Zondag 25/10/2020

Vlakke etappe in het hooggebergte

Jelle Vanendert haalde op Luz-Ardiden een knappe tweede plaats, en na hem zorgde een hele generatie landgenoten ineens voor een 'Belgian new wave' in de Pyreneeën. Die verheugende vaderlandse aanwezigheid kan evenwel niet maskeren dat in deze Tour de betere klimmers nog niet op het niveau zijn van het hooggebergte dat ze moeten bedwingen. En als Alberto Contador zich niet herpakt, glijdt hij stilaan de top af.

Soms zijn het niet de grote verklaringen achteraf, noch de gebalde winnaarsvuist aan de aankomst, de verschroeiende demarrage of de pakkende en close in beeld gebrachte inzinking die het verhaal van de rit vertellen. Soms ligt de essentie vervat in een subtiel doch veelzeggend detail. In de laatste kilometers naar Luz-Ardiden was dat het geval. Fränk Schleck was uit de elitekopgroep achter de twee vluchters gegaan, Alberto Contador probeerde op zijn wiel te raken, kon dat niet, liet zich tot bij de achtervolgers afzakken, maar de onverwachte gele trui Thomas Voeckler zat erbij. Toen gebeurde het: Pierre Rolland, de laatst overgebleven helper van Voeckler, mocht of moest het tempo maar maken. Pierre Rolland! Alleen in Frankrijk steken ze dan de loftrompet en maken ze van Pierre Rolland de held van een nieuw Roelandslied in de Pyreneeën. In werkelijkheid is Pierre Rolland hoogstens een voetknecht. In realiteit is Alberto Contador ook niet meer de fiere, donkere hidalgo van weleer, die aanviel en toesloeg waar hij wilde. Contador kon dat niet meer zelf, en hij had ook geen maats om hem te helpen. Hij was alleen in zijn verlies.

Ach, ook niet dat Fränk Schleck met zijn tegenaanval de Tour aan stukken reed. Hij liep 20 seconden uit op Ivan Basso, Cadel Evans, broer Andy en 25 op Cunego: dat zijn kruimels. Alberto Contador gaf evenwel al 33 seconden toe op Schleck senior. Het zouden peanuts kunnen zijn, ware het niet dat Contador geacht werd tijd goed te maken in het gebergte, en wel al zo snel al kon, na zijn desastreus openingsweekend. Bij de eerste bergrit tijd verliezen is eigenlijk geen optie.

Sanchez pakt tijd terug

Vooral omdat de eerste Pyreneeënrit gemaakt was op zijn maat, en ook wel die van de andere Spaanse klimmers. Het was namelijk een van de zwaarste bergritten van de Tour, één col van eerste categorie, de in de Tour nog nooit beklommen 'Hourquette d'Ancizan', en vervolgens twee kleppers buiten categorie: de legendarische Tourmalet, en nadien de indrukwekkende slotklim Luz-Ardiden, een finish die respect afdwingt. Een eindstreep ook vlakbij de Spaanse grens, en de drommen Spaanse en Baskische supporters zijn altijd meegenomen voor Spanjaarden. Het was dan ook geen verrassing dat Samuel Sanchez zou aanvallen - en evenmin dat hij van de verdienstelijke medevluchter Jelle Vanendert won. Olympisch kampioen Sanchez is a) een klasbak, anders was hij vorig jaar niet vierde in de Tour geworden en b) een specialist van de demarrage bergop, zo won hij trouwens ook goud in Peking. Bovendien wilde hij verloren tijd terugpakken: Euskaltel is traditioneel een allerbelabberdst team als het op ploegentijdritten aankomt. Zo ook in het begin van deze Tour: de chronorit per ploeg was geen 25 kilometer lang, en toch verloor Sanchez al een dikke minuut op de concurrenten. Daarvan heeft hij dus in één rit al de helft gecompenseerd.

'Contador niet meer onklopbaar'

Hoe klein zijn verlies ook is in seconden, Alberto Contador is de grote verliezer van de dag. Hij vindt geen antwoord op het spel van de Schlecks - als ze met elkaar praten, gaat hij tussen de broers in fietsen. Die weten dat en praten dus wel eens vaker met elkaar, waarop Contador zich tussen hen in rept - alsof die quasi eentalige Spanjaard veel van hun Letzeburgs zou oppikken. Hoffelijk als ze zijn, weigerden de Schlecks hun opponent door het slijk te halen. "Contador is niet meer onklopbaar", klonk het met enige zin voor understatement. Of ook, met te veel zin voor cliché: "Dit was slechts een eerste test. Die liep niet slecht, maar het echte werk moet nog komen."

Daarmee is het opwindende van deze etappe verteld, en dat is bitter weinig voor een Pyreneeëntocht die alles in zich had om een koninginnenrit te zijn. Neem de Tourmalet. Een col buiten categorie, een legende van de Tour, die ditmaal vooral dienstig was om het kaf van het koren te scheiden, om het verschil te maken tussen renners met vermeende ambitie en zij die werkelijk capaciteiten hebben om er iets van te maken. Op de Tourmalet probeerde Roman Kreuziger naar de twee man toe te rijden die toen voorop hingen, hij naderde tot op 21 seconden, en viel stil. Kreuziger klokte af op 17:28: de definitieve exit van de Tsjech bij de favorieten. Net zo met witte trui Robert Gesink. Kwam op de Tourmalet al snel in de problemen, eindigde met een paar makkers op 17:44. Ongetwijfeld lijdt Gesink nog aan de fysieke gevolgen van zijn zware val, maar mentaal is hij niet de sterkste.

Intrigerende renner, die Gesink. Ritwinnaar Samuel Sanchez klimt met zijn mond onbeleefd wijd open, happend en hikkend naar lucht: geen zicht, een stijl, geen foto voor de jongenskamer. Maar die Bask met zijn warrige haarbos werd wel ritwinnaar, en de nieuwe (en terechte) bollentrui. Niets is warrig of onverzorgd aan Robert Gesink. Gesink is de 'Prins van het Nederlandse Wielrennen', één en al stijl en icoon. Geen renner die knapper klom dan Gesink, of het moet Fons De Wolf geweest zijn in de jaren tachtig. Sinds die Fons De Wolf is er ook geen renner die gemakkelijker lost en sierlijk sterft dan hij, of het moet Gesink zijn: die lost ook zonder zichtbaar te lijden. Robert Gesink in de witte trui is de Tourvariant van De Stervende Zwaan van Saint-Saëns: een ballet over sterven in schoonheid, en ook wel ijdelheid. Ergens is Robert Gesink tegelijk wielrenner en ballerina.

En waar de meest getalenteerde Nederlander van zijn generatie al snel losliet, klampte een hele roedel renners aan. Onder hen een nooit gezien contingent Belgen. Philippe Gilbert natuurlijk, maar dus ook Jelle Vanendert, Kevin De Weert en zelfs debutant Thomas De Gendt. De Weert en Gilbert staan voorlopig op plaats elf en twaalf in de stand en hebben uitzicht op de top tien, zeker omdat Thomas Voeckler daar eigenlijk niet meer thuishoort. Zelfs de Franse sportkrant L'Equipe, toch niet het minst geïnformeerde dagblad inzake het Franse peloton, reageerde verwonderd over het feit dat Voeckler zijn gele trui had behouden, redelijk moeiteloos nog wel. Had Voeckler niet zelf gezegd dat hij ervan uitging dat het met de laatste vlakke etappe voor de Pyreneeën ook zijn laatste dag geel zou zijn? Leren zijn uitslagen in de Tour niet dat dit eigenlijk logisch zou zijn? Voeckler startte tot dusver acht keer in de Tour, telkens haalde hij Parijs. Daarbij één uitschieter, maar die dateert al van 2004, de voorlaatste keer dat Lance Armstrong won: toen werd Voeckler 18de, op een goed halfuur. Alle andere edities waren zijn uitslagen bescheiden. Hij eindigde telkens op meer dan twee uur van de latere winnaar in Parijs. En nu is hij de bepalende man in de kopgroep van een loodzware Pyreneeënetappe, tot twee kilometer voor de top.

De uitleg van Voeckler zelf: "Ik ben niet sterker geworden, maar de gele trui zorgt ervoor dat ik mezelf meer pijn durf doen. Als je geel moet verdedigen, ga je veel dieper dan als je voor de vijftigste plaats rijdt." Dat klopt, en er zijn in het verleden een paar van zijn landgenoten véél te diep gegaan om dat geel toch maar te houden. In 1996 moest Stéphane Heulot huilend opgeven op de Alpenklim van Cormet de Roselend, omdat hij zijn knie finaal stuk had gereden in het behoud van het geel. Nog dramatischer was de opgave van Cyrille Guimard in 1972 in zijn strijd tegen Merckx: die had tijdens die Tour niet alleen zijn knie tot en met geforceerd, maar ook zijn carrière in de vernieling gereden.

Voeckler reed inderdaad niet opvallend beter. De topploegen acteerden wel opvallend slechter. Of in alle geval: bleker. Neem de twee topteams van de drie topfavorieten: Leopard (de Schleck-broers) en Saxo (Contador). Op één demarrage van één ploegmaat na, was Saxo nergens. Ze hebben nooit de leiding genomen, en ze konden Contador ook niet bijstaan toen hij in problemen kwam. Chris Anker Sörensen en Daniel Navarro konden de kopgroep mee volgen, en dat was het zo een beetje. En de supporters die Ritchie Porte zagen rijden - klauteren - richting aankomst, begonnen spontaan te applaudisseren en hem vooruit te gillen: de man wist amper dat hij op een fiets zat, en kreeg die fiets met de grootste moeite vooruit.

Superhelper van 40 jaar

Dan was Leopard tenminste meer zichtbaar. Maar daar bleef het toch bij. Leopard leidde de achtervolging op de Tourmalet, maar een echte jacht was dat niet. En uiteindelijk bleek good old Jens Voigt de laatste man om voluit te gaan, kilometers en kilometers lang. Niets slecht over Jens Voigt, een dappere krijger van zoveel oorlogen, zoveel veldslagen, zoveel zeges en zoveel nederlagen en kwetsuren. Een Duitse veteraan die al lang een IJzeren Kruis had verdiend, was aan dat ereteken een niet zo luguber verleden verbonden. Maar Voigt wordt op 17 september 40 - véértig. Deze Jens Voigt blijft taai, maar is niet meer de jonge, Oost-Duitse geweldenaar die op zijn 23ste de Vredeskoers won. Niet meer de rittenkaper of geletruidrager van weleer. Jens Voigt zelf weet goed dat bij hem het sterkst en het beste er al een paar jaar af is. Dat is geen schande. Erger is dat zijn jongere ploegmaten, de goedbetaalde nieuwe generatie 'superhelpers', of halfweg de Tourmalet al afhaakten (Linus Gerdemann, Jakob Fuglsang), of tot de slotklim bij de kopgroep bleven maar hoogstens een goede helper waren van helper Voigt (Maxime Monfort), maar niet echt een solide steun voor Fränk en Andy Schleck.

De gele trui die geen favoriet meer is, de uitdager die een ietsje uitloopt, de andere toppers die netjes bij elkaar blijven, de ploegen die geen vuist maken, de Belgen die zich tonen, Voeckler die tot zijn eigen verbazing geel blijft houden: het is een schattig scenario voor een oefenwedstrijd, maar het is niet bepaald the stuff legends are made of.

Maar morgen wacht de Aubisque. En wachten ook wij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234