Dinsdag 29/11/2022

Vlaamse cyclocrossers, held in eigen veld

Adrie van der Poel: 'Mooi voor de Belgen, maar voor de rest is het een slechte zaak'

Belgisch veldrijden zo dominant dat buitenland interesse lijkt te verliezen

Mario De Clercq, Sven Nys, Ben Berden, Erwin Vervecken, Sven Vanthourenhout, Tom Vannoppen, Peter Van Santvliet, Bart Wellens, Bjorn Rondelez, Arne Daelmans. Tien Belgische veldrijders die vorig weekend aan de start mochten verschijnen in de wereldbekerwedstrijd in Wortegem-Petegem. Het was ook in die volgorde dat ze over de streep reden trouwens. Jolijt alom, nooit eerder vertoond, tien Belgen in de toptien. Maar is er eigenlijk wel reden tot juichen? Werd vorige week niet de eerste spadesteek van het graf van het veldrijden gezet? Hoe levensvatbaar is een sport die enkel in en rond de Vlaamse velden voor enige opwinding kan zorgen? Of wordt er buiten de Vlaamse landsgrenzen toch nog gecrosst?

Kurt Boes / Freddy Carremans

België, of beter Vlaanderen, is al meerdere decennia een van de bakermatten van het veldrijden. De eerste tien jaren van de sport was ze nog Frans gekleurd. In 1950 kroonde de Fransman Jean Robic zich tot eerste wereldkampioen, dan was het drie keer de beurt aan zijn landgenoot Roger Rondeaux, vijf keer aan André Dufraisse, ook al een Fransman. De volgende zeven wereldtitels gingen naar de Italiaan Renato Longo (4) en de Duitser Rolf Wolfshohl (3). En dan dook Eric De Vlaeminck het veld in. Tussen 1966 en 1973 kroop hij zeven keer in de trui van wereldkampioen. Een record dat er vandaag nog steeds staat.

Albert Zweifel leek met vier opeenvolgende titels even op weg De Vlaeminck te bedreigen maar het was Roland Liboton die met vier wereldtitels de Zwitser de pas afsneed. Liboton was de laatste trouwens die het veldrijden in zijn eentje domineerde. Sindsdien leek de sport interessanter te zullen worden. Overwinningen en wereldtitels gingen naar verschillende renners uit verschillende landen: Duitsland, Zwitserland, Nederland, Tsjechië Frankrijk, Italië en uiteraard België. Het internationale, Europese karakter van de sport leek gevrijwaard. Tot nu. Aan de kant, want hier komen de Belgen.

In de tussenstand om de wereldbeker staat Nys op één, Wellens op twee, De Clercq op drie, Vervecken op vijf, Vannoppen op zes. Moet het nog gezegd dat België ook het landenklassement leidt? In de tussenstand om de Superprestige bekleden Nys, Wellens, Vervecken, Vannoppen en De Clercq de topvijf. Vanthourenhout, Van Santvliet en Rondelez maken de toptien vol. Gezond kun je dat allemaal niet noemen. De Nederlander Adrie van der Poel, met vijf zilveren WK-medailles de Raymond Poulidor van het veldrijden tot hij in 1996 dan eindelijk zelf op het hoogste trapje stond, zetelt vandaag in de UCI-commissie en stelt zich ook enkele vragen bij de huidige situatie. "Het is mooi voor de Belgen, natuurlijk, maar voor de rest is het een slechte zaak. Al is het niet de fout van de Belgen dat andere landen stilstaan." Een stelling die Sven Nys, de Belgische nummer één, alleen maar kan bijtreden. "De concurrentie moet maar proberen om ons te verslaan."

Maar die concurrentie is er vandaag niet of nauwelijks. Deels is dat misschien te verklaren door pech en ongeluk van de tegenstanders. Gerben de Knegt en Richard Groenendaal zitten bijvoorbeeld in de kopgroep in Wortegem-Petegem maar vallen beiden weg. De eerste letterlijk, de tweede met een lekke band. Sommige buitenlandse toppers komen zelfs niet meer aan de start in de internationale crossen. Petr Dlask, de Tsjechische kampioen en vice-wereldkampioen, ligt al een heel seizoen in de lappenmand. De Italiaanse bondscoach geeft zijn gevestigde waarden geen kans meer om te fietsen. "Hij wil Daniele Pontoni en Luca Bramati niet meer meenemen, omdat hij louter met de jongeren wil werken", zegt Van der Poel. "Dat is natuurlijk de visie van de coach. Maar het kan toch soepeler. Je kunt op zoek gaan naar de gulden middenweg. Waarom selecteer je in je wereldbekerploeg geen twee toprenners samen met drie jongeren?"

Die starre houding van de Italiaanse bondscoach leidde er trouwens toe dat er geen enkele Azzurro startte in de wereldbekerwedstrijden in het Spaanse Igorre en vorig weekend in Wortegem-Petegem. De UCI verplichtte de coach om Daniele Pontoni te selecteren, de coach weigerde en de hele ploeg bleef thuis. Nu is er een vergelijk. Vanaf de wereldbekerwedstrijd in Nommay zijn de Italianen opnieuw van de partij, zij het zonder Daniele Pontoni en Luca Bramati. Ook de Franse talenten komen nauwelijks buiten de eigen landsgrenzen.

En zo komt het dat Nys praktisch enkel Belgen rond zich ziet rijden. De buitenlanders komt hij tijdens een cross nog amper tegen, tenzij bij de start en een goed uur later bij de douches. Maar de renner van Rabobank vermoedt dat het over enkele jaren toch niet alleen meer 'België Boven' zal zijn. "De Tsjechen pakten goud, zilver en brons op de wereldkampioenschappen bij de juniores. Als ze op die weg verder gaan, zien we ze straks ook wel bij de profs."

Dat de overige Europese landen nauwelijks nog in veldrijden geïnteresseerd zijn, klopt dus niet. Ook al is er een terugval geweest toen het mountainbiken plots opgang maakte. Maar ondertussen is die hausse voorbij, zo merkte Laurent De Backer, voorzitter van de Belgische Wielrijdersbond, ondervoorzitter van de UCI en oud-voorzitter van de UCI-commissie veldrijden. "In andere landen stapten veldrijders als Thomas Frischknecht of Miguel Martinez over naar het mountainbike. Ze zochten het grote geldgewin, maar dat is aan het veranderen. De aandacht voor het mountainbiken daalt, zeker op competitief vlak. Het blijkt ook niet zo mediatiek te zijn als eerst werd gedacht."

"Het mountainbiken is genivelleerd naar het niveau waar die sport thuishoort", zegt Van der Poel. "Eigenlijk is het nooit een bedreiging voor het veldrijden geweest. Je had wel een tijdje veldrijders die overstapten naar het mountainbiken, maar anderzijds zijn er ook die de omgekeerde beweging maakten, zoals Gerben de Knegt of Thomas Frischknecht, die nu weer terugkeert."

De Backer ziet voor het veldrijden dan ook licht aan de buitenlandse einder. "In Frankrijk rijden een paar talentvolle jongeren, in Zwitserland zijn er cyclocrossscholen, de Tsjechische jongeren pakken medailles op het WK en de Polen komen onze eigen juniores kloppen. We moeten oppassen dat we door onze huidige superioriteit de toekomst niet verwaarlozen."

Maar zolang bondscoach Eric De Vlaeminck aan het roer staat, moet de voorzitter daar blijkbaar niet voor vrezen. Als er één iemand begrepen heeft dat de werkelijkheid verbloemd is, is het wel de bondscoach. "Ik heb de uitslag en de wedstrijd in Wortegem-Petegem goed bestudeerd. Tien Belgen in de toptien, dat klopt. Maar niet zoveel verder zitten met De Vos, Groenendaal, De Knegt en Nijland vier Nederlanders. De Tsjechen Pospisil, Jezek en Ausbuher komen niet zoveel na de kopgroep binnen en dan heb je nog de Zwitsers Ramsauer en Frischknecht, de Fransman Gadret en de Spanjaard Seco. Allemaal op minder dan twee minuten. In het veldrijden lijkt dat misschien een eeuwigheid, maar tegelijkertijd is het verschil toch niet zo groot en zeker niet onoverbrugbaar. Dus laten we maar voorzichtig blijven en niet te euforisch rondspringen."

Het huidige Belgische veldrijden kent alleszins een nooit geziene weelde. De Backer moet niet lang zoeken naar een verklaring. "We hebben magere jaren gekend en nu zitten we in de vette jaren. We beschikken over een zeer getalenteerde generatie: Nys, Wellens, Vanthourenhout, Vannoppen en zelfs De Clercq op zijn oude dag. Koppel die aan een man als De Vlaeminck en je hebt goud in je hand. De Vlaeminck was zeven keer wereldkampioen en vandaag brengt hij al die kennis over op de jongeren. Hij heeft zijn methode en die werpt vruchten af."

"De begeleiding kan niet beter", beaamt Nys. "We beschikken gewoon over de juiste mensen, de juiste begeleiders. Het waren allemaal zelf kampioenen: Eric De Vlaeminck, Roland Liboton, Mario De Clercq, Paul Herijgers... Als je dan ook talentvol bent, er op tijd mee begint, in jezelf gelooft en je goed verzorgt, sta je al ver."

Ondertussen is het veldrijden hyperpopulair in België. Elke koers trekt dikke rijen volk. En iedereen probeert zijn graantje mee te pikken. Iedereen met een stuk grond ter beschikking tovert er een koers op. Tijdens de volgende elf dagen staan er acht crossen op het programma. Vandaag begint het in Zonnebeke, zondag trekt het circus naar Overijse, Wielsbeke volgt op Kerstmis, Hofstade op tweede kerstdag, Loenhout op donderdag, Veldegem op vrijdag. Volgende zondag heb je de cross in Diegem en op nieuwjaarsdag volgt dan nog Baal.

De eindejaarsperiode is traditioneel wikken en wegen voor de renners. Enerzijds mogen ze zich de volgende weken niet kapot rijden, willen ze ook in de kampioenschappen nog presteren. Anderzijds zwaaien de organisatoren met vette contracten. Mario De Clercq denkt aan de portefeuille en rijdt alle crossen. Nys beperkt en rekent. Hij komt zes keer aan de start. "Je conditie moet in januari immers nog optimaal zijn. Het programma mag best wel een beetje veranderen. Ze moeten wat wedstrijden opschuiven naar het begin van het seizoen. Iedereen wil zijn cross in de kerstperiode organiseren, maar in september en oktober heb je toch ook mooie koersen. Het wordt te zwaar voor ons en de toeschouwers dreigen verzadigd te raken."

Ook De Backer waarschuwt en pleit voor een inkrimping. "Alle renners kunnen tweemaal per week voor de volle pot rijden. Dat kan voor oververzadiging zorgen. Er zijn te veel crossen van eerste categorie in België. De organisatoren beseffen ook dat ze met te veel zijn, maar wie gaat er afvallen? Wie zijn cross ziet verdwijnen, spreekt al snel van broodroof. De organisatoren moeten op een korte periode hun boterham verdienen. De UCI is een plan aan het uitdokteren. Er was er eentje, maar dat werd afgevoerd omdat het te moeilijk was."

Maar de verzadiging is niet de enige bedreiging voor het Belgische veldrijden. Al die crossen in eigen land kunnen leiden tot staar. De voeling met de buitenlandse concurrentie verdwijnt, zegt Van der Poel. "Vijftien jaren geleden was er een dertigtal crossen in Zwitserland. Hetzelfde zie je nu hier in België. Er worden te veel crossen georganiseerd. Uiteindelijk blijven de Belgen in België rijden en meten ze zich niet meer met de buitenlandse concurrentie. Waarom zou je nog gaan koersen in Zwitserland of Tsjechië? Je verdient er misschien evenveel, maar je moet de verplaatsing niet maken en dus heb je minder onkosten."

"Ze zouden de huidige kalender aan de kant moeten schuiven en opnieuw beginnen. Ik zou de Superprestige en de Wereldbeker om de drie weken laten plaatsvinden met één week rust ertussen. Als er bijvoorbeeld op zondag een wereldbekerwedstrijd in Italië is, kun je op zaterdag een cross laten organiseren door een kleinere, lokale organisator. Zo krijgt die ook eens toppers aan de start, want ze zijn er toch al. Met dat systeem hebben de renners telkens ook één week vrij. Dan kunnen ze eens een rustpauze inlassen of desnoods een cross kiezen."

Ook bondscoach De Vlaeminck is zich al langer bewust van de risico's die het veldrijden bedreigen. Er wordt dan wel gefluisterd dat De Vlaeminck misschien op rust zou gaan (De Backer: "Ik heb zijn ontslagbrief toch nog niet ontvangen"), maar ondertussen blijft de coach doorwerken als een bezetene. "Ik heb vanmorgen nog een heel dossier geschreven naar aanleiding van de uitspraak van Jacques Rogge, die vindt dat het veldrijden best een zomersport kan worden."

En dan is het nog een kleine stap naar de Olympische Spelen, hoopt De Vlaeminck stiekem. "Tijdens de wereldkampioenschappen in Zolder komen er toch twintig landen uit vier of vijf continenten aan de start. Mijn hoofd zit vol ideeën om de sport te hervormen, maar als ik die allemaal uit de doeken moeten doen, heb ik wel enkele uren nodig, vrees ik."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234