Dinsdag 31/03/2020

Visart de Bocarmé

Graaf Dieudonné-Gustave Visart de Bocarmé

"Een last, op mijn schouders?" Cédric Visart de Bocarmé kijkt de andere richting uit. Hij is nu Luiks procureur-generaal af, en aangesteld als kabinetschef van minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH). "Men kiest zijn wieg niet", zegt hij. "Ik weet wel dat hier en daar een straat naar mijn familie is genoemd, maar ik ben daar niet zo mee bezig."

Le Soir plaatste hem onlangs aan de zijde van Jacques van Ypersele de Strihou in een hitparade van "meest invloedrijke katholieken van België", hijzelf zegt dat hem dat niet is opgevallen. "Religie, dat is privé. En België? Ik vind dat België nog zijn waarde heeft. Dat beide gemeenschappen elkaar kunnen verrijken, ook."

Van een Visart de Bocarmé verwacht je weinig minder dan dat zijn voorvaderen dit land hebben gesticht, en dat is ook zo. De naam van zijn overoverovergrootoom staat in de Congreskolom gebeiteld. Graaf Dieudonné-Gustave Visart de Bocarmé zetelde in het Nationaal Congres, als een van de 200 rich and famous, vooral edellieden, die na de revolutie van 1830 België uitbouwden tot nieuwe natie. Dieudonné-Gustave Visart de Bocarmé was burgemeester in het Waalse plaatsje Thieu, vandaag enkel bekend vanwege zijn scheepslift. Hij werd in april 1831 als opvolger naar Brussel geroepen.

De eerste generatie de Bocarmés was er één van vechtersbazen. Bovenaan de stamboom prijkt Louis-François Visart de Bocarmé et de Bury (1708-1756), die in 1753 in de adelstand werd verheven door keizerin Maria Theresia van Oostenrijk als dank voor militaire heldendaden. Hij kreeg drie dochters en kort voor zijn dood nog een zoon, graaf Gustave Visart de Bocarmé et de Bury (1751-1841). Van de veertien kinderen die hij op de wereld zette, sneuvelden er vier in oorlogen her en der.

Van de vier overlevende zonen was Dieudonné-Gustave de jongste. Zijn oudste broer was graaf Julien Visart de Bocarmé (1787-1851), ontdekkingsreiziger en vader van Hippolyte Visart de Bocarmé, die de familie te schande zou maken.

Maandag 4 juli 1831 is het moment van afspraak tussen graaf Dieudonné-Gustave en de geschiedenis. Na 243 dagen onderhandelen heeft het Nationaal Congres wel een grondwet, maar geen koning. Eerst werd de Franse ex-koning in ballingschap Lodewijk Filips I voorgedragen, maar die stootte op een Brits veto. Op 4 juni wordt Leopold van Saksen-Coburg en Gotha aangewezen met 108 op 152 stemmen. Graaf Visart de Bocarmé behoort tot zijn meest enthousiaste fans, ook al stelt Leopold vanuit Londen enkele onmogelijke voorwaarden. Hij wil geen koning worden van een land in oorlog en zal de troon pas bestijgen nadat een meerderheid in het Nationaal Congres akkoord is gegaan met het Tractaat der XVIII Artikelen. Dat regelt de boedelscheiding met Nederland en legt de grenzen min of meer vast.

Historici hebben het over "negen woelige zittingen" van het Nationaal Congres en iets wat we ons vandaag moeten voorstellen als een B-H-V-onderhandeling in het kwadraat. Blijft België vechten, of aanvaardt het dat Nederland baas blijft in Zeeuws-Vlaanderen en zo via de Schelde de toegang tot de haven van Antwerpen kan blijven controleren?

Een van de sprekers, maandag 4 juli, is graaf François de Robiano, een van de revolutionairen van 1830. Alleen al het uitspreken van de suggestie om Zeeuws-Vlaanderen op te geven, maakt hem uitzinnig: "In welke handen zijn ze gevallen, onze eer en onze rechten?! Wij zijn de mannen van september, kinderen van de revolutie! Hoe durft men ons te vragen onze broeders te verraden?!"

Dan bestijgt graaf Dieudonné-Gustave Visart de Bocarmé het spreekgestoelte. Hij heeft tot hiertoe gezwegen, hij heeft meegestemd met de katholieken. De teksten van het Nationaal Congres vermelden geen stemverheffingen, armgezwaai of mimiek - die moeten we er bij denken. Vorige voorstanders van de XVIII Artikelen verloren zich in onnavolgbare polemieken over de grenzen van Limburg, graaf Dieudonné-Gustave gooit het over een andere boeg. Hij spreekt: "Aan zij die slechts kanonnen en wapens als scheidsrechters willen aanvaarden vraag ik: wat is er geworden van de keizerrijken die gefundeerd waren op het zogezegde recht op verovering?! De geschiedenis biedt ons voldoende voorbeelden! Ik denk niet dat het de vertegenwoordigers van een vrij volk toekomt onophoudelijk de wet van de sterkste in te roepen. Ik wil het bloed van mijn broers niet doen vloeien! Door de voorwaarden tot vrede te aanvaarden, denk ik de trouwe vertolker te zijn van zij die mij mandateren. En welke ook de evenementen zijn die ons wachten: mijn geweten zal vrij van blaam zijn!" Tot slot zegt de graaf: "Ik heb gesproken."

Op 9 juli 1831 aanvaardt het Nationaal Congres met 126 stemmen voor en 70 tegen het Tractaat der XVIII Artikelen. Minder dan twee weken later legt Leopold van Saksen-Coburg en Gotha in Brussel de eed af als eerste koning van België.

Graaf Hippolyte Visart de Bocarmé

"Geboren op zee", zegt de familiewebsite visart.be, subtiel aangevend dat een hogere kracht Hippolyte al voor zijn geboorte had voorbestemd om anders te zijn. Zijn vader was graaf Julien Visart de Bocarmé, zijn moeder markiezin Ida du Chasteler, een heraldische schilderes die de boeken illustreerde van Honoré de Balzac. Zij was zwanger toen haar man in 1817 door de Nederlandse koning Willem als adjunct-gouverneur naar Java werd gestuurd. Voor de kust van het eiland verging hun schip.

Volgens het boekje Proces Bocarmé, een van de vele die aan het drama met graaf Hippolyte zouden worden gewijd, werd het jonge paar door woeste golven op het strand gegooid, waar zij beviel: "Geen schijn van leven was bij zijne geboorte bemerkbaar, en slechts met het zoute zeewater gelukte het allengs teekenen van leven op te wekken. Verscheidene dagen bevond men zich tusschen leven en dood, blootgesteld aanontberingen en schrik, en het ijselijke van dezen toestand is welligt niet zonder invloed op Hippolyte geweest."

Toen liep ook nog eens het huwelijk van zijn ouders spaak. De markiezin miste het Parijse artistieke wereldje, en keerde in 1924 met Hippolyte en twee zusjes naar België terug. Graaf Julien bleef nog twee jaar op Java, verkende er vulkaankraters waar nog geen mens gekomen was, legde een catalogus aan van lokale vogelsoorten en verwekte een kind bij zijn dienstmeid.

De Belgische revolutie deed zijn carrière geen goed. Hij had altijd Willem I gediend, en nu was er geen functie meer voor hem. Graaf Julien trok in 1834 met de zestienjarige Hippolyte naar het Amerikaanse Arkansas, waar hij - dixit het boekje - ging jagen op "wilde beesten en indianen".

Hippolyte keerde in 1839 terug naar het familiedomein in Bury, bij Doornik. Het boekje: "Thans was de vraag, hoe zijne opleiding verder te voltooien. Men zond hem naar een instituut in Rijsel. Maar een verblijf van acht maanden alhier was ook van zeer weinig vrucht. Het ontbrak den jongeman meer aan vatbaarheid dan aan ijver en goeden wil om te leeren, waarbij nog een met zekere wildheid gepaarde eigenzinnigheid kwam, die hem bv. voor alle godsdienstige grondbeginselen ongevoelig maakte."

Voor vele mensen staat graaf Hippolyte model voor een adel aan wie de industrialisering helemaal voorbij gaat en die teert op titels en erfenissen. Hippolyte vindt een bruid in de figuur van Lydie Fougnies, dochter van een schatrijke en heel oude brouwer. Een win-winsituatie: zij wou graag als gravin aangesproken worden, hij zat met zware schulden.

Lydie had nog een oudere broer, Gustave Fougnies. Die was als uk door zijn vader op een paard gezet en gevallen. Sindsdien ging Gustave door het leven als ziekelijk, zwakzinnig en ook nog eenbenig. Het boekje: "Dat hij in zulk een toestand ongehuwd zou blijven en zijn erfdeel ten slotte aan de Bocarmé ten deel zou vallen, was derhalve allerwaarschijnlijkst."

Gustave Fougnies kwam het grote nieuws zelf brengen bij zijn zus en zijn schoonbroer in het kasteel van Bibremont. Zijn toestand was miraculeus verbeterd, hij had om de hand van een vrouw gevraagd, en zij had ja gezegd. Dag erfenis.

Het lijk van Gustave Fougnies werd op 22 november 1850 aangetroffen op de vloer van de banketzaal van kasteel Bibremont. De politie leek genoegen te nemen met de uitleg van Hippolyte over een beroerte - welke agent zou in 1850 het woord van een graaf in twijfel durven te trekken? De graaf had pech. Bij het parket in Bergen was een jonge beloftevolle chemicus aan de slag gegaan als gerechtelijk expert. Hij heette Jan Stas, en wij kennen hem vandaag van de Jan Stasstraat in Leuven. Er is een straat naar hem genoemd omdat hij beschouwd wordt als de grondlegger van de forensische wetenschap. Hij vond sporen van nicotine-extracten van de tabaksplant in het lijk van Gustave Fougnies. Het was zijn eerste grote zaak, het was de eerste keer dat alkaloïden als bewijsstuk werden gebruikt in een moordzaak.

Op 27 mei 1951 start voor een afgeladen volle assisenzaal in Bergen het proces tegen graaf Hippolyte en gravin Lydie Visart de Bocarmé. Krantenknipsel: "Aan den voet van het tribunaal liggen op verscheidene tafels de verschillende bewijsstukken waaronder enige bokalen welke lichaamsdelen van den ongelukkigen Gustave Fougnies bevatten."

"Ik ben er ooit op aangesproken", zegt Cédric Visart de Bocarmé. "Een oudere vrouw die riep: 'Hoe kan dat nu, de nazaat van een moordenaar die procureur-generaal wordt?' De zaak moet het land destijds diep hebben beroerd."

Op het proces van d(i)e eeuw doen de advocaten van de graaf schamper over de werkmethoden van Stas. Hoe zouden zijn reageerbuisjes in godsnaam geloofwaardiger kunnen zijn dat het woord van een edelman? Het openbaar ministerie komt met dodelijke getuigen, zoals een apotheker uit Gent bij wie graaf Hippolyte op bezoek ging om zich te bekwamen in het onttrekken van nicotine aan een tabaksplant. Zijn idee was gerijpt in Arkansas, waar hij had gehoord over indianen en in giftige plantenextracten gedrenkte pijlen.

Een andere getuige à charge was Lydie Fougnies zelf. Zij beschreef hoe haar eenbenige broer het eerst vertikte om aan het glas wijn te nippen en hoe Hippolyte hem was besprongen: "Drinken zult gij!"

De jury sprak haar vrij. Graaf Hippolyte kreeg de doodstraf. Hij vroeg nog gratie aan Leopold I, maar ving bot. Op 19 juli 1851 werd Hippolyte Visart de Bocarmé op de Grote Markt van Bergen onder massale belangstelling onthoofd.

Graaf Amedée Visart de Bocarmé

"Ik vind het bizar dat we over geen enkele deugdelijke biografie beschikken", zegt de Brugse stadshistoricus Andries Van den Abeele. "Er is ook nog nooit een licenciaatsverhandeling over hem gemaakt. Ik denk dat dat komt doordat het te veel werk zou zijn. Voor één student toch."

Toen Herman De Croo in 2008 zijn veertigste jaar als parlementslid vierde, werd even gedacht dat hij een record op zak had. Niks record. Wil De Croo het ooit breken, dan heeft hij nog drie legislaturen te gaan. Het record staat nogal veilig op naam van graaf Amedée Visart de Bocarmé, die van 1868 tot zijn dood in 1924 zitting had in de Kamer. Hij was ook nog eens burgemeester van Brugge, net geen vijftig jaar lang.

Behalve het Graaf Visartpark, op zijn instructie aangelegd, is er in het Brugse straatbeeld geen enkele straatnaam die de graaf-burgemeester eert. "Dat is de schuld van Hippolyte", denkt Van den Abeele. Het zou in de sfeer van die tijd hebben geklonken als Els Clottemansplein, of Avenue Ronald Janssen nu.

"Maar het zit dieper dan dat", zegt Van den Abeele. "Hier hadden we ook nog eens een Vlaamse weldoener met een Franse naam. Ik kan daar met mijn verstand niet bij, dat graaf Amedée geen vermelding kreeg in de Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse beweging. Hij heeft honderd keer meer betekend voor Vlaanderen dan al die roepers en schreeuwers die men er in de bloemetjes zet."

Amedée Visart de Bocarmé was de zoon van jonkheer Jean-Joseph de Bocarmé, een van de broers tussen Julien en Dieudonné-Gustave in. Hij werd op 4 november 1835 geboren in het kasteel dat zijn vader na zijn huwelijk met een Brugse patriciërsdochter had gekocht in Rooigem. Een beroep heeft graaf Amedée nooit gehad.

"Politiek werd in die kringen beschouwd als een dienst aan het land", zegt Van den Abeele. "Men werd amper vergoed. Toen hij in 1868 verkozen raakte in het parlement, hield hij zich bezig met twee zaken: de belangen van Brugge en de tweetaligheid in het leger. Amedée was van huis uit Franstalig, maar sprak Brugs. Je kon het geen Nederlands noemen, het was Brugs."

Graaf Amedée had zich met velen van zijn stadsgenoten diep geërgerd aan het boek Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach uit 1892. Het eens zo welvarende Venetië van het noorden had na de verzanding van het Zwin alle levenskracht verloren. De graaf had zijn droom in 1883 al van zich af geschreven in zijn boek Een zeehaven in diep water op de Belgische kust. Zo'n haven, vond hij, was een historische noodzaak omdat België in 1831 Zeeuws-Vlaanderen had opgegeven. Dit is wat de graaf dus deed, jaren aan een stuk: lobbyen bij collega-parlementsleden voor een nieuwe haven, in een gebied nabij Heist dat Zeebrugge zou worden genoemd.

In de avond van 23 augustus 1895 keurde de Kamer op voorstel van de graaf een eerste krediet van 5 miljoen frank goed voor de bouw van de nieuwe haven. Hij meldde het nieuws meteen per telegram aan het thuisfront, en volgens een krantenbericht barstte in Brugge een volksfeest los: "De triomfklok luidde, een eindeloze lichtstoet trok door de straten, de muziek galmde, het volk danste en zong, de oude strijdersvielen in elkanders armen, gans de stad trilde van genot."

Graaf Amedée Visart de Bocarmé lag in 1919 mee aan de basis van de eerste taalwetten in het leger. Hij was voorzitter van de Belgische Bosbouwvereniging en van de toezichtsraad van de openbare tuinen in Brussel. Hij bezat het dorp Uitbergen, bij Berlare, met grond en inwoners. Zijn zoon Albert zou er tot 1947 burgemeester blijven. Graaf Amedée overleed op 29 mei 1924, hij werd 88 jaar oud.

"Over zijn grootste verdienste hebben we het nog niet gehad", zegt Andries Van den Abeele. "Hij zag in zijn tijd al in dat het middeleeuwse karakter van Brugge ooit een grote troef zou worden en begon met monumentenzorg. We mogen hem een van de vaders noemen van de historische bezienswaardigheid die Brugge geworden is. Tot zijn dood bleef hij burgemeester, en in de Kamer ook voorzitter van de commissie Openbare Werken. Doordat hij zich niet goed meer kon verplaatsen, kwam de commissie per trein naar Brugge (zucht). Zo'n soort man."

Graaf Léon Visart de Bocarmé

Oudenaarde, het Tacamboraplein. In het midden zien we een standbeeld van een bedroefde dame, starend in de richting van Mexico. Het monument herdenkt de Slag bij Tacámbaro, die op 11 april 1865 het einde inluidde van de Franse aanwezigheid in Mexico. In oktober 1864 verzamelden op dit plein 1.500 Belgische oorlogsvrijwilligers voor een missie die later zou worden beoordeeld als net zo waanzinnig als de keizerin voor wie ze gingen vechten.

Prinses Marie Charlotte, de dochter van koning Leopold I, was op 27 juli 1857 in het huwelijk getreden met de Oostenrijkse aartshertog Maximiliaan. Die was door de Franse president Napoleon III tot keizer van Mexico getroond, maar vooral de keizerin leek te geloven in de toekomst van een Frans keizerrijk in Midden-Amerika. Ze gaf kapitalen uit aan haar hofhouding en gala-avonden en maande haar man aan tot meer ambitie om buurlanden te veroveren. Na een jaar trok Frankrijk op vraag van de Verenigde Staten zijn troepen uit Mexico terug.

Een van de 1.500 vrijwilligers die zich daarop naar Oudenaarde repten om mee te vechten voor keizerin Carlota was Léon Visart de Bocarmé, de jongere broer van graaf Amedée. De op 21 december 1837 in Sint-Kruis geboren Léon studeerde aan de Koninklijke Militaire School en behaalde in 1862 de graad van luitenant. Volgens de familiekronieken "gedroeg hij zich moedig tijdens de gevechten" en werd hij aan het front tot majoor gepromoveerd. Op zijn graf, op het kerkhof van Sint-Kruis, wordt hulde bracht aan de heldendaden in Mexico, al maakte dat weinig uit. Nadat de Belgen in de pan waren gehakt (of gevlucht) stierf Maximiliaan op 19 juni 1867 voor een Republikeins vuurpeleton.

Tot haar dood, in kasteel Boechout in Meise in 1927, bleef prinses Charlotte geloven dat ze nog altijd keizerin was. "Haar bruidsjurk, verlepte bloemen en een gevederd Mexicaans afgodsbeeld hingen aan de muur", heet het in een biografie. "Ze bracht haar dagen door in gesprek met een levensgrote pop in een keizerlijk gewaad die zij aansprak als Max."

Het leven van de prinses werd in 1939 verfilmd, met een hoofdrol voor Bette Davis. In Mexico bood ze inspiratie voor verschillende romans en een musical.

Er stond geen maat op de koningssliefde bij de leden van het 'Regiment Charlotte', toen die op 14 oktober 1864 werden uitgezwaaid in het station van Oudenaarde. Doordat koning Leopold had nagelaten de goedkeuring van het parlement te vragen, hadden ze een troebel mandaat. Vele soldaten deden afstand van hun rang om te mogen vechten voor de dochter van hun koning. Zo'n 700 Belgen kwamen om.

Léon Visart de Bocarmé keerde in 1867 naar België terug en vestigde zich in het West-Vlaamse Alveringem. Hij werd er verkozen tot katholiek volksvertegenwoordiger, en zo zaten nu twee broers zij aan zij in de Kamer. Volgens de familiekroniek had de politicus Léon "vooral belangstelling voor militaire aangelegenheden en taaltoestanden in het leger". De geschiedenisboekjes vermelden hem omdat hij zich onthield bij een stemming over de wet op de kinderarbeid, en omdat hij in 1899 als quaestor de rijkswacht opvorderde bij een manifestatie tegen het cijnskiesrecht.

Graaf Léon werd naar het einde van zijn leven toe verbitterd, over de nederlaag in Mexico en door zijn problemen in het casino. Gokschulden verplichtten de graaf om in de herfst van zijn leven zijn kasteel in Alveringem te verkopen. Hij stierf op 10 juli 1900.

Jonkheer Philippe Visart de Bocarmé

De Belgische revolutie, de oorlogen, de kolonies, de crisis van de adel, de havens: geen grote 19de-eeuwse evolutie zonder een Visart de Bocarmé op de voorgrond. In de 20ste eeuw trokken ze zich terug op hun domeinen, werden ze burgemeester in dorpen als Uitbergen, Temploux of Emines. Of magistraat en kunstmecenas, zoals Ferdinand Visart de Bocarmé, grootoom en voorbeeld van Cédric Visart de Bocarmé. "Bij hem ging ik nog blokken. Er was natuurlijk nog mijn grootvader, Philippe Visart de Bocarmé."

Jonkheer Philippe deed niet aan politiek, toch niet zichtbaar. Hij was krijgsgevangene in Duitsland geweest tijdens de Eerste Wereldoorlog, en daarna landbouwingenieur en grootgrondbezitter. In juni 1939, net voor de Duitse inval in Polen, vertegenwoordigde hij België op het Internationaal Landbouwcongres in Dresden.

Jonkheer Philippe de Bocarmé verlegt zijn steen in de rivier België halverwege de jaren zestig, zonder dat iemand het ziet. Hij is dan voorzitter van de Unions Professionnelles Agricoles (UPA), de tegenhanger van de Boerenbond. Geconfronteerd met de eerste slogans 'Walen buiten' op Leuvense muren is professor Michel Woitrin in 1963 in het allergrootste geheim aan het hoofd gezet van een studiegroep die een gedeeltelijke verhuizing van de Leuvense universiteit moet uitdokteren. Er wordt niet meteen gedacht aan een splitsing, maar aan een uitbreiding. Het oog van de planners en de Franstalige bisschoppen is gevallen op enkele landbouwgronden van Philippe Visart de Bocarmé nabij Hamme-Mille, het eerste dorpje dat je tegenkomt als je vanuit Leuven langs de oude steenweg naar Waver rijdt. Daar, bijna pal op de taalgrens, moest de Franstalige campus komen. Maar de UCL, de universiteit van Louvain-la-Neuve, kwam niet daar. Ze zou vijftien kilometer verder zuidwaarts gebouwd worden, in Ottignies.

Pas in 2006, bij de opening van een tentoonstelling over 40 jaar universiteit van Louvain-la-Neuve, getuigden de hoogbejaarde Woitrin en enkele andere pioniers over hoe dat was gekomen. "Er was een brief, ondertekend door Philippe Visart de Bocarmé, die het had over een economische aberratie", zegt Cédric du Monceau, schepen voor cdH in Ottignies en zoon van de toenmalige burgemeester. "Het perspectief van een lange strijd voor onteigeningen van de terreinen van Philippe Visart de Bocarmé was een van de doorslaggevende argumenten."

Een familiefoto uit 1985 toont ons de hoogbejaarde Philippe Visart de Bocarmé met een bos kinderen en kleinkinderen rond zich, op zijn domein in Beumont. Hij ziet er voldaan uit. "Daar sta ik, de eerste van links", wijst de kabinetschef-magistraat. "Met die rare bril." Invloedrijk? De vraag blijft hangen.

"Als ik naar die stamboom kijk, zie ik wat ik al langer weet. In dit leven zijn wij allemaal slechts passanten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234