Zaterdag 13/08/2022

InterviewLia van Bekhoven

VK-correspondente Lia van Bekhoven: ‘Al honderd jaar wordt er hier gezegd dat het anders moet, al honderd jaar gebeurt er fuck all’

Lia van Bekhoven: ‘Al honderd jaar wordt er hier gezegd dat het anders moet, al honderd jaar gebeurt er fuck all.’ Beeld PASCAL VOSSEN
Lia van Bekhoven: ‘Al honderd jaar wordt er hier gezegd dat het anders moet, al honderd jaar gebeurt er fuck all.’Beeld PASCAL VOSSEN

In Klein-Brittannië schrijft Lia van Bekhoven (69) met veel zwier maar zonder genade over het armlastige land waar ze al vijfenveertig jaar woont. Een grafrede. ‘Boris Johnson wordt een intellectueel genoemd door ­mensen die het zelf niet zijn.’

Tom Pardoen

Lia van Bekhoven mag in de inleiding van haar boek dan wel minnetjes doen over haar journalistieke kwaliteiten, zij is een raspaard, een geboren raconteur. Haar observaties zijn scherp als de sabel van de paleiswachten voor Buckingham Palace. Van Bekhoven citeert met even groot gemak Roger Scruton en George Orwell als TikTokkers van wie u en ik nog nooit gehoord hebben. Of de Amerikaanse comédienne Bette Midler, die ooit zei: ‘Als het in New York twee uur ’s middags is, is het in Engeland 1956’. Want – dat toont het boek wel – het loopt niet allemaal op wieltjes in het perfide Albion. Het land is tot op de draad versleten, de verdeeldheid enorm. Het maatschappelijk spagaat tussen de super­rijken uit Notting Hill en de havenots uit het noorden begint serieus te knellen.

BIO * geboren op 5 april 1953 in Oosterhout (Ned) * studeerde in 1975 af aan de School voor Journalistiek in Utrecht * woont sinds 1976 in Londen samen met haar Britse echtgenoot, die in 2019 overleed * werkte in eerste instantie voor de omroep Ikon en het magazine Vrij Nederland * is al vele jaren correspondent voor Belgische en Nederlandse media

Ik heb een paar keer naar adem moeten ­happen terwijl ik uw boek las: dat het land er zo slecht aan toe was, wist ik niet.

“Sinds ik hier zit – je weet: dat is sinds de reformatie – is het Verenigd Koninkrijk een geval van traag maar gestaag verval. Je kent de kernoorzaak: na de Tweede Wereldoorlog zijn wij in ­Nederland en België van voren af aan begonnen, terwijl de Britten gewoon op het oude elan zijn blijven doorgaan. Dat kun je lang volhouden, en de Britten zijn er heel goed in om de boel met punaises en plakband bijeen te houden, maar het gevolg is dat de dingen niet worden aangepakt.

“Heel tekenend vind ik de toestand van het paleis van Westminster, een van de meest iconische gebouwen ter wereld, Unesco-erfgoed, waar het Hoger- en Lagerhuis gehuisvest zijn. Een ruïneuze parel van de neogotiek die al tientallen jaren op instorten staat. Nu mag je er niet meer langs lopen, maar tot voor kort kon je zomaar met de hand een brok zandsteen afbreken en meenemen. Na het kerstreces dansten de muizen op de bureaus. Geen van de drieduizend ramen gaat dicht, iedere avond lopen mannetjes met veiligheidshelmen door de kelders om te voorkomen dat kortsluitingen uitslaande branden worden. Het zou iets van een twaalf miljard pond (ruim 14 miljard euro, red.) kosten om de hele zaak op te knappen. Een paar weken ­geleden is de beslissing weer met twee gestrekte armen vooruit geschoven: dat is typerend voor het politieke bestel in Groot-Brittannië.”

Het land was er al slecht aan toe toen u er in de jaren 70 arriveerde. Op de kade woei een zwavellucht van ‘onvrede en teleurstelling’ u tegemoet.

(knikt) “Ik was vanwege ‘the man’, mijn Brit, naar Londen gereisd. Vliegen was fantastisch duur, en dus ging je met de boot en de trein. Zo belandde ik in Liverpool Station, waar er elk moment een stoomtrein kon passeren, zo leek wel. Alles was zwart van het roet en slecht onderhouden. Je kon niet door de vensters kijken en de sfeer was erg onvriendelijk. Als oude mensen sukkelden met hun koffers, mocht het personeel – uitgedost in vettige donkerblauwe pakken – niet helpen van de vakbond, want dat behoorde niet tot het takenpakket. Londen zag eruit zoals ik me Nederland voorstel na de Tweede Wereldoorlog. Overal kwam je kraters tegen, maar vooral in dat deel van de stad. De Britten hadden de oorlog gewonnen, waarom zouden ze heropbouwen? En dus bleef het puin gewoon liggen.”

Heb ik het goed begrepen dat de ­elektriciteitsmeter in uw eerste flat met munten werkte?

“Als de televisie (praat in slow motion) zooo beee… gooon… te praaaten, moest je een muntje zoeken en in de meter gooien. Dan was je weer vertrokken. Het was allemaal zo ongelooflijk ouderwets.”

Ik hoorde vorige week een historicus in een podcast over James Bond zeggen dat er ­werkelijk niks Engels is aan die figuur, maar dat het land zichzelf met Bond wel heeft ­verkocht aan de wereld als een land dat mee is met de tijd: modern, kosmopolitisch en ­gedistingeerd.

“Het is een product van de fantasie, maar zo etaleren Britten zich inderdaad graag aan de wereld. Zo ook met de Windsors: heel de wereld wil zo’n vorstenhuis. Mensen schijnen te denken dat de royals hier waanzinnig populair zijn, maar nee hoor: ze zijn populairder in de buitenwereld. Dat is het verhaal van Groot-Brittannië: het kan zichzelf groter voordoen dan het in werkelijkheid is. En wij trappen er allemaal in.” (lacht)

'Mensen schijnen te denken dat de royals hier waanzinnig populair zijn, maar nee hoor: ze zijn populairder in de buitenwereld.' Beeld TMDB
'Mensen schijnen te denken dat de royals hier waanzinnig populair zijn, maar nee hoor: ze zijn populairder in de buitenwereld.'Beeld TMDB

Het mondaine Engeland van de Bond-films staat in schril contrast met de typering van Thomas Dixon, die schreef dat Engelsen ­bekendstonden om hun zweterigheid, vleesconsumptie en simpelheid van geest.

“En melancholie. En dronkenschap. En ­vechtlust. Die typering ging over de tijd van Shakespeare, maar in elke karikatuur zit een grond van waarheid. Ik weet niet of de ­dronkenschap en vechtlust erger is dan bij ­jullie, maar het is in elk geval een uiting van frustratie – die ook weer terug te voeren is op het hiërarchische klassensysteem.”

U bent een tijd maatschappelijk werker ­geweest in Londen, leer ik uit uw boek.

“Ik heb één jaar stage gelopen. Dat was ongelooflijk frustrerend, omdat het zo verschrikkelijk amateuristisch georganiseerd was. Terwijl ik op de Sociale Academie in Amsterdam ­gezien had dat maatschappelijk werk een ­professioneel vak was, met een theoretische grondslag. Maar in Nederland had de overheid een grote vinger in de pot, het werd aangestuurd en gesubsidieerd door de landelijke en lokale overheden. In Engeland deden ze maar wat. Het sloeg nergens op.”

U hebt toen met uw eigen ogen ­dickensiaanse toestanden gezien.

“Ja, maar toch was de armoede bijlange niet zo erg als nu. De ongelijkheid is vele malen groter dan toen ik hier kwam wonen in de jaren zeventig; de inkomensverschillen zijn gigantisch. Dat is niet zo vanzelfsprekend, want onder Tony Blair werden nog miljoenen mensen uit de armoede getild. Er werd geïnvesteerd in scholen en gezondheidszorg. Sinds de crisis van 2008, en eigenlijk al een paar jaar eerder, is alles ingestort. De National Health Service zit op het tandvlees en het publiek onderwijs is compleet ondergefinancierd, terwijl privéscholen zich kunnen bedienen van een charitatieve status en nauwelijks belastingen betalen. De woningnood is in België ook groot, maar hier is het acuut en tig keer groter. En al die problemen blijven liggen, er wordt niets aan gedaan.”

Is dat een bewuste politieke keuze?

“De problemen negeren is een keuze, ja. En de wildgroei van welvaart aan de andere kant is ook een maatschappelijk drama, het ondermijnt de cohesie van de samenleving. Maar de Britten kunnen er blijkbaar mee leven dat ­sommige mensen interstellair veel verdienen. Of beter: inkomens hebben.

“Mensen vragen me weleens: waarom ­komen de Britten niet in opstand? Maar dat hebben ze wel gedaan, namelijk door voor brexit te ­stemmen. Uittreding was niet in hun eigen ­economisch belang, maar dat geldt ook voor Trumpianen in de Verenigde Staten, die hun steun geven aan een multimiljonair die nooit van plan is geweest om het de armsten ­makkelijker te maken. Je zag dezelfde uiting van boosheid en machteloosheid bij niet alle, maar veel Britten die voor uittreding stemden. Het was een proteststem.”

Is het mogelijk dat het spook van het ­klassensysteem ervoor zorgt dat mensen zich erbij neerleggen? Alsof het de natuurlijke orde der dingen is: ‘Ik ben working class, en dus is het maar normaal dat ik arm ben.’

“Nee. Het is niet dat Britten niet ambitieus zijn. Maar een jaar of twintig geleden kon je nog ­gemakkelijker via het onderwijs opgang maken in de vaart der volkeren. En eigenlijk is working class een gedateerd begrip. Dat drielagig stelsel met wortels in de industrialisering, bestaat niet meer. Het is nu veel complexer dan vroeger, met veel meer nuances. De upper class – opgeleid op Eton – bestaat nog wel, maar is ook ­veranderd. En er is een nieuwe onderlaag ­ontstaan: het zogeheten precariaat; mensen die een rekening verwijderd zijn van diepe armoede, op nul-uurcontracten zonder bestaans­zekerheid leven en dagelijks moeten kiezen tussen eat or heat. Dat beslaat ook een aanzienlijk deel van de middenklasse; mensen die vroeger voor een voedselbank werkten, zijn er nu zelf op aangewezen. Zij beslaan 20 procent van de bevolking.”

Zelfs in uw eigen vriendenkring leven ­mensen in armoede.

“Dat is het interessante aan het leven in ­Londen: je vriendenkring is zoveel diverser. In Nederland wonen al mijn vrienden in hetzelfde soort huis en rijden allemaal met eenzelfde soort auto. In Londen heb ik vrienden die in armoede leven, in de gevangenis hebben gezeten of een chauffeur hebben. Toen ik mijn nieuwe huis niet kon kopen omdat mijn oude huis nog niet verkocht was, zeiden vrienden: ‘Zal ik je dat geld even lenen, ik heb het toch liggen?’ Yes, please.

'Boris Johnson wordt een intellectueel genoemd door mensen die het zelf niet zijn.' Beeld REUTERS
'Boris Johnson wordt een intellectueel genoemd door mensen die het zelf niet zijn.'Beeld REUTERS

“Het sociaal leven is in Londen veel meer gemêleerd. Ik heb het geluk dat ik in een buurt woon met goede publieke scholen, waardoor je heel rijke mensen tegenkomt die om principiële reden hun kinderen toch naar de staatsschool doen. Op de feesten kom je nóg andere mensen tegen. Maar in mijn sociale kring zijn de rijken absoluut geen snobs, je merkt het niet aan ze. Ze doen met hun geld wat jij je voorneemt met dat geld te doen, mocht jij die bedragen op je bankrekening hebben.”

U vermeldde Eton College, de privéschool waar veel politici als David Cameron en Boris Johnson zijn opgekweekt. Het Britse ­onderwijssysteem, dat is bekend, bestendigt de ongelijkheid en diept de kloof zelfs uit. Het is de bijna perfecte hold-up van het establishment.

“Of het nu gaat over onderwijs, het kiesstelsel of de BBC en de monarchie: al die instituten vereisen al decennialang gigantische hervormingen. En die komen er niet. Niemand, geen enkele politieke partij, ook Labour niet, kijkt naar het onderwijs: ‘Hoe is het toch mogelijk dat die privéscholen geen belastingen betalen?’ Noch naar een ander instituut, het kiesstelsel. Dat systeem – winner takes all – bevoordeelt de twee klassieke partijen en sluit miljoenen ­kiezers buiten. Dat is niet eerlijk. Men zou de kiezer beter kunnen vertegenwoordigen, maar dat is zelfs geen issue. Ook stelt niemand in vraag dat premier Boris Johnson in het ­Hogerhuis mensen kan benoemen.”

Hij benoemt de mensen die geacht worden om hem op de vingers te kijken: dat systeem is letterlijk middeleeuws.

“Het is tot op zekere hoogte feodaal, dat klopt. Zeker als je kijkt naar het Hogerhuis, waar geen enkele van de ruim 900 leden is gekozen maar aangewezen door de premier, vaak als dank voor het uitschrijven van een royale cheque aan de regeringspartij, en waarvan nog steeds 92 mensen zitting in hebben enkel en alleen omdat ze tot de adel behoren.”

Er zetelen zelfs geestelijken!

“Het Verenigd Koninkrijk is het enige land naast Iran waar geestelijken mee het land besturen. Al honderd jaar wordt er gezegd dat het anders moet, al honderd jaar gebeurt er fuck all.”

Ik heb natuurlijk geen last van zijn beleid, maar ik vind Boris Johnson wel een ­ongelooflijk fascinerende figuur. Hij hoort in het rijtje Bolsonaro, Orbán en Trump, maar is bepaald geen imbeciel.

“Iemand zei eens: ‘Boris Johnson is educated beyond his intelligence.’ Hoger opgeleid dan hij slim is, dat is een prachtige typering. Johnson wordt een intellectueel genoemd door mensen die het zelf niet zijn.”

Hij heeft een halve bibliotheek ­bijeengeschreven.

So what? Ik schrijf ook boeken, iedereen kan dat. En als je met een fijne historische kam door zijn boeken gaat, zul je zien hoeveel ­slordigheden hij zich permitteert. Dat is Boris Johnson ten voeten uit: hij komt overal mee weg. Ik heb hem meerdere malen ontmoet: hij is een charmante man, het is altijd lachen als hij erbij is. Hij geeft niet om de dingen waar ­normale politici wel om geven. Hij is klungelig, ondiplomatiek, slordig, en loopt niet in het gareel: dat is een verademing. Hij neemt het leven niet te serieus: heerlijk!”

Wat denkt u dat de man ultiem drijft?

“Blinde ambitie. Voor zichzelf, niet voor het land.”

Maar er lopen in zijn entourage toch vast mensen rond met het hart op de juiste plek: waarom grijpen zij niet in?

“Wat hij nu doet, is niet nieuw. We weten dat hij van liegen zijn carrière heeft gemaakt. Hij is ontslagen bij The Times omdat hij als ­correspondent in Brussel verhalen verzon. Hij is ontslagen door zijn partijleider omdat hij loog over zijn privéleven. De man doet niets anders dan liegen, maar hij komt ermee weg omdat hij het altijd een grappige draai geeft: zo opereert Boris Johnson. Alle zwaargewichten van de ­conservatieve partij die dat wisten, zijn ­buitengezet: dat waren dezelfde mensen die ­brexit niet steunden.”

U schrijft in uw boek dat het beleid van ­Johnson tijdens covid autoritaire trekken ging vertonen. Hij lapte regels en protocollen aan de laars om politieke vrienden te ­bedienen. In Nederland is er ook een ­schandaal over de aankoop van mondkapjes en ook bij ons is veel misgelopen, maar de schaal lijkt me van een andere orde.

“Absoluut. En – dat is een gevaarlijk neiging – hij bevoordeelt de eigen partij, ten koste van iedereen die het niet eens is met de harde, autoritaire lijn van Johnson. Het Hogerhuis heeft vorige week gedebatteerd over het voornemen van Johnson om de macht van het college dat toeziet op het eerlijke verloop van de verkiezingen, in te perken. Hij heeft wetsvoorstellen ingediend die het mensen moeilijker moet maken om te gaan stemmen. Hij wil de BBC kleiner maken. Als het aan Johnson ligt, wordt het moeilijker om te protesteren: als mensen vinden dat jij te veel lawaai maakt, kan de politie je afvoeren. Hij heeft een wet geïntroduceerd waarbij je voor het omverhalen van standbeelden een gevangenisstraf van tien jaar kunt krijgen – zo viseert hij natuurlijk Black Lives Matter, dat terecht aanklaagt dat mensen die fortuin hebben gemaakt met onoorbare praktijken geëerd worden.

'Er is niet één politicus die gelooft dat je de verkiezingen kunt winnen zonder steun van de tabloids.' Beeld AFP
'Er is niet één politicus die gelooft dat je de verkiezingen kunt winnen zonder steun van de tabloids.'Beeld AFP

Dat klinkt als een medley van de favoriete maatregelen van autoritaire leiders over heel Europa, tot in Hongarije en Turkije toe. Daar komen mensen tenminste nog op straat om te protesteren.

“O, er wordt gedemonstreerd hoor, maar dat zijn niet de grote verhalen in de populaire kranten. Brexit is ook geen verhaal. Er staan al weken lang lange files vrachtwagens, er is geen eten voor die arme vracht­wagenchauffeurs, die hun cabine niet eens uit kunnen om te gaan plassen. Maar daar wordt niet over gepraat in de populaire dagbladen; daar is brexit nog altijd een geweldige overwinning.”

De politieke macht van de tabloids is enorm.

“Ze zetten de agenda. Er zijn ook bladen en platforms met een tegengeluid, maar een publieke omroep als de BBC is timide, zeker als het inkomen weer eens bedreigd wordt, dan wordt het bang en zal het geneigd zijn om de lijn van de regering te volgen. Als er kritiek is op de regering, komt die niet van de BBC. Het zijn nog altijd drie radicaal-rechtse witte oude mannen die om belastingtechnische redenen buiten het Verenigd Koninkrijk wonen, die 90 procent van alle kranten en de onlinemedia in handen hebben. Als die er twintig jaar lang op hameren dat Brussel de staatsvijand is, en dat het aan de Europese Unie ligt dat Groot-Brittannië niet eigen kan zijn, is het niet verbazend dat 52 procent voor uittreding stemt. Er is niet één politicus die gelooft dat je de verkiezingen kunt winnen zonder steun van de tabloids. Je kunt ze negeren, met alle gevolgen van dien, of je kunt vrede sluiten.”

Ook Tony Blair is Rupert Murdoch gaan ­opzoeken in Australië om zich te verzekeren van diens steun.

“Die heeft hij pas gekregen nadat Blair beloofd had dat het Verenigd Koninkrijk niet zou ­toetreden tot de eurozone. Dat druiste tegen Murdochs eigen commerciële en financiële ­belangen in. Het is de enige reden waarom die eigenaars het VK uit de EU wilden: zo kunnen ze gunstige fiscale regelingen voor hun bedrijven bedingen en hoeven ze zich niet te houden aan allerlei regels en arbeidsvoorwaarden voor hun personeel. Alles wordt makkelijker, eenvoudiger en goedkoper. Murdoch ontkent dat nu, maar hij zou ooit gezegd hebben: ‘Ik zit zo vaak in Downing Street omdat ze daar naar mij luisteren en in Brussel niet’.”

Door de ongelofelijke ongelijkheid is het VK twee landen in een, maar – zo schreef George Orwell – als iemand van upstairs samen met iemand van downstairs tegenover een ­Europeaan komt te staan, verdwijnen die ­verschillen onmiddellijk. De Britse relatie met het vasteland is haast pathologisch. Vanwaar die arrogantie?

“Arrogantie en onzekerheid zijn twee zijdes van dezelfde medaille. Dit land zit permanent in een ­collectieve identiteitscrisis. Ze ­voelen zich tekortgedaan. Als je goed in je vel zit, heb je daar geen last van. Ze zijn onzeker en bang voor de macht van een ander. ­Daarom kleineren ze de hele tijd de EU. Als je de Daily Express en Daily Telegraph mag geloven, staat de EU continu op instorten.”

U gaat in uw boek dieper in op de verschillende oorzaken van de ­brexit. De eerste vanzelfsprekende factor: de massale instroom van Oost-Europeanen nadat de Britse – jawel: Britse – regering zelf de deur had opengezet. Niemand ­verplichtte hen daartoe: Nederland en België hebben veel langer gewacht.

“Die instroom van miljoenen migranten heeft het sociaal weefsel ingrijpend veranderd. Mensen voelden zich niet meer thuis in hun eigen wijk, overal werd Pools gesproken, er kwamen overal Oost-Europese winkels. De idee leefde ook dat die Oost-Europeanen onder de duiven van hun Britse collega’s schoten en broodroof pleegden doordat ze wilden werken voor een lager salaris. Economen hebben dat achteraf onderzocht en dat blijkt een groot misverstand. Maar het gaat natuurlijk niet om de waarheid, het gaat om de perceptie en stemming.”

U zoomt in op Boston, een stadje in noordoostelijk Engeland, waar 10 procent van de bevolking van Oost-Europese afkomst is. Dat stadje is aan flarden gescheurd.

“Economisch gezien niet, natuurlijk: West Street – dat al snel East Street werd in de volksmond – was een dode winkelstraat, tot ze weer opbloeide door de Poolse supermarkten en cafés. Maar diezelfde café-eigenaars hadden ook kinderen die naar school moesten, en die záten al vol. Ze wilden zich inschrijven in de huis­artsenpraktijk die al overliep. De druk op de sociale voorzieningen was enorm. En dat is een van de duidelijkste redenen voor de brexit.”

De tegenstellingen maken het Verenigd ­Koninkrijk zo interessant, want tegelijk is geen enkel Europees land zo vanzelfsprekend gemengd. Ik sprak ooit met de manager van een coffeeshop van een grote keten: ze was een moslima in een traditioneel religieus gewaad mét nikab. Het zou in België niet waar zijn.

“Ik heb hier een tijd geleden Tom Waes ontvangen, die kwam hier filmen hoe ik eekhoorn zou bereiden. Ik kon mijn ogen niet geloven: zijn ploeg bestond uit zes witte mannen. En jullie maar klagen dat jullie problemen hebben met Noord-Afrikanen die niet willen integreren. ‘Je vraagt erom’, denk ik dan. Wat dat betreft zijn de Britten ongelooflijk open. Op alle vlakken. Muziek. Eetcultuur. Alles kan.”

Maar hoe rijmt u dat met die xenofobe reactie die geleid heeft tot de brexit?

“Londen is niet de rest van het Verenigd Koninkrijk, en de brexit was niet alleen migratie. Het ging ook over de Londense en Brusselse ­politiek, de notie van soevereiniteit speelde ook mee. Ik geloof niet dat de Britten xenofoob zijn. De Britse regering heeft de weg vrijgemaakt voor iedereen die in Hongkong woont en een paspoort heeft. Zo’n honderdduizend mensen hebben zich de afgelopen maanden hier gevestigd. Niemand die daar van opkijkt. Brexit ging om controle. ‘Wij willen zelf bepalen wie ons land binnenkomt, niet Brussel.’”

Volgens u loopt er een rechtstreekse lijn naar de Tweede Wereldoorlog. De Britten vinden dat alleen zij – niet de Amerikanen en al zeker niet de Russen – die hebben gewonnen. Sindsdien beschouwen ze continentaal Europa als een club deserteurs en slappelingen.

“Absoluut. Maar tegelijk is dat ook weer angst, met name voor de Frans-Duitse as. En onzekerheid over de eigen rol binnen de EU. Ze wilden niet de kar trekken, maar voelden zich buitengesloten wanneer anderen dat wel deden.”

'Vijfendertig procent van alle ziekenhuisbezoeken zijn gerelateerd aan alcohol.' Beeld Harris, Mike
'Vijfendertig procent van alle ziekenhuisbezoeken zijn gerelateerd aan alcohol.'Beeld Harris, Mike

Ik zou het gesprek willen afronden met een onderwerp dat mij nauw aan de lever ligt: ­alcohol. Het is bekend dat Britten er een ­innige relatie mee onderhouden.

(lacht) “Vijfendertig procent van alle ziekenhuisbezoeken zijn gerelateerd aan alcohol. Ze zijn qua volume niet de grootste gebruikers van Europa, maar zoals je weet slaan de Britten door in het weekend: dan drinken ze tot ze niet meer kunnen rechtstaan.”

Ik diep ten slotte nog een van de vele ­f­antastische zinnen uit uw boek boven: ‘Hoe je drinkt, is even belangrijk als hoe je eraan doodgaat.’

(lacht) “Dat gaat over Jeffrey Bernard, wat een held! Jeffrey Bernard was een columnist van The Spectator, een conservatief weekblad. Heel vaak stond op zijn pagina gewoon: ‘Jeffrey Bernard is unwell.’ Later heb ik begrepen dat hij dan te zat was geweest om de deadline te halen. Bernard schreef vooral over zijn alcoholisme, maar op een heel Engelse manier: ingetogen maar haarscherp, zonder een spat zelfmedelijden. Zelfs niet toen ze zijn been moesten afzetten. Zijn columns zijn omschreven als de langste zelfmoordbrief uit de geschiedenis, want hij heeft zichzelf uiteindelijk kapot gedronken. Maar hij was buitengewoon grappig. Een van zijn vaste uitdrukkingen was: ‘Ik drink om te voorkomen dat ik ga joggen’.”

Een tragisch verhaal, maar eigenlijk vat het de Britse neiging tot zelfdestructie perfect samen.

“Klopt: gelijke delen zelfdestructie en zelfspot. Manchester City neem je serieus, maar in godsnaam: jezelf en het leven toch níét?”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234