Woensdag 05/08/2020

InterviewDaniel Muijs

Vlaams onderwijstopman in Engeland: ‘Niet experimenteren met de toekomst van onze kinderen’

Daniel Muijs is vicedirecteur van de Engelse onderwijsinspectie.Beeld rv


‘We moeten absoluut voorkomen overhaaste beslissingen te nemen omwille van corona.’ Dat zegt Daniel Muijs, internationaal een van Vlaanderens meest vermaarde onderwijswetenschappers.

“De man wiens onderzoek scholen beter maakt.” Zo omschreef de Britse openbare omroep BBC Muijs ooit. Bij het grote publiek is de Vlaming nauwelijks bekend. Toch bekleedt hij sinds twee jaar een absolute topfunctie in Engeland. Muijs is er, na een academische carrière van twintig jaar bij verschillende universiteiten, sinds twee jaar hoofd van de studiedienst en vicedirecteur van de onderwijsinspectie.

Hij volgt het Vlaamse onderwijs nog altijd van bij hem thuis in Hampshire, vandaag meer dan ooit. Sinds kort is Muijs gastprofessor aan het expertisecentrum voor effectief leren ExCEL aan de Thomas More Hogeschool, dat onderwijsonderzoeker Tim Surma uit de grond stampte. Maar ook voor zijn huidige dagtaak, het adviseren van het Engelse ministerie van Onderwijs bij de exitstrategie voor het onderwijs, piept hij over het muurtje. Zo vertoont de Vlaamse heropening van de scholen opvallende gelijkenissen met de Engelse. “Jullie zitten een eindje voor in de curve. Wij willen weten wat het effect van de heropening van de scholen is op de reproductiegraad van corona in Vlaanderen.”

De belangrijkste parallel met Vlaanderen is misschien wel dat scholen überhaupt opengaan. In bijvoorbeeld Italië of Wales gebeurt dat (nog) niet.

Muijs: “Er zijn een paar argumenten die pleiten voor heropening. Ten eerste is er het probleem van de de sociale ongelijkheid. Die vergroot als de scholen dicht blijven. Een recente studie van het Institute for Fiscal Studies (een bekende Engelse denktank, PG) toont dat kinderen van ouders in de 20 procent meest welvarende groepen tot 30 procent meer thuisonderwijs krijgen dan kinderen in de laagste groep.

“De tweede zaak is de mentale gezondheid van kinderen. We hebben aanwijzingen dat er problemen groeien rond depressies of het gevoel een deel van de jeugd kwijt te zijn. Neem het voorbeeld van de uit de Verenigde Staten overgewaaide proms op het einde van het jaar. Dat lijkt triviaal maar is voor de jeugd belangrijk en valt nu weg. Maar ook ernstige problemen als kindermishandeling baren ons veel zorgen. Die komen vaak aan het licht via scholen, wat nu niet kan.

“Ten slotte zijn er ook economische argumenten: kunnen ouders zelf wel gaan werken als de kinderen thuis zijn?”

Net als in Vlaanderen vragen de vakbonden in Engeland zich af of het wel veilig is.

“Inderdaad. Zij bekijken de wetenschappelijke argumenten anders. Welke beslissing je ook neemt, het is niet makkelijk omdat er nog zoveel onduidelijkheid is over corona. Toch kunnen we niet wachten op definitieve antwoorden om een beslissing te nemen. We moeten een continue afweging maken tussen de volksgezondheid en besmetting aan de ene kant en het leerverlies en mentale gezondheidsproblemen van leerlingen aan de andere. Dan is de vraag: welke risico’s neem je?. Dat is controversieel: in alle landen is er kritiek op het overheidsbeleid.”

Pakt Vlaanderen het goed aan?

“Ik denk dat de balans goed zit, al moeten we natuurlijk bekijken hoe de zaken evolueren. Het is goed dat men zowel medische als onderwijsexperten hoort. Ook het inzetten op summer schools vind ik verstandig, dat kan helpen de leerachterstand te verminderen. Tot nu toe is de heropening goed verlopen, dus het lijkt me niet onverstandig dat men afgelopen vrijdag de volgende stap heeft gezet. Dat kan de leerlingen enkel ten goede komen.”

Zowat iedereen noemt Denemarken het lichtend voorbeeld. Waarom?

“Denemarken heeft zijn scholen vrij snel heropend en is dus een van de weinige voorbeelden om te kunnen antwoorden op de vraag: wat is de impact daarvan? Het lijkt erop dat ze het goed geregeld hebben: na de heropening volgde even een kleine piek aan besmettingen, maar die is weer afgenomen. Maar eigenlijk houden we zo veel mogelijk landen in de gaten. Ook Vlaanderen, dus.”

Jullie kijken naar Vlaanderen voor de heropening, wij kijken over het Kanaal voor de zomerscholen. Wat kunnen we leren van de Engelse zomerscholen?

“Dat je best werkt met kleine groepen van tien tot vijftien leerlingen zodat zij intensieve begeleiding kunnen krijgen. Je moet zorgen voor duidelijke doelstellingen. Al mag niet alleen de vakinhoud spelen: je moet ook kijken naar het sociaal-emotionele aspect bij leerlingen. Maar je moet wel in de gaten houden wie er naartoe gaat. Het mogen niet weer dezelfde kinderen zijn die er het minste nood aan hebben. Dat soort Mattheus-effect (waarbij, in de sociologie, de rijken rijker worden en de armen armer, red.) komt al te vaak voor in onderwijs.”

Hoe bereik je die leerlingen? Zij vallen nu meestal al uit de boot.

“Hier proberen we dat te counteren door nauw met de school samen te werken. Die identificeert de kinderen die er het meeste baat bij zouden hebben en moedigt de ouders aan om hen te laten gaan. Maar je moet daar realistisch in zijn: lang niet iedereen zal daarvoor kiezen. Zomerscholen kunnen helpen, maar zullen de kloof niet dichten. We moeten bij het begin van volgend schooljaar ook zorgen voor extra begeleiding en steun voor de kinderen met de grootste achterstand.”

Beeld Illias Teirlinck

Volgens professor Ides Nicaise (KU Leuven) rekenen we best op twee jaar om die kloof weg te werken. Zal het zo lang duren volgens u?

“Ik ben optimistischer. Onderzoek naar het effect van de zomervakantie toont dat er zeker een kloof ontstaat tussen leerlingen, maar die is lang niet zo groot als de meeste mensen denken. Ook onderzoek naar schoolsluitingen ten gevolge van rampen, zoals bijvoorbeeld de aardbevingen in Nieuw-Zeeland, toont dit aan. Maar goed, we moeten even afwachten: we spreken nu wel over een langere periode. Bovendien mogen we de mentale impact op leerlingen niet onderschatten.”

We dreigen, zowel in Engeland als Vlaanderen, in een schizofrene situatie terecht te komen: het leerplichtonderwijs wil terug naar de klas, het hoger onderwijs doet haast alles online.

“Ook daar zou het verstandig zijn om studenten naar de aula terug te laten keren. Natuurlijk is de pedagogie daar wel wat anders en moet je een onderscheid maken tussen het aula-gericht onderwijs en de practica. De interactieve elementen houd je beter voor het face to face-contact, inhoud kan je makkelijker online overbrengen.

“In het leerplichtonderwijs denkt men daar best ook al over na. Een goede mix vinden tussen online lesgeven en werken in de klas is geen simpele zaak. Nu is zowat alles op onlineleren overgeschakeld, maar dat nog eens een jaar doen, zou een zeer slechte zaak zijn. Best komt er een nationaal plan, anders komen er te grote verschillen tussen scholen.”

Zal het wel mogelijk zijn om kwaliteitsvolle lessen te geven, nu er in de klas en aula zo veel veiligheidsregels gelden?

“Ik denk van wel. Natuurlijk zijn er aanpassingen waar kinderen nog moeten aan wennen: ze zitten verder van elkaar, zien hun vriendjes misschien niet omdat de klas wordt opgesplitst, hebben een andere leerkracht ...

“We moeten absoluut voorkomen overhaaste beslissingen te nemen omwille van corona. We mogen niet experimenteren met de toekomst van onze kinderen. Je ziet nu her en der opduiken dat de tijd van de leerkracht voor de klas gedaan is. Neen, onzin. Zet eventjes een stapje terug en kijk wat het onderzoek ons zegt. Wat drie maanden geleden waar was, geldt vandaag nog steeds: de leerkracht blijft belangrijk, leerlingen moeten de noodzakelijke kennis en vaardigheden krijgen en kinderen met weinig voorkennis moeten we vooral leren gestructureerd te werken. Je ziet dat de communicatie tussen de wetenschap en de klasvloer vaak spaak loopt. Je kan van leerkrachten natuurlijk niet verwachten dat ze die theorieën erop nalezen in de universiteitsbibliotheek.”

Je hoort veel leerkrachten al zuchten: ‘Daar is weer een pedagoog met zijn theorieën.’ Waarom wordt die vertaalslag zo vaak gemist?

“Daar zijn een aantal redenen voor. Ik denk dat men soms zijn wensen voor werkelijkheid neemt wat betreft sommige pedagogische theorieën. Soms zien zaken er heel mooi uit op papier maar zijn ze moeilijk toepasbaar. Of ze zijn te zeer afhankelijk van de socio-culturele achtergrond van leerlingen, waardoor ze ervoor zorgen dat de kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen vergroot terwijl het net de bedoeling was die te verkleinen. Dat willen we met het ExCEL expertisecentrum counteren door net zeer praktijkgericht te werken: onderzoek vertalen naar de klasvloer én uittesten. Het is niet omdat iets in het labo werkt dat het ook pakt voor een klas.

“Daarnaast is het ook een redelijk nieuwe beweging. In de psychologie en cognitieve wetenschappen leerden we recent veel bij over hoe kinderen leren. In Vlaanderen proberen wetenschappers als Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool) of Tim Surma dat te vertalen naar de praktijk. Daar wil ik aan meehelpen. Bovendien is het ook een manier voor mij om iets terug te kunnen geven aan de plek waar ik mijn eigen opleiding heb genoten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234