Zondag 05/12/2021

Vlaamse Topsportscholen kosten handenvol geld maar leveren nauwelijks topatleten af

Frans Van den Wijngaert: 'Als wij geen succes hebben op de Spelen van 2008, ten laatste die van 2012, moeten we onze school opdoeken'

De magere oogst van nattevingerwerk

Het rendement van topsportscholen ligt zeer laag, zo blijkt uit cijfers die drie van de acht scholen voor ons uit de kast haalden. Beloften lopen er genoeg rond. Maar van alle afgestudeerden kan minder dan tien procent wapenfeiten voorleggen met perspectief op topprestaties. Atleten die internationaal voor de prijzen gaan, hebben de topsportscholen nog niet voortgebracht. Tine Vermeersch

Sinds de oprichting van de eerste topsportscholen, in september 1998, is nog geen onderzoek gedaan naar hun rendement. Ook de scholen zelf hebben hun afgestudeerden nooit systematisch opgevolgd. Vreemd, want de investering kan tellen: trainers en sporters timmeren hard aan de weg en er wordt een bom geld tegenaan gegooid. Daar kan subsidiespecialist Jokke Wijnants van het Bloso van meespreken: "Sinds vorig jaar kunnen de federaties kosten indienen voor de trainingen van topsportleerlingen binnen én buiten de schooluren. Daarvoor maken we 1.621.000 euro vrij. Dat is het dubbele van in 2004."

Topsportscholen zijn middelbare scholen die talentvolle sporters de kans geven om studie en intensieve training te combineren. De bedoeling is om vedetten te maken, die de noordelijke helft van dit landje op de sportieve wereldkaart moeten zetten. In Vlaanderen zijn er acht van die scholen: in Brugge, Gent, Merksem, Mortsel, Vilvoorde, Leuven, Hasselt en Genk. Zij werken samen met de federaties en bieden dit jaar zestien sportopleidingen voor 508 tieners aan. Een judoka in spe betaalt voor zijn opleiding ongeveer 750 euro, een voetballer 500 euro, met daarbovenop nog eens het bedrag voor studieboeken en vaak een bijdrage voor het internaat. Naast de traditionele studievakken krijgen de tieners twaalf uur 'top'sportles per week. Hun dagplanning is staalstrak ingedeeld: overdag les, in de namiddag trainen met de school, 's avonds ook nog eens clubtraining, in het weekend soms een wedstrijd. Tot ze 18 zijn, de school uitrennen en vaststellen dat niemand met een profcontract klaarstaat. En dat het aartsmoeilijk is om de stap te zetten van Belgische prestaties naar aansprekende uitslagen op Europees niveau.

Te veel voetballers

"Als we geen opvallende successen boeken op de Spelen van 2008 en ten laatste op die van 2012, is het voorbij", weet Frans Van den Wijngaert, oud-voetbalscheidsrechter en coördinator van de afdeling topsport van het Stedelijk Handelsinstituut in Merksem. De topsportschool van Merksem, met 142 leerlingen de grootste in Vlaanderen, bestaat al sinds 1998 en biedt basketbal, voetbal, acrogym, skiën, volleybal, zwemmen en judo. "Europese finales, medailles, wereldtop, the sky is the limit", zegt Van den Wijngaert. "Er moet hard gewerkt worden. Dit is geen verbeterde afdeling lichamelijke opvoeding."

De resultaten van de topvoetbalopleiding: van de 60 afgestudeerden in zeven jaar tijd spelen er zeven in de hoogste afdeling. Ofwel elf procent. Een van hen is overigens de wegens actieve corruptie in het gokschandaal ontslagen doelman Cliff Mardulier van Lierse SK. Moussa Dembele zit bij Willem II in Tilburg en Tim De Meersman bij Vitesse in Arnhem. Verder zijn er drie bij GBA, één dus bij Lierse en één bij Racing Genk. In alle topsportscholen samen zijn er dit schooljaar 185 voetballeeringen actief. "Dat is veel te veel", erkent Van den Wijngaert. "Als het de bedoeling is dat oud-studenten op zijn minst meekunnen in de eerste klasse, dan moet het aantal voetballers in de topsportscholen gehalveerd worden."

De andere sporten dan. Uit de sinds 1998 afgezwaaide judoka's, 28 in getal, zijn er nog geen echte vedetten gegroeid. Dirk Van Tichelt, die zich klaarmaakt voor de volgende Spelen, won zopas brons op het Super A-toernooi in Parijs, zijn eerste belangrijke medaille. Belofte Laure Aerts haalde al EK-zilver bij de junioren. Van de 32 afgestudeerde basketballers spelen er drie jongens geregeld wedstrijden in eerste klasse. Michael Krikemans is prof bij de Nederlandse middenmoter Bergen op Zoom, twee spelen er bij de eerste ploeg van Antwerp Giants, twee meisjes schopten het tot het nationale team. En de 17-jarige Yannick Driesen is al aangeklampt door scouts van de NBA.

Van de acht afgestudeerde skiërs zijn er twee die een poging wagen in het circuit, onder wie Karen Persyn, die in de slalom een 93ste plaats op de wereldranglijst warmhoudt maar daar onmogelijk van kan leven. De opleiding acrogym leverde een trio Belgische kampioenen af en het zwemmen tenslotte, met intussen drie afgestudeerden, oogstte nog geen noemenswaardige resultaten. De zwemopleiding is wel nog maar vier jaar bezig.

Gelijkaardig verhaal in de topsportschool van Gent. In het koninklijk atheneum aan de Voskenslaan bestaat sinds 1998 een opleiding turnen en atletiek, met name de spurt- en kampnummers. 32 atleten zijn afgezwaaid. Amper ééntje trekt zijn streng en is prof: polsstokspringer Kevin Rans haalde vorig jaar de WK-finale in Helsinki. Speerwerpster Elfje Willemsen werd twee jaar geleden zevende op het WK voor junioren.

Dan de turnopleiding. Aagje Vanwalleghem haalde vorig jaar op het EK brons op de sprong, maar haar top lijkt voorbij. Verder doen vooral de acrogymnastes het goed, al is acrogym geen olympische turndiscipline. Tiffany Cuyt en Aline Van den Weghe wonnen in het recente verleden zilver op de Wereldspelen.

De opleidingen topvoetbal en topwielrennen vervolgens zijn pas vier of vijf jaar aan de gang. Van de dertien oud-studenten voetbal in Gent is voorlopig alleen Dieter Van Tornhout als prof in de hoogste afdeling actief. Hij speelt bij Sparta Rotterdam, waaraan hij door Club Brugge is uitgeleend. Van de vier afgestudeerde wielrenners is er Davy Tuytens, die onder meer de Toekomstzesdaagse in Gent op zijn naam schreef. Dominique Cornu, goed voor zilver op het EK beloften vorig jaar, studeerde één jaar aan de topsportschool. Hij maakte de opleiding niet af, maar heeft zich er wel omgeschoold van mountainbiker tot wegwielrenner met een gave voor tijdrijden.

Doen tennis en badminton in Mortsel het beter? Over badminton kun je kort zijn: van de acht afgestudeerden staat Nathalie Descamps het verst met een 62ste stek op de wereldranglijst. Maar deze opleiding van het koninklijk atheneum staat nog niet zo lang op poten als die van het tennis. Het project 'Tennis en Studie' van de Vlaamse Tennisfederatie ontstond in 1982 en sindsdien zijn er al 129 aspirant-toptennissers ingestapt. De spelers gaan naar school in Mortsel maar trainen op de terreinen van het opleidingscentrum Wilrijk, op een boogscheut daarvandaan.

Coördinator van het opleidingscentrum in Wilrijk is Steven Martens. Hij wil alleen de cijfers vermelden van spelers die voor 1998 in de topsportschool zijn gestapt. "Latere instappers kunnen onmogelijk nu al in de top 150 zitten, tenzij het toptalenten zijn", beweert hij en legt daarmee de lat meteen opvallend laag. Zo raakt op basis van deze berekeningen één op de zes beginners in de topsportschool later in de top 150 van de wereld. "Een op de zes, dat zijn twaalf spelers. Dat is veel beter dan ik had geschat. De cijfers tussen 1982 en 1998 hadden we tot nu toe eerlijk gezegd nooit goed bijgehouden, maar blijkbaar is het toch nuttig om dat te doen."

Zaten in de tennisschool: ondermeer Kim Clijsters (zie onderaan *). De enige echte topper die de VTV in bijna 25 jaar werking helemaal zelf klaarstoomde, is Sabine Appelmans (WTA 16 in 1997). Johan Van Herck stond even ATP 65 in 1997, maar draaide vooral tussen 100 en 200. De laatste telg met een resultaat(je) is Kristof Vliegen, die in januari de derde ronde bereikte in de Australian Open. Verder leverde de school flauwe middelmaat.

"De spoeling is nog heel dun", erkent Martens. "Veel kinderen kunnen de topsportschool niet afmaken en vallen onderweg af. Het is dus niet voor iedereen een jij-tof-verhaal. Natuurlijk zien we alle kinderen graag, maar we moeten streng zijn. Dat moet om te kunnen concurreren met grote landen en met ex-Oostbloklanden, waar tennis een middel is om sociaal hogerop te geraken."

Onvoldoende kansen

De povere resultaten hebben zo hun oorzaken. Frans Van den Wijngaert over het voetbal: "Je kunt je afvragen of onze spelers wel kansen krijgen bij de Belgische clubs. Onze aanvaller Moussa Dembele is bij GBA weggehaald door Willem II. Goedkope buitenlanders raken veel makkelijker binnen dan onze jongens, en zo gebeurt het dat Nederland met de resultaten van ons werk gaat lopen." Jo Van Damme over het badminton: "Pech gehad met twee getalenteerde jongeren, die zwaar geblesseerd raakten." Leopold Van Hamme over atletiek: "Atletiek is een wereldverspreide sport en de concurrentie is heel zwaar. Velen zetten na de opleiding hun sport op een laag pitje en beginnen te studeren. Op studievlak doen onze scholieren het wél goed. Alleen jammer dat een hogere studie moeilijk te combineren is met een verhoogd trainingsniveau."

Over het nut van topsportscholen wordt niet gediscussieerd. Nochtans zijn ook in Nederland, waar ze ongeveer even lang bestaan, twijfels over het rendement. Behalve de drievoudige gouden medaillewinnares Inge de Bruin, wereldkampioen polstok Rens Blom en een paar hockeysters heeft geen enkele Nederlandse topsportstudent prijzen behaald.

"De toelatingscriteria zijn strenger geworden", zegt Van den Wijngaert. "Vroeger deden veel federaties nattevingerwerk. Er zijn al topsportstudenten afgestudeerd die niet aan de huidige toelatingsvoorwaarden zouden voldoen. Maar we kunnen gerust zeggen dat die inloopperiode definitief voorbij is en we op de goede weg zijn." Paul De Knop, adjunct-kabinetschef van het Vlaams ministerie van Sport: "Volgend jaar worden de selectiecriteria nog strenger. Het is de bedoeling dat de opleidingen in Merksem en Mortsel binnenkort samen verhuizen naar één grote topsportschool in Wilrijk."

Intussen vraagt de gewetensvolle belastingbetaler zich af waarom hij de weinig rendabele topsportscholen moet blijven onderhouden. "Ach, die topsportscholen kosten niet zoveel meer dan de gewone", sust De Knop, die ook voorzitter is van het Gemeenschapsonderwijs. "Alle leerlingen zijn leerplichtig, de basiskosten zijn dezelfde. De meerkost wordt gedragen door het Bloso." Dus toch door geld van de belastingbetaler.

(*) Succes heeft vele vaders, maar de vader van Kim Clijsters minimaliseert de rol van de VTV in de drie jaar dat zijn dochter voltijds in Wilrijk tenniste en school liep in het VTV-programma. Neutrale tennisspecialisten menen overigens te weten dat Benny Van Houdt de grootste factor was in de ontwikkeling van Clijsters. Hij trainde haar van 9 tot 13 jaar. Vervolgens kwam ze in Tennis en Studie, de oorspronkelijke naam van wat is uitgegroeid tot het topsportproject in Wilrijk. Daar bleef ze drie jaar voltijds en nadien maakte ze nog gebruik van de faciliteiten als het haar programma goed uitkwam. Later leende de familie Clijsters ook Carl Maes van de VTV om Kim Clijsters bij te staan in het circuit.

Steven Martens: 'Het is niet voor iedereen een jij-tof-verhaal. De spoeling is nog altijd heel dun'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234