Donderdag 17/10/2019

Vlaanderen bezit een virtuele wereldcollectie hedendaagse kunst

Phillip Van den Bossche, nieuwe directeur van het PMMK Oostende

Phillip Van den Bossche (38) is de nieuwe directeur van het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst PMMK in Oostende. Welke plannen en wensen heeft hij voor 2008, zijn eerste werkingsjaar? 'Ik wil van het PMMK minder een kunsthal en weer meer een museum maken. Ik ben een museummens.'

door Eric Rinckhout

OOSTENDE l Met het aantreden van Phillip Van den Bossche heeft de aflossing van de wacht zich voltrokken. Het mythische trio museumdirecteuren hedendaagse kunst Jan Hoet (S.M.A.K. Gent), Flor Bex (MuHKA Antwerpen) en Willy Vandenbussche (PMMK) is vervangen door de jongere generatie Philippe Van Cauteren, Bart De Baere en Phillip Van den Bossche.

Van den Bossche wil het PMMK professionaliseren en transparanter maken. "Er zijn in de loop der jaren almaar meer wanden bijgebouwd. We gaan onderzoeken hoe we weer in de buurt kunnen komen van de oorspronkelijke openheid van dit gebouw (een warenhuis, ontworpen door Gaston Eysselinck, ER)."

Van den Bossche wil als eerste stap de balie en de bookshop een andere plaats geven. "Dat moet tegen onze eerste tentoonstelling klaar zijn: Georges Vantongerloo, die op 18 april opent." De eerste resultaten zijn al zichtbaar: enkele werken van Panamarenko krijgen volop de ruimte op het gelijkvloers.

Van den Bossche heeft tijdens zijn inloopperiode ontdekkingen gedaan in het depot. "Aankleedpoppen van Jef Geys uit 1966. Vier werken van Marthe Wéry, die nooit op zaal hebben gehangen. Broodthaers en Jozef Peeters, evenals hyperrealistische schilderijen van de vergeten Antoon De Clerck. En we hebben ook een derde Vantongerloo ontdekt."

Na 12 jaar Nederland komt u terug naar Vlaanderen. Wat betekent dat voor u?

"Vlaanderen en Nederland zijn twee verschillende culturen met andere wortels. We spreken dezelfde taal, maar dat is het enige. Ik heb wel altijd zeer graag gewoond in Nederland en hou van de open manier van werken. Maar het voelt goed om hier terug te zijn. Ik ben 38 en wil mijn opgedane ervaring gebruiken. En ik heb altijd een zwak gehad voor Oostende, een stad die er de laatste jaren enorm op is vooruitgegaan. Theater aan Zee, De Droge Coo, het postgebouw, ook al van Eysselinck, dat een cultureel centrum wordt - allemaal natuurlijke partners van het PMMK.

"In Vlaanderen wordt kunst gemaakt op een ongelooflijk hoog niveau. Met veel vreugde en klasse. En dat moeten we koesteren. Of het Veronique Branquinho, Dez Mona of Zita Swoon is, we hebben in Vlaanderen een hoog niveau van liefhebberij, en dat bedoel ik heel positief. De passie waarmee hier dingen gedaan worden, dat is een essentieel verschil met Nederland."

Waar wilt u met het museum naartoe?

"Ik hou van het Engelse woord civil servant: ik ben een ambtenaar en heb een dienende functie. Ik wil van het museum een professionele organisatie maken, maar tegelijk wil ik een evenwicht tussen professionalisme en liefhebberij. Ik kan geen tentoonstelling maken uit strategische overwegingen. Ook in dat opzicht hou ik van Vantongerloo: die man is zijn leven lang met creatie en niet met productie bezig geweest. Dat is een voorbeeld.

"Vlaanderen komt van ver. Er zijn drie grote pioniers geweest: Hoet, Bex en Vandenbussche. Die hebben, los van andere voorgeschiedenissen als De Vrienden in Gent en Karel Geirlandt, drie musea bijna met hun eigen handen gebouwd. Nu zit er een nieuwe generatie op hun stoel. Mijn eerste bekommernis is: hoe kunnen we van het PMMK minder een kunsthal en weer meer een museum maken. Ik ben een museummens: ik hou van verzamelen en van het tonen van de collectie. Welke nieuwe verhalen kun je ermee vertellen? Daar gaan we ons de komende jaren op toespitsen .

"Het PMMK heeft een unieke collectie Belgische kunst: wij zijn het enige museum in Vlaanderen dat het verhaal kan vertellen van 1900 tot nu. Ik wil die collectie anders tonen: met bruiklenen die de Belgische kunstenaars niet in dat reservaat van de Belgische kunst zetten maar in een internationale context van tijdgenoten en vrienden."

Hoe gaat u de collectie uitbouwen?

"Het PMMK blijft jonge kunstenaars volgen en met de jaren ensembles aanleggen. Daarin blijven we de lijn volgen van mijn voorganger Willy Vandenbussche. Die heeft zeker in de jaren tachtig en negentig fantastische ensembles bij elkaar gebracht: Bert De Beul, Luc Tuymans, Robert Devriendt, bijvoorbeeld.

"Maar er zijn meerdere lacunes in onze collectie. Videokunst bijvoorbeeld, uit de jaren negentig. Zo wil ik zeker werk van Lili Dujourie aankopen. De afgelopen maanden heb ik al andere aankopen gedaan: een allereerste werk van Jan Vercruysse, een Tombeau. Zo iemand mag in de collectie niet ontbreken. Voorts: twee werken van Guy Mees, en een werk van de jonge kunstenaar Koenraad Dedobbeleer, met wie we in 2009 een tentoonstelling gaan maken, een samenwerking met FRAC Bourgogne en Kunsthalle Bern. Een dubbeltentoonstelling wordt dat met Rita McBride. Dat hoort bij het beleid: je moet jonge kunstenaars volgen en een dialoog met hen aangaan."

Moet een museum per se jonge kunstenaars tonen?

"Er zijn in Vlaanderen veel toonplekken bijgekomen. Verwacht dan ook niet dat in Oostende de eerste jaren hele kleine presentaties komen. Die functie wordt opgevangen door die andere plekken. Ik wil wel dat iemand met een oeuvre van 10 à 12 jaar hier zijn eerste solotentoonstelling kan krijgen - dat is onze functie. En dat die tentoonstelling kan reizen: ik wil steeds samenwerking met buitenlandse instellingen.

"Voor de aankopen wil ik het begrip 'Belgisch kunstenaar' verruimen. Voor mij is dat een kunstenaar die woont en werkt in België: die zit hier in een circuit en legt contacten. Zo heb ik een film aangekocht van Manon De Boer, een Nederlandse die al jaren in Brussel woont."

Het PMMK is een museum voor 'moderne' kunst. Modern is niet hedendaags.

"Denken vanuit de collectie is voor mij ook denken vanuit de kunstgeschiedenis: hoe kunnen we die geschiedenis weer een rol geven? Een museum is een plek die zich iets kan distantiëren van de actualiteit. Een museum is geen krant, geen tijdschrift.

"Ik ben sterk geïnteresseerd in het interbellum. Ik open dan ook met Vantongerloo, zijn eerste tentoonstelling in meer dan 25 jaar in een Belgisch museum. Ik heb een persoonlijke voorkeur voor solotentoonstellingen, het tonen van het oeuvre van een kunstenaar onder zijn of haar voorwaarden. Zelfs als hij of zij dood is. Je moet je in het oeuvre kunnen verplaatsten. Wat er voor de komende jaren in de pijpleiding zit zijn Jean Brusselmans en Jozef Peeters.

"Er is nu een generatie jonge kunstenaars aan het werk die teruggrijpt naar de jaren tien, twintig en dertig: het begin van de 20ste eeuw is een ongelooflijke periode, die wil ik verder uitdiepen."

Wat zijn uw financiële mogelijkheden?

"Ik ben daar realistisch in. Ik heb de keuze bewust gemaakt om naar hier te komen terwijl ik in het Van Abbemuseum in een luxepositie zat als een conservator die zich louter met het inhoudelijke mocht en kon bezighouden. Dat is nu veranderd: ik schrijf plannen en daarna moet ik die vertalen naar mensen en middelen, en ze proberen te verkopen aan de overheid: de provincie West-Vlaanderen. Er is veel goede wil. Intern zullen er verschuivingen gebeuren: we werken met 35 mensen, inclusief suppoosten en schoonmaakpersoneel. De staf bestaat uit zeven à acht mensen.

"Ik ga samenwerken met de andere Vlaamse musea voor hedendaagse kunst: S.M.A.K., MuHKA en Middelheim. We zijn geen eilanden. De overheid wil graag dat wij, in navolging van de musea voor schone kunsten, een koepel oprichten. Er moet in Vlaanderen nog een grote professionalisering plaatsvinden: ik denk dat ik samen met mijn collega's uit Antwerpen en Gent op een bepaald moment naar Brussel zal moeten stappen met een eisenpakket."

Wat eisen jullie?

"Het gaat over middelen maar niet alleen daarover. Er is een wijdverspreid besef dat er iets moet gebeuren. Voor het eerst zijn er in Vlaanderen kunstcentra bijgekomen, er komen buitenlandse curatoren hier werken, Belgen zijn naar het buitenland getrokken en komen soms terug (zoals Van den Bossche zelf en Dirk Snauwaert in Wiels, ER). Er is dus veel deskundigheid, dat is een stap vooruit. Ik kan wel wat doen qua rationalisering en dergelijke. Maar dat zal niet voldoende zijn."

Wat is uw aankoopbudget?

"125.000 euro per jaar. Dat is niet veel. Een van mijn ideeën is om in navolging van het Van Abbemuseum een club van promotors op te richten: de bedoeling is een spaarpot aan te leggen om het aankoopbudget te verruimen. Maar we moeten ons geen illusies maken: de laatste vijf jaar zijn het de privéverzamelaars die de grootste budgetten hebben en niet de musea, tenzij je over de premier league spreekt, natuurlijk."

Dan ligt een samenwerking met privéverzamelaars voor de hand?

"Ja, dat wil ik graag rustig onderzoeken. In Vlaanderen hebben we te maken met de virtuele wereldcollectie: het enige land ter wereld waar zoveel privéverzamelaars zijn die een collectie hebben samengesteld en blijven samenstellen van uitzonderlijk hoge kwaliteit. De dialoog tussen die verzamelaars en de musea is de uitdaging voor de komende tien jaar. Er zit ook veel kennis bij die verzamelaars, omdat ze kunstenaars van dichtbij hebben gevolgd. Ze zijn of waren vrienden.

"De musea kunnen nu pas partners worden, we moeten zien wat we de collectioneurs kunnen aanbieden. Ik voer gesprekken op een informeel niveau. Ik wil in 2008 wel laten zien waartoe wat wij als museum in staat zijn."

Wat zijn uw verwachtingen voor 2008, buiten het PMMK?

"Ik ben nieuwsgierig naar het project van Koen van den Broek en John Baldessari in CC Strombeek-Bever. En ik heb de indruk na een aantal groepstentoonstellingen die ik de laatste tijd heb gezien, dat er een jonge generatie Waalse kunstenaars opkomt die zeer boeiend werk maakt. Twintigers, die stilaan zichtbaar worden. Ik denk dat we verrast zullen zijn over de kwaliteit.

"Hier in Vlaanderen is de laatste tien jaar generatie na generatie opgestaan, er wordt goed kunstonderwijs gegeven. Het feit dat er zoveel kunstcentra zijn bijgekomen, geeft een kunstenaar meer kans om te tonen en te groeien. Plus dat we altijd zeer kritisch zijn geweest. Dat werkt vruchtbaar voor beeldende kunst."

www.pmmk.be. Vantongerloo gaat op 18 april open, en niet een maand vroeger, zoals eerder foutief gemeld.

Ik zal met mijn collega's uit Antwerpen en Gent ooit naar Brussel moeten stappen met een eisenpakket

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234