Donderdag 28/01/2021

Schilderkunst

Vlaamse meester herleeft in New York

Het pas gerestaureerde portret van kardinaal Bentivoglio.Beeld Erich Lessing / RV

Antoon Van Dyck: was hij een groot portretschilder, of de grootste aller tijden? Misschien wel het laatste, meent curator Stijn Alsteens. Nochtans werd nog nooit een overzichtsexpo georganiseerd over zijn portretkunst tot Van Dyck: The Anatomy of Portraiture deze week opende in de New Yorkse Frick Collection.

Stijn Alsteens en zijn collega Adam Eaker selecteerden 101 werken voor de tentoonstelling. "Het idee om de portretten die Van Dyck (1599-1641) maakte in verschillende media - tekeningen, etsen, gravures en schilderijen - samen te brengen, rijpte zo'n vijf jaar geleden", vertelt Alsteens. Hij werkte toen - en nu nog steeds - in het Metropolitan Museum. Hij werd geboren in 1976 en groeide op in Overijse. Na zijn studies in Leuven en Amsterdam werd hij tentoonstellingsmaker in de Frits Lugt Collectie in Parijs. Vanaf 2006 had hij die functie in het Metropolitan, New Yorks grootste museum, waar hij onder meer expo's over Pieter Coecke van Aelst en Joachim Wtewael organiseerde.

Vanuit zijn specialiteit - werken op papier uit de 17de en 18de eeuw - was Alsteens vertrouwd met de schetsen en etsen van Van Dyck. De meeste van die werken zijn voorstudies voor schilderijen of gravures. Dat bracht Alsteens op het idee om die voorstudies samen te brengen met de eindproducten, om zo het ontstaansproces van Van Dycks beroemde portretten te belichten.

De tentoonstelling loopt in The Frick Collection, een van de mooiste musea van New York. Het gebouw is een paleis dat de industrieel Henry Clay Frick in 1913 liet bouwen aan de rand van Central Park. Frick was een fan van Van Dyck. Hij kocht acht grote doeken van de Vlaamse barokmeester die nu een centrale plaats innemen in de expo. "Frick stipuleerde in zijn testament dat de werken niet ontleend mochten worden", zegt Alsteens. "Vandaar dat deze tentoonstelling enkel hier kon plaatsvinden."

"De vroegste werken die we van Van Dyck kennen, zijn portretten, en zijn eerste model was hijzelf", zegt Alsteens, wijzend naar een schilderijtje waarop een puber ons over de rand der eeuwen aanstaart. Van Dyck penseelde dit ergens tussen 1613 en 1615. Hij was toen 14 of 15 jaar oud. De stijl is al even zwierig en trefzeker als in zijn latere werk. "Hij was een wonderkind", zegt Alsteens.

Zelfportret van Van Dyck toen hij 14 of 15 wasBeeld Erich Lessing / RV

Valse tekeningen

In de voorstudies die Van Dyck voor zijn grote werken maakte, zie je hem denken, legt Alsteens uit. Je ziet hem composities veranderen, accenten verleggen, zoeken hoe hij het werk meer kan doen vertellen. Het valt op dat zijn aandacht vooral gaat naar de houding en de kledij van zijn modellen, terwijl het hoofd vaak niet of nauwelijks is uitgewerkt. "Dat was niet omdat hij het hoofd onbelangrijk vond", zegt Alsteens, "Hij stond er op om het naar levend model te schilderen. Om zo tot in de psyche van zijn model door te dringen."

Sommige tekeningen en etsen zijn ontwerpen voor gravures die door anderen werden uitgevoerd en die ook te zien zijn.

Gravures waren een belangrijke bron van inkomsten voor kunstenaars en een manier om hun werk bekend te maken. Er werden tot 10.000 exemplaren van gedrukt. Na zijn dood werden honderd van Van Dycks portretgravures bijeengebracht in een boek - dat ook tentoongesteld is.

Er is ook een muur met valse Van Dycks: tekeningen die aan hem werden toegeschreven, maar die gemaakt werden door anderen, zoals Jacob Jordaens of nobele onbekenden.

De grote schilderijen trekken natuurlijk de meeste aandacht. De modellen variëren, van koningen, kerkvorsten, edelmannen en -vrouwen, tot zijn echtgenote, zijn maîtresse, zijn vrienden en hijzelf. Behalve de werken uit The Frick Collection zijn er nog verschillende andere uit Amerikaanse musea die nooit de terugreis naar Europa hebben gemaakt.

Van Dycks maîtresse, Margaret Lemon.Beeld © Erich Lessing / RV

Keerpunt in de schilderkunst

Een van de mooiste werken is het in 1623 geschilderde portret van kardinaal Bentivoglio uit het Palazio Pitti in Firenze. Het is pas gerestaureerd en dat merk je. De kleuren vibreren. "Let er op hoe Van Dyck een verhaal in zijn portret legt", zegt Alsteens. "De kardinaal heeft net een brief gelezen en staart peinzend naar buiten..."

Het portret als een vraag naar interpretatie. Dat is volgens Alsteens een van de redenen waarom zijn portretkunst een keerpunt betekende in de geschiedenis van de schilderkunst. Van Dyck was gebonden aan de conventies van de portretkunst, maar oversteeg die ook. Een portret moest natuurlijk in de eerste plaats in de smaak van de opdrachtgever vallen. Met Van Dyck wist je als opdrachtgever dat het mooi zou worden, technisch gedurfd en virtuoos, en dat je van je beste kant zou worden getoond. En elegant, dat was zijn handelsmerk. Een van de manieren om dat te benadrukken was de handen iets te lang en langoureus hangend schilderen.

Maar Van Dyck zocht ook een gelaagdheid die de conventionele portretten niet hadden. Alsteens wijst daarbij op de psychologische diepgang in het portret van zijn vriend Frans Snyders. "Die benadering heeft een enorme invloed gehad op schilders van latere generaties."

Van Dyck: The Anatomy of Portraiture in The Frick Collection, 1 East 70th Street, New York, tot 5 juni.

Stijn AlsteensBeeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234