Woensdag 05/08/2020

Vlamingen leiden race naar nieuw hiv-geneesmiddel

Tibotec-Virco, Vlaamse belofte op biotechmarkt

Zelden zal een alliantie van kapitaalverschaffers, wetenschappers en hiv-patiënten zo uitgekeken hebben naar het succes van een Vlaams bedrijf als bij Tibotec-Virco. Nadat het eerder dit jaar al opzien baarde met een test die de effectiviteit van medicatie tegen het virus aangeeft, werkt het Mechelse biotechbedrijf nu ook hard aan een eigen geneesmiddel. 'Hiv speelt constant kat en muis met mensen en behandelingen.'

In een laboratorium langs de E19 in Mechelen analyseren onderzoekers van Tibotec-Virco elke dag tientallen stalen met hiv besmet bloed. "Hiv is zo variabel", zegt Dr. Kurt Hertogs, de verantwoordelijke voor de diagnostische tests die Tibotec-Virco hier uitvoert, "dat je bijna zou kunnen zeggen dat elke patiënt een ander virus heeft." Om de zaken overzichtelijk te houden, hebben wetenschappers een classificatie gemaakt waarin ze zo'n tien grote types onderscheiden.

In het laboratorium van Tibotec-Virco is het identificeren van het type virus maar een eerste stap. Wat dit lab zo bijzonder maakt, zijn de tests waarmee het Vlaamse biotechbedrijf aan fenotypische resistentiebepaling kan doen. Zo'n bepaling is essentieel bij de behandeling van hiv-patiënten: fenotypering leert tegen welke geneesmiddelen het specifieke virus bij de patiënt resistent is. Het toedienen van die geneesmiddelen zou niets opleveren.

Om een fenotypische resistentiebepaling te kunnen opstellen, doorloopt het virus gedurende 14 tot 21 dagen een complexe reeks bewerkingen. "We moeten het virus al miljarden keren zien te kopiëren", zegt Hertogs, terwijl hij de deur aanwijst van de beveiligde, afgescheiden ruimtes waarin laboranten het hiv manipuleren. Daarna wordt het virus in contact gebracht met een geneesmiddel en bestuderen onderzoekers via lichtdetectie het groeigedrag van het 'behandelde' virus. "Een virus dat resistent is en dus blijft groeien, geeft een lichtsignaal af", zegt Hertogs. "Pas als er geen licht verschijnt, weet je dat het geneesmiddel effectief is." De lichttest is door Tibotec-Virco zelf ontwikkeld.

Fenotypische resistentiebepaling is vandaag het beste antwoord van de wetenschap op de vraag hoe hiv behandeld dient te worden. "Het geeft een veel beter inzicht dan de genotypische test", zegt Hertogs."Bij zo'n test ga je alleen na wat de mutaties zijn in een sequentie van de genetische code van het hiv. Dat is interessant, maar je moet die gegevens dan ook nog kunnen interpreteren. En er zijn zoveel mutaties dat het heel moeilijk wordt om op die manier na te gaan tegen welke geneesmiddelen die bepaalde hiv-variant resistent is."

Maar de fenotypische methode heeft ook zo haar nadelen. "De test duurt lang en hij is relatief duur", zegt Dr. Paul Stoffels, een van de stichters en coleiders van Tibotec-Virco. Een fenotypetest kost tussen de 800 en 1.000 dollar (45.000 frank) per patiënt.

Om daar iets aan te doen, ontwikkelde Tibotec-Virco VirtualPhenotype, een test die maar vijf tot tien dagen in beslag neemt en de helft goedkoper is dan een 'echte' fenotypering.

Met de VirtualPhenotype-test vergelijkt Tibotec-Virco de genetische informatie uit de hiv-besmette bloedstalen met zijn eigen database van ongeveer 100.000 geno- en fenotypes. Die database is het geheugen van Tibotec-Virco: het biotechbedrijf kan er nagaan welke mutaties van het virus resistentie vertonen voor bepaalde geneesmiddelen. Als de besmette bloedtallen mutaties bevatten die ook in de database zitten, kan Tibotec-Virco met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen wat de beste therapie voor de patiënt is.

Toen Tibotec-Virco de VirtualPhenotype-test voorstelde op een belangrijk aids-congres in Chicago in februari van dit jaar, baarde dat al enig opzien - de test haalde onder meer The Wall Street Journal. Maar het Mechelse bedrijf maakte pas helemaal indruk toen het er kwam vertellen hoe het aan een nieuwe categorie geneesmiddelen werkt die de ziekte moet indijken. "Heel wat wetenschappers waren toch verrast door onze strategie om een nieuwe generatie hiv-remmers te ontwikkelen en door de resultaten die we daarbij halen", zegt Dr. Rudi Pauwels, de medestichter van Tibotec-Virco.

Het sleutelwoord bij die nieuwe generatie geneesmiddelen is resistentie. "Hiv speelt al sinds zijn ontdekking kat en muis met mensen en behandelingen", zegt Pauwels. "Dit virus verandert zo snel, het wordt zo snel resistent dat het telkens weer de barrière neerhaalt die we met geneesmiddelen proberen op te werpen."

Resistentie tegenover hiv ontstaat vooral op twee manieren. Zo kunnen patiënten die zich niet strikt aan hun therapie kunnen houden - sommige patiënten moeten tot twaalf pillen per dag slikken, op precieze uren - zelf resistentie versnellen. "Vergelijk het met antibiotica", zegt Stoffels. "Wie ziek is, is gemotiveerd om die pillen te slikken. Maar zodra de infectie verdwijnt, verdwijnt ook de patiëntendiscipline, ook al zou je dan nog enkele dagen pillen moeten nemen. En zo ontstaat resistentie."

Maar ook de perverse aard van hiv draagt bij tot resistentie. Zelfs als er maar een kleine fractie van het virus overblijft tijdens de therapie, kan dat stukje nog steeds muteren tot een resistent virus. "Bij hiv spreken we over een chronische infectie", zegt Pauwels. "Het virus is geen passant, maar het laat zijn genetische materiaal versmelten met de gastheer. Dat maakt het heel moeilijk om het uit te roeien."

Volgens schattingen heeft tussen de 20 en 40 procent van de patiënten die aids-cocktails slikken, resistentie ontwikkeld tegen een of meerdere geneesmiddelen.

Natuurlijk is resistentie al langer een prioriteit bij aids-onderzoekers. Zo vond de farmagroep Merck in 1996 een middel om de resistentie tegen AZT, een van de eerste geneesmiddelen tegen het virus, af te blokken. Dat middel verhinderde de werking van protease, een enzyme dat belangrijk is voor de groei van het virus.

Maar Tibotec-Virco zegt dat het de strijd tegen resistentie op een ander niveau wil brengen. "We willen de barrière in een keer sterk verhogen", zegt Pauwels.

In Chicago stelde Pauwels testresultaten voor van twee kandidaat-geneesmiddelen die in een laboratoriumomgeving al bijna elke vorm van resistentie wisten te bestrijden. "Dat zijn uiteraard maar laboratoriumgegevens", zegt Pauwels. "Er is nog een lange weg af te leggen vooraleer we een echt geneesmiddel hebben. Maar we zijn hoopvol."

Een van de twee geneesmiddelen waaraan Tibotec-Virco werkt, met de voorlopige naam TMC 120, zit ondertussen al in fase II van de klinische tests. Daarbij wordt TMC 120 toegediend aan een groep van vijftig patiënten. TMC 120 verhindert de werking van reverse transcriptase, een ander enzyme waardoor het hiv zich vermenigvuldigt.

Pauwels bestudeert hiv al zestien jaar. Hij werkte tien jaar als onderzoeker aan het Leuvense Rega Instituut en werd doctor in de farmacie met een thesis over de ontwikkeling van een mogelijk nieuw hiv-geneesmiddel. Pauwels leerde via zijn samenwerking met Janssen Pharmaceutica dr. Paul Stoffels kennen, een geneesheer die bij het Tropisch Instituut infectieziekten bestudeerd had. Stoffels was zelf zeer actief bij hiv-onderzoek betrokken bij Janssen..

Pauwels richtte Tibotec op in 1994, Stoffels startte Virco, samen met Pauwels, in 1995. Tibotec werkte aan geneesmiddelen tegen het virus, Virco legde zich toe op het ontwikkelen van de diagnostische tests die resistentie aangaven.

Maar beide bedrijven werkten zo nauw samen - ze deelden hun gebouwen, onderzoeksresultaten en hun visie op resistentie - dat ze begin dit jaar besloten samen te smelten. "We zijn nu één bedrijf, opgebouwd rond hiv-resistentie", zegt Stoffels, "met een afdeling voor diagnostica en één voor farmacie."

Door hun fusie zullen Virco en Tibotec ook kosten besparen. In de zomer van dit jaar kondigden ze aan ook te willen besparen door vestigingen in Cambridge en Dublin te sluiten. Voortaan werkt Tibotec-Virco vanuit zijn hoofdkwartier in Mechelen en vanuit Rockville in de VS.

De 3 tot 4 miljoen euro (161 miljoen frank) die Tibotec-Virco bespaart op zijn operationele werking door het sluiten van vestigingen, zijn maar een peulenschil in het miljardenbudget dat Stoffels en Pauwels nodig hebben om hun kandidaat-geneesmiddelen helemaal tot in de laatste fase (een grootschalige test op mensen) te krijgen. Veel eigen inkomsten heeft het jonge biotechbedrijf niet - de opbrengsten van het verkopen van de diagnostische tests volstaan niet om de 350 werknemers van de groep te betalen.

Om de lange weg naar een geneesmiddel te financieren, heeft Tibotec-Virco al bijna elk jaar met een private financieringsronde geld opgehaald. Zo haalde Tibotec in 1999 35 miljoen euro (1,4 miljard frank) op bij Europese investeerders. Onder meer Sofinim (een onderdeel van Ackermans & van Haren), TrustCapital (het investeringsfonds van Christian Dumolin), Manasales (een investeringsfonds van de familie Van Hool, de Lierse busbouwers) Fortis en KBC stapten toen in het kapitaal van het biotechbedrijf. Eind vorig jaar haalde Tibotec nog eens 41,5 miljoen euro op (1,67 miljard frank). "Financiering is een continu proces bij ons", zegt Stoffels. Dat het nu op de aandelenbeurzen minder goed gaat, heeft het biotechbedrijf er noch niet van weerhouden om nog altijd geïnteresseerden te vinden voor bijkomende investeringen", zegt Filip Merckx, de financieel directeur van Tibotec-Virco. "Biotechbedrijven zijn toch anders dan software- of internetbedrijven", zegt Stoffels.

Maar geld alleen is niet genoeg in de race naar een nieuw hiv-geneesmiddel. Om een kandidaat-geneesmiddel echt op de markt te krijgen, is vaak een distributienet van honderden vertegenwoordigers nodig, een commerciële slagkracht waarover weinige van de biotechbedrijfjes die pionierden in aids-geneesmiddelen, beschikken. De meeste van die geneesmiddelen worden dan ook verkocht door multinationals als Merck of GlaxoSmithKline.

Tibotec-Virco heeft nog niet uitgemaakt of het een partner gaat zoeken zodra het een geneesmiddel klaar heeft. "Voorlopig zien we onszelf nog als een echt farmaceutisch bedrijf", zegt Stoffels. "Bovendien is het verdelen van hiv-geneesmiddelen eenvoudiger dan het verkopen van producten voor een heel brede groep patiënten. Met een verkoopsorganisatie van ongeveer honderd mensen zouden we dat eventueel zelf ook kunnen doen."

'Er is nog een lange weg af te leggen vooraleer we een echt geneesmiddel hebben. Maar we zijn hoopvol'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234