Vrijdag 03/02/2023

Viva España?

Spanje toont zich op sportvlak in alles de beste, behalve in de strijd tegen doping

Geen land dat deze zomer zoveel sporttriomfen mag vieren als Spanje. Na de Europese titel in het voetbal en het exploot van Rafael Nadal op Wimbledon, heeft de natie met Carlos Sastre nu ook een Tourwinnaar. Knap, en toch durf je de neus ophalen. Geen land ter wereld waar doping zo wordt gedoogd. Resultaat: alles wordt verdacht.

Door Kristof Windels

Er zijn er die het voorspeld hebben. Rafael Nadal bijvoorbeeld, de tennisser. Begin juni zei die: "Ik denk dat we Europees kampioen voetbal worden en dat zal het begin zijn van een sensationele sportzomer voor Spanje." Toen voor La Seleccion, de voetbalploeg, de finale op het programma stond, vroeg Nadal aan de organisatoren van Wimbledon om zijn wedstrijd wat te vervroegen, zodat hij zeker kon kijken. Heel Spanje zat toen voor de buis gek te worden. Een week later zaten ze nog eens voor datzelfde toestel, opnieuw met stokkende adem. Nadal won toen die fenomenale Wimbledonfinale van Federer. De Zwitser had vijf keer op rij die glimmende beker in de lucht mogen steken, maar toen kwam die jonge knul uit de Balearen.

Nadal klom tot bij de royal box en kuste net niet de kroonprins. Er stond geen maat op het geluk van een natie, die zo vaak zo hard heeft gevloekt na een finale. "Er zijn eeuwen waarin een land helemaal niets presteert en dan zijn er weken zoals deze waarin een diepgeworteld minderwaardigheidscomplex wordt verbrijzeld", schreef een columnist in de Spaanse krant Marca. Om een lang verhaal kort te maken: Spanjaarden waren altijd wel goed in voetbal en tennis, maar hun nationale ploeg en tennissterren wonnen zo goed als niets. La Seleccion won zijn laatste internationaal toernooi in 1964, de laatste Spaanse winnaar op Wimbledon was Manuel Santana, in '66. Hij won van een Amerikaan, Dennis Ralston en is ondertussen 70 jaar oud. Om maar te zeggen dat het dus lang geleden was.

Santana won één keer Wimbledon en twee keer Roland Garros. Dat laatste deed ook Sergi Bruguera, begin de jaren 90, maar Nadal is op zijn 22ste nu al de beste Spaanse tennisser ooit. Afgelopen weekend won hij nog eens een toernooi, in Toronto. Veel kranten haalde dat niet, want eigenlijk is het geen nieuws meer, na Monte Carlo, Barcelona, Hamburg, Roland Garros, Queen's en Wimbledon. Zo pakte Nadal toernooiwinst op elke ondergrond en bovendien staat zijn zegeteller nu al op dertig. Enkel Borg en Connors waren nog jonger toen ze dat cijfer haalden. Geen wonder dan ook dat hij de nummereenpositie op de ATP-ranking nadert. Nog 276 punten en hij wipt over Federer. Maar als hij na dit seizoen nummer twee van de wereld is, dan is hij "ook gelukkig", meldde hij al.

Je zou voor minder. Nadal kluisterde zijn land aan de televisie. Meer zelfs, hij hield mee een deel van de wereld wakker. Hij verbaasde met verbluffend tennis, terwijl de voetbalploeg uit zijn land dat ook al deed met haar manier van spelen. Snel, inspirerend, frivool, veel beweging, veel kansen, veel goals. Leuk om naar te kijken. Een verademing, vier jaar na de hold-up van het afschuwelijk defensief voetballende Griekenland. Veel minder tot de verbeelding spreekt alvast de nieuwe Tourwinnaar. Carlos Sastre is Carlos Sastre, weinig meer. Wat valt er eigenlijk over de man te vertellen, buiten het feit dat hij meer dan twee minuten voor de rest arriveerde op Alpe d'Huez? Wel, dat het een Spanjaard is en dat zo de sportzomer voorlopig helemaal geel-rood kleurt.

Elk om beurt, twee jaar geleden was het nog Sempre Italia. Ze werden wereldkampioen voetbal, Cannavaro werd even later de beste speler ter wereld en het was ook een Italiaan die op het hoogste schavotje stond na het WK wielrennen. Bettini kreeg in Salzburg de gouden medaille, maar het was eigenlijk een hele ploeg die die verdiende. Pozzato ging meerdere keren, net als Di Luca. Bettini prikte dan twee keer, Rebellin ging ook nog eens aan de haal en dan was daar uiteindelijk weer Bettini. Wereldkampioen wielrennen en voetbal. In de naoorlogse sportgeschiedenis pakte voordien nog maar één land die opmerkelijke dubbel: Italië zelf. In 1982, toen Guiseppe 'Beppe' Saronni het WK won op zijn fiets en Rossi zijn land tot wereldkampioen knalde.

Toeval of niet, de laatste twee landen die er in slaagden om een sportzomer te domineren, zijn net die landen waar de strijd tegen doping net iets minder hevig wordt gevoerd dan elders. Spanje staat op kop, al jaren: 40 Spaanse dopingzondaars in het peloton in tien jaar tijd. De brandjes rond Operacion Puerto, de zaak rond dopingdokter Fuentes, worden door de Spaanse overheid zelf gedoofd, terwijl steeds meer Spanjaarden winnen. Op de lijst van 200 verdachte sporters staan een kleine 50 wielrenners. De rest verdient zijn brood met iets anders dan een fiets, maar daar mag niet over gesproken worden. Al wie het potje opent, heeft een proces aan het been.

De Franse krant Le Journal du dimanche bracht in 2006 al het verhaal dat vijf spelers van Real Madrid op het lijstje staan, en in dezelfde adem werd ook Nadal genoemd. Het Spaanse sportministerie verzekerde meteen dat daar niets van klopte. Le Monde berichtte later dat zowel Barcelona als Real met Fuentes zaken hebben gedaan. Ook Valencia en Betis Sevilla werden genoemd. In Spanje werd verontwaardigd gereageerd. Iedereen ontkende meteen alles en ondertussen moest de krant al 300.000 euro betalen aan Barcelona voor smaad. En zo gaat het ook vandaag nog altijd. Kranten komen met beschuldigingen, ontkenning, en gedaan. Maar altijd komt dezelfde naam terug: Eufemiano Fuentes, de man die in mei 2006 een bom deed ontploffen en die sindsdien nooit meer uit het nieuws was.

Vreemd genoeg - of niet? - lijkt de boost van sportland Spanje wat gelijk te lopen met de carrière van Fuentes. Het startpunt: de Spelen in eigen land, in 1992. Fuentes was toen dokter van de atletiekdelegatie. Dertien gouden medailles pakte Spanje in Barcelona, 22 medailles in totaal. Het was het begin van epo, geïntroduceerd eind jaren 80 en later opgepikt door het hele wielerpeloton. De Spaanse klimmers kwamen plots van overal en ondertussen werden vooral medailles gepakt in het atletiek: op de 1500 meter, op de marathon... Bijna een decennium lang, tot er werd betrapt. Een van de absolute toppers in het langeafstandslopen, Alberto Garcia, werd in 2003 gepakt op het gebruik van epo. Een jaar eerder overkwam langlaufer, Johan Mühlegg, een tot Spanjaard genaturaliseerde Duitser, hetzelfde. Aranesp.

Twee jaar geleden nog verdacht de UCI een op de drie Spaanse renners van epogebruik en dat was geen nattevingerwerk. Op een bijeenkomst van de Internationale Wielerunie werden in 2006 de bloedwaarden per nationaliteit op tafel gegooid. Grote ogen werden getrokken. 32,7 procent van de Spanjaarden hadden verdachte bloedwaarden laten vaststellen. Bij de Italianen was dat 14 procent, alle andere landen schommelden tussen 5 en 7 procent. Toen in de afgelopen Tour Beltran en Duenas werden betrapt op epo moest ook Pat McQuaid, de UCI-voorzitter, vaststellen dat ze "het in Spanje nog altijd niet hebben geleerd". Ricco, de Italiaan, liet zich ook nog betrappen. Om het plaatje helemaal te doen kloppen, zeg maar.

Nu, is alles wat Spaans is en wint, dan verdacht? Niet noodzakelijk, maar zolang de dopingmist niet optrekt, zullen wenkbrauwen worden gefronst. Ook na prestaties die mogelijk helemaal niet in dezelfde context horen. Spanje heeft immers toppers in tal van sporttakken. Pau Gasol stond twee maanden geleden nog met de LA Lakers in de finale van de NBA, basketbal is dat. De Spaanse nationale basketbalploeg is ook regerend wereldkampioen. Twee jaar geleden vernederden ze in de halve finale Argentinië, nog even olympisch kampioen en in de finale speelden ze Griekenland helemaal overhoop: 70-47. Een rammeling. Vijf Spanjaarden hebben ondertussen een NBA-ploeg als werkgever, alleen Servië (7) en Frankrijk (8) doen als Europese landen beter.

Vorig jaar in september kroonde Spanje zich in Sint-Petersburg bovendien tot Europees kampioen volleybal. De finale wonnen ze van Rusland.

Ook in de Formule 1 heeft Spanje met Fernando Alonso een absolute topper, tweevoudig wereldkampioen. Het land heeft ook topgolfers: Sergio Garcia, Alejandro Canizares, Severiano Ballesteros en Jose Maria Olazabal. Ze hebben toppers in het turnen, skiën, waterpolo, het zeilen (in het verleden al goed voor vijftien olympische medailles), het handbal (zilver op het EK 2006), motorsport (Pedrosa bijvoorbeeld), en ze hebben een wereldkampioen kajak: David Cal Figueroa. Hij mag straks de vlag dragen tijdens de openingsceremonie in Peking. Samen met het WK wielrennen in Varese moeten die Spelen de Spaanse sportzomer volmaken. De Spaanse olympische delegatie telt in totaal zes wereldkampioenen. De verwachtingen zijn groot, ook voor die 286 andere.

Negentien medailles pakten ze in Athene, elf in Sydney, zeventien in Atlanta en in 1992 die memorabele tweeëntwintig. Memorabel, omdat het voordien het grote niets was. Zesentwintig medailles pakten ze in totaal in de vijftien Spelen waar ze voordien aan hadden deelgenomen. Drie keer kwamen ze zelfs met niets terug. Eigenlijk stelde Spanje als sportland lang maar weinig voor. Pas na de dood van Franco, in 1975, werd aan een olympische traditie gebouwd. Het land raakte uit zijn isolement en groeide uit tot de achtste wereldeconomie. De sportsuccessen volgden mede dankzij privé en overheidsinvesteringen. De statistieken liegen niet. Van het ontstaan van de moderne Spelen in 1896 tot en met 1976 veroverde Spanje elf medailles, erna vierentachtig.

Het clubvoetbal was altijd een heel ander verhaal en toevallig wordt dat dit jaar op een vreemde manier bevestigd. Terwijl Spanje scoort in alle andere sporten, blijven de voetbalclubs achter. Barcelona stond in de halve finales van de Champions League, maar verloor van Manchester United. Drie Engelse clubs zaten bij de laatste vier, de Primera Division moet het stilaan afleggen tegen de sterkere Premier League.

Geen Spanjaard die daar momenteel echt mee inzit na de triomf van de nationale ploeg in Wenen. De Iberiërs zijn vol van zichzelf. In een satirisch stukje richtte een columnist van de Spaanse krant AS zich tot de Fransen. "...de Dauphiné (gewonnen door Valverde), Nadal, Henry die bij ons komt spelen, het enige waar we jullie nog voor benijden is Bruni..." In al hun hoogmoed worden ze ook geholpen door zowat alle buitenlandse media. 'L'Espagne en été de grâce', kopte de Franse sportkrant L'Equipe gisteren op zijn voorpagina. Helaas moest twee pagina's verder ook de naam Fuentes vallen.

Wereldkampioen basketbal, Europees kampioen voetbal en volleybal, winst in Wimbledon en Tour, maar...Vreemd genoeg - of niet? - lijkt de boost van sportland Spanje wat gelijk te lopen met de carrière van dopingdokter Fuentes

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234