Vrijdag 03/04/2020

Visionair ingehaald door de nieuwe eeuw

'Wat peinst ge ervan?" Met een weids armgebaar toonde hij het sublieme uitzicht vanuit het Vilvoordse dakappartement dat hij en Celie nog niet zo lang geleden betrokken. Van de vliegtuigen die opstegen in Zaventem, via het verkeer op de Brusselse ring over de bocht van het Zeekanaal tot aan de groene oase van de Drie Fonteinen aan de overkant. "Niet slecht, hé!" Of hij zijn tuin dan niet miste? "Mijn tuin was een mooie foto", zei hij. "Nu heb ik iedere dag een film om naar te kijken."

Dat was nog geen maand geleden, in het kader van een reeks interviews waarmee hij afscheid van zijn politieke leven zou nemen. Het echte leven zou pas beginnen, want er was geen sprake van dat zijn pancreaskanker het zou halen. Ze waren er op tijd bij geweest, een oom had net dezelfde kanker overleefd, hem zou het ook lukken. "Ik ben zelfs eindelijk op het gewicht geraakt dat mijn dokters graag hebben." We geloofden hem op slag. Hier zat geen stervende, maar een man die blaakte van levenslust.

En nu is hij er plots toch niet meer. Niet eens omwille van die kanker.

Jean-Luc Dehaene, die zichzelf de laatste jaren graag omschreef als 'een politicus van de vorige eeuw', was dat ook. Zelfs een van de beste van die eeuw.

Wie wil weten waarom, moet alleen maar zijn cv lezen. Dehaene is toppoliticus geworden via een rekruteringskanaal dat vandaag in de politiek zogoed als niet meer bestaat: de eigen zuil. Van verbondscommissaris van de katholieke scouts over medewerker bij de ACV-studiedienst, via kabinetard en kabinetschef werd hij minister, zonder ook maar één keer verkozen te zijn geweest. In die eeuw besefte men dat je politici hebt die stemmen kunnen trekken, en andere die beleid kunnen voeren, en dat de twee niet noodzakelijk samengaan.

Dehaene kon in de luwte jaren werken aan zijn expertise, kon een onwaarschijnlijk netwerk vormen dat zijn hele leven is meegegaan, met mensen die tot vandaag instrumentele posten in de samenleving bekleden en tot op het einde nog altijd voor hem door het vuur zouden gegaan zijn. Het waren de 'commis d'état', een formeel en informeel netwerk dat zowat overal de dienst uitmaakte, of toch minstens overal een vinger in de pap had.

Verkiezingen waren hooguit een hindernisje in het proces van politieke besluitvorming, een vervelende bijkomstigheid die even geklaard moest worden. In die tijd kon dat ook: de verzuilde burger stemde haast levenslang op de partij waar ook zijn ouders al voor stemden. Ook een reeks bijzonder onpopulaire maatregelen kon je toen nog beslissen zonder dat zulks een noemenswaardige rimpeling in het electorale water veroorzaakte. De media beschreven een resultaat van meer dan 1 procent verschil nog als een electorale aardverschuiving. Vandaag moet je al verschuivingen van 10 procent of meer veroorzaken om nog enige aandacht te krijgen. Dat volatiele en wispelturige van de moderne kiezer is voor Dehaene altijd vreemd gebleven.

Ook al bleef hij er berustend en licht sarcastisch over, maar dat hij ooit de plaats moest ruimen voor de paarse regering van Verhofstadt, heeft hij altijd geweten aan de hysterie over 'een pak dioxine-kiekens dat in de realiteit al lang opgegeten en verteerd was'.

Het succes van Dehaene - decennialang toppoliticus - was niet alleen te danken aan zijn intelligentie en werkkracht, maar was ook een gevolg van het feit dat hij als geen ander de krachten beheerste waarbinnen toenmalige politici moesten werken. Zo was er een gestructureerd middenveld van sociale en economische organisaties, die bovendien een impact hadden op hun achterban; kon je met hen een akkoord bereiken, dan zorgden zij er wel voor dat het ook door de achterban geslikt werd. In die mate zelfs dat verkiezingen er niet eens zoveel toe deden: zodra er een akkoord was, werden zelfs onpopulaire maatregelen niet eens zwaar afgestraft, de kiezersmarkt bleef vrij stabiel.

Dus waren vooral de power brokers van de maatschappij altijd zijn natuurlijke gesprekspartners.

Bruut, bijna boers gezag

Hij was een man die beslissingen en compromissen kon afdwingen. Door zijn kennis van de dossiers, door een soort bruut, bijna boers gezag dat hij kon uitstralen, maar ook omdat hij een levensles van zijn vader, een psychiater, heel goed had onthouden: zelfs de grootste gek kun je begrijpen, eenmaal je weet wat de logica is waar hij mee denkt."

Dehaene had veel minder op met de individuele kiezer zelf. "Ik heb een hekel aan verkiezingstijd", liet hij zich ooit ontvallen. "Ik noem het een vorm van prostitutie: pensenkermissen afdweilen en zulke dingen. Kiezers stemmen ook niet meer op partijen, maar op mensen en de perceptie van die mensen, die niets te maken heeft met hun echte talenten."

Aan perceptie heeft de Vilvoordenaar altijd een broertje dood gehad, ook al kon hij die bij momenten behoorlijk zelf organiseren. Toen hij het niet haalde als Europees Commissievoorzitter, orkestreerde hij heel bewust thuis een mediamoment waarbij de camera's het gezin Dehaene wild zagen supporteren voor Club Brugge: het leverde hem een golf sympathie op.

Maar het bleef een noodzakelijk kwaad, nooit de essentie van zijn handelen. Dehaene, afkomstig van een studiedienst, is altijd een studax geweest en gebleven, die zich liet leiden door de feiten en de dossiers, niet door de waan van de dag. Alleen heeft hij moeten vaststellen dat niet alleen in de politiek, maar ook in de financiële wereld, de perceptie soms de bovenhand haalt op de naakte cijfers.

Dehaene is ook altijd de man van de lange termijn geweest. Al in de jaren tachtig, toen zijn tijdgenoten nog bezig waren met de vraag hoe ze de Belgische steenkoolmijnen konden openhouden, las hij in de boeken van Alvin Tofler hoe die oude industriële samenleving in sneltreinvaart veranderde in een postindustriële informaticamaatschappij, en begon hij die voor te bereiden. Gsm's bestonden niet, behalve hij had niemand ooit gehoord van een nieuwe uitvinding die ze internet noemden. Op een moment dat stencils de belangrijkste vorm van informatieverspreiding waren op de kabinetten, en Tipp-Ex, lijm en schaar de belangrijkste correctiemiddelen, dacht hij na over hoe we zonder al te veel kleerscheuren en sociale achteruitgang van een industriële naar een informaticasamenleving zouden kunnen gaan. Dat was voor hem de kerntaak van een politicus, de lange termijn.

Ooit had ik het voorrecht met Dehaene bij zijn goeroe Tofler in Los Angeles op bezoek te mogen gaan. Het was merkwaardig hoe hij in zijn gepatenteerd steenkool-Engels zulke grote intellectuele visies verwoord kreeg, tot groot amusement van Tofler zelf.

Zelf zei hij daarover: "De individuele burger heeft geen boodschap aan maatschappelijke verandering op lange termijn, die hem individueel op korte termijn vaak enkel onzekerheid en angst inboezemt. De grote uitdaging van de politicus is om burgers in deze verandering te begeleiden, een langetermijnvisie uit te dragen en die pragmatisch om te zetten in stappen die de burgers kunnen verteren. Maar de positie van de politicus is in een geïndividualiseerde samenleving dusdanig fragiel geworden dat ze daar niet meer toe komen."

Dat is waarschijnlijk het grootste misverstand in de manier waarop mensen Dehaene zien: als een man zonder veel visie, die 'de problemen alleen oploste wanneer ze zich stelden'. Het klopt dat Dehaene totaal wars was van grote ideologische verhalen en wereldverbeterende constructies, maar beweren dat hij geen langetermijnvisie had, is hem volkomen onderschatten en miskennen. Misschien was hij in de naoorlogse geschiedenis wel degene geweest die de beste invulling heeft gegeven aan de definitie dat politiek in wezen de kunst is om het onvermijdelijke mogelijk te maken.

Hij zal de man blijven die de periode van de immer oplopende begrotingstekorten afsloot en - mede dankzij het handig gebruiken van de Maastrichtnorm - het netto te financieren saldo terugbracht naar 3 procent, waar het ooit dicht tegen de 10 had gezeten. De man die lak had aan zijn imago, bruut zijn broek optrok en met ironie moest vaststellen hoe zijn boersheid hem uiteindelijk populair maakte. Het kleine hart in een bolster van gewapend staal, onhandig in het vertolken van emoties, zoals bleek toen hij de ouders van de vermoorde kinderen na de witte mars moest ontvangen.

De laatste jaren taande zijn ster een beetje. Nog altijd politiek actief op de achtergrond, werd van hem vakkundig het beeld van de bonusverzamelaar in vele bestuursmandaten gecreëerd, en dat hij helemaal de nieuwe zeden en gewoonten niet meer vatte, werd duidelijk bij de Dexiapassage.

Hij werd door Yves Leterme in het holst van de nacht gevraagd om als Belgisch zwaargewicht tegenwicht te bieden tegen CEO Pierre Mariani, de pion van Sarkozy in het Dexiaverhaal. Ook al om een oogje in het zeil te houden voor de belangen van Arco, de financiële holding van het ACW, de zuil waaruit hij afkomstig was. Niet omdat hij de bonussen nog nodig had, maar vanuit dat eeuwige scoutsidee om zich op de een of andere manier maatschappelijk nuttig te maken. Ook daar bleef hij zichzelf: op termijn 'puinruimer worden van de grootheidswaanzin van het verleden', zoals hij het omschreef.

Maar de nieuwe eeuw had ook toegeslagen in de bancaire wereld. Niet de langetermijnvisie en het rustige opbouwen van de ondernemer is de mentaliteit die daar de dienst uitmaakt, maar wel de irrationele perceptie van de aandeelhouder, uit op het privatiseren van kortetermijngewin en het afschuiven van verliezen en schulden op de overheid. Hij bleek niet alleen een politicus, maar ook een bankier uit de vorige eeuw te zijn.

Hij was de laatste jaren een beetje ongerust geworden over de toekomst van dit continent. Via zijn AB-Inbev-mandaat reisde hij regelmatig heen en weer tussen China en Zaventem. "Het voelt telkens aan of ik vanuit de mentaliteit van een middelbare school terug moet vliegen naar die van een oudemannenhuis", zei hij dikwijls.

Hij zag wel één lichtpunt: dat de 'digital natives', de generatie die geboren is in de informatiesamenleving die hij mee mogelijk gemaakt heeft, de oplossing zou vinden om dit continent opnieuw creativiteit en vitaliteit te brengen, en nieuwe vormen en manieren om aan politiek te doen, anders en beter dan die van de vorige eeuw.

Er is een bijzonder groot politicus heengegaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234