Zaterdag 19/10/2019

Open Brief

Vlaamse gevangenisdirecteurs: geef niet toe, minister Geens

De cipiers bestormen het Ministerie van Justitie en gevangenis van Sint Gillis. Beeld Franky Verdickt

Deze open brief is geschreven door de leden van de Federatie van Vlaamse Gevangenisdirecteurs.

Met grote verontwaardiging en ongerustheid waren ook de Vlaamse gevangenisdirecteurs getuige van de wijze waarop de sociale dialoog over de personeelsbesparingen zich verder aan het ontwikkelen is. Het is moreel moeilijk om te aanvaarden, zelfs te begrijpen dat individuen die betaald worden om personen die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan verdacht worden, te 'bewaken' voor hun rechten opkomen door zelf strafbare feiten te plegen. Als de beschaving van een samenleving zich inderdaad laat meten door de wijze waarop zij haar mensen opsluit, dan geldt dit wellicht eveneens voor de wijze waarop men bij een, zelfs aanhoudend, sociaal conflict reageert.

De voorbije weken leek het in de media alsof de basis van dit sociaal conflict in het gevangeniswezen, in Brussel en Wallonië, met name de door de regering opgelegde personeelsbesparingen van zeer recente datum is. Niets is echter minder waar.

In december 2014 vernamen de gevangenisdirecties alsook de vakbonden reeds dat in het huidig regeerakkoord ook het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen van de FOD Justitie 10 procent dient te besparen op de personele middelen. Voor het allereerst bleef het gevangeniswezen in een federale besparingsronde niet buiten schot. Een aanwervingsstop en de bevriezing van het mutatiesysteem voor werknemers van de verschillende gevangenissen werd onmiddellijk van kracht.

De Minister nam het initiatief om via het sociaal overleg met de representatieve vakorganisaties, en de oprichting van 7 nationale werkgroepen, te komen tot een onderhandelde en werkbare personele besparingsoperatie van 10 procent tegen 2019. In het sociaal overleg werd, met àlle vakbonden in Noord en Zuid, in de loop van 2015 consensus bereikt over het feit dat deze besparingen niet lineair over de lokale inrichtingen heen zou plaats vinden. Een gemengde expertengroep zou, samen met een lokaal samengestelde werkgroep, gevangenis per gevangenis doorlichten om vanuit eenzelfde methodiek een analyse te maken van de besparingsmogelijkheden.

Deze keuze vloeide voort uit de wetenschap dat de personeelskaders in de diverse gevangenissen over de voorbije decennia heen niet op dezelfde wijze of volgens objectieve criteria waren berekend of toegenomen. Ook over de uitgangspunten, geen ontslagen noch enig loonverlies, werd eensgezindheid bereikt. Eind april 2016 stond de teller van de lokale analyses op 22 gevangenissen, netjes verdeeld over Vlaanderen en Wallonië, of in termen van het gevangeniswezen: Noord en Zuid. Toch staakt men nu pas in Wallonië?

Centraal in de besparingsmethodiek staat de notie "anders werken". Hiermee doelt men op een personeelsinzet die afstapt van het klassiek shiftpatroon van 6-14 en 14-22 u met een evenredige verdeling van personeelsleden over deze shiften. Anders werken betekent een herverdeling waarbij deze personeelsinzet zich concentreert in een tijdsbestek waarbinnen de meeste activiteiten of bewegingen van gedetineerden zich dagelijks voordoen. Dit zonder de basisveiligheid in het gedrang te brengen, noch de rechten van gedetineerden in te perken. En dus ook zonder enige vorm van loonverlies of ontslag, maar wel via de natuurlijke uitstroom van gepensioneerden.

Op korte termijn betekent deze hertekening van de inhoudelijke werkorganisatie een meeruitgave door de invoering van flexibele werkposten en de eraan gekoppelde premie, maar op langere termijn resulteert een dergelijke ingreep zeer zeker in een belangrijke en verantwoorde besparingsoperatie op de personele middelen. In managementtaal valt dit onder de noemer van een verhoogde efficiëntie in middelenbesteding, die bovendien vertrekt vanuit een constructief sociaal overleg waarin elke stap werd vastgelegd in een (door alle partijen ondertekend) protocol.

Ondertussen zijn we dus 16 maanden later en lijkt de finish van het momenteel zeer moeizame sociaal overleg nog ver weg. Ingevolge de wervingsstop en natuurlijke uitstroom werd er dé facto bespaard op de personele middelen, maar dit op een zeer ongelijke wijze over de diverse inrichtingen heen. Sommige gevangenissen zitten nu al met een personeelskader dat een stuk lager is dan de vooropgestelde besparing van 10 procent. De organische rationaliseringscreativiteit van de gevangenisdirecties heeft ondertussen zijn grenzen bereikt.

Het in de basiswet vooropgestelde humane gevangenisregime staat, ook in Vlaanderen, ingevolge personele onderbezetting zwaar onder druk en is in een aantal gevangenissen reeds in afbouw. Toch staakt men in Vlaanderen momenteel niet?

Besparen, zeker op personele middelen, kan slechts doorheen een gefaseerd veranderingsproces waarbij belangrijke regels gelden. Op de eerste plaats dient de noodzaak tot verandering te worden ingezien en aanvaard. Het feit dat het gevangeniswezen tot in 2014 gespaard bleef van vooropgestelde bezuinigingen heeft, misschien in het Zuiden van het land meer dan in het Noorden, voor heel wat betrokkenen gemaakt dat er aan de intentie van de huidige regering niet onmiddellijk veel geloof werd gehecht. Of misschien wél door de nationaal afgevaardigden van de betreffende syndicale organisaties maar veel minder door hun leden op de werkvloer? Feit is alleszins dat de steeds groter wordende personeelstekorten vooral in Vlaanderen de geloofwaardigheid van de besparing hebben versterkt. Men zag hier, meer dan in het Zuiden, dat er geen collega's bij kwamen, men voelde elke dag meer de noodzaak tot 'anders te werken'.

Een volgende belangrijke stap is vervolgens het creëren van een draagvlak voor verandering. Vanuit de gevonden consensus in de nationale akkoorden tussen de Minister en de vakbonden, drong zich een vertaling-op-maat op in elke lokale gevangenis. Het voorbije jaar werden door de Vlaamse gevangenisdirecteurs en hun medewerkers heel wat uren geïnvesteerd in het sociaal overleg, het uittekenen van alternatieve werkprocessen, het raadplegen van de leden, het informeren van personeel...kortom het overwinnen van, te begrijpen en te verwachten, weerstand. Des te onbegrijpelijker is dan ook de reactie van de Waalse bonden in april 2016, na anderhalf jaar van overleg. Waar is de communicatie naar de basis fout gelopen? Ziet men er de noodzaak alsook de mogelijkheid tot besparen niet (meer)? Of wordt men in het Zuiden nu pas geconfronteerd met reële tekorten op de werkvloer?

In de media blijkt steeds opnieuw dat het als een taak van de gevangenissen wordt beschouwd om er naar te streven dat gedetineerden beter uit de gevangenissen komen dan dat zij waren bij hun opsluiting. Los van het feit dat dit, binnen de gegeven omstandigheden en infrastructurele beperkingen, een erg contradictorische opdracht lijkt, komen de gevangenisdirecteurs hieraan tegemoet door te ijveren voor een herstelgerichte en responsabiliserende detentie, met een minimum aan detentieschade. Het moge duidelijk zijn dat dit zowel in het belang van de gedetineerden als in het belang van de samenleving zelf is. Om een dergelijk leefklimaat binnen de muren te realiseren met de bestaande basiswet als leidraad, moet de samenleving echter ook bereid zijn om hiertoe de nodige, ook personele, middelen ter beschikking te stellen. Dit lijkt heel vaak te worden vergeten.

De huidige, te lang durende periode van onzekerheid over het toekomstig functioneren van de penitentiaire inrichtingen heeft, steeds meer, verregaande gevolgen voor de beheersbaarheid van de werkorganisatie. Gevangenissen die momenteel klaar staan om 'anders te werken' moeten immers wachten op de invoering van hun vernieuwde werkprocessen en de vooropgestelde financiële compensatie. Indien er op zeer korte termijn geen einde komt aan dit sociaal conflict, riskeren wij ook in Vlaanderen geconfronteerd worden met een niet te verantwoorden ontwrichting van onze werkorganisatie die haast onmogelijk te beheersen is en bovendien gepaard gaat met zowel enorme veiligheidsrisico's als inhumane leefomstandigheden.

De steeds terugkerende hamvraag of er ook in België, dat als enige land binnen de EU een absoluut stakingsrecht binnen deze sector kent, op korte dan wel lange termijn politiek werk dient te worden gemaakt van een gegarandeerde of minimale dienstverlening, kan in deze ook niet zonder antwoord blijven.

Vanuit de Federatie van Vlaamse gevangenisdirecteurs ijveren wij er voor het lopende rationaliseringsproces alleszins verder te zetten. Er werd het voorbije jaar immers hard gewerkt. Dit proces nu stoppen betekent een grote achteruitgang en een miskenning van de inspanningen en prestaties op het werkterrein. Dit proces nu stoppen betekent alleen maar uitstel van executie en lijdzaam afwachten tot wanneer de volgende besparingsronde zich aankondigt, wetende dat het draagvlak en bereidheid tot verandering zal uitgehold zijn. Nu stoppen betekent dat eenieder die zich het voorbije jaar sterk heeft geëngageerd en geduldig heeft afgewacht, zijn of haar geloofwaardigheid verliest, vakbonden, administratie én politiek verantwoordelijken.

Wij vragen dan ook aan de Minister om verder te kunnen werken op de ingeslagen weg en dit voor àlle gevangenissen, Noord en Zuid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234