Dinsdag 26/01/2021

Vlaanderens ergste nachtmerrie: Olivier Maingain (50)

Ik ben geen primaire

anti-Vlaming

In Vlaamse ogen wedijvert Olivier Maingain (FDF) met Joëlle Milquet (cdH) om de titel 'grootste struikelblok op weg naar een staatshervorming'. Maar wie is deze door vriend en vijand als minzaam en begaafd omschreven politicus? Een portret van un gentilhomme cultivé, over de zachtere randjes van een scherpslijper. Door FILIP ROGIERS en FABIAN LEFEVERE / Foto FILIP CLAUS

'Ik weet niet wat het precies is dat hem communautair zo scherp maakt", zegt Volksuniesenior Vic Anciaux over Maingain. "Het is bijna iets ziekelijks. Maar tegelijk heb ik hem in de Kamer leren kennen als een zeer sociaal man. Ik heb nog samen met hem wetsontwerpen ingediend. We konden hard botsen, maar na het conflict gingen we hoffelijk verder met elkaar om."

"Wie met hem werkt, kan het onmogelijk rijmen met zijn negatieve imago", zegt ook Stefan Ector, Open Vld-gemeenteraadslid in Sint-Lambrechts-Woluwe. Ector zit in de oppositie en heeft zijn wortels in de Volksunie, maar toch heeft hij alleen lof voor 'zijn' burgemeester Maingain. "Tegenover Vlaamse vrienden heb ik al vaker zijn verdediging op mij genomen. Eén keer heb ik hem woest geweten en dat was toen mijn vroegere baas (Brussels minister Guy Vanhengel, FR/FL) hem een racist had genoemd. Dat is Maingain beslist niet. Hij hecht zeer sterk aan de mensenrechten. Wat hij de gecrispeerde houding van de Vlaamse overheid in de faciliteitengemeenten noemt, kan hij echt niet vatten. En hij zal er zichzelf nooit op laten betrappen ten aanzien van de Vlamingen in zijn eigen gemeente."

Ook in dit gesprek verrast hij. Met een enthousiaste lofrede op de Nederlandstalige cultuur in de hoofdstad. Die leeft, vindt hij. Meer dan wat er soms in de grootste Franstalige cultuurhuizen te zien valt. "De Franse cultuur is een beetje verburgerlijkt, we rusten te veel op onze lauweren. Sommigen lijken te vinden dat het behoren tot de francofonie op zich volstaat om briljant te zijn. Onzin natuurlijk."

U draait al ruim vijftien jaar mee aan de top van de Belgische politiek en toch blijft u in Vlaanderen de Grote Onbekende. Of liever, u bent er wel bekend, maar dan veeleer als slecht geld. Betreurt u dat? Of verheugt het u, u haalt er per slot van rekening stemmen mee?

Olivier Maingain: "Nee, het maakt me niet blij te weten dat velen mij zien als een soort primaire anti-Vlaming. Dat ben ik namelijk niet. Mijn moeder was een Vlaamse, afkomstig van Aalst. Op de familiefeesten uit mijn kindertijd werd Nederlands gesproken. Mijn grootvader sprak ook Nederlands met mij. Al was het veeleer patois, dialect. Mijn vader is geboren in Brussel, maar zijn familie kwam uit Wallonië. Ik zal in interviews of debatten niet snel Nederlands spreken, maar dat is geen ideologische keuze. Ik ben zeer gesteld op de precisie van de woorden, de finesse van de mondelinge expressie, en hoewel ik in Utrecht gestudeerd heb (hij volgde er een cursus 'juridisch Nederlands', FR/FL), voel ik me op een bepaald gespreksniveau onvoldoende zeker in het Nederlands. Maar met een verwerping van uw taal heeft het volstrekt niets te maken. Als ik in het gemeentehuis van Woluwe in het Nederlands word aangesproken, antwoord ik ook in die taal.

"Ik heb ook veel achting voor de Vlaamse cultuur. Ik vind die vandaag op veel vlakken zelfs passionanter en creatiever dan wat ik aan Franstalige kant zie. Ik zag de jongste voorstelling van Jan Fabre in Antwerpen en ik volg ook de Nederlandstalige culturele kronieken. Er beweegt heel veel bij u en daar kunnen de Franstalige cultuurmakers iets van opsteken. Ik heb dus absoluut geen a priori's ten aanzien van Vlaanderen en ik ben ook niet opgegroeid met een anti-Vlaams sentiment.

"Het stoort me omgekeerd des te meer als ik soms hoor dat je in Vlaanderen tegenwoordig geen Franstalige culturele evenementen meer kunt organiseren zonder betogende Vlaamse extremisten voor de deur te krijgen. Ik kan het gewoon niet vatten dat we in Europa de culturele expressie van welke gemeenschap dan ook zouden verhinderen. Voor mij mogen er morgen zoveel Vlaamse culturele manifestaties zijn als maar kan in Wallonië."

Toch staat voor uw naam niet zelden het adjectief 'Fransdol'. De manier waarop u al die jaren op dezelfde communautaire nagel blijft kloppen, doet ook vermoeden dat u in uw jeugd iets traumatisch hebt meegemaakt.

"(lacht) Nee, mijn vader was een Waalse militant uit de rangen van André Renard (de Waalse socialistische vakbondsleider die in de jaren vijftig en zestig mee de motor van het federalisme aanzwengelde, FR/FL). Hij was lid van de PS, maar sloot zich van bij de oprichting aan bij het FDF, dat vooral socialisten en liberalen aantrok. Mijn vader was een echte Waalse federalist, die heel goed de Vlaamse eisen begreep. Ik ook, nog altijd. De Vlaamse beweging was nodig, de sociale strijd die er deel van was onontbeerlijk. Alleen begrijp ik niet waarom Vlaanderen, toch nog altijd een van de meer welvarende regio's van de wereld, nog altijd zo bevreesd is voor de aanwezigheid van het Frans.

"Mijn vader was veeleer anti-belgicain dan anti-flamand, en dat geldt voor het hele FDF. In de jaren 70 en 80 was er een vrij grote convergentie in het streven van Vlaamse en Franstalige federalisten naar een hervorming van de unitaire staat. Mijn vader heeft talloze federale manifesten ondertekend, ook gemeenschappelijke oproepen van Vlaamse en Waalse intellectuelen.

"Wat wel een enorme indruk op mij heeft gemaakt, is het beeld dat ik eens zag als jongetje van vijf of zes jaar van een Vlaamse mars op Brussel. Daar werden kuikentjes onder de voeten van de manifestanten vertrappeld. Ik vroeg aan mijn vader waarom. Hij legde uit dat het de Waalse haan was die daar onder de voet werd gelopen.

"Een hele generatie Franstaligen is ook getraumatiseerd door het 'Walen buiten' van Leuven in 1968. Ook voor Franstaligen die zoals mijn vader voordien open hadden gestaan voor de dialoog met de Vlaamse federalisten betekende Leuven Vlaams een breuk. Met een schok kwamen ze tot het besef dat het federalisme dat tot doel had om de fricties tussen de gemeenschappen te overstijgen die botsing juist versterkte. Ik ben ook van de school die het federalisme de beste manier blijft vinden om tot een harmonieuze co-existentie te komen."

Zegt de man die na Yves Leterme ook Kris Peeters deze week zover dreef dat hij de dialoog opblies.

"Wat ik altijd consequent geweigerd heb, is de gehanteerde methode. De logica van Peeters was de volgende: 'Dit zijn mijn eisen en daarover gaan we praten'. Wel, ik heb ook mijn eisen en het recht ermee naar de onderhandelingstafel te stappen. Waarom zou ik niet over de grenzen van Brussel mogen spreken? Over de geschorste burgemeesters in de rand? Ik zeg niet dat ik het opleg. Ik wil op z'n minst dat erover gepraat kan worden, temeer omdat ik veel verder ga dan veel Franstaligen in mijn begrip voor de Vlaamse vraag naar meer bevoegdheden.

"Ik ben vragende partij voor een grote staatshervorming. En ik zeg dat de Franstaligen die de Vlaamse vraag naar meer autonomie niet willen horen recht op de muur afstevenen. We zullen aan Franstalige kant ooit verder moeten gaan dan sommigen zich daar nu kunnen indenken. Ooit zal het debat wagenwijd open moeten worden gegooid. Maar de Vlamingen moeten daarbij ook aanvaarden dat er een tegenpartij is. Peeters deed nooit iets anders dan een eis op tafel leggen en dan kijken hoe ver de Franstaligen zouden gaan in hun aanvaarding of verwerping. Dat is geen dialoog.

"Ik heb dat ook proberen uit te leggen aan Leterme. Toen hij formateur was, had Reynders hem eens gezegd: 'Als je het over B-H-V wilt hebben, moet je aankloppen bij Maingain.' Dagenlang hoorde ik dat hij mij zou komen opzoeken. Op een dag belde inderdaad zijn medewerker. 'De formateur wil u ontmoeten, maar op een discrete plek'. (lacht) Want ja, beeld je in dat we samen gezien zouden worden."

Dat zou zoiets zijn als de ontmoeting van koning Boudewijn en José Happart aan de kant van de autosnelweg.

"Voilà! Ik nodigde hem uit op een zondag op het gemeentehuis van Sint-Lambrechts-Woluwe. Ik stelde hem gerust: hij zou er alleen mij en de conciërge treffen en die laatste zou ik aanmanen tot discretie. HIj kwam dus. Een beetje onwennig stond hij in mijn bureau. Hij keek door het raam en zei, om zich een houding te geven: 'Quelle belle vue chez toi!' Terwijl daar eigenlijk niets te zien is, behalve een kruispunt. Toen ging hij zitten, nam een notitieboekje en kwam ter zake: 'Wat heb je mij te vertellen?' Ik zei dat ik graag zijn visie over de toekomst van B-H-V wilde horen. 'Non, non', zei hij, 'je t'écoute'. Ik legde hem dan uit hoe ver we geraakt waren in de onderhandelingen onder Verhofstadt in 2005. Het is eigenlijk eenvoudig, het gaat om communicerende vaten: hoe meer gemeentes je weghaalt uit wat nu B-H-V is, hoe meer wij zullen vragen om de rechten van de Franstaligen in de rand te versterken. Leterme noteerde en zei: 'Dat wordt moeilijk'. Ik antwoordde dat er geen twintig wegen zijn. Een akkoord is maar mogelijk als iedereen er een stukje van zijn eisen in herkent. 'U moet kunnen zeggen dat B-H-V als zodanig niet meer bestaat', zei ik hem. 'En ik moet voldoening hebben over de Franstaligen in de rand'. En gros is het dat. Ooit kom je daarop uit. Maar hij bleef maar zeggen: 'Dat wordt moeilijk'. Na 20 minuten is hij vertrokken.

"Toen ik hem eens vroeg naar zijn kijk op de burgemeesters antwoordde hij: 'Dat dossier ken ik niet goed. Ik weet niet waarom ze niet benoemd zijn'. Ik heb hem dan de besluiten ter zake van de Vlaamse regering bezorgd en de tegenargumenten van onze jurist. Vergadering na vergadering bleef hij me zeggen dat hij mijn dossier 'aan het lezen' was. Dan, op een dag, zei hij: 'Sorry, het is mijn bevoegdheid niet, wel die van de Vlaamse regering'. Dat kwam nog goed uit aangezien de dialoog werd overgenomen door Peeters. Op de eerste vergadering zei ik vriendelijk dat we een klimaat moeten creëren dat bevorderlijk is voor onderhandelingen. Ik zei dat we over alles willen praten. Maar nee, over de burgemeesters mocht alweer niet gepraat worden. Mijn Franstalige collega's vroegen me te aanvaarden dat als de Vlaamse regering het dossier op z'n minst liet rusten we de dialoog een kans moesten geven. Dat deden we. Maar wat gebeurde er medio november? Keulen (Open Vld) rakelde het weer op. Boem.

"Wat doet men bij een onderhandeling? Men legt de wapens neer, on apaise. Als iedereen er natuurlijk alleen maar meer wapens bijlegt..."

Dat doet u toch ook?

"Je gaat toch niet naar een onderhandeling met de bedoeling van meet af aan je prioritaire eisen in te slikken? Peeters wou enkel praten over de overdracht van bevoegdheden. Nogmaals, die eis kan ik zelfs begrijpen. Maar is het dan te veel gevraagd dat er als tegenprestatie ook eens geluisterd wordt naar wat mij interesseert? Ik heb toch geleerd van Antoinette Spaak en André Lagasse dat een goed akkoord van iedereen vereist een belangrijke stap te zetten in de gewenste richting. Vlamingen willen een grote stap zetten richting autonomie, wij een grotere erkenning van Brussel als gewest met enkele consequenties voor de nabije rand. Dan moet je toch dichter kunnen komen?"

U hebt er bij Reynders altijd op aangedrongen dat er voor de verkiezingen van 7 juni geen deelakkoorden zouden worden afgesloten. Daaruit spreekt niet direct de wil om tot resultaten te komen.

"Bien au contraire. Aan Franstalige kant overheerst het gevoel dat we ons in het verleden te vaak in een val hebben laten lokken door de 'stap per stap'-methodiek zoals Dehaene en Martens die erop na hielden. Telkens als we dachten een punt van stabiliteit bereikt te hebben, doken er nieuwe desiderata op. We zouden van de Vlamingen willen weten of er achter hun huidige vraag nog stappen komen. En als dat zo is, waarom zoeken we dan geen directere weg naar dat doel in plaats van nog wat verder te bricoleren? Daarom ben ik zo'n voorstander van een grondige en grote staatshervorming. Het lijkt me beter dan alweer een deelakkoord dat direct de kiem voor nieuwe conflicten bevat. In die zin verkies ik de duidelijkheid van een De Wever boven het hypocriete spel waarbij iedereen zich wegsteekt.

"We naderen een keerpunt dat zo belangrijk is als de staatshervormingen van 1970 en 1980. Zo'n hervorming krijg je op drie maanden voor de verkiezingen niet rond. Aan de andere kant behoor ik ook niet tot diegenen die zeggen dat de economische crisis elk institutioneel debat naar de achtergrond moet duwen. Om je in dit land goed te kunnen toeleggen op de crisis moet je ook het institutionele vraagstuk oplossen."

Frustreert het u niet dat het communautaire thema ook in uw politieke leven alles overschaduwt?

"Ik kan het ook niet helpen dat er minder belangstelling is als ik met andere dossiers bezig ben. (lacht) Men komt me altijd opzoeken voor het institutionele debat. Een journalist heeft mij eens gevraagd met welke realisatie ik het meest tevreden was. Wel, dat was in 1996, toen het parlement de doodstraf schrapte uit het strafwetboek en dat ook liet verankeren in de grondwet. Wie mijn werk als jurist in het parlement een beetje kent, weet dat ik mij vaak meng in debatten die over cruciale aspecten van de democratie gaan. Ik was met Bourgeois (N-VA) coauteur van de wet op de bescherming van het journalistiek bronnengeheim.

"Ook mijn eerste stappen in de politiek hadden niets met het communautaire te maken. Toen ik verkozen werd op mijn dertigste in de Brusselse gemeenteraad vernam ik op de avond van de verkiezingen dat het meerderheidsakkoord met PS en PSC hernieuwd zou worden. Onderdeel van dat akkoord was het burgemeesterschap voor Paul Van den Boeynants en wij werden verondersteld daar onze handtekening voor te lenen. Dat wrong. Het FDF benaderde Brussel namelijk niet alleen institutioneel, we stonden ook voor een heel andere visie op de stad. Het waren de jaren waarin de centrale staat Brussel uitsluitend als administratieve hoofdplaats beschouwde en dat er gegrossierd werd in vreselijke urbanistische plannen, zoals het idee om alle autosnelwegen in het centrum te laten samenkomen. We waren absoluut tegen het onpersoonlijke stadsconcept van de VDB-jaren. Ik weigerde zijn kandidatuur dus ook te tekenen, al moest ik daarmee ingaan tegen André Lagasse, die mij in de politiek had geloodst. We kregen wel snel de steun van Antoinette Spaak en Georges Clerfayt. Ook zij vonden dat het FDF het zich niet kon veroorloven VDB mee aan het hoofd van de eerste stad van het land te helpen.

"Ook Didier Gosuin heeft altijd gewaakt over die grootstedelijke bekommernis van het FDF. We wilden dat Brussel opnieuw een plaats om te leven werd, waar het goed wonen zou zijn. Ik was zelf van 1995 tot 2000 schepen van Monumentenzorg. Het allereerste dossier dat ik gedeblokkeerd heb, samen met Manu De Rons, VLD-schepen van Vlaamse zaken, was de renovatie van de KVS. Het is vandaag trouwens een van de meest opmerkelijke cultuurhuizen in de stad."

Volgens Stefan Ector toont u zich ook in Woluwe zo 'correct' voor de Vlaamse verenigingen omdat u niet de fouten wilt begaan die u Vlaanderen in de rand ten aanzien van de Franstaligen verwijt.

"On ne me prendra jamais en défaut. Je n'ai jamais insulté les flamands. De Vlaamse verenigingen in mijn gemeente verkeerden jarenlang in onzekerheid over hun lokalen, ik heb dat zo snel mogelijk in orde gebracht. Onlangs was ik ook op de nieuwjaarsreceptie van het Vlaams cultureel centrum in Woluwe. Daar wordt dan weleens verrast opgekeken. Entrez le diable nietwaar? Maar ik heb de verantwoordelijke mijn steun toegezegd voor de uitbreiding van de bibliotheek. Ik behoor niet tot die francofonen die vinden dat je de Vlamingen moet verhinderen in Brussel hun eigen gemeenschapsleven uit te bouwen. (met nadruk) Ca ne me gêne pas du tout. Ik leef niet in die geest van bedreigingen en concurrentie."

Nu stopt u zich een beetje weg. Toen u voorzitter werd in 1995 zei u dat de Vlaamse politieke instellingen maar beter hun biezen konden pakken uit Brussel. En Luc Van den Brande (CD&V) vergeleek u met een 'coyote'.

"Ah ja, dat heeft me lang achtervolgd."

Waren dat gaffes?

"Misschien. Ik was zoveel jonger. Ik ben nog altijd even streng voor Van den Brande hoor. Zeker nu hij voorzitter van de Raad van Europa tracht te worden, hij die altijd alles heeft gedaan om toch maar de ratificatie van het minderhedenverdrag tegen te houden. En het probleem van de politieke instellingen in Brussel? Ik heb het altijd paradoxaal gevonden dat men de hoofdstad van een regio buiten die regio wilde plaatsen. Ik weet ook wel dat Vlaanderen zijn gewest en gemeenschap niet heeft samengevoegd, maar het gewicht van de Vlaamse Gemeenschap ligt toch in Vlaanderen en niet in Brussel? Ook in het buitenland is er niemand die Brussel beschouwt als de hoofdstad van Vlaanderen."

Ten gronde blijft u er dus bij: Vlamingen hebben niets te zoeken in de hoofdstad.

"Dat zeg ik helemaal niet. Ik heb het over de dubbelzinnigheid van de leidende politieke klasse. Ik ben niet een van die francofonen die vinden dat het geen zin heeft om aparte Nederlandstalige en Franstalige scholen te hebben. Ik ben wel voor de kennis van veel talen, maar ik kan de vrees van Vlamingen voor tweetalig onderwijs perfect begrijpen. Ze zijn beducht dat ze in de praktijk weer in hoofdzakelijk Franse scholen zouden terechtkomen, in een verhaal van de facto assimilatie. Ik heb daar nooit voor gepleit. Ik zie absoluut het nut in van een apart Nederlandstalig scholennet."

Toch vindt zelfs Antoinette Spaak, uw politieke moeder, dat u soms iets te scherp bent in uw communautaire uitlatingen.

"Un peu pointu, ja. (lacht) J'ai des propos un peu vives. Maar mag het? We vervelen ons soms hier in België."

Ook Gosuin vindt dat u in de gloed van uw betoog weleens durft uit te glijden en dan koppig doorgaat.

"Dat Leterme op vragen over B-H-V 'een autistisch antwoord' gaf, had ik inderdaad beter niet kunnen zeggen. Ik heb er me ook uitgebreid voor verontschuldigd bij de Vlaamse Vereniging Autisme. Ik heb inderdaad soms nogal vaak de neiging die formulering te zoeken waardoor ik mij het best verzekerd weet van de aandacht. Mijn humor schijnt ook nogal bijtend te zijn."

Vrienden prijzen uw charme en hoffelijkheid, maar noemen u tegelijk afstandelijk.

"Ik ben tegen de people politiek. Op de foto met de kindjes en de madame, nee, dank u. Het keert zich altijd tegen u. Ik hou mijn publiek leven en mijn privé strikt gescheiden. Ik ga veel naar tentoonstellingen en minstens drie keer per maand naar het theater, maar ik heb daar absoluut geen behoefte om op de foto te gaan staan naast de acteurs. En bij de aankomst van welke koers dan ook zul je mij niet zien. Je m'en fous. Als ik iets doe waar ik plezier aan beleef, heb ik niet de minste behoefte dat de wereld kond te doen."

Is dat louter een kwestie van stijl of heeft het te maken met de manier waarop u het beroep invult?

"Op lange termijn word je beoordeeld op je politieke werk en niet op je uiterlijkheden. Als je een functie met enige verantwoordelijkheid uitoefent, moet je je er ook naar gedragen. En dan doel ik op de ingesteldheid, niet op het decorum, want dat kan me gestolen worden. Ik sla bijna alle officiële etentjes over. Ik haat het."

Zou u in de Franse politiek niet beter aarden? In België bent u weliswaar groot geworden door, maar in zekere zin ook 'gevangen' in de communautaire problematiek.

"Het is onmiskenbaar zo dat in de Franse politiek het debat, zoals nu over de economische en financiële crisis, toch soms op een hoger niveau staat. Mijn vrouw zegt weleens dat België een land van tuinkabouters is. Ze is te streng, maar het is wel waar dat het niveau van de Franse politiek vaak hoger ligt dan in de Wetstraat. Men snijdt er vaker essentiële debatten aan dan bij ons. Daarom zal ik ook blij zijn als we hier de communautaire pagina echt kunnen omslaan. Zodra we een nieuw institutioneel evenwicht hebben gevonden, kan ik me misschien weer wat meer toeleggen op andere overtuigingen die je nu minder ziet. Ik reken mezelf binnen de MR tot de groep van de sociaal-liberalen."

U staat links van Reynders?

"FDF'ers zijn toch doorgaans iets progressiever dan sommigen in de MR. Het sociale discours van Louis Michel lag me zeer. De vaste wil om een volkspartij te zijn die mensen verzamelt veeleer dan verdeelt, deel ik volledig."

Ideologisch staat u misschien dichter bij vader en zoon Michel, maar met Reynders hebt u het voordeel dat hij het FDF meer macht heeft gegeven binnen de MR.

"Het is een generatiekwestie. Didier et moi, wij zijn van hetzelfde jaar en dezelfde maand, augustus 1958. Didier is zeer gehecht aan de erfenis van Jean Gol die als eerste een alliantie met het FDF wou om de eenheid van de Franstaligen te bewaren en de macht van de PS te doorbreken. Gol was pas gestorven toen ik voorzitter van het FDF werd. In oktober dat jaar werd Louis Michel tot PRL-voorzitter verkozen. In zijn toespraak richtte hij een paar vriendelijke woorden aan mijn adres, maar niet meer dan nodig om te zeggen dat we bondgenoten waren. Veel meer bloemetjes kreeg Herman De Croo, toen VLD-voorzitter. Op een gegeven moment werden alle prominenten op het podium geroepen. Didier trok aan mijn mouw: 'Olivier, je gaat mee dat podium op'. Tot lichte verbazing van Michel, die liever De Croo naast hem had dan mij. (lacht) Vanaf die dag hebben Didier en ik altijd een uitstekende vriendschapsband onderhouden. Michel is ook nog van de tijd van Dehaene, ze geloven dat communautaire akkoorden nog altijd zoals vroeger gesloten kunnen worden. Nu is Louis ook mee, maar het is toch vooral Reynders die beseft dat we een institutionele mutatie van een heel andere orde beleven. Of we dat nu leuk vinden of niet, Vlaanderen is onderweg een staat te worden. Sommige Franstaligen klampen zich zo vast aan het overleven van een Belgische staat dat ze niet goed weten wat ze zelf willen. Gol had op dat vlak wel een visie. Hij had het over een nation francophone. Ook Reynders heeft op z'n minst een lucide kijk op de evoluties in dit land."

En uw grootste criticus in de MR, Gérard Deprez?

"In 2007, toen de politieke situatie muurvast zat, heeft hij even gedacht dat hij een rol zou kunnen spelen als dépanneur. Even leek het weer of hij voorzitter van de PSC was. Maar dat is een andere generatie. Hij heeft zeer goede analyses, maar hij heeft wel een kans gemist. Ook hij is zoals het FDF naar de MR gekomen met de bedoeling om het centrum van de politieke zwaartekracht in Franstalig België te verleggen. Toen MR weer aan zet kwam in Wallonië heeft Louis Michel hem aangeboden de numero uno van de MR in Wallonië te worden. Hij heeft dat niet gewild. Hij wou naar eigen zeggen geen lid zijn van een regering van pygmeeën. Hij had een veel grotere invloed kunnen hebben als hij op dat aanbod was ingegaan."

Hij heeft zijn rendez-vous met de geschiedenis gemist?

"Hij is een schitterend Europarlementslid, maar hij had meer invloed kunnen hebben. Ik kon ook minister geworden zijn, maar ik wist goed dat ik invloedrijker ben als partijvoorzitter."

En dus blijft u dat voor het leven?

"(lacht) Nee, pas du tout. Zodra de communautaire onderhandelingen achter de rug zijn, hoop ik mij op iets anders te kunnen toeleggen. De cultuurpolitiek in de Franse Gemeenschap bijvoorbeeld. Die is nu jammer genoeg zeer versplinterd. Er is veel talent, maar het zou veel beter kunnen. Vlaanderen doet het veel beter. De Franstalige cultuur is een beetje ingedommeld. Nu verspreiden we de middelen over vele actoren, tientallen theaters en culturele huizen. Ze hebben allemaal hun plek onder de zon, maar springt er nog iets uit? Het prestigieuze Théâtre National is soms maar een schaduw meer van zichzelf. Als ik er binnenstap, krijg ik het gevoel in een stationshal te komen. Nee, dan de KVS."

U hoopt minister van Cultuur te worden?

"Waarom niet?"

Ik heb veel achting voor de Vlaamse cultuur. Ik vind die vandaag op veel vlakken zelfs passionanter en creatiever dan wat ik aan Franstalige kant zie

Kris Peeters deed nooit iets anders dan een eis op tafel leggen en dan kijken hoe ver de Franstaligen zouden gaan in hun aanvaarding of verwerping. Dat is geen dialoog

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234