Donderdag 29/10/2020

Vlaamse camp uit de seventies

'Keromar', jeugdfeuilleton met hoog Tolkiengehalte, verschijnt op dvd

Jeugdsentiment voor veertigers, dat biedt de dvd-uitgave van Keromar (1970) ten overvloede. Het is een van de meest buitenissige jeugdfeuilletons die de openbare omroep ooit uitzond: een Tolkienachtig verhaal waarin Vlaamse hippies dwalen door Zuid-Europese landschappen en kartonnen studiodecors à la Star Trek. Een lust voor het oog.

Door Walter Pauli

Al een jaar of twintig is er één wetmatigheid als er gerefereerd wordt aan het mythische jeugdfeuilleton Keromar: dan móét de zinsnede 'Mike Verdrengh in een rokje' opduiken. Bij deze is die plicht vervuld is en is de jeugdzonde van de latere presentator en tv-mogol in de verf gezet. In Keromar speelt Verdrengh inderdaad de mooie, jonge, blonde held Timbal. Maar de cast heeft nog wel meer extravagants in petto. Wat te denken van een geblondeerde (!) Ann Petersen als knappe edelvrouwe van het volk der Kerten? Wat van een jonge, bars bebaarde Jan Decleir als Odo, leider der Bolten? En Verdrengh in een rokje is één zaak, minstens even verrassend is de hupse Jeanine Bisschops als de deerne Rinda, gehuld in een nog gewaagder minirokje, een licht erotiserende versie van een indiaanse squaw. Het is duidelijk: met Keromar werden alle bestaande conventies opgeblazen. Het was een feuilleton volgens geheel eigen wetmatigheden. Zoiets was nog nooit gezien en zou later ook niet meer herhaald worden.

Toen einde jaren zestig binnen de toenmalige BRT de beslissing werd genomen om een feuilleton in de trant van Keromar op te zetten, stond de dienst jeugdamusement op het toppunt van zijn kunnen. In de jaren zestig en zeventig was woensdagnamiddag voor Vlaamse kinderen een tv- en dus BRT-feest (er bestond alleen maar een openbare omroep). Voor de kleuters eerst Tante Terry, vervolgens het centrale jeugdprogramma Tip top, gepresenteerd door de genaamde Nonkel Bob (Bob Davidse) en gesecondeerd door het duo Kris Smet en Zaki. Jong, populair en hip.

Tip top was op woensdagnamiddag voor kinderen wat Binnen en buiten op zondagmiddag voor volwassenen was: een koepelprogramma met zowel variété, zang, informatieve als praatprogramma's, en natuurlijk een feuilleton. In het Nonkel Bobs heette dat: "Zang en spel en stuk toneel."

Dat "stuk toneel" kwam helemaal op het einde en was het echte pièce de résistance van de namiddag. Zeker in de jaren zestig leverde de BRT een reeks memorabele jongerenseries af van hoog niveau. De hoogdagen begonnen met twee feuilletons die moeiteloos doorstootten tot de top drie van Humo's Prijs van de kijker: Kapitein Zeppos (1964, met twee vervolgreeksen in 1968) en Johan en de Alverman (1965). Er werd ten eerste een memorabele cast acteurs verzameld: Senne Rouffaer, Jef Demedts, Chris Lomme, Frank Aendenboom, Jef Cassiers, en verder iedereen die later ook maar een beetje naam zou maken op Vlaamse planken en voor Vlaamse camera's. Ten tweede zorgde realisator Bert Struys ook voor een zeer herkenbare 'Vlaamse touch'. In het spoor van Kapitein Zeppos kwamen er Axel Nort (1966) met Nand Buyl en de piepjonge Johny Voners en Midas (1967): detectiveverhalen met zogezegd internationale thema's als olieboringen en atoomenergie, maar dan in een uitgesproken Vlaams-Belgisch decor. Als navolger van Johan en de Alverman was er Fabian van Fallada (1969), historische series vol spanning en mysterie. Maar om nog eens een zesde detectivereeks te maken (er waren namelijk drie Zeppos-reeksen verschenen)? Zelfs een 'gewoon' derde historisch feuilleton leek een zeker geeuwgevoel op te roepen.

Bovendien zinderde zelfs een instituut als de BRT van het enthousiasme van de nieuwe tijden, zoals toen gezongen werd. Het mythische breukjaar 1968 had ook bij de openbare omroep de smaak gebracht van nieuwer, mooier, beter, moderner, een drang om oude gewaden af te leggen, uit het klassieke zwart-wit te treden ook.

Dus werd het nieuwe feuilleton iets helemaal anders dan ooit tevoren. Ook nadien zou geen echte opvolger meer verschijnen. Keromar staat zowel inhoudelijk als vormelijk op het scharniermoment tussen twee decennia. In de sixties was Vlaanderen, wars van veel clichébeelden over die tijd, nog redelijk braaf. Studentenleiders als Paul Goossens en Walter De Bock waren keurig gekapt. De lange haren, de geur van hasj en helaas ook wel patchoeli, alles wat aan hippies en flowerpower deed denken kwam hier te lande flink wat later dan in San Francisco. Wat nu bekend is al sixties, werd in het Vlaamse straatbeeld pas zichtbaar in de vroege jaren zeventig.

Voor Keromar was de Vlaamse horizon te klein. De opnames waren in Zuid-Europa (Joegoslavië), omdat de kleuren daar feller en beter waren. Dat leidde tot majestueuze, heel on-Vlaamse landschappen, een trend die zich nadien ook zou doorzetten toen men voor Het zwaard van Ardoewaan (1971) of De kat (1973) naar de Provence afreisde. Die feuilletons kwamen in kleur op de buis, maar helaas niet Keromar. De BRT-leiding besliste uiteindelijk om die serie toch maar in zwart-wit uit te zenden ondanks de kleurenopname.

Dat is spijtig, want de setting oogt kleurrijk genoeg. Het studiowerk is duidelijk van bordkarton, maar dat was toen geen punt. Keromar vindt plaats in hetzelfde soort interieurs als die van de eerste en daarom niet minder legendarische afleveringen van Star Trek. Zo overtrokken, zo onwerelds dat het kinky wordt, zelfs camp.

Keromar is dan ook schatplichtig aan 'de grootvader van the fantasy', de toen hoogbejaarde Tolkien. In een tijd dat politiek Amsterdam in de greep is van de Kabouters is het niet onlogisch dat Hobbit-auteur Tolkien furore maakt. Keromar is van a tot z een Tolkienkloon.

Zo voerde Tolkien het gebruik in om in de namen van slechteriken liefst een doffe 'o' op te nemen (Morgoth, Mordor, Sauron...), in die van de goeden een heldere klank 'i' of 'a' of felle 'o' (Minas Tirith, Frodo, Gandalf, Gimli...). Keromar trekt dat tot in het absurde door, met Bolten die Odo heten, Obigal of Ostrik. Zij zijn in het zwart gekleed en ogen als een mengeling tussen Duitse legers en Romeinse legioenen. Odo de Bolt of de latere wielrenner Udo Bölts: het verschil is miniem. En de goeden heten Timbal, Rinda of Goerki. De goeden - Kerten - zijn in het wit gekleed en leven een hippieachtig communeleven. Terug naar de natuur, maar wel met elementen die wijzen op de komst van de disco. Meisjes met lang haar en uiterst hoog opgebonden sandalen. Allemaal zeer gedateerd, maar op de een of andere manier eeuwig fris.

Met 'Keromar' werden alle

bestaande

conventies opgeblazen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234