Dinsdag 28/01/2020

Vlaamse Corazon De Raeymaeckerruilt catwalk voor akker

Als 16-jarige wordt ze in Antwerpen gescout op straat. “Een agent van Vision by Steff sprak me aan. Ik vond zijn aanbod super. Wauw, op de foto. Niet dat een modellencarrière een kinderdroom van mij was. Het was iets dat me overkwam.” Haar eerste betaalde opdracht is een televisiespotje voor Dreft. “Mja… Ik moest dus een wasproduct aanprijzen. (lacht verontschuldigend) Dat zou ik nu nooit meer doen.” Na Dreft gaat het steil bergop, Corazon wordt geboekt voor de Lavazzacampagne van Erwin Olaf. Ze werkt in de showroom bij Dries Van Noten, en Bruno Pieters gebruikt haar als pasmodel. “Ik was nog erg jong, een puber, en had nog zo’n tienerlijfje dat in de smaak viel.”

“Misschien had ik wel topmodel kunnen worden”, mijmert ze. “Maar ik wilde het niet hard genoeg. Na de Lavazzacampagne wilde mijn agentschap mij lanceren aan de top, maar dan had ik met school moeten stoppen. Dat wou ik niet. Ik heb altijd twijfelachtig tegenover het modellenschap gestaan. Ik was nooit echt ‘mee’ in die wereld, zelfs niet toen ik in New York woonde.”Op haar negentiende, met haar middelbaar diploma op zak, vertrekt ze naar New York om het te gaan maken als model. Met gedeeltelijk succes. “Ik heb er enkele grote reclamecampagnes gedaan, onder meer voor Saks 5th Avenue, maar ik heb nooit belangrijke modeshows gelopen. Als model duurt het twee tot drie jaar voor ze in het wereldje je kop kennen - zo is het ook gegaan met Doutzen en Natalia - maar het duurde me te lang. Je moet er 100 procent voor gaan en dat werd stilaan een probleem bij mij.” Hoe meer haar agentschap pusht, hoe meer ze zich afzet. “Toen ik volwassen werd en rondere vormen kreeg, kwamen ze aandraven met het South Beach Diet. ‘Daar ga je van vermageren’, zeiden ze. Maar ze wilden het meer dan ik. Er zijn meisjes die het zo graag willen dat ze vanzelf vermageren. Maar ik moest er moeite voor doen. Ik leefde soms op water en rijst. Ik ben 1 meter 77 lang en er waren momenten dat ik amper 54 kilogram woog. Diëten was niet aan mij besteed. Ik zag overal interessantere opportuniteiten dan modellenwerk. Ik ben met een nonchalante instelling naar New York getrokken en toen het niet onmiddellijk losbarstte, ben ik na een jaar gewoon teruggekeerd naar Antwerpen.”

Een modellencarrière had ze helemaal uit haar hoofd gezet, ze knipte zelfs haar lange haren kort. Toch twijfelt ze nog. Een jaar later wil ze terug naar New York, het nog een keer proberen. “Dat klinkt wispelturig, maar ik was op zoek naar mezelf. Ik pakte m’n hele hebben en houden en wou er zeker drie jaar blijven. Ik heb onder meer voor Sephora gewerkt, en ook voor L’Oréal. Maar ik merkte dat ik er geen voldoening uit putte, de job maakte me niet gelukkig. Alweer hele dagen commentaren aanhoren. De ene keer moet je klassiek zijn, de andere keer weer rock-’n-roll. Dan moet je haar bruin zijn, dan zwart, dan blond.”Als Corazon op een dag de farmer’s market op Union Square bezoekt, gaat er een wereld voor haar open. “Iedere boer heeft daar zijn eigen gespecialiseerde groenten. Aan elk kraam hangt een kaart van de staat New York, zodat je weet vanwaar het voedsel komt. Alle groenten hebben een label met info over hun kweekwijze. Typisch Amerikaans, je hebt daar twee uitersten: supercommercieel en extreem alternatief. De farmer’s market wordt allang niet meer bio genoemd, de term ‘organic’ is in de States totaal achterhaald. Er zijn veel grote supermarktketens die zichzelf promoten als 100 procent organic, maar wel 70 procent gewone producten verkopen.”Voor één kraam heeft ze een zwak. “Er stonden jonge mensen die een T-shirt met ‘Eat locally grown’ droegen, en op hun affiche stond in het groot ‘We don’t use pesticides’.” Een nieuwsgierige Corazon raakt aan de praat met de boer, Morse Pitts, en ze gaat zijn boerderij Windfall Farms in de Hudson Valley bezoeken. “Een openbaring. Op zijn akkers staan alle groenten en sla door elkaar. Hij zaait alles wat samen kan groeien door elkaar en hij verkoopt de producten zoals hij ze plukt. Alles inpakken met plastic of netjes schoonmaken hoeft niet voor hem. En hij spuit niets. Als je groenten door elkaar plaatst, heb je dat niet nodig, want ze houden elkaar in evenwicht.” Na één bezoek is Corazon verkocht. Ze had de kriebel te pakken en gaat er bijna elk weekend helpen. “Wieden, veel wieden. (lacht) In het begin trok ik al eens per ongeluk een watermeloen uit, maar ik leerde gestaag bij. Vooral over oude groenten zoals topinamboer of aardpeertjes, radijzen,… Zelfs paarse wortelen. En zoveel soorten sla! Ongelooflijk. Allemaal soorten die ik in België nog nooit gezien had. Hier is alles zo uniform. Groenten die aan de aarde doen denken of geen rechte vorm hebben of niet netjes in plastic verpakt zijn, worden geweerd. Dat is zo jammer.” Corazon woonde praktisch op de boerderij en stilaan verschuift haar modellenwerk opnieuw naar de achtergrond. “Alweer hetzelfde verhaal. (lacht) Als de mensen vroegen wat ik deed voor de kost, schaamde ik me: ‘model’ klinkt zo oppervlakkig.” Morse laat haar ook kennismaken met de uitbaters van een zelfplukboerderij en dat brengt haar op ideeën. “Het concept is simpel: mensen betalen aan de boer een soort abonnement. Voor een vaste prijs per seizoen mogen ze zelf hun groenten komen plukken. Tot dan had ik een totaal ander idee van de landbouw. Belgische landbouwers moeten vechten om te overleven, hun bedrijfjes zijn bijna fabrieken. Het communitygevoel dat ik daar heb ervaren, is hier nergens te bespeuren. Ginder bezoekt het hele dorp die boerderij. Ik dacht ‘Wauw, dit is het!’ Ik zag het helemaal voor me: een eigen zelfplukboerderij oprichten in België. Zoiets wil ik ook tot bij de mensen brengen.”

De drang naar de natuur is er altijd al geweest, zegt ze. “We woonden met ons gezin wel in de stad, maar we gingen vaak naar ‘den buiten’. Ik kom uit een gewoon arbeidersgezin. Mijn mama was afficheerder, ze ging twee dagen per week posters ophangen. Ze heeft het altijd belangrijk gevonden om veel bij haar dochters te zijn (Corazon heeft nog een jongere zus, Vhe). Mijn papa knapte huizen op. Het waren echte hippies. Zeker mijn mama was veel bezig met de natuur.” Nagellak en make-up waren voor de twee zussen uit den boze. “Mijn ouders kwamen uit een periode waarin ze het gebruik van pesticiden gestaag hadden zien groeien en waarin alles werd gemoderniseerd. Wij aten toen thuis al bio, nog voor het overal verkrijgbaar was. Er was in Borgerhout één beenhouwer die biovlees verkocht.” Nu is ze blij met de bagage die haar moeder haar heeft meegegeven, maar als 12-jarige dacht ze daar anders over. “Ik wilde mij ertegen afzetten. Mijn zus en ik werden overstelpt met reclame. Barbiepoppen waren bij ons verboden. Je wilt dat allemaal, maar je krijgt het niet. Ik had wel geluk dat ik op een Steinerschool zat, waar ouders vaak dezelfde visies delen. Een Steinerschool was toen echt geitenwollensokken. (lacht) Wij speelden met een tol, bouwden kampen met houten planken en gingen op boerderijstage (schaterlach). Vrije tijd betekende schilderen, breien, zelf popjes maken. Maar ik vond dat allemaal leuk. En ik merk nu de positieve gevolgen van mijn opvoeding.”

Na een jaar New York, keert Corazon terug naar België met een duidelijk doel voor ogen: haar eigen zelfplukboerderij. Ze heeft zich ingeschreven voor een opleiding biolandbouw en de zoektocht naar een geschikte grond is al begonnen, al blijkt die niet zonder obstakels. “Waar vind je hier nog het echte natuurgevoel? En vooral: waar vind je nog een zuivere grond die niet vervuild is?” Intussen heeft Corazon na een tweede kopje thee iets anders om te drinken op tafel gezet: biologisch appelsap van Pajottenlander. “Ik ben geen biofreak geworden”, lacht ze, “maar in de mate van het mogelijke probeer ik wel zoveel mogelijk onbespoten groenten en fruit te eten. Ik stel de biomarkt wel in vraag. Ik denk dat dit iets is waar ik goed ben: bewustzijn creëren, zorg voor de natuur promoten. Dat ontbreekt hier, vind ik. Iedereen gaat zijn groenten halen in de supermarkt, waar alles van de groothandel komt. In reclamespotjes wordt ons voortdurend verteld hoeveel stukken groenten en fruit we exact elke dag moeten eten, alsof wij niet meer weten wat voeding is. We worden dom gehouden. Hoe zit dat nu met bio in de supermarkt? Mensen zouden moeten inzien dat prachtige, perfect ronde tomaten meer schade aanbrengen aan het milieu dan scheefgevormde biotomaten. Daar gaat het me om. Uiteraard vind ik ongespoten groenten ook voor mezelf gezonder - ik wil geen pesticiden in mijn lijf - maar ik wil vooral de aarde gezonder maken.”Af en toe doet ze nog modellenwerk. “Om te overleven, wil ik dat nu nog even doen. Om uiteindelijk iets neer te zetten dat veel aan de natuur kan teruggeven.” Al bellen bureaus haar niet meer zo vaak als vroeger omdat ze haar principes laat doorwegen. “Ik doe geen vliegtuigreizen meer van twee dagen. Dat vind ik nutteloos vliegen. Als je zo’n eisen begint te stellen, bellen ze je vanzelf minder. Het is ook moeilijk uit te leggen. Als je begint te vertellen dat je met de natuur bezig bent, hoor je ze letterlijk aan de telefoon denken ‘Wat voor een rare griet is dat?’” Ze is zich ervan bewust dat haar ideeën idealistisch klinken. “Maar liever zo dan geen idealen. Stel je voor dat je met je kinderen naar de plaatselijke boerderij kan fietsen om ze hun eigen groenten te laten plukken. Ik sta te popelen om te beginnen. Sommige mensen vinden mij naïef. ‘Keep on dreaming’, zie ik ze denken. Zelfs mijn papa verdenk ik ervan mijn plannen niet al te serieus te nemen. Maar hij steunt me wel. Ik weet dat ik idealistisch klink. Op dit moment blijft het natuurlijk nog een droom, maar dat kan alvast niemand me afnemen.” Ze beseft dat het werk dat ze vroeger deed, niet strookt met haar idealen. “Maar ik heb er geen spijt van”, zegt ze. “Die job heeft me in het leven gebracht waar ik nu ben. Was ik nooit naar New York gegaan, dan had ik die farmer’s market nooit ontdekt, en ga zo maar door. Op de vraag of ze nu nog haarproducten van L’Oréal zou promoten, twijfelt ze. “Mocht ik daar in een klap een community farm mee kunnen uitbouwen, dan zou ik dat zeker overwegen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234