Zaterdag 06/06/2020

Vlaamse schrijver is armoezaaier

Schrijf je rijk? Dromen is gratis. Maar bezint eer je begint in Vlaanderen. “Duizenden mensen leven in dit land van de producten die schrijvers maken. Maar de meeste auteurs verdienen het zout op hun patatten niet.” Schrijver Erik Vlaminck, voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging (VAV), wond er geen doekjes om toen hij onlangs een grootscheeps onderzoek aankondigde naar het inkomen van de Vlaamse auteur. Gisteren kon Vlaminck, met de statistieken in de hand, bevestigen dat de doorsnee Vlaamse literaire schrijver inderdaad “een armoezaaier” is, die zijn centen op een inventieve manier bij elkaar moet knutselen.

“We zijn blij dat zo veel auteurs zich gewillig in de portemonnee lieten kijken”, zegt Vlaminck. “Maar dat de gemiddelde literaire schrijver het zo moeilijk heeft om de financiële touwtjes aan elkaar te knopen, dat hadden we écht niet kunnen vermoeden.” Amper 113 van de zeshonderd aangeschreven Vlaamse literatuurschrijvers lieten anoniem in hun boekhouding snuisteren voor dit onderzoek, mee gefinancierd door cultuurminister Joke Schauvliege. Toch spreekt de VAV van een representatief staal. Het was van 1992 geleden dat de portefeuille van de auteurs nog eens werd doorgelicht.

Financiële reuzensprongen heeft de Vlaamse literaire schrijver sindsdien niet gemaakt. Hooguit 20 procent is in staat van zijn pen te leven (al werkten ‘grootverdieners’ als een Lanoye of Brusselmans niet aan het onderzoek mee). “Maar bij 79 procent van de auteurs kan een gezin het met een literair inkomen onmogelijk bolwerken. Dat is schrijnend”, zegt VAV-woordvoerder Patrick De Rynck. Bij twee derde van de auteurs is het aandeel van het literaire inkomen in het maandelijkse gezinsinkomen zelfs 10 procent of minder. “Voor zestig procent van de ondervraagde auteurs duikt het totale maandelijkse gezinsinkomen onder de 3.000 euro (bij een Vlaams gemiddelde in 2008 van 3.287 euro), 14 procent valt onder de 1.500 euro.” Lees: als schrijver kies je gewoonweg voor een zwakke sociaal-economische positie.

Grosso modo verdient een Vlaamse auteur zowat 750 euro per maand, maar een meerderheid puurt amper 300 euro uit zijn noeste schrijfwerk. In Nederland komen schrijvers volgens een enquête toch aan gemiddeld 1.500 euro. Vrijwel alle Vlaamse pennenvoerders spekken dus noodgedwongen de geldbuidel bij met subsidies én gaan de hort op voor lezingen en optredens. “Lezingen staan in voor 20 procent van het literaire inkomen. Het wordt dan ook hoog tijd om het lezingensysteem, nu nog via de Stichting Lezen, sterk te professionaliseren”, vindt De Rynck. Directeur Carlo van Baelen van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) beaamt: “We werken aan een model, geïnspireerd door de Nederlandse Stichting Schrijvers School en Samenleving. Zij bemiddelen tussen de schrijver en de organisator én regelen de afspraken. Ze zorgen ervoor dat een schrijver betaald wordt zoals het hoort. En niet wordt afgescheept met een fles wijn.”

Het verbaast geenszins dat 87 procent van de auteurs naast zijn schrale schrijversinkomen andere inkomstenbronnen moet aanboren. Meestal is dat het inkomen van een partner (30 procent), inkomsten uit ander werk (51 procent), maar ook een pensioen (21 procent). “Vooral oudere schrijvers komen zwaar in de problemen”, zegt schrijfster en VAV-lid Leen Huet. “Het jeunisme in de letteren maakt veel financiële brokken. Auteurs op leeftijd verkopen minder van hun nieuwe boeken - zeker als het oeuvrebouwers zijn - en worden vaker genegeerd in de media. Bij subsidies vallen ze ook sneller uit de boot wegens niet meer ‘vernieuwend. Er is dringend een vangnet nodig.” De Vlaamse Auteursvereniging heeft nog remedies om de schrijver financieel uit het moeras te trekken. “Het Belgische leenrecht blijft ondermaats. Onze auteurs lopen heel wat inkomsten mis die hun collega’s in andere landen wel ontvangen. Dat kan niet blijven duren. Maar de materie zit federaal in het slop”, betreurt Huet. “Het kunstenaarsstatuut is een ander oud zeer, zeker voor de opbouw van pensioen- en ziekteverzekeringsrechten. Idem voor een betere uitkering van reprografierechten.” VAV-voorzitter Erik Vlaminck ziet het onderzoek niet als eindpunt: “Met deze cijfers kunnen we gefundeerd naar de overheid en het Boekenoverleg trekken én eisen op tafel leggen. Het onderzoek loopt nog verder bij stripauteurs, illustratoren en vertalers.”

Arm maar professioneel

Het inkomen van de doorsnee Vlaamse literaire auteur mag dan belabberd zijn, toch ziet de Vlaamse Auteursvereniging ook lichtpunten. “Er is onmiskenbaar een sterke professionalisering aan de gang. Auteurs zijn veel hoger opgeleid dan vroeger. Ze hebben een eigen website en ze zijn bedrevener in promotie. Het beeld van de Vlaamse schrijver als leraar of ambtenaar die na zijn uren schrijft, klopt trouwens allang niet meer”, benadrukt woordvoerder Patrick De Rynck. “Toch heeft nog 57 procent andere betaalde beroepsactiviteiten. Uit bittere noodzaak. Gevolg: de meerderheid klaagt dat ze geen tijd genoeg overhouden voor het schrijven.” (DL)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234