Dinsdag 29/11/2022

Vlaamse barokmeesters veroveren Amsterdam

De Hermitage in

Sint-Petersburg is een van de beroemdste musea ter wereld.

In de Amsterdamse vestiging wordt het volgende half jaar een magistrale greep getoond uit de collectie Vlaamse barokmeesters uit Sint-Petersburg. Rubens steelt de show, maar door de adembenemende kwaliteit van

Van Dyck, Snijders, Jan Brueghel en tientallen andere meesters krijgt de toeschouwer een verbluffend panorama van de Antwerpse Gouden Eeuw.

In Amsterdam zijn vanaf vandaag 75 schilderijen en 20 tekeningen te zien van de hand van de belangrijkste en begaafdste barokschilders uit de Antwerpse zeventiende eeuw. Rubens is het sterkst vertegenwoordigd met zeventien schilderijen en talloze tekeningen, onmiddellijk gevolgd door Van Dyck met een handvol uitstekende portretten. Van meesters als Jordaens, Snijders, Teniers, Rombouts, Seghers en Pourbus is eveneens topwerk te zien. Voeg daarbij nog een reeks minder voor de hand liggende schilderijen van bekende namen en een aantal regelrechte ontdekkingen, en Rubens, Van Dyck en Jordaens. Vlaamse schilders uit de Hermitage is zonder twijfel een van de toptentoonstellingen van 2011.

Uiteindelijk is in Amsterdam maar een fractie te zien van de Hermitagecollectie. Het bezit is gewoonweg overdonderend: alleen al de 'deelverzameling' Vlaamse en Hollandse meesters bestaat uit meer dan duizend schilderijen en wordt beschouwd als een van de beste ter wereld. De wortels van de collectie Vlaamse meesters, en van de Hermitage tout court, liggen in het jaar 1764. De Berlijnse koopman Johann Ernst Gotzkowski bood zijn schilderijenverzameling aan als betaling van een schuld aan de Russische schatkist. De toenmalige tsarina Catharina de Grote nam dit aanbod zonder aarzelen aan. Gotzkowski had zijn verzameling, met Jordaens en Snijders, jarenlang opgebouwd in opdracht van de Pruisische koning Frederik II de Grote. Maar die kreeg financiële problemen.

Catharina beschouwde een eigen kunstcollectie als een onderdeel van haar uitstraling en prestige. Twee jaar later zag ze toevallig een Kruisafneming van Rubens. Ze was zo onder de indruk dat ze de beslissing nam in haar paleis een eigen kunstgalerie in te richten. Vanaf 1766 voerde ze een actief verzamelbeleid. Er werden telkens grote verzamelingen opgekocht, in Brussel, Dresden, Parijs en Londen. Daaronder bevond zich de collectie van Sir Robert Walpole (1676-1745), de eerste Britse premier ooit, die een gerenommeerde verzameling met vooral grote formaten bezat, voor twee derde bestaande uit Rubens en Van Dyck.

De tentoonstelling in Amsterdam begint meteen goed. De eerste, grote ruimte werd ingericht met een knipoog naar de klassieke musea: een rode loper, met stof overtrokken zitbankjes en een fries in reliëf met de namen van de meesters. Daar zijn de grote formaten in hun zware, vergulde lijsten op een sobere en smaakvolle manier samengebracht.

Het mythologische schilderij De vereniging van aarde en water (1618) is een topwerk van Peter Paul Rubens, waarin Frans Snijders de vruchten voor zijn rekening nam. Sterk en sensueel geschilderd, is het een toepasselijke opener. Op het schilderij wordt de riviergod (Schelde) verleid door een schone deerne (de aardegodin Cybele en tegelijk de verpersoonlijking van Antwerpen). Het is een symbolische voorstelling die perfect in de tijd past: Rubens hoopte dat het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) met de Hollandse Republiek uiteindelijk echte vrede zou brengen voor de Zuidelijke Nederlanden en voorspoed voor Antwerpen, wanneer de blokkade van de Schelde opgeheven werd.

De grote zaal zelf wordt gedomineerd door een Kruisafneming van Rubens. In tegenstelling tot het altaarstuk in de Antwerpse kathedraal, waar Christus bijna een atletische Griekse god is, zakt hij hier nauwelijks elegant van het kruis. Rubens benadrukt het dode lichaam, een voorstelling die een grote invloed op Rembrandt uitoefende.

De schilderijen in de grote zaal bieden de ene verrassing na de andere. Portretten uit Van Dycks Engelse periode - waarin hij evenwel meer en meer de uitvoering aan zijn assistenten overliet -, een opvallend dynamisch familieportret van Cornelis de Vos, een intieme kaartspel à la Caravaggio van Theodoor Rombouts, vechtende honden van de minder bekende Paul de Vos, een schitterend vogelschilderij van Frans Snijders, die samen met Jan Boeckhorst ook een keukenscène schilderde waarin de kok de kat betrapt die haar klauwen in een dode reiger heeft gezet. Opvallend is een monumentaal werk van Hendrick van Balen, die we vooral van kleinere kabinetstukken kennen, en een fors werk van Abraham Janssens.

Het boeiende aan de expositie is dat er zoveel puzzelstukken worden aangereikt over de toenmalige Antwerpse schildersscene. Van Balen was de leermeester van Van Dyck; Cornelis de Vos werkte voor een wat minder gegoed cliënteel maar nam na het vertrek van Van Dyck diens opdrachten als portretschilder over; Cornelis de Vos was de broer van Paul de Vos en beiden waren de schoonbroers van Frans Snijders; Abraham Janssens ten slotte zou een grotere carrière hebben gehad als Rubens niet in 1608 uit Italië was teruggekeerd. Iedereen kende iedereen, het was een kleine wereld. Bovendien doet men in de teksten niet flauw over toeschrijvingen: er wordt een onderscheid gemaakt tussen eigenhandige stukken en atelierwerk, en alles wat daartussen ligt.

Boven, in de kabinetten, komt het intiemer schilder- en tekenwerk aan bod. Het zou ons te ver leiden alles op te sommen, maar Jordaens en Teniers zijn goed vertegenwoordigd. Een prima kroegtafereel van Adriaen Brouwer wordt uitgespeeld tegen een soortgelijk werk van Joos van Craesbeeck. Er hangen een bijzonder sfeervol nachttafereel van Gerard Seghers, sterke landschappen van Jan Brueghel en Joos de Momper, en zintuiglijke stillevens van Jan Fijt.

Ook daar vallen de drie sterk psychologische portretten van Van Dyck en enkele tekeningen plus een bijna modernistisch landschap met een dam van Rubens op. Rubens was immers ook een verwoed landschapsschilder: dit is een motief, vermoedelijk naar de natuur getekend, dat hij later in enkele schilderijen zou integreren.

Weelde

In Amsterdam is dus een ruime variatie te zien van stillevens, historiewerken, portretten, genretaferelen, allegorische voorstellingen en landschappen. Bovendien hangen de werken uitstekend - veel beter dan in de Hermitage zelf - en wordt ruim informatie gegeven over werken, schilders en herkomst.

Natuurlijk is er kritiek mogelijk: een aantal absolute toppers heeft de reis naar Amsterdam niet gemaakt - een zelfportret van Van Dyck, een subliem meisjesportret van Rubens en een versie van De koning drinkt van Jordaens. Daar staat tegenover dat er nu al zo'n weelde te zien is in Amsterdam.

Rubens is onbekend en onbemind in Nederland. Dat heeft diverse redenen: de scheiding der Nederlanden in de zeventiende eeuw, de daaruit voortvloeiende kloof tussen protestantisme en katholicisme, en de grotere invloed van Italië in Vlaanderen. Maar ook het veranderde publiek in de zeventiende eeuw speelt een rol. In Antwerpen plaatsten de kerken en de Europese vorstenhoven hun bestellingen, in het Noorden waren het rijke handelaren die een beeld wilden van wat ze kenden: landschappen, stillevens, interieurs en portretten. Zo zijn de smaken van noord en zuid uit elkaar gegroeid.

Misschien kan deze prachtige tentoonstelling een keerpunt betekenen. Uiteraard is ze ook voor Belgische bezoekers een absolute aanrader. De expositie biedt immers een prachtig panorama van de Antwerpse zeventiende-eeuwse schilderkunst in al haar kwaliteit en diversiteit. Met enige overdrijving kunnen we stellen: Antwerpen ligt zes maanden in Amsterdam.

INFO:
Rubens, Van Dyck en Jordaens.Vlaamse schilders uit de Hermitage,tot 16 maart 2012 in Hermitage, Amsterdam. Dagelijks 10-17 uur, woensdag 10-20 uur. Belgische spoor-wegen doen een actie: wie een treinticket voorlegt, betaalt 15 i.p.v. 30 euro voor twee toegangstickets.
www.nmbs-europe.com en www. hermitage.nl

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234