Dinsdag 06/12/2022

Vlaamse filmsector bakkeleit met politici over... televisie

Neen, het ging niet alléén over geld tijdens dit zeer druk bijgewoonde debat over de Vlaamse film. Maar ook over waar dat geld vandaan moet komen. En zelfs een beetje over wat er met dat geld eigenlijk moet gebeuren. Maar het eindresultaat van deze open en soms verhitte gedachtewisseling was toch niet echt hoopgevend. En, oh ja, die langverwachte tax shelter. Dat wordt toch nog even langer wachten.

Brussel / Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

In het kader van het Internationaal Filmfestival van Brussel werd gisteren onder de noemer 'Een Rosetta-plan voor de Vlaamse film?' een debat en discussieontmoeting georganiseerd tussen (in het mediabeleid geïnteresseerde) politici en de Vlaamse filmsector, die massaal aanwezig was. Zoals inmiddels genoegzaam bekend is de ontevredenheid, annex teleurstelling, annex moedeloosheid in de filmsector erg groot en mediaminister Van Mechelen wist dus op voorhand dat hij bij deze confrontatie niet meteen op gejuich en felicitaties moest rekenen. Juist daarom heeft hij er zeer verstandig aan gedaan om toch te komen, want anders kon zijn afwezigheid door het verzamelde filmberoep wellicht als een ultieme blijk van desinteresse en/of minachting geïnterpreteerd worden.

In haar inleiding wees moderator Caroline Pauwels, VUB-professor communicatiewetenschappen, op de huidige commotie in het filmvak en zij sprak dan ook de hoop uit dat het debat een en ander zou uitklaren. Eerst vatte minister Van Mechelen de grote lijnen en doelstellingen van zijn Beleidsbrief Media nog eens samen: oprichting van een autonoom Filmfonds, aanwerving van een filmmanager, opstellen van een beheersovereenkomst (met resultaatsverbintenis), ondersteuning van televisiefictie, overleg met de cultuurminister over steun aan de meer culturele en experimentele film enz. Hij wees ook op de houding van Europa in verband met het mededingingsbeleid, waardoor overheidssteun aan audiovisuele producties niet meer dan 50 procent zou mogen bedragen. Wat de houding van de (openbare) omroep inzake ondersteuning van de Vlaamse filmproductie betreft, liet de minister duidelijk horen dat de eerste contacten 'niet koud maar ijzig' verlopen waren. Inmiddels zou de verstandhouding toch iets warmer geworden zijn.

Toen was het tijd voor enige reacties van de aanwezige Vlaamse volksvertegenwoordigers. Jo Vermeulen (Agalev) stipte aan dat de filmpot (350 miljoen) toch wel erg klein blijft en dat de denkpiste om bij voorbeeld jaarlijks slechts drie langspeelfilms te laten maken (die dan wel voor 50 miljoen gesubsidieerd zouden worden) meteen impliceert dat de spoeling toch wel zeer dun dreigt te worden. Van zijn kant vroeg Carl Decaluwé (CVP) zich af of de 100 miljoen extra, die de minister aan televisiefictie wil spenderen, wel uit het filmfonds moet komen. Dany Vandenbossche (SP) betreurde dat film in de economische sector 'geduwd' was geworden, met nadruk op het publieksbereik, terwijl film als 'creatieve expressie' toch meer in de kunstensector thuishoorde.

Zowel Jo Vermeulen als Carl Decaluwé hadden al gewezen op de functie van de openbare omroep als 'financiële hefboom' en dat was ook de absolute overtuiging van europarlementslid Luckas Vander Taelen (Agalev): "In alle Europese landen is televisie betrokken bij de filmproductie. In Vlaanderen moet je dat telkens opnieuw gaan verdedigen. Hier is de VRT erin geslaagd dat idee van coproductie uit de wereld te helpen. Op dat gebied lijkt Vlaanderen wel een eiland!"

Daarnaast relativeerde Vander Taelen het zogenaamde 'boemanargument' van de Europese 50-procentregel: "Dat wordt zo'n beetje gebruikt als alibi. Er is geen enkel voorbeeld van een land dat in dit verband door Europa berispt werd. De toepassing van die 50-procentregel zou immers een drama zijn voor de kleine landen. Ik denk eerder dat er binnenkort vanuit Europa en de concurrentieregels vragen zullen komen over de invulling van de zogenaamd 'reclamevrije' openbare omroep."

Vanuit de zaal volgde dan een hele reeks opmerkingen, bedenkingen, verwijten en boutades door de verzamelde filmmakers. Marc Didden gaf toe dat ook de filmmakers aan bezinning toe zijn, want dat er nu soms films gemaakt worden "die geen commerciële, maar evenmin artistieke waarde hebben". Filmmaker Eric Lamens liet weten dat het LolaBelgica-initiatief (middellange televisiefilms om jong talent een kans te geven) wat hem betreft niet meteen voor herhaling vatbaar was, vermits hij daar een jaar aan gewerkt had en slechts twee maanden (nauwelijks) betaald was. Regisseur Luc Pien vroeg enige reflectie over films als "audiovisuele expressie van onze samenleving". Videast Peter Missotten maakte gevat het onderscheid tussen 'binnenlandse' films zoals Plop en films met buitenlandse uitstraling, zoals Rosetta.

Documentairemaker Jan-Pieter Everaerts brak opnieuw een lans voor het Waalse systeem van productieateliers, zodat men daar van 'miracle' kan spreken, terwijl men hier van 'debâcle' moet gewagen. Producent Erwin Provoost verwees naar de situatie in Frankrijk, waar filmproductie voor een groot deel door televisie wordt mogelijk gemaakt, terwijl er zich hier nog steeds een structureel financieringsprobleem stelt. Volgens Walter Provo, die momenteel betrokken is bij de oprichting van een Stimuleringsfonds voor de productie van Drie Continenten-films, is de VRT geen openbare omroep meer, maar "denkt en handelt men daar als een privé-bedrijf".

Luckas Vander Taelen vroeg zzat en of er misschien dáárom geen films meer mochten gemaakt worden. Volgens Jan Bucquoy worden zijn films niet op televisie vertoond omdat Vlaanderen "nog steeds in een Davidsfonds-cultuur vastzit". Hij ergerde zich ook aan het feit dat "de opera één miljard krijgt om een paar dikke madammen in het Duits te zien zingen". Filmmaker Rudolph Mestdagh kondigde aan dat hij al de locatie wist voor een massagraf om daar dan collectief zelfmoord te plegen.

Toen volksvertegenwoordiger Decaluwé opmerkte dat het bij de filmsubsidies wel degelijk om belastinggeld gaat, reageerde Willem Wallyn dat "de acht miljard voor de VRT dat toch óók is". En Robbe De Hert kon zijn woede nauwelijks bedwingen toen hij de VRT verweet dat ze daar "bezig zijn met de debilisering van het publiek" en dat ze zich voortaan beter VTM3 zouden noemen. Enzovoort. Enzoverder.

De hoop van moderator Caroline Pauwels dat het debat een en ander zou uitklaren, werd dus wel degelijk vervuld. Uit de discussie bleek duidelijk dat 1) de filmsector meer dan ooit aandringt op structurele ondersteuning door en samenwerking met televisie, 2) de televisie dat niet bepaald ziet zitten, en 3) de politieke wil/durf ontbreekt om televisie, bij voorbeeld via het elders gebruikelijke systeem van lastenboeken, tot die ondersteuning/samenwerking te dwingen. De reactie van minister Van Mechelen dat er in dit verband van 'een spanningsveld' gesproken moet worden, mag dan ook als een understatement worden beschouwd.

Veel volk, maar ook veel bedrukte gezichten, gisteren op het Filmfestival van Brussel, waar politici en filmmakers debatteerden over de Vlaamse film. (Foto Dieter Telemans)

'Opera krijgt één miljard om een paar dikke madammen in het Duits te zien zingen'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234