Woensdag 02/12/2020

ReportageOnderwijs

Vlaamse leraars over de meest heikele thema’s: ‘Leerlingen mogen best boos of gekwetst zijn’

Leraar Stefanie Van Brussel (Atheneum Antwerpen): ‘Ik heb de Mohammed-cartoons niet laten zien.’Beeld Aurélie Geurts

Net als de vermoorde Franse leraar Samuel Paty praten leraars in Vlaanderen ook over blas­femie en vrije meningsuiting. Maar hoe doen ze dat, in een diverse klas? ‘Het lukt niet als je zegt: baf, hier zijn onze superieure waarden.’

“Ik heb het vorige week over precies dezelfde thema’s gehad als Samuel Paty. Ik was erg geschrokken toen ik hoorde wat hem overkomen is”, vertelt Stefanie Van Brussel, geschiedenisleerkracht in het GO! Atheneum van Antwerpen, waar de aanslag door de leraarskamer zinderde. Ook Kathleen Hofmans, leerkracht Frans en Project Algemene Vakken aan het Mechelse Busleyden Atheneum, is aangeslagen. “Ik heb die cartoons al vaker laten zien in de les; ik kén leerlingen die het daar heel moeilijk mee hebben. Als je dan het nieuws hoort, sta je daar toch even bij stil, ja.”

Samuel Paty was een leraar geschiedenis en aardrijkskunde in een middelbare school in een rustige voorstad van Parijs. In een les maatschappijleer, ingevoerd als een antwoord op de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo op 7 januari 2015, toonde Paty begin deze maand de inmiddels beruchte karikaturen van de profeet Mohammed die in het satirische weekblad werden gepubliceerd. Leerlingen die de beelden niet wilden zien, mochten van Paty de klas verlaten.

Bij een aantal ouders schoot het didactisch materiaal van Paty in het verkeerde keelgat, waarop er commotie ontstond op sociale media. De leraar diende klacht in wegens bedreigingen; vorige week vrijdag werd hij onthoofd teruggevonden. Zeven mensen zijn opgepakt voor de moord. In Frankrijk is de leraar inmiddels uitgegroeid tot een martelaar voor het vrije woord.

Ook hier hoort omgaan met controversiële en polariserende thema’s steeds vaker tot het takenpakket van leerkrachten. Van discussies over de evolutieleer en meisjes die tijdens hun stage in een verzorgingstehuis geen mannen willen wassen tot leerlingen die stickers van Schild & Vrienden op de muren plakken: de wereld is veranderd en dat merken ze in scholen sneller dan elders. “De vrije meningsuiting is een steeds moeilijker thema om in de klas vast te pakken”, weet Christophe Busch, de voormalige directeur van de Dossinkazerne die nu het Hannah Arendt Instituut leidt.

Geschiedenisleerkracht Soumaya El Allachi (Stedelijk Lyceum Waterbaan in Antwerpen) beschrijft haar leerlingen als enigszins wereldvreemd: wij-zij-denken leeft zo sterk dat iedereen als het ware in een van die kampen zit, en van daaruit naar de wereld kijkt. “Toen ik jong was – ik ben nu 36 – speelde die polarisatie niet zo.”

De aanslagen van 9/11 noemt El Allachi het kantelpunt, al waren de Verenigde Staten en Afghanistan fysiek en mentaal nog ver weg. “Vandaag komen die thema’s veel dichterbij; vooral zestien- en zeventienjarigen zijn daar erg mee bezig. Ik merk zelf ook dat de maatschappij is veranderd: vorige week nog werden mijn zus, die een hoofddoek draagt, en ik uitgescholden tijdens het winkelen – waar onze kinderen bij waren. Ik kan dat ondertussen plaatsen, ik weet wie ik ben, maar kinderen reageren daarop met woede en frustratie. Het is een verhaal van actie en reactie, het komt van twee kanten.”

Beeld Aurélie Geurts

Zeker na de aanslag op Charlie Hebdo in 2015 trokken sommige leerkrachten grote ogen. “Ik gaf toen nog maar net les, het was de allereerste keer dat ik zo’n thema aansneed”, vertelt Dieter Vandenbroucke, die geschiedenis geeft in de derde graad TSO (Mechelse Busleyden Atheneum). “Dat was een enorm moeilijke discussie. Ik herinner het me nog levendig: plots hoorde ik lieve, intelligente leerlingen dingen uitkramen die voor mij choquerend overkwamen. Wat me ook opviel, was hoe leerlingen van allerlei strekkingen beïnvloed werden door complottheorieën die op sociale media circuleerden: daar verzamelden ze allerlei ‘feiten’ als was het een voorraadkast waar ze vrij uit mochten kiezen.”

Volgens Busch is het grote probleem dat de doorsneeleraar wat bang is van die thema’s: ze zijn bang voor discussies, kunnen niet goed inschatten hoe die kwesties liggen in de klas of vrezen dat ze gefilmd zullen worden. “Ze gaan de onderwerpen liever uit de weg, en dat is de slechtst mogelijke aanpak, zeker omdat hierover inmiddels genoeg expertise bestaat.”

Zo is er in de nieuwe eindtermen meer aandacht voor burgerschap, kritisch denken en leren omgaan met andere meningen. En sinds de raid op Charlie Hebdo, de aanslagen in Parijs en Brussel en de stroom Syrië-gangers uit eigen land, heeft elke school wel iemand in dienst die zich bezighoudt met polarisatie en radicalisering. Naar aanleiding van de aanslag op Paty stuurden ze hun scholen deze week nog een hoop tips: bereid zo’n gesprek goed voor, let er op dat de klas een veilige plek is en vergeet niet dat jongeren per definitie wat radicaal zijn.

Islamleerkrachten werden eveneens ingeschakeld en gingen studiedagen over abortus, euthanasie of diversiteit volgen. “Ik ga niet ontkennen dat sommigen dat choquerend vonden, maar over het algemeen zijn islamleerkrachten wel bewust van het feit dat ze nood hebben aan kennis en inzichten om kinderen te begeleiden in deze diverse wereld”, vertelt Ahmed Azzouz, inspecteur van islamleraars, verbonden aan de Moslimexecutieve en KU Leuven.

Ook onderzoeksinstellingen als het Vlaams Vredesinstituut zijn met het thema bezig: “Steeds vaker vangen we signalen op van leerkrachten die op zoek zijn naar manieren om met die spanningen om te gaan: bij pubers moet je hun gevoelens over religie of politiek in goede banen leiden, anders kan activisme omslaan in vijandigheid”, zegt medewerker Maarten Van Alstein. “Wij beklemtonen het belang van vraagtechnieken en conflicthantering. Belangrijker nog: het democratische gesprek is iets dat leerlingen moeten oefenen en trainen, idealiter al in de basisschool. Je kunt niet, zomaar uit het niets, een moeilijk thema droppen in een klas vol zestienjarigen.”

Hans Teeuwen

Maar hoe moet je het dan wel doen?

In essentie komt het overal neer op voldoende context. “Wat wij doen, is jongeren de historische en politieke wortels van de verlichting en de verlichtingswaarden uitleggen. Het lukt niet als je zegt: baf, hier zijn onze waarden, en ze zijn superieur”, zegt Karin Heremans, directrice van GO! Atheneum Antwerpen. In haar school zaten destijds familieleden van prominente figuren van Sharia4Belgium, wat leidde tot spanningen. Ondertussen werkt Heremans deeltijds voor het Gemeenschapsonderwijs (GO!) aan projecten om polarisatie tegen te gaan.

Radicaliseringsexpert Montasser AlDe’emeh voert al jaren klasgesprekken in Brusselse scholen: ‘Ze weten dat ik hun niets wil opdringen.’Beeld Aurélie Geurts

“We leggen ook de geschiedenis van spotprenten en cartoons goed uit, en welke rol ze spelen in onze samenleving”, legt ze verder uit. “Daarbij betrekken we ook onze eigen cultuur, bijvoorbeeld door filmpjes van Monty Python te tonen. Het is belangrijk dat leerlingen doorhebben dat we ook met onszelf lachen.”

Busch: “Zorg voor diversiteit: toon de leerlingen dat de praalwagens van Aalst Carnaval gevoelig liggen bij de Joodse gemeenschap en dat Belgen het moeilijk hebben met hun koloniale verleden. De onderliggende boodschap is dat controverse eigenlijk een logisch onderdeel is van onze diverse samenleving. Praat over grenzen die bij iedereen anders liggen: ik heb geen moeite met grappen over pakweg de Bende van Nijvel; voor mensen die toen een familielid zijn verloren, zal dat anders liggen. Tegelijk zijn we het er allicht allemaal over eens: het zou volstrekt ongepast zijn om tijdens Aalst Carnaval te grappen over Ilse Uytter­sprot, die op gruwelijke wijze is vermoord.”

Dieter Vandenbroucke gebruikt voor zijn lessen graag het bekende fragment waarin de Nederlandse komiek Hans Teeuwen langsgaat bij De meiden van Halal, vijftien jaar geleden een populair praatprogramma van drie zussen op de Nederlandse openbare omroep. “Dat levert interessante gesprekken op. Wat vaak terugkomt, is dat leerlingen vinden dat Teeuwen de moslims niet zo mag beledigen, dat hij niet respectvol is. Als ik dan vraag of zulke beledigingen verboden en strafbaar zouden moeten zijn, moeten ze daar toch even over nadenken. En uiteindelijk vinden ze dat dan weer een stap te ver.”

Maar hoever moeten leerkrachten daar zelf in gaan? In een opiniestuk in deze krant benadrukte hoogleraar recht Koen Lemmens (KU Leuven/VUB) hoe belangrijk het is om studenten te confronteren met origineel bronnenmateriaal, zelfs al is dat ongemakkelijk: een biologieleraar toont foto’s van geslachtsorganen, in de les geschiedenis worden speeches van Hitler of gruwelijke beelden uit concentratiekampen bestudeerd. Paty had dus, zo stelt Lemmens, groot gelijk toen hij de Mohammed-cartoons toonde: hoe kun je immers oordelen over wat je niet zelf gezien hebt?

Tonen of niet, daarover zijn bij leerkrachten de meningen verdeeld.

Van Brussel: “De leerlingen weten goed genoeg waarover ik het heb; ik weet niet waarom ik de cartoons dan nog eens moet laten zien. We praten erover, dat is voor mij belangrijker dan het shock­effect.” Alex Verstraeten, leraar geschiedenis aan Atheneum Unesco Koekelberg, toont ze ook niet. “Ik voel de nood niet. Is het onbewuste angst? Nog niet over nagedacht. Ik heb nochtans niet de neiging om bijvoorbeeld op mijn woorden te letten. Jongeren zijn vandaag politiek bewuster en vooral gevoelig voor terminologie. Maar als het gaat over ons koloniale verleden, lezen we wel de oude teksten over ‘negers’ die als minderwaardig worden beschouwd.”

El Allachi ziet het probleem niet, zolang niet alleen de islam geviseerd wordt, en ook Kathleen Hofmans heeft ze wél al vaker laten zien. “Ik heb de leerlingen op voorhand verwittigd en ik herinner me een pittige discussie, ook tussen moslims onderling: sommigen zijn gematigd, anderen meer orthodox. Op een gegeven moment moet je dat gesprek stilleggen, want het is een discussie zonder einde. Leerlingen hoeven elkaar niet te begrijpen, zolang ze elkaars mening respecteren.”

Ook Montasser AlDe’emeh zegt onomwonden: “Ik laat ze zien.” De islamoloog en radicaliseringsexpert (KU Leuven) voert al jaren klasgesprekken in Brusselse scholen over moeilijke onderwerpen als religie, blasfemie, vrije meningsuiting en seksualiteit, en heeft daarover net een boek uit, In dialoog. “Die jongeren hebben ze toch allemaal al gezien.”

Nog nooit heeft iemand geklaagd, zegt hij, ook de ouders niet: niet als hij over seks praat, niet als hij de cartoons toont. “Als het misloopt, is dat vaak omdat de afstand tussen de leerkracht en de leerlingen te groot is: een leraar uit een verkavelingswijk in de Brusselse Rand die geen idee heeft in welke moeilijke omstandigheden de kinderen van zijn klas opgroeien en daardoor elk probleemgedrag meteen als ‘stout’ bestempelt, die heeft het heel lastig om moeilijke thema’s bespreekbaar te maken. Ik daarentegen ben zelf moslim, ik weet wat armoede is en hoe het voelt om uitgesloten te worden: de leerlingen weten dat ik hen niet belachelijk wil maken, mijn waarden wil opdringen of moraliserend ben. Ik zal nooit zeggen: als je met die cartoons niet kunt lachen, ben je tegen de democratie.”

Naakt bedekken

Het gebeurt dat leerkrachten daar wel een meer principiële houding in nemen. Een leraar uit de Kempen, die anoniem wilde blijven omdat hij zijn veiligheid niet in gevaar wil brengen, stond er afgelopen maandag op om de Mohammed-cartoons te tonen in zijn (weliswaar weinig diverse) klas. “Ik sluit geen compromissen als het gaat over de fundamenten van onze westerse samenleving.”

Busch noemt dat “foie-grasgewijs leren”, oftewel vanuit de eigen emoties het leerpotentieel van jongeren fnuiken. “Moraliseren werkt echt niet. Jongeren weten zo ook wel dat iemand onthoofden een wel heel extreme reactie is.”

Stefanie Van Brussel: 'Ik heb het vorige week over precies dezelfde thema’s gehad als Samuel Paty. Dan schrik je wel als je hoort wat hem is overkomen.'Beeld Aurélie Geurts

Hij moet ook denken aan een filmpje dat vorig jaar circuleerde, waarin een lerares het in de klas had over ‘de debiel Dries Van Langenhove’. “Schild & Vrienden heeft die video uiteindelijk zelf gebruikt als deel van zijn retoriek. Dat is wat er gebeurt als je als leerkracht positie kiest: het dreigt in je gezicht te ontploffen.”

Maar AlDe’emeh herinnert zich evengoed een Brusselse leerkracht die goedbedoeld in een kunstboek alle naaktbeelden had overplakt, kwestie van niemand te choqueren. “Dat kan dan ook weer niet de bedoeling zijn.”

Hoe dan ook, die gesprekken leiden soms tot grote emoties, zo beamen de leerkrachten. “Sommigen vinden die cartoons kwetsend maar vinden dat mensen die ze willen maken, dat vooral zelf moeten weten. Bij anderen vallen die beelden heel slecht, soms wordt er gehuild”, vertelt AlDe’emeh. “Je kunt dat niet los zien van hun achtergrond: als je het gevoel hebt dat je altijd gediscrimineerd en gemarginaliseerd wordt, is het moeilijk om te begrijpen dat er ook nog eens wordt gelachen met zo’n belangrijk deel van je identiteit. Adding insult to injury, is dat.”

Stephanie Van Brussel: “Die emoties mogen er ook zijn. Leerlingen mogen boos of gekwetst zijn, en ze mogen dat uiten, op een beleefde manier. Het is aan ons om pubers daarin te begeleiden. Maar er is een duidelijke grens, en dat is geweld.” Over hoe leerlingen dat zelf ervaren, voelde zowel bij de Vlaamse Jeugdraad als bij de Vlaamse Scholierenkoepel niemand zich geroepen om daar publiekelijk iets over te zeggen.

Meer impact

Maar de leerkrachten zijn ook relatief eensluidend: in weerwil van wat soms wordt gedacht, gebeurt het zelden dat (moslim)leerlingen geweld goedkeuren. “Die sentimenten leven bij ons echt niet meer”, zegt Heremans. Ze vertelt over een oefening die haar islamleerkracht al eens bovenhaalt: hij laat zijn studenten noteren wat hen stoort aan deze samenleving. De antwoorden: armoede, racisme, islamofobie. En wat vinden ze goed? Democratie, vrije meningsuiting, de gelijkheid tussen man en vrouw. “Hij laat ze dan diezelfde lijstjes maken voor hun land van herkomst. Dan zie je wel dat die leerlingen, ondanks alle kritiek op onze maatschappij, toch die Europese waarden delen.”

En waar in Frankrijk religie rigoureus buiten de schoolmuren wordt gehouden – de bekende laïcité – zegt Azzouz: “Als je het goed aanpakt, kunnen leerkrachten levensbeschouwing een heel positieve rol spelen.” Nu al werken in sommige scholen biologie- en islamleraars samen om les te geven over de evolutietheorie, of bespreken islamdeskundigen het beeldverbod in de islam en de veertiende-eeuwse Arabische miniaturen waarop Mohammed, Mozes, Abraham en Jezus broederlijk naast elkaar te zien zijn. Heremans: “Dat is een manier om tot gedeelde waarden te komen.”

Vandenbroucke vertelt dat hij van plan is om zijn leerlingen het filmpje te tonen waarin de bekende Franse imam Hassen Chalghoumi een emotioneel eerbetoon brengt aan Samuel Paty. “Zo’n signaal uit de moslimgemeenschap heeft meer impact op de leerlingen dan eender welke geschiedenisleerkracht.”

Het noorden kwijt

Ook aandacht voor diversiteit blijkt een succesvolle strategie richting meer burgerschap en verdraagzaamheid. “De kinderen van de derde generatie botsen heel erg met hun identiteit; ze zijn echt het noorden kwijt”, merkt Soumaya El Allachi. “We hebben nu een heel succesvol project waarbij ze die identiteit en migratiegeschiedenis onderzoeken. Door diversiteit een plaats te geven op school, zijn leerlingen meer zichzelf, gelukkiger en presteren ze beter. Dat opent de deur naar andere thema’s, zoals biseksualiteit of het bespreekbaar maken van discriminatie.”

Het Atheneum van Antwerpen waagde zich dan weer aan een ander heet hangijzer: het conflict tussen Palestina en Israël. Studenten bestudeerden vertaalde schoolboeken van beide kanten. “Zo zien ze dat de jongeren daar, los van de geschiedkundige feiten, met een heel specifiek narratief opgroeien en dat zoiets een oplossing in de weg staat”, vertelt Van Brussel. Om maar te zeggen: er valt met jongeren over alles te praten, als je het maar goed aanpakt. “En het doet leerlingen ook nadenken over de verhalen waarmee ze zelf opgroeien.”

Ondertussen ziet Busch een ander fenomeen opduiken: “Een paar jaar geleden was er op scholen veel paniek over religieuze radicalisering bij jongeren, nu zien we net hetzelfde met rechts-populisme. En opnieuw weten scholen niet wat ze moeten aanvangen met leerlingen die dwepen met Schild & Vrienden: ze negeren het probleem, of parkeren het gemakshalve bij de leraar geschiedenis, die het dan maar moet hebben over de Holocaust.”

Een totaal verkeerde aanpak, vindt Busch. Want de neiging tot radicalisering is nu eenmaal eigen aan de puberteit. “Maar daaronder zitten vaak heel andere problemen.” Hij raadt scholen aan om de problemen te ontrafelen: wie leidt die radicale kliekjes, wat is hun verhaal? “Vaak zijn dat jongeren die aandacht of een duidelijke positie zoeken. Ik herinner me zo’n jongen: bleek dat hij middenin een moeilijke scheidingssituatie zat, en er was sprake van een problematische opvoeding. Maar om een of andere reden worden bij die extremistische jongeren de klassieke zorgtrajecten niet in gang gezet.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234