Zaterdag 03/12/2022

Vlaanderen gaat cyclo, de rest haakt af

Het WK cyclocross 2012 in Koksijde is er één geweest voor het collectieve geheugen. Dankzij van Niels Albert, maar vooral met die zeven Vlamingen op plaatsen een tot zeven. Nefast voor een sport die graag mondiaal wil zijn. 'Veldrijden is het nieuwe krulbollen.'

"Het overwicht van de Belgen is nu extreem, maar dat gaat wel voorbij", Hein Verbruggen, toen nog UCI-voorzitter, zei het precies tien jaar geleden. Vandaag mag gezegd dat Verbruggen geen gelijk heeft gekregen. Zondag op het WK in Koksijde eindigden de Belgen op plaatsen één tot en met zeven. Met Radomir Simunek op 2.15 als eerste buitenlander.

Sporteconoom Trudo Dejonghe van de Lessius Hogeschool is duidelijk. "Dit is dodelijk voor de sport", zegt hij. "Het gaat ook niet om zeven Belgen, maar om zeven Vlamingen. Er zijn op dit moment twee Vlaamse kampioenschappen. Het ene heet BK en het andere WK. De sport krimpt alsmaar in: vroeger had je die internationale dimensie wel. Met de Zwitser Albert Zweifel of de Duitser Klaus-Peter Thaler. Maar die landen zijn overgestapt naar het mountainbike, een discipline die wel olympisch is."

Precies daar ligt de zwakte van het veldrijden. Dat weet ook Peter Van Den Abeele, coördinator voor onder meer het veldrijden bij de UCI. "Op dat punt is de sport fragiel", zegt hij. "De buitenlandse federaties geven momenteel geld aan de disciplines die wel olympisch zijn. Aan BMX en mountainbike bijvoorbeeld. Dat gaat ten koste van het veldrijden."

Idealiter zou ook het veldrijden olympisch worden, maar dat lijkt onrealistisch. Hier sluit de vicieuze cirkel zich: "Olympisch worden zit er voor veldrijden niet in", zegt Trudo Dejonghe. "Daarvoor beoefenen te weinig landen de sport. Mocht ik de UCI zijn, ik zou het cyclocrossen laten vallen. Daarmee wil ik zeggen: niet meer erkennen als volwaardige wielerdiscipline."

Dat laatste zit er niet meteen aan te komen: op dit moment is een WK zoals in Koksijde best wel interessant voor de wereldwielerbond. Het ontvangt een fee van de organiserende stad en krijgt ruimte voor eigen sponsors. Het gevaar daarbij is dat de UCI het WK veldrijden louter als melkkoe gaat gebruiken en bij voorkeur toekent aan de lucratieve Belgische markt. Dat zou dan ten koste gaan van de investeringen in buitenlandse WK's. "Daar schuilt het gevaar", zegt Van Den Abeele. "Ik hoop dat het sportieve voorrang blijft krijgen op de marketing. Dat wordt de challenge. Een WK in België om de vier à vijf jaar, dat is aanvaardbaar. Meer niet." Voor 2012 jaar haalt Van den Abeele alvast zijn slag thuis: dan gaat het WK door in het Amerikaanse Louisville.

Dorp A tegen dorp B

Hoe moet het nu verder met het veldrijden? Dejonghe: "In Vlaanderen is het op dit moment perfect leefbaar. Dorp A tegen dorp B, Albert tegen Nys, de toeschouwers zijn er gek op. Bij ons kan het veldrijden perfect blijven bestaan. Als een prachtige volkssport dan, het nieuwe krulbollen, zeg maar. Maar internationaal is er geen perspectief."

Collega-sporteconoom Wim Lagae van Lessius en KU Leuven ziet het minder zwart: "Ik denk dat veldrijden een lage-landensport kan zijn. Ook in Nederland is er een draagvlak: de Nederlandse ploeg AA-drink trekt nu de Belg Bart Aernouts aan. Dat vind ik een goed signaal. En Nederland domineerde in Koksijde de jeugdkampioenschappen. Die stromen straks door."

Trudo Dejonghe gaat daar niet mee akkoord: "Nederland heeft bij de jeugd altijd gedomineerd. Probleem is dat hun renners overschakelen naar de weg. Kijk maar naar Lars Boom."

Toch is Boom niet per se representatief. Lars van der Haar, de nieuwe wereldkampioen bij de beloften, doet het anders. "Ik heb niks met wielrennen op de weg", zegt hij. "Voor mij is veldrijden het mooiste. Het weer, de parcoursen, de sfeer: dat maakt het uniek." Van der Haar wil graag voortrekker worden van het Nederlandse wielrennen. "Dat moet wel kunnen, ja", zegt hij. "Ik ben nu twee jaar na elkaar wereldkampioen bij de beloften. Tot dusver heeft alleen Zdenek Stybar dat gedaan. Dan heb je wel mogelijkheden. Ik zie het wel zitten om de Belgische hegemonie ongedaan te maken. Schrijf maar op: volgend jaar staat er één Nederlander tussen die zeven Belgen."

Nederland moet er de komende jaren dus opnieuw bijkomen in het veldrijden, maar dan is de rek er wel zo'n beetje uit. "Misschien krijg je nog een paar buitenlandse satellietjes", zegt econoom Lagae. "De regio Tabor-Plzen in Tsjechië, of een aantal locale circuits in de Verenigde Staten. Dat WK daar zou een nieuw publiek kunnen aanspreken. Maar een echte wereldsport zal veldrijden nooit zijn. De toestand nu illustreert dat perfect: alles wat niet Vlaams is, draagt toch een stukje Vlaanderen in zich. Zdenek Stybar woont in Essen. De Duitser Philippe Walsleben in Morkhoven. Op het WK in Hoogerheide bouwt een Vlaming het parcours en de cross van Namen wordt georganiseerd door het Vlaamse bedrijf Golazo. Vlaanderen is op dit moment 'helemaal cyclo.' Blijkbaar zit die sport om één of andere reden in onze genen. Voor ons zal het altijd een wereldsport zijn."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234