Zondag 01/11/2020

Vleselijke lusten

Het nieuwe stuk van Jan Fabre duurt 24 uur en zal u slopen. Maar u zult nog nooit zo heerlijk murw geslagen zijn. Mount Olympus confronteert ons via Griekse helden met de wereld en onszelf. Verwacht een cocktail van extase, driften, zinnelijkheid en lijden. Zoals dat gaat met Fabre.

U gaat misselijk worden. U gaat zich ergeren. U gaat in slaap vallen. U gaat geil worden. U gaat lachen. U gaat het mooi vinden. U gaat zich vervelen. Op den duur gaat Mount Olympus een berg worden waar u gewoon over wil. Maar wat voor een berg.

Het nieuwe stuk van Jan Fabre is niet zomaar een stuk. Het is er een dat 24 uur duurt. Het publiek koopt een ticket voor een etmaal, het komt binnen en gaat buiten wanneer het zelf wil. Vormen de noodlottige figuren uit de Griekse tragedies de rode draad in Mount Olympus, dan dompelt Fabre u vierentwintig uur lang onder in een hedendaagse mengeling van roes, gruwel, waanzin, onschuld, instinct, lichaamssappen en extase.

In de Antwerpse kunstenwerkplaats Troubleyn kon De Morgen vorige week vrijdag enkele uren bijwonen van de generale repetitie van Mount Olympus. Verslag van een van de meest bizarre voormiddagen ooit.

Half bewusteloos - wakker sinds half vijf, amper enkele uren slaap achter de rug - laten we ons in een theaterstoel glijden. Alsof de goden ermee gemoeid zijn, is dit het scènebeeld: een twintigtal performers ligt in een witte slaapzak op het podium te slapen. Je hoort een ademhaling, je ziet een arm verschuiven, maar het is geen gimmick. Sommige performers slapen echt.

Dat tijd een van de hoofdrollen speelt in Mount Olympus, lees je achteraf in een van de begeleidende teksten. Maar dat hoefde je niet te lezen; dat ervaar je vanzelf. Slapen, dromen, half- of klaarwakker zijn: daartussen laveren de dansers, daartussen laveren de toeschouwers.

Voor je het goed en wel beseft - was je nu zelf aan het indommelen? - is de zojuist nog maagdelijke scène vergleden in een rauw strijdtoneel. Met snokkende, stotende, dierlijke bewegingen ontwaakt het twintigtal stilaan uit zijn slaap, daartoe opgezweept door pompend slagwerk, een vrouw die luidkeels oproept om haar zoon te doden, en Dionysos die vanaf de zijlijn zijn pupillen aanstookt. Je proeft en ruikt de drang naar seks en oorlog; je ziet en hoort de wanhoop, volharding en ritmiek die een massa richting slagveld duwt.

Stilaan bevindt iedereen zich in trance, en zijn de dansers de uitputting nabij. Maar Jan Fabre stopt niet bij de uitputting. Dan begint het pas voor hem. "Fabre drijft je tot aan de afgrond", zal iemand later die namiddag zeggen. "En dan duwt hij je erin."

Twee vrouwen mogen even rusten - de troep die op het podium ligt, wordt van hun lijf geveegd. Met een vers, engelachtig uiterlijk beginnen ze cirkels rond een soldaat te draaien. Maar iets wat engelachtig is, kan bij Fabre enkele minuten later een hoop verval geworden zijn. De dansers duizelen, vallen, spuwen hun fluimen uit. Maar ze blijven cirkels draaien.

Als toeschouwer kun je alleen maar blijven kijken naar de bevreemdende esthetiek van deze scène. En je verwonderen over hoe je enkele minuten later alweer getuige bent van een zinnelijk schouwspel, waarin sinaasappels worden uitgeknepen tot het sap volop in gretige open monden stroomt.

Je moet even de zaal uit. Overal in het gebouw hangen en liggen acteurs. Opgekruld op een stoel, languit op de grond, half onderuitgezakt in een zeteltje. Ze slapen, staren voor zich uit, kijken helder uit hun ogen. Je komt Jeroen Olyslaegers tegen. Hij schreef de teksten voor dit stuk. "Ter voorbereiding heb ik 33 Griekste tragedies gelezen", zegt hij.

Je ziet dat hij kapot is. Aan deze vierentwintigurenvoorstelling is een jaar lang repeteren voorafgegaan. "Elke tragedie kun je eigenlijk reduceren tot één zin: er staat een rekening open en die moet worden betaald." Dat geldt vandaag ook voor onze planeet, vindt hij. "De middelen van de natuur zijn eindig. Niet voor niets start Mount Olympus met een stad die zal worden vernietigd. 'An ill wind is blowing, nature will show its face.'"

Mount Olympus is niet zozeer een voorstelling, maar eerder een langgerekt ritueel, legt Olyslaegers uit. "Vergelijk het met een technofestival. Het gaat door en door en door. Het dwingt je om alle logica te laten vallen en mee te deinen in de trip."

Verwacht dus ook geen uitgebreide tekstuele analyses over de daden van de personages. "Deze Griekse mythologische figuren reageren zoals wij dat zouden doen als we verkracht, verminkt, bedrogen of gepijnigd worden: instinctief, impulsief, met grote daden in plaats van grote redeneringen."

Je drinkt twee koppen koffie, gaat buiten even ademhalen, en daar kom je Gustav tegen, een performer uit Duitsland. Hij ziet er afgepeigerd uit, zit met zijn ogen dicht te wachten in de zon tot hij weer naar het podium moet. Het stuk duurt dan wel 24 uur, als performer ben je in totaal zo'n 36 uur wakker, zegt hij. Er is de reistijd, er is de voorbereiding, er is het afkicken als het stuk gedaan is. "Je bent uitgeput, maar tegelijk word je ook enorm gevoed. Er komt een pak endorfine vrij bij wat we doen. En hoe meer je investeert, hoe meer je terugkrijgt. Zoals wij onze mentale en fysieke grenzen opzoeken, zo doet het publiek dat ook."

Je gaat de zaal weer in. Je ziet een vrouw in lakens gedrapeerd die ooit wit waren, maar nu bedolven zijn onder de bloedspatten. Echte bloedspatten. De vrouw heeft de organen van een varken in haar handen. Ze gooit ze om haar schouder, ze smakt ze tegen de vloer, de stukken vliegen in het rond. Je voelt je misselijk worden.

Andere performers verschijnen op de scène. Rapen met pincetten stukken vlees op en sorteren ze in glazen bokalen. Ze porren in darmen en in magen, duwen hun neus erin, beginnen ze te ontleden. Je vlucht opnieuw naar buiten. De aanblik en de zure geur van al dat rauwe vlees doet je bijna kokhalzen.

Amper een kwartier later bestaat de wereld van daarnet niet meer. Hoewel. Enkele vrouwen staan wijdbeens op een sokkel. Hun schaamstreek is ontbloot. Uit hun vagina trekken ze een navelstreng. "Men are never blamed for anything", roepen ze je toe. Je betrapt jezelf op instemmend geknik. Tegelijk erger je je aan de simpliciteit van die woorden. En aan je eigen, aanvankelijke fiat.

Het moet Iokaste zijn die aan het woord is: de moeder van Oedipus die later zijn vrouw werd en kinderen van hem baarde. "I could have closed my legs. I did not. Instead I shouted: give me all you've got." Over welke mythologische figuur het gaat, kom je nooit precies te weten. Dat is ook niet belangrijk. Wat centraal staat, is de verscheurdheid van de mens die tegen beter weten in constant strijd levert met de heersende wetten en de moraal.

"Raw piece of meat, pleasure beyond belief", roepen de vrouwen in koor. Je ergert je opnieuw aan de tekst. Ineens moet je aan The Bold and the Beautiful denken. Vijf seconden later ook aan Eyes Wide Shut.

"Ich kann nicht einschlafen", roept performer Gustav door een microfoon, terwijl hij op een dwarsfluit speelt. Even later begint sopraan Lies Vandewege een operastuk te zingen. Ondertussen zie je iemand masturberen.

Een deel van de acteurs slaapt opnieuw op scène. Daar ben je blij om. Halvelings slaap je mee. Maar dan heb je opnieuw een pauze nodig. Je verlangt naar zon en licht. Buiten kom je Fabre tegen. Hoe het met hem gaat? Goed, zegt hij. "Redelijk moe, maar mijn dansers houden mij recht. Zij geven mij energie en goesting." En ineens is hij weg. Zo snel dat het lijkt alsof hij nooit echt voor je stond.

Als je de zaal weer binnenkomt, zie je een vrouw haar schaamstreek strelen en hoor je iemand als een kat miauwen. Daar moet je om lachen. De vrouw komt langzaam tot een hoogtepunt. Opnieuw moet je aan The Bold and the Beautiful denken, maar misschien is dat deze keer ook de bedoeling. Naast je ligt iemand te slapen. Zo'n hoogtepunt is het dus ook weer niet. Een performer met een voorgebonden penis steekt in een razernij zijn dolken in de stukken vlees die op de scène liggen. Het bloed spuit in zijn gezicht.

Je trekt de deur van Troubleyn achter je dicht. Het einde van het stuk, dat aangekondigd wordt als het volstrekte hoogtepunt, zal pas vier uur later plaatsvinden, en zul je dus niet zien. Maar ook zonder die climax weet je het nu al zeker: Mount Olympus is een voorstelling die je meegemaakt wil hebben.

Muze van Fabre terug van tien jaar weggeweest

Nog een reden waarom u naar Mount Olympus moet gaan kijken, is om Els Deceukelier (51) te zien. Jarenlang was zij Fabres muze. Ze was zijn grote liefde en zijn belangrijkste actrice. Tien jaar na hun breuk speelt ze nu opnieuw een glansrol voor hem.

Achttien was Els Deceukelier toen ze Jan Fabre leerde kennen. Een braaf meisje was ze, zei ze later zelf, en behoorlijk katholiek. Hij zorgde ervoor dat ze alle remmingen liet varen op het podium; zij werd zijn grootste inspiratiebron.

Zo'n 20 jaar zouden ze een mythisch koppel zijn. "Tristan en Isolde, dat waren wij", zei Els Deceukelier daar ooit zelf over in De Standaard. Toen waren zij en Fabre al vijf jaar uit elkaar. Een breuk die onoverkomelijk was. Het was dat of sterven.

Het einde van hun liefdesleven betekende aanvankelijk ook het einde van Deceukeliers theatercarrière. Jarenlang was ze de metgezel van Fabre geweest, en plots moest ze helemaal opnieuw beginnen. Dat lukte niet meteen, ook al omdat het verdriet nog te groot was. Fabre ging ondertussen door met zijn gezelschap Troubleyn.

In 2011 stond Deceukelier voor het eerst sinds lang weer op de planken, in een stuk van de Amerikaanse choreograaf Antony Rizzi. Daarna acteerde ze onder meer in de film Inside van de Gentse Lydia Rigaux, en werkte ze samen met de Franse regisseuse Coraline Lamaison.

Nu, vier jaar later, hebben de oud-geliefden hun artistieke band weer doen herleven.

"Vorig jaar heb ik Jan een brief geschreven", vertelt Deceukelier, "waarna we samen iets zijn gaan eten. We hebben elkaar toen beloofd om weer samen te werken voor dit project. Het heeft lang geduurd, ja. Maar we hebben tijd nodig gehad."

Voor Deceukelier - die vroeger wel eens Fabres fetisj-actrice werd genoemd wegens de extreem heftige scènes die ze in zijn stukken speelde - is Mount Olympus een enorme uitdaging: "Ik ben het jarenlang gewend geweest om alles heel lichamelijk te spelen, terwijl ik nu voor het eerst heel statisch speel in enkele scènes. Daarin kan het publiek de storm van gevoelens niet afleiden uit mijn fysieke bewegingen, enkel uit mijn blik en uit mijn stem."

Zoals alle performers vertolkt Deceukelier meerdere rollen in Mount Olympus, maar haar favoriete personages zijn Medea en Phaedra, zegt ze. "Omdat het allebei heel sterke vrouwen zijn. Zeker met Phaedra heb ik een speciale band. (Door toedoen van Aphrodite wordt Phaedra verliefd op Hippolytus, maar als hij haar liefde niet beantwoordt, verhangt ze zich, red.) Haar onmogelijke verlangen naar het seksuele, de schaamte die dat met zich meebrengt, en de wanhoop die ondraaglijk is: dat is voor veel vrouwen nog altijd heel herkenbaar, denk ik."

Mount Olympus is dan ook een erg hedendaags stuk, vindt Deceukelier. "We houden het publiek een spiegel voor over de mensheid. Hoe wij mensen lijden, zot zijn, twijfelen, overwinningen boeken en nederlagen moeten incasseren. We laten de schoonheid van het tragische zien. We worden zelf toeschouwer, en de toeschouwer wordt zelf acteur. Want wat is 'de werkelijkheid'? Wat er op de scène gebeurt? Of wat er gebeurt als je de zaal even verlaat en naar buiten gaat? Voor mezelf kan ik alleen maar zeggen dat ik in een soort van hoger bewustzijn kom als ik op het podium sta. Mijn poriën staan wijder open, mijn zintuigen staan haarscherp."

Achttien was Els Deceukelier toen ze voor het eerst bij Fabre op de scène stond. Ze is nu 51. "Ik keer terug naar de bron. De cirkel is rond. Jan is nog altijd mijn grote leermeester. Ik dank de goden dus. En ik dank Fabre." Wat in dit geval misschien hetzelfde is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234