Donderdag 14/11/2019

‘Vlaanderen is een land van schaamte en kleinheid’

Over de politiek heeft hij geen enkele illusie meer, wetende dat ontslagnemend premier Yves Leterme in crisisberaad zat te twitteren over de Waalse Pijl. Toch mag de burger het niet opgeven. Stemmen moet, vindt schrijver Erwin Mortier (44). ‘Ik ben betrokken, maar niet met de roep dat de letteren weer de straat op moeten.’

Hugo Camps in gesprek met

Erwin Mortier

Foto Jonas Lampens

n Godenslaap, het fenomenale boek dat werd gehonoreerd met de AKO Literatuurprijs 2009, beroert schrijver Erwin Mortier België tot in zijn diepste vezels. Groot en klein leed, oorlogsleed vooral, wordt met chirurgische precisie uitgebeend. Het diepe verleden van land en volk weer tastbaar gemaakt. De auteur is streng voor de Vlaamse cowboys van de versplintering die in de aanloop naar de verkiezingen dreigen met de verdamping van België. Want juist de federale staat zou in een gebroken land het transcendente kader moeten zijn. “De lekenversie van het nooit te bereiken hemelse Jeruzalem.”

In al zijn boeken en gedichten slaat de poëtische verklanking van het grote verzwijgen de lezer in het gezicht. Soms als streling, soms als zweepslag. Erwin Mortier: exorcist van het vergeten, van de sloopwoede van de tijd. Zijn afspraak met de geschiedenis houdt nooit op en slaat neer in een overrompelende taal. Is België nog wel bij de tijd te halen?

“Het feest van Bevrijdingsdag, zoals dat laatst in Nederland werd gevierd, zou hier niet kunnen. Wij zijn geen natie. Alleen als onze koning sterft, zie je een plotseling opgehoopt natiegevoel, maar binnen de kortste keren stuift het als een zandkasteel weer uit elkaar. België is een geïnsinueerd land. Ik noem het vaak een fictief land, en daarom zo waarheidsgetrouw. Ik zie mijn werk ook als een overkoepelend bijbelachtig boek, als ‘Het laatste boek van België’.

“Het land is een uitvinding van de negentiende eeuw. Uitgerekend de eeuw waarin God is gestorven. België was eigenlijk al verdwenen nog voor het een idee werd. Zie de kunsten, de economie, de politiek, de geografie: allemaal bruggetjes in de gespletenheid naar het grote kunstwerk België. Op een knullige manier ontstaan in 1830. Als een vorm van elkaar niet begrijpen. Vandaar ook de creatie van de modernste grondwet ter wereld. België was al paradoxaal in de constitutionele wieg.

“Wel een ruimte voor schitterende kunst. James Ensor, René Magritte, Guido Gezelle, Hugo Claus… in Nederland konden ze niet geboren worden. Hun niets ontziende dichterlijkheid had een Latijnse natie nodig, een omgeving van sjoemelaars.”

Aan de muur in de leefkamer van zijn Gentse herenhuis hangt het portret van wijlen koning Boudewijn. “Zelf had ik het niet bedacht, maar mijn levenspartner Lieven is gehecht aan het koningshuis. Ik begrijp de symboliek wel, maar blijf een republikein. Lieven beëindigt onze discussies altijd met een zin waar ik niet van terug heb: ‘Ook grote mensen hebben sprookjes nodig’, zegt hij dan.”

Het volk sjoemelt, het land sjoemelt, de kunsten sjoemelen. “Ik ken geen mooier monument voor gesjoemel dan Het verdriet van België van Hugo Claus. Het gaat zo ver dat zelfs de verhaalstructuur sjoemelt met zichzelf. Er is in ons land geen gevoel van urgentie en dus springen Vlamingen in emanciperende stromingen op het moment dat ze al voorbij zijn. Dan krijg je gesjoemel.

“Ons geheugen is ideologisch geladen. Wij voeren een geheugenpolitiek. Zoals een Canadese dichteres schreef: de geschiedenis is amoreel, maar de daad van het herinneren is een daad van moraliteit. Wat we toelaten tot het geheugen is ook wat we toelaten tot het geweten. Vlamingen zijn geoefend in het verzwijgen van historische taboes. In Gent waren ooit Franstalige schrijvers van grote statuur. Ze zijn een voor een onder de mat geveegd. Claustrofobische flaminganten gunden hun het licht in de ogen niet. Trek in onze samenleving eender welke sociale of artistieke lade open, en je stuit altijd op een verzegelde zwarte doos.”

Niet dat hij een amour fou heeft voor het land en zijn instellingen, maar Erwin Mortier is wel een belijder van enig civisme. Die burgerzin praktiseert hij in essays, polemieken en opiniestukken. In de hoop dat charlatans ooit nog worden ingeruild voor gewetenspolitici.

“De volksaard interesseert me niet. Dat is mij te mystificerend. Ik heb in mijn familie wel de trauma’s van het verzwijgen gekend die altijd eindigen in littekenweefsel. Daar gaat mijn debuutroman Marcel over. Hoe bestond het toch dat een jochie, in een vlaag van nationalisme, naar het oostfront trok in dienst van de nazi’s? En dat iedereen daar vervolgens een leven lang in schaamte en schuld voor onderduikt?

“Nationalisme is weer van deze tijd. Vlaanderen is niet anders dan een land van schaamte en kleinheid. Altijd die triomf van het gewone. Kijk hoe Yves Leterme zich tijdens de vorige verkiezingscampagne afzette tegen Paars.

“Het Paars van Guy Verhofstadt stond nog voor een zeker kosmopolitisme en Toscaanse wijnen. En waar stond premier Leterme voor? Voor pintjes aan de toog. Dat doffe en duffe, met de rug naar de wereld. Alles moet koers zijn: hellingen, beklimmingen, kasseien. En na de koers een bloemenruiker in plastic die voor de rest van het leven op de schouw blijft staan.

“Nog triester: in volle crisisberaad over het vallende kabinet zat onze premier te twitteren over de uitslag van de Waalse Pijl, de wielerklassieker. Meer gesloopt kan een staatsmanschap niet zijn. Nee, Winston Churchill zou deze ledigheid van het ambt niet hebben toegestaan. Niet eens een schim van staatsmannen is in dit land nog te bekennen. Wat nu in België aan het bewind is, zijn ideologische straatventers, aandeelhouders van programmapunten. De liberale partijleider Alexander De Croo treedt zijn publiek tegemoet met reclameslogans: alom applaus. Dodelijker kun je het niet bedenken voor een democratie.’

Een populaire zanger riep onlangs op radio en televisie dat hij niet zou gaan stemmen “omdat de politici het land in de steek hadden gelaten”. Facebook in rep en roer, natuurlijk. Dagenlang neuzelden opiniemakers over de oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid. In België is nog stemplicht. Erwin Mortier kokhalst van het stupide populisme. “Stemmen moet. Als na de politiek ook nog de burger abdiceert, waar komen we dan uit?

“Peter Sloterdijk citerend zeg ik: samenlevingen zijn alleen succesvol als ze zich kunnen inbeelden samenleving te zijn. Het probleem van België is dat er geen narratief kader meer is. Alle productieve emotie is uit de democratie weggenomen. Iedereen heeft het alleen nog over de verzelfstandiging van de twee gemeenschappen. Waarom zou ik als Vlaming niet op een Franstalige mogen stemmen? Er is nood aan een federale kieskring. Zoals er nood is aan een federaal cultureel niveau waar kunsthuizen en musea in worden ondergebracht. Om te wedijveren met het Louvre. Wij kunnen ons erfgoed niet eens presenteren omdat er een eindeloze institutenstrijd woedt over wie nou verantwoordelijk is, België of Vlaanderen. Het Louvre is het mekka waar de staat het geheugen aan zijn burgers overhandigt. Dat wordt ons onthouden.”

Voor de politiek als etalage van gesjacher is geen brug te ver. “Herinner u de gruwelijke misère van onze Nationale Plantentuin in Meise. Schitterende serres met een unieke, zelfs wereldvermaarde botanische collectie. Dit nationale erfgoed dreigde kapot te gaan in een Babylonische spraakverwarring over welke bestuurslaag het voor het zeggen had. De toenmalige Vlaamse cultuurminister Bert Anciaux probeerde het prestigieuze project sluipend te annexeren. Hij had er een boedelscheiding voor over. En zo zie je hoe een onschuldige paarse orchidee ineens een politiek beladen plant kan worden.

“Ik word intriest van de heersende hypnose: eigen straat eerst. Er is nauwelijks tegengewicht voor de nationalistische retoriek. De overkant bestaat niet meer. Dat is de lamentabele staat van het politieke leven in dit land. Daarnaast: België is van oudsher meer particratie dan democratie. Waar politieke partijen het laatste woord hebben, krijg je een proces waarin de dienstbaren en de kneedbaren de lakens uitdelen. Creatieve figuren worden weggezeefd of stappen zelf op. Creativiteit is altijd dissident, maar dat zie je niet meer in het lege theater dat zich parlement noemt. Die inwendige zuurstof is eruit gehaald.”

Soms is er sprake van vaandelvlucht. “Wij hadden tot voor enkele jaren de ongekend populaire Steve Stevaert, roerganger van de socialisten. Toen hij zijn plebisciet zag wankelen, stapte hij ordinair uit de politiek om op de canapé te gaan rusten als gouverneur van Limburg. Ook daar is hij nu weer weg, op naar het bedrijfsleven. Dat in Nederland PvdA-leider Wouter Bos van de ene dag op de andere de politiek vaarwel zei, vond ik al even shockerend. En omgekeerd: directeuren die hun hele leven bezig zijn geweest met staaldraad kunnen zomaar baas van de publieke omroep worden. Denken dat alles wat belangrijk is in cijfers is uit te drukken, is de illusie van deze tijd.

“Ik ben een grote fan van de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven. Voor hem is filosofie verwondering. Proberen te denken voorbij het denken. Dat probeer ik, ik doe zelfs alsof het kan. Ik ken de tweespalt van Plato, die dichters haatte omdat zij met illusies bezig zijn.

“Ik ben opgegroeid op het Vlaamse platteland. Gelukkig als kind van Vaticanum II, niet in de triomfalistische kerk van mijn ouders. Maar wel in een democratie zonder humor. Humor naar Vlaamse normen is jolijt of joligheid. De democratie zou gebaat zijn bij de catharsis van een bevrijdende lach. Die is er niet. De opdracht muziek te maken met onze ketenen wordt niet meer ingevuld.”

België is met alles te laat, al helemaal met het exploiteren van de beschaving. “De huidige politieke impasse is mede het gevolg van de pavloviaanse reflex om mondiale gebeurtenissen te domesticeren. Mei 1968 werd hier gereduceerd tot Leuven-Vlaams. De taalstrijd wordt vooral gevoerd om mondiale sprongen verteerbaar te maken. De problemen waar dit land mee worstelt, zie je terug op wereldvlak. Maar wij blijven liever in een taalstrijd hangen, in de clichés van het onderdrukte Vlaanderen versus het profiterende Wallonië. De verdorping van Vlaanderen, die je ook fysiek kunt zien, blijft het eeuwige syndroom van het ontbreken van een burgerlijke cultuur.

“Brussel is de enige hoofdstad ter wereld die van zijn Vlaamse voogden niet mag groeien. Het wordt de hefbomen ontzegd om een bloeiende stad te worden. Brussel is een tragische stad, opgesloten in territoriumdrift van de Vlamingen. In Brussel zie je nu hoe Babel eruitzag toen de toren was ingestort. Het is van een wraakroepende benepenheid. De hoofdstad van Europa wordt ondanks zijn ontluikende boezem al vijftig jaar in hetzelfde korsetje gewrongen. In de symbolenstrijd rond B-H-V (de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde), waar nu zo veel politieke deining over is ontstaan, zie je andermaal dat een constitutioneel detail als kapstok wordt gebruikt voor schuldig verzuim.”

In de boeken van Erwin Mortier zit donkerte - de dood schrijft mee. Genadeloos brengt hij het Vlaamse provincialisme in kaart dat zichzelf beschouwt als kosmopolitisch. En nog een laag dieper: altijd is er een soort onpersoonlijke deernis met het zijn van de wereld zoals hij is. Vroeger werkte hij als kunsthistoricus en verpleger, nu is hij voltijds schrijver. Geëngageerd schrijver?

“Natuurlijk is er engagement in mijn werk, al was het maar om de onbevattelijke tijd, die sacraal is, een betekenis te willen geven. Ik ben betrokken, maar niet met de roep dat de letteren weer de straat op moeten. Soms lijkt het of engagement alleen nog schuilt in berichten over veelvuldig besneden moslimvrouwen. Literatuur is voor mij een voortdurend gesprek tussen het rijk der doden en het rijk der levenden. De ruimte van waaruit je de toekomst betreedt. Een mystieke ruimte? Allicht, maar wel mystiek bij klaarlichte dag.

“Ik probeer een van de grondslagen van Gustave Flaubert te bewaken: streven naar een taal die de dingen zodanig laat zien dat het woord er bijna in verdwijnt. Als jij nu zegt dat ik een herinneringskunstenaar ben, dan zit ik wel in goed gezelschap: Marcel Proust en Bruno Schulz, om er een paar te noemen. De schoonheid van de ontreddering is mij dierbaar.”

Godenslaap, zijn magnum opus, gaat over de Eerste Wereldoorlog. Een blinde vlek voor de meeste Nederlanders. Toch, het boek heeft vele drukken gehaald. De beeldende taal van Mortier, gedragen door de innerlijke kracht van de stijl en vol van metafysica, beantwoordt kennelijk aan een literaire verzuchting in Nederland.

“Ik word in Nederland meer gelezen dan in Vlaanderen. En beter begrepen. Hier gaat het altijd om de vraag: waar plaatsen we hem? In Nederland is de kijk op taal meer tautologisch, op het woord gericht. Het woord als corpus. Voor mij is het woord de sleutel tot de proliferatie van betekenissen. Zo ik al een ommuurd persoon ben, dan alleen om te weerstaan aan de liturgie van het schrijverschap.”

In Godenslaap zegt de stokoude Helena: “Een goed huwelijk betaal je wanneer het voorbij is, een slecht huwelijk betaal je zolang het duurt.” Zijn ouders hebben een goed huwelijk. Ze zien elkaar graag. “Mijn moeder, nog maar 67 jaar, lijdt al enige jaren aan Alzheimer. Mijn vader, mijn broers en zussen… we verstaan elkaar zonder woorden. Het is alsof we zitten toe te kijken hoe ze lijdt.

“Dit is van een andere orde dan schrijversverdriet. Dit hakt er diep in, dag na dag. Het wrede lot van mijn moeder zal ik nooit van me af kunnen schrijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234