Woensdag 27/01/2021

Expo

Vliegende varkens, tikkende klokken en de stok van de meester: Pink Floyd in de kijker

Het opblaasbare varken van Pink Floyd hangt hoog in de lucht om de tentoonstelling in het Victoria and Albert Museum te promoten.Beeld REUTERS

Het Victoria and Albert Museum in Londen is gevuld met de vliegende varkens en instortende muren van de psychedelische rockband Pink Floyd. De tentoonstelling is de zevende hemel voor liefhebbers, die er zelfs hun eigen remix van de klassieker 'Money' kunnen maken.

"Terug naar de jaren zeventig!", kopten rechtse Britse kranten onlangs, toen Labour-leider Jeremy Corbyn zijn verkiezingsmanifest presenteerde. De toon van de stukken was apocalyptisch; ze zagen de puinhopen al opdoemen. Maar de jaren zeventig behelsden heus meer dan stakingen, hyperinflatie en parenclubs. Het waren óók de hoogtijdagen van Pink Floyd, de toonaangevende stadionband met haar beeltenissen van tikkende klokken, vliegende varkens en instortende muren. Floyd-liefhebbers kunnen nu terug naar die tijd, aan de hand van honderden Floyd-voorwerpen (deels gevonden op de zolders van de bandleden) in de overzichtstentoonstelling Their Mortal Remains van het Londense Victoria and Albert Museum.

Eerst de vraag, begin jaren zeventig in alle onnozelheid gesteld door een medewerker van een muziekmaatschappij: "Wie van jullie is Pink?" De band had zichzelf halverwege jaren zestig vernoemd naar de Amerikaanse blueszangers Pink Anderson en Floyd Council. Aanvankelijk heette de in Cambridge opgerichte band The Pink Floyd Sound. Dat geluid zou evolueren naar gelang de samenstelling van de band. Rhythm-and-bluescovers in de oerjaren, excentrieke, psychedelische liedjes in de hippiejaren, melancholische, symfonische rock in de tropenjaren en uiteindelijk een tamelijk conventionele band in de nadagen. De expositie toont de ontwikkeling op chronologische wijze en biedt daarmee mede een tijdsbeeld.

De nadruk in de beginjaren ligt op medeoprichter Roger 'Syd' Barrett, een begaafde, veelzijdige student van de kunstacademies in Cambridge en Londen. Hij was het brein van de band en koos voor die tijd vrij ongewone onderwerpen voor zijn charmante liedjes, van travestie ('Arnold Layne') en fietsen ('Bike') tot een vogelverschrikker ('The Scarecrow'). Door het geluid van zijn gitaar door drie aan elkaar gekoppelde echoapparaten te laten lopen, ontstond muziek die in combinatie met het farfisa-orgel van Richard Wright de zogeheten psychedelische sound opleverde. In tegenstelling tot andere zangers uit die tijd mat hij zich geen Amerikaans accent aan maar bleef hij op en top Engels. Beter gezegd: Cambridge-Engels.

Actualiteit op muziek

Voor de liefhebbers van de vroege Floyd is deze expositie de zevende hemel, waarbij de uitvergrote versie van de eerste tourbus, een zwarte Bedford, dient als hemelpoort. Er zijn opnamen te horen van concerten in Londense clubs, er zijn boeken te zien die de bandleden inspireerden (waaronder James Joyces Exiles), maar ook bijvoorbeeld een agenda waarin drummer Nick Mason nauwgezet de optredens noteerde.

Ontroerend is een brief van Barrett aan zijn vriendin. Hij schreef over de repetities en maakte er een tekening bij. Maar zichzelf tekende hij als een zwarte vlek: "I can't draw me", krabbelde hij. Was het een voorbode? In 1968 raakte Barrett geestelijk de weg kwijt en maakte hij plaats voor zijn vriend David Gilmour. Voor de puristen binnen de Floyd-gemeenschap betekende dit het einde van de 'echte' Floyd. Nu was Roger Waters de artistiek leider. De muzikale reis ging naar symfonische rock. Singles uitbrengen was er niet meer bij, de nadruk kwam te liggen op serieuze, intellectuele conceptalbums.

Beeld Photo News

De expositie belicht de instrumenten, van het hammondorgel van Wright tot de Ovation-gitaar van Waters. Pink Floyd zette als het ware de actualiteit op muziek. De band legde bijzondere aandacht voor technologische vooruitgang aan de dag. Zo is er een krantenbericht uit 1970 te zien over de eerste vrouw met een pacemaker. Pink Floyds lp uit datzelfde jaar ontleende er haar naam aan: Atom Heart Mother. (En de koe op de cover doet denken aan de verkiezingsposter van de PSP, ook uit 1970).

De mannen van Floyd waren gefascineerd door de ruimtevaart, en door de maanlanding van 1969 in het bijzonder. Niet op een prozaïsche manier zoals David Bowie ('A Space Oddity'), maar op een filosofische. Vier jaar nadat de Apollo op de maan was geland, verscheen het op een na best verkochte album aller tijden: The Dark Side of the Moon, een plaat over hebzucht, onvervuld verlangen en krankzinnigheid, oftewel de donkere zijde van de maan. Het Victoria and Albert Museum biedt bezoekers de mogelijkheid om aan de mengpanelen - niet de originele - hun eigen remix te maken van 'Money', het bekendste maar tegelijkertijd ook het minst interessante nummer van de plaat.

Melancholie

Zeer aardig zijn de tentoongestelde cartoons Rich Right, Captain Mason en Rog of the Rovers, die deel uitmaakten van het programmaboekje voor de Dark Side-tour. Even was daar weer de lichtvoetigheid van vroeger. Dan doet de melancholie zijn intrede, met Wish You Were Here, het album uit 1975 dat Roger Waters, David Gilmour, Nick Mason, Richard Wright grotendeels hadden gewijd aan de 'verloren zoon', Syd Barrett. Er is een polaroidkiekje uit 1975 tentoongesteld. Het toont een wat dikke man, haar en wenkbrauwen weggeschoren.

Het bleek Barrett zelf, die onaangekondigd de Abbey Road Studios bezocht tijdens de opnamen van de plaat. De bandleden speelden net 'Shine on You Crazy Diamond'. Ze herkenden Barrett aanvankelijk niet, zoals Barrett niet wist dat zijn oude vrienden over hem zongen. In niets leek hij nog op de knappe jongeman van acht jaar eerder, wiens foto zichtbaar is bij het begin van de tentoonstelling. Hij zou in 2006 sterven, als een kluizenaar.

Beeld Photo News

De toekomst is bleek op Wish You Were Here, getuige het onheilspellende nummer Welcome to the Machine. Dat zette de toon voor de volgende platen: Animals (1977) en The Wall (1979). Deze albums worden belicht in een grote hal waar een replica van Battersea Power Station is neergezet, de krachtcentrale aan de Theems. Door het af te beelden op de hoes van Animals kreeg het gebouw van Giles Gilbert Scott (tevens ontwerper van de telefooncellen) een iconische status. Het opblaasbare varken dat op de albumhoes tussen de schoorstenen zweeft, hangt in het museum oog in oog met een opblaasbare onderwijzer, de Engelse evenknie van Bordewijks Bint, die in The Wall zijn sadisme botviert op de arme leerlingen. Het is bombastisch, ja, bijna cartoonesk, maar ook uniek.

Er hangt een poster waarop Londenaren worden uitgenodigd voor een informatieavond over de toekomst van Battersea Power Station, dat begin jaren tachtig de deuren sloot. Decennia lang stond het leeg, nu tovert een Maleisisch consortium het om tot woon- en pretpark voor de rijken. En de toekomst van Pink Floyd? De rockopera The Wall was het laatste album dat ze echt samen hebben gemaakt. The Final Cut was feitelijk een soloproject van Waters. Vanaf 1983 scheidden zich hun wegen. Waters ging solo door onder zijn eigen naam; Gilmour, Mason en Wright gingen - tegen Waters' wil - door onder de naam Pink Floyd.

Beeld Photo News

In de expositie is ruim aandacht voor de latere Pink Floyd, maar het is het minst interessante deel. De vliegende ziekenhuisbedden, de stalen gezichten en de levensgrote bustes zijn prachtige objecten natuurlijk, maar het visuele spektakel in de videoclips en tijdens optredens kan het gemis van Waters nauwelijks camoufleren. De zanger en bassist doet een beetje denken aan Johan Cruijff, eigenzinnig en principieel, maar ook gezegend met geniale inzichten. Des te groter was de vreugde toen de groep in 2005 tijdelijk bijeenkwam voor een speciaal concert dat op spectaculaire wijze wordt getoond als slotakkoord van Their Mortal Remains. De progressieve rockers van weleer zijn zelf nationaal erfgoed geworden. Een museumstuk.

Stokslagen van de meester

Aanvankelijk stond Roger Waters (73) niet te popelen mee te werken aan de tentoonstelling. "Ik hecht niet zo aan dingen van vroeger", bekende de voormalige bassist van Pink Floyd een paar weken geleden in New York. Hij gaf interviews ter promotie van zijn volgende maand te verschijnen nieuwe soloplaat Is This the Life We Really Want?

Roger WatersBeeld Photo News

"Thuis in Hampshire heb ik een grote opslag waar alle showattributen meteen naar toe gaan, waarna ik er nooit meer naar omkijk." Maar de samenstellers hadden uitmuntende research gedaan, vond Waters. "Ik was even bang dat het de grote Dave Gilmour-show zou worden, maar niets is minder waar."

Vooral de vondst van de stok waarmee scholier Waters in 1959 door de hoofdmeester geslagen werd, maakte grote indruk op hem. Een bamboe wandelstok, gevonden in wat vroeger een jongensschool in Cambridgeshire was. Of neem het schriftje waarin meester A.W. Eagling bijhield wie er waarom geslagen werd en om hoeveel stokslagen het ging.

"Die man heeft me echt een levenslang trauma bezorgd", zei Waters. Hij gaf toe dat die ervaringen mede hebben geleid tot het liedje 'Another Brick in the Wall' (1979) met de gevleugelde woorden 'We don't need no education'. "The Wall was een conceptalbum waarop ik veel van mijn jeugdtrauma's de revue liet passeren. Die stok is er daar een van. Dat die nu wordt tentoongesteld, heeft dus een functie. Toen ze daarmee aankwamen, ben ik zelf nog eens goed tussen mijn spullen gaan zoeken. Ik denk dat het een geweldige tentoonstelling wordt."

Pink Floyd: Their Mortal Remains  tot 1/10 in The Victoria and Albert Museum, Londen. vam.ac.uk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234