Donderdag 21/10/2021

vitalski herdenkt 'zijn' punkgod

'Zo wil ik worden!', zei Johnny tegen zijn vrienden. 'Helemaal zoals Keith Richards!'

Een minuut stilte voor Johnny Thunders

Morgen is het precies dertien jaar geleden dat de New Yorkse gitaarlegende Johnny Thunders overleed aan een overdosis. Dertien schijnt wel het juiste getal voor de nagedachtenis van deze tragische muzikant, die zijn leven bijna exclusief doorbracht in nachtclubs, zo ver verwijderd van een normaal en nuchter bestaan als voor een mens maar enigszins denkbaar is. Dertien ongelukken en toch maar één enkele stiel: fulltime punkrocker in hart en nieren. Wie ging er verder dan hij? Dikwijls verknalde hij het, maar was hij in vorm, dan leverde Thunders volgens velen de overtuigendste liveact in de geschiedenis van de rock-'n-roll.

Antwerpen

Van een medewerker

Vitalski

Hij werd geboren in 1952, in Queens, New York. Zijn ware naam was John Anthony Genzale. Van oorsprong was zijn familie Siciliaans, en dat kwam hem goed uit. Hoe stoned of bezopen hij er later in zijn leven ook was, altijd zorgde Johnny ervoor dat hij stijlvol gekleed ging, als een even charmante als gevaarlijke maffialeider. Het straatleven in Queens was gewelddadig, en of je klappen kreeg of niet hing in sterke mate af van je attitude. Als prille tiener lag er voor hem een succesvolle carrière als baseballspeler in het verschiet, maar de mythe wil dat hij daarvan wegliep zodra een coach hem gevraagd had zijn haar te laten knippen.

Dat het tussen Johnny en gezag niet meteen zou boteren, was zelfs daarvoor al duidelijk. Toen hij nog geen zeven was, moest hij zijn amandelen laten trekken. De jongen krijste het halve ziekenhuis bij elkaar. Dan vluchtte hij weg door een venster. Pas een dag en een nacht later leverde de politie hem weer thuis af. Na niet eens zo lang zeuren kreeg onze doerak van zijn moeder een plastic gitaar cadeau. Daarop leerde hij de ook toen al nostalgisch aandoende liedjes van The Shangri-Las naspelen die zijn oudere zus grijsdraaide. Een vader was er niet in dit katholieke huis. Als een onverbeterlijke vrouwengek was die er algauw vandoor gegaan met een ander. Maar op een keer had Johnny, zomaar op café, een babbeltje kunnen slaan met niemand minder dan Keith Richards. "Zo wil ik worden!", zei Johnny toen tegen zijn vrienden.

Fataal telefoontje

Hij zal niet de enige met zo'n droom zijn geweest, maar begin jaren zeventig bleek Johnny de juiste persoon op de juiste plaats. Van vrienden in de buurt hoorde hij dat ze een groepje hadden. The Dolls hielden zich minstens zo intensief bezig met feestvieren als met voornamelijk klassieke blues- en rhythm and blues-nummers spelen. Johnny werd Johnny Thunders, naar zijn favoriete cowboy Johnny Thunder uit de strips, The Dolls werden door zijn toedoen The New York Dolls. Nauwelijks hadden ze vijf songs op hun repertoire, die ze alleen nog maar in het naar hondendrollen stinkende truckerscafé CBGB'S gespeeld hadden, of hun publiek bestond al uit supersterren als David Bowie, Alice Cooper, Iggy Pop. De scene rond Andy Warhol lag al een tijdje op sterven, maar nu waren er déze feestjes. Waar Richard Hell zong over de Blank Generation, en waar ook Blondie het daglicht zag.

Met veel publicitaire poeha werd de bende naar Londen overgebracht. Net toen hun manager daar een platendeal aan het bespreken was, over de hoogste cijfertjes voor een debuutelpee ooit (in 1972 toch), rinkelde de telefoon: Dolls-drummer Billy Murcie, niet ouder dan achttien, lag op een feestje ergens bij vage bekenden voor dood in bad. Te veel drugs, maar meer nog werden hem de vele liters koffie fataal waarmee de geschrokken omstanders hem wakker wilden krijgen. Het begin van het einde, in het bijzonder voor Johnny.

Anders dan zijn collega's stortte hij zich nog dieper in het verderf, twintig jaar van de ene hedonistische prikkel naar de andere. Thunders flirtte niet met de dood, hij maakte haar het hof. Nog een jaar of twee kon de band blijven voortbestaan. Murcie werd vervangen door de uitstekende Jerry Nolan, die Thunders nooit meer zou verlaten. Exact een jaar nadat Johnny de pijp aan Maarten zou geven, zou ook rechterhand Jerry vertrekken. Zo was de cirkel van deze ware danse macabre rond.

The Dolls maakten drie lp's, maar alleen de eerste, titelloze schijf maakte geschiedenis. Hun carrière scheen doormidden gebroken. Braakpartijen voor de camera schrikten de meeste organisatoren af, Lou Reed schrapte hen als zijn voorprogramma. Op een dag lieten ze, ongepland, zo'n driehonderd journalisten een daglang in de kou staan. Hun tweede langspeler vatte het samen: Too Much, Too Soon. Maar tot vandaag blijven hun vinnig scheurende culthits, zoals 'Born To Lose' of het door Deedee Ramone geschreven 'Chinese Rocks', als een fort overeind.

Like a motherfucker

De ware Johnny Thunders kwam er toen hij met de kurkdroge The Heartbreakers de gimmicks van daarvoor van zich af schudde. Als The Dolls slechts de uitvinders waren van de luizige glamrock, dan moet je The Heartbreakers ongetwijfeld de eerste echte punkrockgroep aller tijden noemen. En alweer mocht Johnny naar Londen, dit keer voor de 'Anarchy Tour'. Samen met The Sex Pistols, The Damned en The Clash maakten zijn Heartbreakers heel Engeland onveilig. Al werden op politiebevel bijna alle geplande optredens meteen weer afgelast. Intussen werd Johnny ervan beschuldigd dat hij heroïne had geïntroduceerd in de tot dan toe betrekkelijk onschuldige Engelse punkscene.

Alle tegenwind ten spijt maakten The Heartbreakers een indrukwekkend album, LAMF, of voluit Like a Motherfucker. Zoals maffiosi dat met bloed wel eens op de muren schrijven.

Thunders international

Thunders was een levenlang onafgebroken bezig met concerteren. Bij studiobazen verspeelde hij zijn krediet, dus optredens waren zijn enige bron van inkomsten. Hij had nergens een huis, zwierf aldoor de hele wereld rond. In Londen en New York werd hij ontvangen als een god, in Zweden had hij een paar kinderen, in de Parijse nachtclub Gibus kun je nog steeds zijn gitaar bewonderen, die er als een relikwie aan de muur hangt. Ook in Tokio genoot hij van een schare imitators. Stond hij ergens aangekondigd, dan bleef het wel tot op het laatste nippertje afwachten of hij werkelijk zou opdagen. En als hij dan toch arriveerde, was het steevast uren te laat. Om zich eerst nog naar de organisator begeven, voor - letterlijk - een 'voorschot'. Theater, maar ook werkelijkheid. Vrijwel iedere avond leek het zijn laatste optreden ooit.

Zoals bij wel meer grote artiesten die net niet in de topveertig geraken, bestaat er een zeer bevredigende Thunders-website: Johnny Thunders Cyber Lounge. Het leesbaarst daarop zijn de memoires van Bobby Belfiore, Thunders' geluidsman ten tijde van Gang War, Johnny's zeer duistere maar net daarom zo intrigerende groepje na The Heartbreakers. Beeldrijk is ook de getuigenis van een zekere Mark, die The Heartbreakers live aan het werk zag in Irving Plaza, New York, in 1979: "Toen het gordijn openging, lag Johnny uitgeteld op de vloer. Hij mompelde wat in de microfoon - ik geloof dat hij zelfs had overgegeven. Na een tijdje moesten twee kerels hem van het podium slepen. Maar vijf minuten daarna kwam hij toch weer op, volstrekt opgefokt, zwetend als een paard. Hij speelde grandioos, een kwartierlang. Dan moest hij opnieuw eventjes weg, om opnieuw te worden opgekalefaterd. Zo ging dat de hele nacht door, tot zes uur 's morgens. Maar het was zeker de beste keer dat ik hem ooit aan het werk zag."

Weemoedig en ouderwets

Opmerkelijk genoeg wordt Thunders' muziek op haar beste momenten overspoeld door weemoed. Hij scheurt wel lekker door, maar slechts zelden bezingt hij het kortzichtige search and destroy van de gemiddelde punknozem. Veeleer heeft hij het over de ongrijpbaarheid van herinneringen, het vergeefse rondhangen, de radeloze verliefdheid. Zijn universum is dat van de teenager uit Grease, zij het de inktzwarte editie daarvan.

Thunders' kwetsbare herrie heeft alles te maken met de keuze van zijn instrument. Soms moest hij zich wel tevreden stellen met om het even welke gitaar, precies zoals hij geregeld muzikanten bij elkaar moest zien te grabbelen. Principieel speelde hij echter op een Gibson Les Paul TV ('TV' omdat men dacht dat deze bananengele gitaar er beter uitziet op een zwartwit-tv-scherm), van eind jaren vijftig. De gitaar blinkt uit in eenvoud: er staan twee knopjes op, en verder niks. Handig voor een gitarist die soms het noorden kwijt is. Nu zijn ze onbetaalbaar geworden, in Johnny's tijd behoorden ze tot de goedkoopste onder de zon.

Bij voorkeur speelde hij loeihard op een Fender-versterker, rechtstreeks, zonder pedalen, zonder fuzzbox of wat dan ook. Hij kon zich dat permitteren, vanwege zijn virtuositeit, die minder te maken had met vingervlugheid, als wel met zijn natuurlijke aanleg voor het elastische. Niemand anders kan zo lang en veelvuldig twee snaren zo heerlijk disharmonisch tegen elkaar laten opzeuren. En zijn kopstem doet precies hetzelfde: altijd treiterig, hoog in de lucht en klaarwakker, met hier en daar een snik vanuit zijn verpulverde maagstreek.

Wat er overblijft

Thunders-verzamelaars hebben een moeilijk leven. Hoewel het aantal bootlegs niet valt te overzien, speelde onze geboren antiheld eigenlijk altijd hetzelfde paar nummers. Volgens hem omdat de kids daar nu eenmaal voor kwamen. En uiteraard is de opnamekwaliteit doorgaans abominabel. Algauw bezit je dus een paar dozen vol nauwelijks beluisterbare trash. Op het eind van zijn leven speelde Johnny, om praktische redenen, erg vaak akoestisch: dat kostte hem dan alleen maar een saxofonist. Spijtig genoeg vervangt die dan bijna alle gitaarsolo's.

Maar er zijn uiteraard ook de juwelen. Wie maar één lp van Thunders op zijn draaischijf wil, moet zeker het adembenemende So Alone uit 1978 kiezen, zijn eerste solowerk, opgedragen aan zijn vroeg gestorven vriendinnetje Sable Star, de Courtney Love van de vroege jaren zeventig. De heruitgave uit 1992 is beter, want krankzinnig genoeg moest de lp het oorspronkelijk stellen zonder het monumentale titelnummer, dat Thunders niet meer op tijd klaar kreeg.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234