogelijkheden. Binnen de context van Oë's novelle lag dat voor mij anders: ik hield het met opzet vaag en archaïsch, zodat de discussie over de betekenis zijn relevantie behield. Jos Vos daarentegen moest knopen doorhakken en kiezen voor één bepaalde interpretatie, niet alleen in deze passage maar meer dan veertienhonderd pagina's lang. En hij moest als het even kon dat alles ook nog vlotjes behapbaar maken voor de hedendaagse Nederlandstalige lezer. Het mag niet verwonderen dat Vos, die ons eerder al Eeuwige reizigers schonk, een vuistdikke bloemlezing van premoderne Japanse literatuur, hier ruim zes jaar aan besteedde. Noem het gerust een titanenwerk.

Ontreddering en hartenpijn

Nu, wie is die Genji waar dit lange verhaal over gaat? En wie is Murasaki Shikibu, die het ruim duizend jaar geleden allemaal neerschreef? En zult u zich een beetje kunnen inleven in het wedervaren van hofdames en edellieden in het oude Japan?

Wel, qua romances, liefdesverdriet, kuiperijen en intriges zult u alvast niet op uw honger blijven. Het verhaal begint, niet onlogisch, met de geboorte en de eerste levensjaren van Genji, zoon van de keizer en diens favoriete concubine. En dan zijn we vertrokken voor vierenvijftig hoofdstukken liefdesperikelen en machtsstrijd.

Van jongs af aan weet Genji met zijn voorkomen de vrouwen en bij uitbreiding het hele hof te charmeren, en hij heeft dan ook tal van amoureuze relaties, waaronder met zijn eigen stiefmoeder. Ze baart zelfs een zoon van hem, die later op de troon belandt omdat men aanneemt dat hij het kind is van Genji's vader. Verder volgt het boek de lotgevallen van allerlei andere bewoners van het keizerlijke hof, waarbij menige seksuele relatie verweven is met politiek gekonkelfoes om de familiale invloed en macht te vergroten.

Van opera tot manga

De tekst is doorspekt met gedichten die de personages aan elkaar schrijven en, om de strikt gereglementeerde omgangsvormen te omzeilen, soms op bijzonder vernuftige wijze aan hun bestemmeling bezorgen. Poëzie had in Shikibu's tijd overigens een hogere status dan proza (te danken aan de culturele erfenis van grote broer China). Heel wat verzen refereren aan oudere poëzie, die bij de edelen aan het hof welbekend was. Ze hadden dus bijna letterlijk 'aan één woord genoeg' om te begrijpen waarover het ging. De hedendaagse lezer snapt bij gebrek aan deze parate kennis de verwijzingen uiteraard minder vlot, maar kan terecht bij verklarende noten. De gedichten bevatten ook talloze seizoensgebonden beelden, en die natuurbeschrijvingen zijn dan weer gelinkt aan bepaalde gemoedstoestanden, nog het vaakst de weemoed om de vergankelijkheid der dingen - de fameuze mono no aware waar Genji voortdurend mee wordt geassocieerd.

De Japanse zeden van destijds zijn niet de onze van nu, en moreel kunnen we ons naar huidige westerse normen vragen stellen bij sommige van Genji's veroveringen, maar de emoties en gemoedstoestanden op zich - het smachten van liefde, het wegkwijnen van verdriet, de ontreddering en de hartenpijn - blijven nog altijd moeiteloos herkenbaar. Op de omslag van deze vertaling wordt Genji, zoals vaker, 's werelds eerste grote roman genoemd, wat volgens Vos precies te danken is aan deze psychologische diepgang.

Na de dood van Genji loopt het verhaal overigens nog een poosje door, om dan vrij plotseling te eindigen, wat Vos noopt tot de vraag: wilde Murasaki Shikibu het boek zo doen aflopen of werd ze door omstandigheden (de dood misschien) gedwongen? Veel is over haar leven niet bekend. Er zijn schaarse dagboekfragmenten en een paar vermeldingen in boeken van andere hofdames, meer niet. Ze werd rond 973 geboren en is vermoedelijk in 1014 overleden. En ze was een hofdame van de keizerin.

Haar volledige auteurschap is weleens ter discussie gesteld, want zoals Vos terecht opmerkt is Genji uiteraard niet echt 'gepubliceerd'. Shikibu schreef steeds nieuwe hoofdstukken bij, die telkens werden verspreid onder de bewoners van het hof. In latere jaren werden haar geschriften met de hand gekopieerd, met alle risico's van dien. Wie weet kwamen er stukken bij of gingen er verloren.

Hoe dan ook, het is en blijft boeiende lectuur. Door de eeuwen heen behield Genji zijn populariteit. Er zijn no-spelen en parodieën op gebaseerd, er is een opera van gemaakt en het is meermaals verfilmd, ook als animatie. En natuurlijk zijn er de manga-versies.

De eerste (gedeeltelijke) Engelse vertaling verscheen al eind negentiende eeuw en nu is er dus ook deze integrale Nederlandse, verschenen in twee delen (met in beperkte oplage een geïllustreerde luxe-editie). Naast de eigenlijke tekst zijn er flink wat extra's: een inleiding, een lijst van meer dan veertig personages (en dat is eigenlijk nog maar een tiende van alle figuren die in het verhaal hun opwachting maken), een biografische noot over de auteur, een nabeschouwing, verklarende noten (heel wat noten!) en een nawoord van Cees Nooteboom, groot liefhebber van Japanse cultuur. En al die toelichtingen zijn verre van overbodig. Ook daarvoor dus dank aan vertaler Jos Vos. En tevens heil aan Athenaeum, omdat ze ervoor kozen dit werk uit te brengen in hun onvolprezen Perpetua-reeks.

Luk Van Haute is vertaler uit het Japans. Hij vertaalde onder meer Dans dans dans van Murakami. In februari verschijnt de bundel Liefdesdood in Kamara en andere Japanse verhalen die hij samenstelde.

Murasaki Shikibu, Het verhaal van Genji, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2.070 p., 75 euro; luxe-editie: 350 euro. Vertaling: Jos Vos.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234