Dinsdag 19/11/2019

Vlaams is hipper dan ooit Hannelore Bedert haalt met haar tweede cd de top 10 van Ultratop. De eerste drie cd’s van Yevgueni zijn goed voor goud, en ook de nieuwe doet het uitstekend. Buurman trekt volle zalen en Axl Peleman nam net een plaat met Antwerpse volksliedjes op. Deze week verscheen bovendien de derde van Eva De Roovere. Ondertussen duiken alsmaar meer nieuwe namen op die er bewust voor kiezen om in hun moedertaal te zingen.

In 1959 was Peter Koelewijn de eerste die een rocksong in het Nederlands opnam. ‘Kom van dat dak af’ werd een instant classic, en in de jaren zestig was het de verdienste van Boudewijn De Groot dat de psychedelische rock uit Amerika en Groot-Brittannië ook in ons taalgebied een evenwaardig equivalent kreeg. Vlaanderen hinkte al die tijd flink achterop. Pas in de vroege jaren zeventig stond er met Kris De Bruyne, Johan Verminnen, Wim De Craene en Raymond van het Groenewoud een generatie op die het Nederlandstalige lied een jonger, frisser gelaat gaf. Uit de punk kwamen bands als Arbeid Adelt, Aroma Di Amore en De Kreuners, en terwijl de Clouseaumania door Vlaanderen raasde stond begin jaren negentig het onwrikbare triumviraat Noordkaap-De Mens-Gorky op. En qua kleinkunst hielden Stef Bos en zelfs Kommil Foo de naam hoog.

Maar toen? Plots twintig jaar niets meer. Ja, Flip Kowlier werd een fenomeen door met Ocharme ik en In de fik het Westvlaams als poptaal te introduceren. Maar los daarvan leek het erop dat Nederlandstalige rock op het eind van een doodlopend straatje was terechtgekomen. Dat de taal van Claus en Lanoye nu plots herontdekt wordt en ook minder evidente namen als Sarah Bettens (als achtergrondzangeres bij de Nederlandse rockgroep Blof), Ozark Henry (op de nieuwe van Eva de Roovere), Stef Kamil Carlens (met Yevgueni) en Tom Barman (straks special guest van The Scene op de Nekka Nacht) zich eraan wagen is dus op z’n minst een merkwaardige evolutie.

Cirkel doorbroken

“De vicieuze cirkel wordt eindelijk doorbroken”, stelt Geert Gravez van Nekka. “Jarenlang kwamen er geen nieuwe Nederlandstalige groepen bij omdat ze geen speelkansen kregen. En daardoor was Nederlandstalige popmuziek voor platenfirma’s geen interessante investering. Maar Nekka heeft, samen met Radio 1 en de Ancienne Belgique, een kader gecreëerd waar die artiesten wel weer een platform hebben. Dat die nu ook allemaal vrij succesvol zijn, verbaast me niet. Volgens mij is er erg lang een unserved audience geweest. Mensen willen niets liever dan hoogwaardige popmuziek in hun eigen taal. Wat ook meespeelt: lokale artiesten zijn veel toegankelijker. Niet alleen letterlijk maar ook qua inhoud: ze zingen over herkenbare, dagelijkse onderwerpen. Buitenlandse acts passeren om de twee jaar in het Sportpaleis, en niemand die weet waar ze precies over zingen.

“In het Engels doet dat er voor de meeste mensen niet zo toe. Terwijl de teksten bij Nederlandstalige songschrijvers net een pluspunt zijn. Ik durf ook te zeggen dat onze Nekkawedstrijd de heropleving van het Nederlands wel een duwtje in de rug heeft gegeven. Langs die weg hebben ondermeer Buurman, Yevgueni, Senne Guns en Hannelore Bedert hun eerste stappen kunnen zetten. Allemaal zijn het artiesten die intussen bewezen hebben dat je niet per definitie voor het Engels moet kiezen om succesvol te zijn. En nu ook Tom Barman en Stef Kamil Carlens naar de Nekka Nacht komen is kleinkunst helemaal uit het verdomhoekje gehaald.”

“Ik heb een hekel aan de term kleinkunst, omdat er iets neerbuigends in doorschemert”, zegt Wouter van Belle, die als producer ondermeer betrokken was bij de eerste van Gorky, en als platenbaas van Petrol nu onderdak biedt aan Flip Kowlier, Yevgueni, Het Zesde Metaal en Buyse. “Voor mij is er maar één definitie van kunst: het moet uniek zijn.” Van Belle - bij het brede publiek inmiddels ook bekend als jurylid bij Idool - werkte aanvankelijk vooral in opdracht van platenfirma Virgin.

“Toen ik de demo’s van Kowlier hoorde ben ik daarmee naar Virgin gestapt. Dat had ik eerder ook al gedaan met Novastar en Dead Man Ray. Maar ze waren nooit geïnteresseerd. In het geval van Kowlier hadden ze moeite met de verstaanbaarheid. Ik was het beu om gefrustreerd rond te lopen, en uiteindelijk heb ik samen met een businesspartner zelf geld op tafel gelegd om die eerste cd van Kowlier uit te brengen. Bij Petrol, een platenfirma die we met dat doel voor ogen hadden opgericht. Ik was volks genoeg om aan te voelen dat het zou aanslaan. Ik heb gelijk gekregen. Van de eerste twee Kowlier-cd’s zijn er elk 40.000 verkocht.”

Belangrijke troef

Voor Van Belle blijft in de eigen taal zingen een belangrijke troef die je niet zomaar uit handen mag geven. “Veel van de muziek die uit het buitenland komt is pure eenheidsworst, en om vanuit België een carrière in het Engels uit te bouwen wegen de meeste bands toch te licht. Er zijn uitzonderingen, natuurlijk: dEUS en Milow. Maar die maakt eigenlijk Nederlandstalige muziek in het Engels. ’t Zit hem als gegoten. In het Nederlands kun je je nergens achter verstoppen. ’t Is veel directer, en je moet er toch een zekere schroom voor overwinnen. Kijk: wie wil faken dat hij een popster is, kan in Vlaanderen misschien nog wel indruk maken met wat steenkolenengels, maar eens de grens over val je zo door de mand.”

Zelfs Stijn Meuris geeft toe dat hij tot vandaag een barrière over moet als hij een nieuwe tekst klaar heeft. “De eerste keer dat ik hem aan mijn eigen muzikanten laat horen blijft enorm confronterend. Die angst om mezelf belachelijk te maken, is er na al die jaren niet minder op geworden. Omdat de woordkeuze zo precair is. Nederlands blijft toch akelig dichtbij, vind ik. Het is een moeilijke, wringende taal. Ik ben trouwens blij dat er vandaag weer volop voor gekozen wordt. Ook al omdat het niveau best wel hoog ligt. Buurman, Yevgueni, Tom Pintens, Hannelore Bedert. Dat vind ik echt goed. Ik ben onlangs trouwens naar Hannelore gaan kijken, en het viel me op wat een warme gloed er in de zaal hing. Ze werd echt op handen gedragen. Mijn enige bedenking is dat al die jonge acts toch in een ander segment bezig zijn. Ik denk dat wij destijds krachtdadiger waren. Ik weet wel dat er op twintig jaar veel veranderd is, maar de combinatie van rock met Nederlandstalige muziek lijkt vandaag bijna uitgestorven. Terwijl: begin jaren negentig leek dat even te kunnen. Toen had je The Scene, Tröckener Kecks en De Div, waar later Urban Dance Squad uit voortgekomen is. Die waren zo goed dat ik er het ingrediënt Engels niet in miste. In Vlaanderen waren Aroma Di Amore en Arbeid Adelt voorbeelden.”

Van Belle ziet voor het gebrek aan echte Nederlandstalige rock dan weer een andere reden. “Rock als genre heeft volgens mij geen toekomst meer, ongeacht de taal waarin die gebracht wordt. De toekomst is een smeltkroes aan stijlen, zoals je die vandaag in de samenleving weerspiegeld ziet. Bovendien: er wordt nu veel meer op computers gecomponeerd dan vroeger. En rocken op een laptop, dat gaat gewoon niet.”

Voor Senne Guns, die eerder dit jaar met Hoera voor de Eleboe een uitstekende debuutplaat uitbracht, was schrijven in het Nederlands een evidentie. “Ik heb daar eigenlijk nooit lang over nagedacht. Ik schrijf over wat ik ervaar en meemaak, dus de tussenstap om dat dan achteraf naar het Engels te vertalen is eigenlijk compleet overbodig.”

Wannes Capelle van Het Zesde Metaal treedt hem daarin bij, al heeft hij destijds wel zijn eerste stappen in het Engels gezet. “Dat kwam omdat ik, zoals elke beginnende muzikant, de wereld wilde veroveren. Ik kwam niet veel verder dan het na-apen van mijn voorbeelden, maar dan minder goed. Daarom ben ik achteraf in het Nederlands gaan schrijven, en daar botste ik eigenlijk op hetzelfde probleem: alles wat ik deed was een flauw doorslagje van Luc De Vos en Frank Vander linden. Pas nu ik in het West-Vlaams dialect zing heb ik de weg naar mijn ziel gevonden.”

Capelle duidt Flip Kowlier aan als man die voor een kentering heeft gezorgd. “Eigenlijk werd het West-Vlaams voordien toch vooral geassocieerd met carnavalsnummers. Kowlier heeft er een serieuze, volwassen zangtaal van gemaakt.”

Wouter Berlaen, veelgevraagd sessiemuzikant bij onder meer De Laatste Showband, Leki en Dirk Blanchart, bracht zopas met Van ui voeurt een eerste soloplaat uit in het Zults dialect. “Ik vind het wat raar dat zingen in het dialect nu plots als een hype wordt beschouwd”, zegt hij. “Ik ging als kind al naar Wannes Van de Velde en Willem Vermandere kijken. Ik ben een enorme fan van Kowlier - onze kinderen zitten zelfs in dezelfde klas - maar in mijn ogen zijn dát de pioniers. Zij hebben ervoor gezorgd dat ik het een evidentie vond om in mijn eigen dialect te zingen. Niet dat ik songs in het algemeen Nederlands nooit een kans heb gegeven, trouwens. Ik heb er zelfs ooit een paar opgestuurd voor Een Nieuw Lied, een liedjeswedstrijd op Radio 1. Alleen: ik ben er zelfs niet mee door de eerste selectie geraakt. In het Zults kan ik mezelf zijn. Dat is de taal die het dichtst bij me ligt. In mijn nummers gaat het ook vaak over het reilen en zeilen in het dorpje waar ik ben opgegroeid. Het enige waar je in het dialect goed voor moet opletten, is dat je niet te snel in platitudes vervalt. De enige oplossing is: heel streng zijn op je eigen teksten. Goed klinken alleen volstaat niet. Het moet ook betékenis hebben.”

Al kan precies de keuze voor een taal die slechts in een heel kleine gemeenschap gesproken wordt wel eens tegenzitten als het erop aankomt die betekenis ook over te brengen. “Ik speel veel in Nederland en daar begrijpen ze uiteraard geen woord van wat ik zing”, zegt Capelle. “Maar bij Maanziek, de voorstelling waar ik nu mee tour, worden de songteksten geprojecteerd, zodat het publiek kan volgen. En dat is een enorme stap vooruit. Al blijf ik het toch een natuurlijke reflex vinden om terug te plooien op je eigen dialect. Naarmate de wereld verder geglobaliseerd wordt, is de behoefte groter om je eigen identiteit te bewaren.”

Lat ligt hoger

Yevgueni kan het zonder ondertitels stellen, en bewijst dat een eigen stijl ontwikkelen ook in het algemeen Nederlands nog mogelijk is. “Ik vind het moeilijk en makkelijk tegelijk”, zegt Klaas Delrue. “Uiteraard druk ik me makkelijker uit in de taal waarin ik ben opgevoed. Dus is het een pluspunt. Maar tegelijk verstaat iedereen elk woord, dus de lat voor de songteksten ligt veel hoger. Daar zit ik dus flink op te zwoegen. Maar de feedback achteraf doet daarom des te meer deugd. Ik ben van thuis uit opgegroeid met chanson. En toen ik zestien, zeventien was kwam net de eerste cd van de Kleinkunstcollectie uit. Die werd in de late uurtjes grijsgedraaid op café. Je moet ook het geluk hebben dat je door de juiste mensen omringd wordt. Mijn vrienden vonden Hans de Booij, Jan De Wilde en Gorky ook goed. Ik durf hier zelfs bekennen dat Hier en nu van De Kreuners een belangrijke invloed was. Niet omwille van de geniale teksten, uiteraard. Maar ze bewezen tegelijk toch dat dat kon: popmuziek in je eigen taal.”

Een reden waarom nu plots een hele horde muzikanten voor het Nederlands kiest heeft hij niet meteen. Delrue: “Ik vermoed dat deze generatie elkaar wel een beetje inspireert. We zongen al langer in het Nederlands, maar die eerste van Flip Kowlier heeft ook ons doen beseffen dat we een tandje moesten bijsteken. Blij dat we hebben doorgezet, trouwens. Ik merk dat er voor popmuziek in de eigen taal een trouw, zelfs assertief publiek bestaat. Al heeft de Franse singer-songwriter Renaud me minstens even hard beïnvloed.”

Die laatste opmerking is cruciaal, want waar Hannelore Bedert de Amerikaanse Ani Difranco als groot voorbeeld naar voor schuift, is bij Buurman Bruce Springsteen een inspiratiebron. “Het Vlaams is eindelijk zijn belegen imago kwijt”, stelt Senne Guns. “Wie vandaag in het Nederlands schrijft, zoekt zijn muzikale voorbeelden toch over de taalgrens. Voor mij zijn Flaming Lips, Radiohead even grote referenties als Spinvis.”

Wouter Van Belle geeft tenslotte nog een laatste, misschien wat minder evidente verklaring voor de heropleving van de Nederlandstalige popmuziek: het economische klimaat. “In crisistijd hebben mensen meer aan ambachtelijkheid, aan handwerk. We gaan niet echt door een periode waar I love you cause your eyes are blue veel troost biedt, hé. Mensen willen naar muziek luisteren die inhoud heeft. En dan komen ze haast als vanzelf bij de huidige generatie Nederlandstalige artiesten uit.”

Eva De Roovere

Buurman

Axl Peleman

Hannelore Bedert

Yevgueni

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234