Zaterdag 25/05/2019

Het gezin in Vlaanderen

"Vlaamse ouders voelen vooral veel druk om perfect op te voeden"

Beeld Elise Vandeplancke

Vlamingen willen hun kinderen vooral respect voor anderen bijbrengen en de opvoeding loopt bij de meerderheid erg goed, zo toont de gezinsenquête. Wel signaleert een kwart van de ouders moeilijkheden bij de opvoeding en bijna vier op de tien hebben al advies van opvoedingsdeskundigen ingeroepen. "Mag ik aan mijn zoon zeggen dat die laptop beneden moet blijven?", vragen mensen dan.

Horden narcisten en massaal veel ‘grenzeloze kinderen’, dat is wat we in de toekomst krijgen, zo waarschuwden kinderpsychiaters onlangs in enkele media. Andere berichten gaan over kinderboerderijen die sluiten omdat kinderen dieren mishandelen en bijvoorbeeld met de kippen gooien.

Maar in de grote gezinsenquête in opdracht van minister van Welzijn en Gezin minister Jo Vandeurzen (CD&V) zijn er zeker geen grote groepen probleemkinderen te ontwaren. 

Respect en verantwoordelijkheidszin blijken kernwaarden in de opvoeding en het aantal ouders dat strubbelingen met het kroost signaleert is een kleine minderheid.

Hoe is het gesteld met het gezin in Vlaanderen?

Vergelijk zelf: hoe (on)traditioneel is het gezin in Vlaanderen?

De meeste ouders zijn tevreden met hoe de opvoeding loopt en noemen het een verrijkende ervaring. Gevraagd naar wat ze hun kinderen vooral willen meegeven, antwoorden heel veel mensen: respect voor anderen. Dat ‘opvoedingsdoel’ staat met stip op één. Op twee staat een andere ‘klassieke’ waarde die daar nauw bij aansluit: gevoel voor verantwoordelijkheid. Bijna even belangrijk vinden ouders ‘voor zichzelf kunnen opkomen’, dat de top drie afsluit.

Positief opvoedingsgedrag

“Die basisdoelen zijn inderdaad de grote gemene deler”, vindt ook Bram Van de Velde (34). Hij en zijn Italiaanse vrouw hebben twee zonen, Samuel (4) en Nicolas (2). “Ik vind het ook belangrijk dat ze zelfstandig worden en ik laat ze bijvoorbeeld graag zelf op onderzoek uitgaan. Als ze later zeggen: ‘Ik wil naar Zuid-Frankrijk liften’, dan ga ik denken: ‘Missie geslaagd’.”

Vlaamse gezinnen blijken hun kinderen dus degelijk op te voeden tot zelfstandige en respectvolle burgers en er is in de grote meerderheid van de gezinnen geen probleem met het gedrag van het kroost. De enquête ziet vooral veel ‘positief opvoedingsgedrag’ door de ouders en weinig ‘probleemgedrag’ bij de kinderen.

“Positief opvoedingsgedrag is in positieve zin betrokken zijn, dus vragen stellen, luisteren, de tijd nemen om samen leuke dingen te doen, er zijn zonder je op te dringen en ook je kind regels aanleren en grenzen stellen”, zegt onderzoekster Kim Bastaits (PXL Social Work-Research). “Beide zijn cruciaal om kinderen en jongeren houvast te bieden.” ‘Negatief opvoedingsgedrag’ is je kind te veel materieel belonen terwijl je er niet echt betrokken mee bezig bent en ook te veel al dan niet fysiek straffen, maar dat komt veel minder voor.

De kinderen en jongeren halen eveneens puike punten. De meerderheid van de ouders geeft aan dat hun kinderen zich goed voelen en dat hun kind geen moeilijkheden heeft. Als die er wel zijn, zien de meesten dat niet als een fundamenteel zwaar probleem, maar meer als iets wat nu eenmaal bij opgroeien hoort.

Schoonheidsvlekjes

Ook Van de Velde kan ongerustheid makkelijk relativeren. “We hadden net oudercontact voor onze oudste”, vertelt hij. “Hij bleek soms een beetje moeite te hebben met knutseltaakjes. Niet omdat hij het niet kan, maar hij vindt het niet zo interessant. Straks moet hij wel de schoolbankjes in... Dan vraag ik me wel af: ‘Kom het allemaal wel goed?’ Maar dan blijk ik nuchter en denk ik: ‘Mensen doen dit al miljoenen jaren zo.’”

Toch zitten er wat schoonheidsvlekjes op het glimmende plaatje. Zo blijkt dat verdraagzaam zijn, rekening houden met anderen en ‘ijverig en ambitieus zijn’, veel minder vaak een opvoedingsprioriteit zijn en dat er bij een kwart, toch geen kleine groep, wel een en ander scheef lijkt te lopen.

Een op de tien ziet bijvoorbeeld ‘aanzienlijke tot zeer ernstige gedragsproblemen’ bij zijn of haar kind(eren), zo merken onderzoekers Diederik Vancoppenolle en Geraldine Dupont van Kind en Gezin. Meer dan een derde vindt opvoeden moeilijker dan gedacht en een op de vijf zit met veel vragen en zorgen over de opvoeding. Vier op de tien zochten al steun bij een deskundige.

Ook is ‘disciplineren’ geregeld een probleem. Een op de vijf zegt dat ze zich door de kinderen laten overhalen om hen lichter te straffen dan ze van plan waren en de kinderen slagen erin hen vaak van gedachten te doen veranderen, hoewel ze eerst ‘nee’ hebben gezegd. Sommige ouders (15 procent) straffen dan weer meer of harder dan gemiddeld, wat een teken kan zijn van niet weten hoe je een moeilijke situatie constructief moet aanpakken of van vermoeidheid of een combinatie van beide. 

Worstelen met sociaal gedrag en emoties

Van de Velde vindt opvoeden niet per se moeilijker dan gedacht maar ziet vooral in dat het “nu eenmaal twee stapjes naar voren, en eentje weer terug is. Het is natuurlijk frustrerend als je voor de zoveelste keer zegt ‘eet je pasta met je vorkje’, en hup daar gaat de spirelli weer met de vingers. Maar we komen er wel. Hij gaat echt niet voor de rest van zijn leven met zijn vingers pasta eten”, zegt hij. “Toch heb ik ook een abonnementje op de Gezinsbond, hoor. Ik kan zo het boekje over de peuterpubertijd uit de kast halen en ik heb wel eens gegoogeld ‘hoelang staat je kind in de hoek?’”

Als er problemen zijn, gaat het niet zozeer over de kwesties die vaak over de tongen gaan. Gedragsproblemen zoals driftbuien, vechten en woede-uitbarstingen en hyperactiviteit komen het minst voor. Eerder worstelen Vlaamse kinderen en jongeren met hun sociaal gedrag en met hun emoties. Ze hebben bijvoorbeeld weinig goede vrienden, schieten beter op met volwassenen dan met kinderen, hebben veel ruzie of trekken zich terug. 

Bastaits: “Problemen met sociaal gedrag zien we vooral bij lagereschoolkinderen en dat geldt ook voor ‘emotionele problemen’ zoals zich veel zorgen maken, in de put zitten, ongeduldig zijn, verdriet hebben.”

Opvallend is ook dat een meerderheid van de ouders vragen of zorgen over de opvoeding signaleert. De grootste zorgen maken ouders zich over school- of studieprestaties, emotionele problemen en koppig, dwars en opstandig gedrag.

 Snel twijfelen

Die en andere kopbrekens zorgen ervoor dat vier op de tien ouders opvoedingshulp, -steun of -advies zoeken bij een deskundige. Dat is meestal een therapeut, psycholoog, kinder- of jeugdpsychiater. Ook bij het CLB en de huisarts wordt vaak aangeklopt.

Wil dat zeggen dat een aanzienlijke minderheid er niet in slaagt die klassieke opvoedingsdoelen in de praktijk te brengen?

Niet meteen, zo reageren mensen met veel praktijkervaring. “Wat dit vooral wil zeggen, is wat wij elke dag vaststellen: ouders slaan nogal snel aan het twijfelen omdat ze het heel erg goed willen doen en er een veelheid aan vragen en informatie is”, zegt Ilse De Block van de Opvoedingslijn. “Zeer vaak krijgen wij ouders aan de lijn die vooral naar bevestiging op zoek zijn."

Die vier op de tien ouders die deskundig advies zoeken, klinkt volgens haar mogelijk problematischer dan het is. De Block: “Wij hebben natuurlijk enkel zicht op de vragen die via de Opvoedingslijn binnenkomen, maar die gaan alvast meestal niet over probleemgedrag of grote drama’s en eerder over muizenissen van ouders. ‘Mag ik aan mijn zoon zeggen dat die laptop beneden moet blijven?’, klinkt het dan. Of: ‘Mag mijn dochter een extra hobby doen?’”

Opvoedingskrampen

Dat wijst niet op opvoedingsproblemen, maar eerder op opvoedingskrampen. “Veel vragen zijn samen te vatten als: ‘Mag ik als ouder mijn eigen grenzen stellen?’”, vervolgt De Block. “Ja, natuurlijk. Daarin moeten we ouders geregeld bevestigen. Ze willen inderdaad dat hun kinderen respect voor anderen hebben, maar rekening houden met anderen blijkt een lastiger punt. Ze durven vaak hun eigen kind niet vragen om rekening met hen en hun regels te houden en dan moeten wij zeggen: ‘Wees vooral niet bang van je eigen kind.’”

Ook merken ze bij de Opvoedingslijn dat ouders druk van buitenaf voelen om het perfect te doen. De Block: “‘Ik heb het gevoel dat ik meteen faal als ik het niet meer weet met mijn zeventienjarige’, zeggen ze dan.”

Waarom ouders vooral met dat soort muizenissen zitten, is voor De Block glashelder: een combinatie van dat perfectionisme, een zee aan informatie en een complexe samenleving.

“Het leven is complexer geworden”, zegt De Block. “Kinderen en jongeren hebben vooral duidelijkheid nodig, maar die hebben ouders minder omdat er veel meer op hen af komt. Wat met sociale media, wat met nieuw samengestelde gezinnen, enzovoort. Ook zijn ouders soms te veel bezig met de vraag of het kind een beslissing wel snapt. ‘Ik kan mijn kind toch niet zomaar straffen zonder dat het begrijpt waarom?, horen wij dan. Dat geeft blijk van grote betrokkenheid, het heel goed willen doen maar wat in de war zijn over wat nu de juiste aanpak is. Je hoeft je kind zeker niet altijd te belasten met uitleg of verantwoording.”

Geen handleiding

Annelies Bergmans van het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning (EXPOO) heeft gelijkaardige bedenkingen.

“Vier op de tien die opvoedingsadvies vragen lijkt veel, maar in feite is dat heel normaal want voor opvoeding is er geen handleiding. Bovendien is de wereld ingewikkelder en kleiner dan ooit en moeten we heel veel ballen in de lucht houden”, zegt ze. “Elke dag zijn er zoveel keuzes te maken en beslissingen te nemen, over ecologie, voeding en ook over opvoeden. Het is duidelijk dat ouders het goed willen doen en zich bij heel veel keuzes ook de vraag stellen ‘is dit goed voor mijn kind?’ en dat vraagt veel meer energie. Gezinnen zijn ook kleiner en we willen het allerbeste voor de kinderen, dus gaan we heel erg ons best doen.”

Tegelijkertijd wordt er ook meer dan ooit verwacht dat we kinderen opvoeden tot mensen die ‘af’ zijn en op een eindeloos lijstje aan punten goed scoren. “Dat vier op de tien dan soms eens twijfelen, is dan niet zo raar. Wij zien dat velen alles toetsen aan een ideaalbeeld. De concrete vragen gaan dan vooral over niet problematische zaken waar onduidelijkheid over is, zoals over het gebruik van sociale media”, zegt Bergmans.

Maar ook als er grotere kwesties op tafel komen, zoals emotionele problemen of problemen met grenzen stellen, is dedramatiseren vaak de eerste belangrijke stap. Bergmans: “Grenzen stellen is duidelijk een uitdaging, maar dat is niet bepaald nieuw als het over opvoeding gaat. Het is logisch dat je daar soms moeite mee ondervindt, net zoals het normaal is dat kinderen in bepaalde periodes emotionele problemen hebben, bijvoorbeeld na een scheiding. Nee, het is niet haalbaar dat een kind dat snel even verwerkt en dat hoeft ook niet. Zeer vaak moeten wij vooral dat zeggen: ‘Dit is normaal, je bent goed bezig, we vinden wel een oplossing.’

Micro-ambitieus

Van de Velde herkent de impact van de oneindige stroom aan informatie voor jonge ouders. “Het is makkelijk voorhanden, maar het wakkert ook twijfel aan. ‘Doe ik het wel goed?’”, zegt hij. “Je kunt blijven lezen en piekeren, maar op het einde van de dag moet er wel gekookt worden, moeten de kinderen in bad en moeten er schone kleren klaarliggen. Ik probeer dan ook geen opvoedkundige plannen te maken over wat voor mensen mijn kinderen moeten worden. Zelf op het potje gaan is het grote plan op dit moment. Of deze zomer leren fietsen zonder zijwieltjes. Ik denk dat je als ouder eerder micro-ambitieus moet zijn. En Samuel zei deze week nog: ‘Jij bent een hele lieve papa’. Dat is toch belangrijker dan het juiste boekje volgen?”

Huizen van het Kind: opvoedingsondersteuning zonder taboes

Minder tijd, meer perfectionisme en opvoedingsvragen, sociale netwerken die verslappen en grootouders die tijd voor hobby’s en vrije tijd willen of toch langer moeten blijven werken. Waar kun je als ouder dan terecht met gewone, dagelijkse opvoedingsbesognes? Velen vinden in hun eigen omgeving antwoorden en raad. Voor de anderen zijn er onder andere de Opvoedingslijn en sinds 2014 de Huizen van het Kind: lokale samenwerkingsverbanden in de vijf Vlaamse provincies waar je als ouder ook met gewone, dagelijkse vragen over opvoeding kunt binnenwandelen.

“De bedoeling is zo dicht mogelijk bij de leefwereld van gezinnen aan te sluiten en vanuit lokale overheden en organisaties gespecialiseerd in kinderen en jongeren zoveel informatie over heel veel domeinen samen te brengen, zodat je met vragen over werk, wonen, straffen, school, opvang niet telkens naar andere instanties moet om telkens opnieuw je verhaal te doen of op het internet verloren loopt”, zegt Annelies Bergmans van het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning (EXPOO).

Op de duur zou er in elke gemeente een Huis van het Kind moeten zijn. “Ouders kunnen er advies krijgen maar ook geven aan elkaar en ook gewoon andere ouders ontmoeten. Zeker in steden zijn sociale netwerken niet altijd even sterk en heel wat ouders voelen zich alleen met hun vragen en kunnen niet terugvallen op een sociaal netwerk in hun buurt. In zo’n Huis kun je je verhaal doen en overleggen met andere ouders, banden smeden”, zegt Bergmans nog.

Ook is zo’n Huis een manier om het taboe op opvoedingsperikelen af te breken. “Het is een sterk signaal dat vier op de tien zeggen dat ze regelmatig opvoedingsvragen hebben. Dat toont dat mensen het durven uitspreken dat opvoeden niet altijd evident is, al ervaart het merendeel opvoeden gelukkig ook als verrijkend en leuk. Maar het moet gewoon worden om te spreken over zorgen en naar elkaar te luisteren daarover. Iedereen kan in zo’n Huis van het Kind zien dat heel veel anderen ook met grote en kleine vragen zitten.”

Zo is de studie uitgevoerd:

In 2016 is een schriftelijke enquête afgenomen bij gezinnen met minstens één kind jonger dan 25 jaar in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (alleen de Nederlandstaligen daar). Dat gebeurde op basis van toevalssteekproeven uit de bevolkingsregisters van het Rijksregister. Zo zijn 11.000 gezinnen aangeschreven, waarvan 2.000 met een herkomst buiten de Europese Unie. Uiteindelijk namen 2.683 mensen deel. Iedereen kreeg een lijvig vragenboekje A en een dunner vragenboekje B voor de (eventuele) echtgeno(o)t(e) of partner. Het resultaat is een representatief beeld van de gezinnen, al zijn lager opgeleiden, niet-werkenden en gescheiden vaders wat ondervertegenwoordigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.