Vrijdag 03/12/2021

Vlaamse kunstenaars maken het verschil

In de 16de eeuw zijn de massamedia in Antwerpen geboren. En sinds het einde van de 20ste eeuw zijn het uitgerekend weer Vlaamse kunstenaars die op hun eigen, stille en minimale manier de status van het beeld in onze overgemediatiseerde samenleving ter discussie stellen.

De tentoonstelling A Story of the Image: Old and New Masters from Antwerp wordt in Singapore onthaald als ‘uitdagend’ en ‘subversief’. Maar ook voor een publiek dat vertrouwd is met de deelnemende kunstenaars biedt ze een nieuwe kijk. “Zoek in deze tentoonstelling niet naar kunstenaars die lijken op Damien Hirst, Jeff Koons of Paul McCarthy”, zegt Bart De Baere, directeur van het Antwerpse Museum voor Hedendaagse Kunst MuHKA en een van de curatoren van de expositie, die vandaag in Singapore opent. “Wat onze hedendaagse kunstenaars bieden is niet gemediatiseerd, noch cynisch, luidruchtig of burlesk. Wat er in Londen, New York of Los Angeles gebeurt, is anders. Dat soort beelden ga je in deze tentoonstelling niet vinden. Vlaamse kunstenaars zijn op een totaal andere manier met ‘het beeld’ bezig. Ze gaan niet in concurrentie met de media, maar laten een subtiel bewustzijn zien, een besef dat elk beeld een constructie is.”

Onnadrukkelijk geëngageerd

De Baere geeft het voorbeeld van Raoul De Keyser. Hier is niet een schilder als krachtpatser aan het werk, maar iemand die kunst maakt met ‘nauwelijks iets’. Het gaat om verfstroken, licht en subtiel aangebracht, die toch een intense betekenis bezitten. Of neem het werk van de ten onrechte vergeten René Heyvaert. Hij was architect van opleiding, maar als tegenwicht voor de nadrukkelijke aanwezigheid van architectuur, koos hij op een bepaald moment voor minimale, fragiele interventies: enkele potloodstrepen op een wit blad papier dat hij inlijst. Of kijk naar de kleurrijke collages die Guy Mees maakte met flarden beschilderd papier: het kunstwerk is een snipper, niets minder, niets meer.Natuurlijk zijn er ook grote installaties te zien in Singapore. De dode, verkrampte, verminkte paarden zonder hoeven en ogen - een indirect beeld van de gruwel van de Eerste Wereldoorlog - door Berlinde De Bruyckere (uit 2002) maken veel indruk in Singapore. De lokale pers staat er vol van. Een verlaten, duister, onheilspellend miniatuurkruispunt Location I (1998) van Hans Op de Beeck met automatisch werkende verkeerslichten is een lege niemandsplek, een filmset die je kunt invullen met eigen verhalen. Er is de installatie van de Antwerpse Mexicaan Francis Alÿs met video-opnames van vijfhonderd mensen die elk gewapend met een spade in Peru een berg verplaatsen (uit 2002): geloof verplaatst bergen. En er is de kamerbrede mysterieuze video Carl & Julie (1999) van David Claerbout, waarin een tekenend meisje opkijkt als de toeschouwer dichterbij komt. Een foto die even tot leven komt, een unieke ervaring. Eén ding hebben al deze kunstenaars gemeen. Ze zijn unglamorous. Ze vragen om traag te kijken, ze vragen om interactie met de toeschouwer, ze vragen om na te denken over wat ze tonen en hoe ze dat tonen. Het gaat het over beelden die nog nauwelijks beelden zijn. Ze vervagen, ze verdwijnen. Het is kunst die geen ronkende statements maakt of ons wil overtuigen van haar absolute gelijk. Ze is niet sloganesk maar wel, op een onnadrukkelijke wijze, geëngageerd, in de ruimste betekenis van het woord.

Schilderijen in serie

Tegelijk vertelt de expo een tweede verhaal. Daarvoor wordt een beroep gedaan op de oude meesters uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en het Plantin-Moretus Museum/Prentenkabinet, beide in Antwerpen. Aan de hand van die oude meesters wordt getoond hoezeer zij streefden naar levensechtheid. Ze bouwden minder dan de Italianen voort op de klassieke oudheid maar deden vooral een beroep op hun zintuigen. Het leidt tot een vaak verbluffend realisme, ook als bijbelse scènes, edellieden, het aards paradijs of hemel en hel worden uitgebeeld, bij Teniers, Rubens, Jan Breughel of Van Dyck. Daarbovenop komt het verrassende verhaal dat in het Antwerpen van de zestiende eeuw voor het eerst in de geschiedenis het beeld op zichzelf komt te staan. Schilderijen worden in ateliers in serie gemaakt en de drukkunst zorgt ervoor dat prenten goedkoop, snel en in hoge oplage mechanisch gereproduceerd kunnen worden en de wereld rond kunnen gaan - tot in Azië en Amerika toe. Dat betekent dat het beeld zijn uniciteit verliest en - los van een opdrachtgever - op de markt wordt aangeboden. Het is het begin van de massamedia. De tentoonstelling slaagt er voortreffelijk in om die verhaallijnen te bundelen. Oud en nieuw wordt subtiel en met verrassende effecten tegen elkaar uitgespeeld. In de indrukwekkende eerste zaal bijvoorbeeld hangen een kroegscène van Adriaen Brouwer (1605-1638), een nobelman te paard van Antoon van Dyck (1599-1641) en vijf doodgewone blote vrouwen (1996) van Marlene Dumas naast elkaar. Een schitterende confrontatie. Het laat zien tot wat schilderkunst in staat is: de verheerlijking van de macht en het grote gebaar (Van Dyck) versus rauw geschilderde lichamelijkheid en sexploitation (Dumas), terwijl in Brouwer al de subversie zit in zijn aandacht voor het doodgewone, het alledaagse, het onopvallende, ja de zelfkant van de maatschappij: een slapende man in een kroeg. Die subtiele subversie duikt dus eeuwen later weer op in het werk van hedendaagse kunstenaars - van Luc Tuymans tot Ana Torfs, van Guy Mees tot Koen van den Broek. De 24 foto’s van Ana Torfs maken duidelijk waar het om gaat: 24 keer (het getal refereert aan het aantal filmbeelden per seconde) schrijft ze het woord ‘vérité’, telkens vanuit een ander standpunt, alsof het woord geprojecteerd is op een filmscherm. Waarheid is een relatief begrip: het hangt af van tijd, plaats, ruimte en gezichtspunt.Een van de hoogtepunten in de tentoonstelling is de confrontatie tussen de Bewening van Christus van Rubens en een kruis, gemaakt van broodjes door René Heyvaert, die daarmee teruggaat naar de basis van de eucharistie maar tegelijk een religieus symbool vervaardigt met bederfelijke voedingswaren. Er zijn nog veel meer dialogen (Tuymans-Teniers-Van den Broek, Anne-Mie Van Kerckhoven-Liza May Post, Antoon van Dyck-Walter Swennen) in deze bijzonder boeiende, heldere en zeer goed geritmeerde tentoonstelling. Scenografen en B-architecten hebben uitstekend werk geleverd en één enorme museumzaal opgedeeld in kleine en grote kamers waar de werken ideaal tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden.

Grensverleggend

Deze tentoonstelling - een initiatief van de non-profitvereniging SingAnt, die de banden tussen Antwerpen en Singapore aanhaalt - is niet gemakkelijk en vraagt concentratie van de bezoeker. Ze gaat de provocatie niet uit de weg, maar roept relevante vragen op over de aard van kunst en beeldtaal. De inzichten die ze biedt zijn zo boeiend en het verhaal is zo verfrissend dat ze ook in België gebracht zou moet worden. Voordien was deze expositie in kleinere vorm al in Shanghai te zien en er zijn voornemens om ze ook naar de Verenigde Staten te laten reizen. Een opmerkelijke, grensverleggende tentoonstelling, die u eigenlijk dringend in Singapore zou moeten gaan bekijken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234