Woensdag 13/11/2019

Vlaams Blok-dissidenten blijven rechts-extremisme trouw

Het had een wat laattijdige 1-aprilgrap kunnen zijn: Vlaams Blokkers die bij de VLD beleefd komen aankloppen met de vraag of ze er welkom zijn. Bij de partij dus waarvan de voorzitter nog niet zo lang geleden te verstaan gaf hen als 'mestkevers' te beschouwen. En dat nog wel in Antwerpen, de stad waar de macht het meest van al lonkt, sedert het Vlaams Blok er een half jaar geleden bij de gemeenteraadsverkiezingen een monsterscore van 33 procent behaalde. Wie zijn ze dan, die Vlaams Blok-dissidenten? Valt er een profiel te maken?

Brussel

Van onze medewerker

Marc Spruyt

In haar sterkste bastion heeft het Vlaams Blok steeds met opvallend weinig dissidentie af te rekenen gehad. Er zijn in het verleden wel wat Antwerpse Blok-mandatarissen geweest die er de brui aan hebben gegeven, maar nooit werden die vervolgens triomfantelijk weer binnengehaald bij een andere partij. Zelfs voor het cordon sanitaire in 1989 formeel totstandkwam, was daarvan geen sprake.

Als ze al niet volledig van het politieke toneel verdwenen kwamen Blok-dissidenten tot nu toe steeds in de door hen zelf gekoesterde politieke marge terecht. Zo verliet in 1983 de Antwerpenaar Edwin Truyens (1954), destijds het veelbelovende hoofd van de Blok-studiedienst, met slaande deuren de partij uit onvrede met de losbandige levensstijl van sommige Blok-militanten, die volgens hem onverzoenbaar was met het strenge ethische programma dat onder meer abortus verbood. Vooral de liederlijke levenswandel van toenmalig militantenleider Xavier Buisseret schoot de veeleer aristocratisch ingestelde Truyens in het verkeerde keelgat. Na zijn ontslag trok Truyens zich met enkele gelijkgezinden terug in het Vormingsinstituut Wies Moens, een rechts-radicale katholieke splinterorganisatie, waar hij zich onder meer bezighoudt met de uitgave van een tweemaandelijks tijdschriftje. Vergeleken met de steile opgang die het Vlaams Blok sedertdien heeft gekend, is Truyens vooral voor eigen kapel blijven preken: twee decennia na het eerste nummer telt zijn blad Kort Manifest nog steeds geen vierhonderd abonnees.

Even lukte het Truyens zijn politieke marginaliteit te doorbreken toen hij mee aan tafel mocht schuiven bij de '1-oktobergroep', een rechtse denktank die na de parlementsverkiezingen van 24 november 1991 door ex-VU-senator Lode Claes in het leven werd geroepen om weerwerk te bieden tegen de toenmalige rooms-rode regering. Claes (1913-1997), die bankier en directeur van het Vlaamse zakenblad Trends was geweest, wist verschillende liberalen, Vlaams-nationalisten en conservatieve katholieken rond zich te verzamelen om de kiemen te leggen van een rechtse frontvorming in Vlaanderen. Ook toenmalig oppositieleider Guy Verhofstadt werd er geregeld gesignaleerd, naast bijvoorbeeld Paul Beliën, echtgenoot van het latere Blok-kamerlid Alexandra Colen.

Truyens is het typevoorbeeld van de dissident die zich nog steeds perfect kan vinden in de principes van het Vlaams Blok, maar het moeilijk heeft met de concrete invulling die eraan gegeven wordt. Blok-dissidenten zijn doorgaans geen zachtgekookte eieren. Het zijn meestal niet de gematigde figuren (voor zover die bestaan), maar net de ideologische hardliners die omwille van het eigen grote gelijk de partij de rug toekeren. Niet verwonderlijk: het Blok is tenslotte zelf ontstaan als een rechts-radicale afscheuring van de Volksunie met de belofte nooit water in de wijn te zullen doen.

Eind jaren tachtig leidde een interne machtsstrijd in het Blok tot de uittocht van enkele tientallen kaderleden, van wie er velen aan de wieg van de partij hadden gestaan, zoals Jaak Peeters (nationaal secretaris) en Geert Wouters (partijraadsvoorzitter). Die twee waren de drijvende kracht achter een interne campagne waarmee ze de aan steeds meer invloed winnende jonge snaken als Philip Dewinter wilden stuitten. Dewinter, in 1985 tot provincieraadslid en in 1987 tot kamerlid verkozen, kwam met zijn electoraal lonende populistische stijl tegen migranten meer en meer in aanvaring met de oude garde, voor wie de partij best de uitstraling van een dode kamerplant mocht behouden.

Begin 1989 richtten Peeters en Wouters ten einde raad hun eigen Nationalistisch Verbond - Nederlandse Volksbeweging op, een splinterpartijtje waarvan het basisprogramma in weinig of niets verschilde met dat van het Vlaams Blok, op het populisme na. Electoraal vormde dat Nationalistisch Verbond dan ook nooit een bedreiging voor het Vlaams Blok. Ook dat is een opvallende constante: geen enkele afscheuring heeft het Blok ooit doen barsten of de partij noemenswaardige electorale schade berokkent.

Niet zelden liggen gefnuikte persoonlijke ambities aan de grondslag van een afscheuring. Nogal wat dissidentie is ingegeven vanuit de persoonlijke rancune van de loser die zichzelf of zijn ideeën terzijde geschoven voelt. De strubbelingen waarmee het Vlaams Blok momenteel in Brugge kampt, zijn daar een voorbeeld van. In enkele weken tijd stapten daar onlangs Lucien Decoorne (gemeenteraadslid), Hubert Verhelst (ex-provincieraadslid) en Gino De Craemer (voorzitter van de Brugse afdeling) uit het Blok. West-Vlaanderen is overigens een geval apart op de politieke landkaart: nergens heeft het Blok af te rekenen met zoveel intern rumoer en met zoveel ex-leden die via alweer een ander splinterpartijtje de rechterflank beconcurreren als daar.

Een soortgelijke situatie deed zich eerder dit jaar in Antwerpen voor met provincieraadslid Ignace Lowie, die uit de Blok-fractie stapte om als onafhankelijke te zetelen. Of Lowie zich heeft aangemeld als kandidaat VLD'er wilde de Antwerpse liberale voorzitter Ludo Van Campenhout gisteren in deze krant ontkennen noch bevestigen. Al is de vraag op zich al absurd genoeg: Ignace Lowie mag het Vlaams Blok dan wel de rug hebben toegekeerd, met het extreem-rechtse milieu heeft hij echter nooit gebroken. Lowie is tot op de dag van vandaag nog steeds de hoofdredacteur van Revolte, het driemaandelijkse ledenblad van de extreem-rechtse actiegroep Voorpost. Die functie kreeg hij aangeboden wegens bewezen diensten nadat het Vlaams Blok hem in 1999 op de kamerlijst naar een opvolgersplaats had verbannen, hoewel hij de jaren voordien een niet onverdienstelijk parlementslid was geweest. Ging Lowie er dus langs de achterdeur uit bij het Vlaams Blok, dan kwam hij weer langs de voordeur binnen bij Voorpost. Tegelijkertijd is Lowie nog steeds redactielid van Dietsland-Europa, het maandbad van Were Di. Een ex-Blokker, zo leert het geval Lowie dus, kan evengoed een rechts-extremist blijven. Dat verklaart meteen ook waarom de doorsnee ex-Blokker in een traditionele partij zijn draai niet kan vinden.

Dat die andere partijen zich bezinnen over hun houding tegenover Blok-overlopers heeft nog een ongewenst neveneffect: het voedt de illusie dat er naast slechte ook goede Blokkers zouden bestaan, en dat er dus met sommige (ex-)Blokkers wel kan worden gepraat over politieke samenwerking. In maart vorig jaar opperde Johan Leman, de directeur van het Centrum voor Racismebestrijding, in een interview met Gazet van Antwerpen een soortgelijke gedachte: figuren als Gerolf Annemans, Alexandra Colen of Guido Tastenhoye zouden meer in een traditionele partij thuishoren dan bij het Blok, zo luidde het. Een uitspraak waarvan geen spaander heel bleef, zodra ze geconfronteerd werd met het ideeëngoed dat het trio erop nahoudt: een etnisch zo zuiver mogelijk Vlaanderen (Annemans) dat in de pas loopt van de pauselijke encyclieken (Colen) en waar asielzoekers manu militari de deur wordt gewezen (Tastenhoye).

Het zijn meestal niet de zachtgekookte eieren maar de ideologische hardliners die de partij de rug toekeren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234