Donderdag 26/11/2020

De Nieuwe Mens

Vinden we privacy straks verdacht?

Beeld Eline Van Strien

De digitale revolutie heeft onze opvattingen over privacy grondig door elkaar geschud. We delen steeds meer met elkaar, publiek wordt stilaan het nieuwe normaal. Gaan we daar ooit nog spijt van krijgen? Of kan totale openheid betere mensen van ons maken? De toekomst van privacy, nu al voor u ontsluierd.

Een zondagnamiddag in januari. Ik bevind me met vrouw en kind in café Monk in Brussel. Achteraan in het café zijn mensen aan het dansen op muziek die mijn brein gemakshalve als ‘jaren twintig-tunes’ catalogeert. Een tachtiger laat een leeftijdsgenote alle hoeken van de dansvloer zien. Mijn vrouw vindt de swingende senioren aanstekelijk en filmt hen met haar smartphone. De man en de vrouw in kwestie, beiden in de zevende danshemel, merken het niet eens op.

Wanneer mijn vrouw het filmpje later op Facebook wil zwieren, vraag ik haar of dat wel een goed idee is. “Misschien was de danspartner van die man zijn maîtresse”, zeg ik. “En zal zijn wettige echtgenote jouw filmpje ooit te zien krijgen. Waarna die arme mensen alsnog van elkaar zullen scheiden en eenzaam en verbitterd zullen sterven in twee ver uit elkaar gelegen kamers in rusthuis Vogelzang.” Mijn vrouw besluit om het filmpje maar niet te posten. “Die oude man zag er zo gelukkig uit”, zegt ze.

Katleen Gabriels, docente filosofie en ethiek aan de TU Eindhoven, is blij dat het concept privacy ten huize Selfslagh-Wachters de digitalisering overleefd heeft. Volgens haar is sharing niet altijd caring. “Romanie Schotte, onze vorige Miss België, kwam in opspraak omdat ze op Instagram een foto had geplaatst van een zwarte man en daar bij wijze van onderschrijft een drol-emoji had onder gezet. ‘Is onze nieuwe Miss België racistisch?’, vroeg iedereen zich af. Op zich een terechte discussie. Maar waar niemand bij stilstond, was dat de privacy van die man geschonden was. Romanie Schotte had hem niet gevraagd of ze een foto van hem mocht nemen. En toch werd hij plots duidelijk herkenbaar opgevoerd in alle sociale en traditionele media. Het zal je maar overkomen.”

“Dat we elkaar zonder toestemming filmen en fotograferen, is tekenend voor deze tijd”, zegt Gabriels. “We leiden een publiek leven van in de buik tot in het graf. Nog voor we geboren zijn, staan we al in foetusversie op Facebook en Instagram. En na onze dood kunnen onze nabestaanden op onze grafsteen een QR-code aanbrengen. Zo kunnen de mensen die ons graf bezoeken naar onze Spotify-speellijsten luisteren, onze Facebook-berichten herlezen en een bedroefde blik op onze Instagram-selfies werpen. De digitalisering heeft onze hang naar zichtbaarheid en transparantie duidelijk doen toenemen.”

Big brother loves big data

In 2007 verscheen Blind Faith van de Engelse schrijver Ben Elton: een roman over een postapocalyptische maatschappij waarin radicale transparantie de nieuwe norm is. In de imaginaire samenleving van Elton weet iedereen alles over iedereen. Wie er nog een privéleven op nahoudt, krijgt het etiket ‘onbetrouwbaar’ opgespeld. Want: ‘Als je een eerbaar leven leidt, hóéf je helemaal niks voor jezelf te houden.’

Het zijn woorden die verdacht veel lijken op het mantra waarmee politici privacybeperkende anti-terreurmaatregelen verantwoorden: ‘Wie niks te verbergen heeft, heeft niks te vrezen.’ Zijn ook wij van privacy iets verdachts aan het maken? Katleen Gabriels herkent in ieder geval de tendens. “Als je vandaag solliciteert, word je gegoogeld. Komen potentiële werkgevers niks over jou te weten, dan zullen ze geneigd zijn dat verdacht te vinden: ‘Wat heeft die allemaal te verbergen?’”

Katleen GabrielsBeeld Karel Duerinckx

Ook Mark Coeckelbergh, technologiefilosoof aan de universiteit van Wenen, ziet onze opvattingen over privacy evolueren. “Op sociale media scherm ik mijn privéleven volledig af. Daardoor denken sommige mensen dat ik buiten mijn werk geen leven heb. Wat niet gedeeld wordt, bestaat blijkbaar niet langer.”

In China bepaalt je onlineleven straks ook je offlinetoekomst. Al sinds 2015 experimenteert de Chinese overheid met het zogenaamde Sociaal Krediet Systeem: een beoordelingsstelsel dat alle Chinezen een score toekent voor hun onlinegedrag. De criteria die je persoonlijke score bepalen, zijn onder meer: je financiële kredietwaardigheid, de meningen die je op sociale media ventileert en de indruk die je op je medeburgers maakt. Als je slecht scoort, riskeer je jobs mis te lopen, geen huisvesting meer te vinden of niet langer leningen te krijgen.

Het Sociaal Krediet Systeem wordt door Xi Jinping en de zijnen verkocht als een instrument dat de Chinezen moet helpen om betere mensen te worden. Maar je hoeft geen liefhebber van complottheorieën te zijn om er vooral een vorm van surveillance in te zien: hightech toezicht, bedoeld om iedereen in het socialistische gareel te laten lopen.

Peter HinssenBeeld Karel Duerinckx

Technologieondernemer Peter Hinssen waarschuwt voor een westerse bias. “China is drastisch aan het veranderen: het bevolkingsaantal groeit er exponentieel, het land is in een recordtempo een economische grootmacht aan het worden. De overheid móét de Chinezen haast wel een collectieve gedragscode opleggen. Het is dat of in de totale chaos belanden.”

“Vroeger dacht ik: al dat geleuter over het collectief, de Chinezen zullen op een dag wel uit hun droom ontwaken. Vandaag denk ik: het is het Westen dat wakker moet worden. Ook wij zullen meer de klemtoon op het collectief moeten gaan leggen. We kunnen niet nog meer mensen op deze planeet zetten zonder een aantal individuele vrijheden op te geven.”

“Wat hebben wij Belgen de afgelopen dertig jaar gedaan om de opwarming van de aarde tegen te gaan? We zijn pmd-zakken gaan gebruiken. That’s it. Voor de rest verbruiken we nog altijd evenveel fossiele brandstoffen als in 1980. Want: iedereen blijft zijn individuele recht claimen om met een dieselwagen te rijden. Dat is niet langer houdbaar. Ook wij zullen moeten toestaan dat ons gedrag collectief gestuurd wordt. En dat we daarvoor een stuk van onze privacy zullen moeten inleveren.”

Fietsen in Tenerife

Ook vandaag beschouwen we privacy echter niet als ons meest kostbare goed. Zolang we de digitale diensten van Google & co gratis mogen gebruiken, staan we met de glimlach toe dat ze onze persoonlijke data aan de meest biedende doorverkopen. ‘Hoe erg kan het zijn dat Facebook doorvertelt dat ik van Kendrick Lamar hou?’, lijken we te denken.

Maar volgens Katleen Gabriels beseffen we nog niet half hoevéél gegevens we over onszelf prijsgeven. “Heel veel data worden op een onzichtbare manier opgeslagen. Iedereen denkt dat de berichten die je via Snapchat verstuurt al na een paar seconden verdwenen zijn. Maar het is al gebeurd dat Vlaamse meisjes afgeperst werden door hackers die op Snapchat naaktfoto’s van hen hadden onderschept. Digitale discretie is bijna een contradictio in terminis.”

Ook Peter Hinssen moest onlangs constateren dat digitaal zowat een synoniem is voor openbaar. “Ik was met een vriend aan het mailen over waar onze volgende fietstrip naartoe zou gaan. ‘Misschien moeten we eens in Tenerife gaan fietsen’, schreef ik. De volgende dag kreeg ik een advertentie van Google voorgeschoteld waarin mij een hotel in Tenerife werd aangeprezen. De advertentie vermeldde zelfs de kamerprijzen voor de periode waarover ik met mijn fietsbuddy gemaild had. Ik vond dat aanvankelijk nogal kras. ‘Waar haalt Google het recht vandaan om zonder mijn toestemming mijn privémails te lezen?’, dacht ik. Maar mijn vriend zei: ‘Vind je het hotel dat je wordt aangeraden een goed hotel? Ja? Stop dan met zagen over je privacy en wees blij dat Google je drie uur zoekwerk bespaard heeft.’ Hij had nog een punt ook, vond ik.” (lacht)

Het verhaal van Hinssen roept een weinig gestelde vraag op: móéten we onze privacy niet voor een deel opgeven om van de meerwaarde van technologie te kunnen genieten? Is het prijsgeven van persoonlijke interesses geen noodzakelijke voorwaarde om het internet consulteerbaar te maken? Rogier De Langhe, economiefilosoof aan de UGent, knikt bevestigend. “Het internet, dat zijn miljarden websites and counting. Als je Google niks over jezelf vertelt, kan je in die veelheid van informatie geen enkele betekenisvolle orde aanbrengen. Dan verzuip je gewoon in de complexiteit van het internet.”

Francis HeylighenBeeld Karel Duerinckx

Ook Katleen Gabriels erkent dat het best zinvol kan zijn om een deel van je privacy op te geven. “Uit Vlaams onderzoek blijkt dat hulpbehoevende senioren er geen probleem mee hebben dat er in hun huis sensoren en camera’s worden aangebracht. Wat ze daardoor inboeten aan privacy krijgen ze immers terug in de vorm van autonomie: ze kunnen langer thuis blijven wonen.”

Volgens VUB-cyberneticus Francis Heylighen mag het privacydebat geen alles-of-niets-debat zijn. “Dat er elementen uit ons privéleven publiek worden, is op zich geen probleem”, zegt hij. “Alleen moeten we zelf kunnen beslissen wat er privé blijft en moeten we weten wat er gedaan wordt met de informatie die we delen. En dat laatste is vandaag wél een probleem: we hebben geen flauw idee van wat de technologiebedrijven met onze gegevens precies aanvangen.”

Privacy als luxeproduct

Om ons opnieuw meer controle over onze data te geven, heeft de Europese Commissie een nieuwe privacywetgeving uitgedokterd: de General Data Protection Regulation, GDPR voor de vrienden. De nieuwe voorschriften worden van kracht op 25 mei en moeten onze privégegevens beter beschermen tegen misbruiken van allerlei aard. NRC Handelsblad-journalist Wouter van Noort juicht het wetgevende initiatief van de EU toe. “Ik heb lang gedacht: privacy is dood, we pruttelen enkel voor de vorm nog wat tegen. Maar nu maakt Europa de technologiebedrijven duidelijk dat het ongebreideld capteren van data niet langer kan. Europa speelt op digitaal gebied geen pioniersrol, maar misschien is er voor het oude continent wel een rol weggelegd als digitale politieman. Als behoeder van de liberaal-humanistische waarden.”

Peter Hinssen is géén fan van het GDPR-pakket. “Ik begrijp dat er gediscussieerd moet worden over de bescherming van privégegevens”, zegt hij. “Alleen had aan die discussie een fundamentele denkoefening vooraf moeten gaan. Wat betekent privacy nog in een digitaal genetwerkte wereld? Hoe kunnen we het individuele belang van privacy verzoenen met het maatschappelijke nut van transparantie? Als de EU dát gedaan had, had ze ons op de toekomst voorbereid. Nu legt ze een nieuwe wereld oude denkbeelden over privacy op.”

Een andere kritiek op de Europese privacyrichtlijnen is dat ze digitaal ondernemen bemoeilijken. De strenge houding van Europa met betrekking tot privacy maakt digitale innovatie onmogelijk, zegt Proximus-CEO Dominique Leroy aan al wie het horen wil. Gabriels vindt het een dooddoener. “Medicijnen worden eindeloos getest voor ze op de markt komen. En dat vinden we volstrekt normaal. Maar als het over informatietechnologie gaat, zeggen we: niet reguleren, anders staan we innovatie in de weg. Ik vind dat vreemd. Volgens mij is het perfect mogelijk om als ondernemer te zeggen: ‘Dit is ons speelveld, binnen deze krijtlijnen gaan we creatief zijn.’”

Misschien, opper ik in een zeldzaam libertaire bui, hebben we helemaal geen regels nodig. Misschien volstaan de mechanismen van de vrije markt wel om ons tegen al te drieste inbreuken op onze privacy te beschermen. Als Facebook en Google het wagen om ons vertrouwen manifest te schenden, zijn ze toch binnen de kortste keren failliet? “Ik zou maar niet teveel hopen op zelfregulering”, zegt Gabriels. “De grote technologieondernemers gaan heus niet op eigen initiatief zeggen: ‘Laten we ons vandaag eens beraden over onze ethische normen.’”

“Google hééft nochtans ooit een ethicus in dienst genomen”, zegt Wouter van Noort. “Designer Tristan Harris, door The Atlantic omschreven als ‘the closest thing Silicon Valley has to a conscience’. Zijn opdracht was om de productontwikkelaars van Google een ethische spiegel voor te houden en hen te helpen om hun job op een verantwoorde manier te doen. Na drie jaar heeft hij het opgegeven: het businessmodel van Google bleek zijn ethische standaarden telkens weer te overrulen.”

Wouter van NoortBeeld Karel Duerinckx

“Maar Google probéért tenminste nog”, zegt Van Noort. “Mark Zuckerberg heeft een minder geruststellende reputatie. In 2004, toen Facebook nog een onlinetool was voor Harvard-studenten, was hij op een avond aan het chatten met een studiegenoot. Die vroeg hem hoe het kwam dat zoveel studenten hem hun persoonlijke gegevens toevertrouwden. Het antwoord van Zuckerberg: ‘They trust me. Dumb fucks.’ Ik wil nog aannemen dat dat een grap was. Maar ook humor vertelt iets over mensen.”

Kan privacy voor de technologiebedrijven ooit een verdienmodel worden? Spreken we straks met Google af dat we elke maand wat abonnementsgeld op hun rekening storten als ze onze data niet langer verkopen? “Ik ben best bereid om voor de diensten van Google te betalen”, zegt Wouter van Noort. “En ik maak me sterk dat ik niet de enige ben. Het probleem is alleen dat privacy dan iets voor de gefortuneerden wordt. Terwijl het voor iedereen een grondrecht hoort te zijn.”

Tot slot: is er sprake van een generatieverschil? Willen veertigers nog overwegen om hun privacy terug te kopen, maar is het voor twintigers al lang een achterhaald concept? “Dat betwijfel ik”, zegt Katleen Gabriels. “Jongeren zijn onder elkaar best openhartig. Maar dat betekent nog niet dat ze privacy onbelangrijk vinden. Ze willen zich vooral afschermen van autoriteitsfiguren, zoals ouders en leerkrachten. Jongeren wier ouders nogal actief zijn op Facebook, hebben de gewoonte om naar Snapchat of Whatsapp te trekken. Daar hebben ze géén last van meelezende volwassenen. En ik begrijp hen volkomen. Jongeren móéten voor hun ouders geheimen kunnen hebben. Een tiener die niks te verbergen heeft, is gewoon een slechte tiener.” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234