Woensdag 26/01/2022

Vijftig worden zet je aan het denken, zeker in dit vak

Modeontwerper Dries Van Noten

Met El Tattoo del Tigre, Gabriel Rios en meer dan vierhonderd gasten vierde de Antwerpse modeontwerper deze maand op de Scheldekaaien zijn vijftigste verjaardag. Maandagavond mag hij in New York de award voor Best International Designer in ontvangst te nemen van de Council of Fashion Designers of America (CFDA). In de luwte tussen de twee evenementen hadden we met hem een openhartig gesprek over ouder worden in de mode, leven in Antwerpen, Cate Blanchett kleden en het belang van toeval.

Door Agnes Goyvaerts / Foto Stephan Vanfleteren

De shows van Dries Van Noten in Parijs zijn legendarisch. Soms intiem, soms met spektakel, doch nooit zonder emotie. Niet alleen ontwerpt hij prachtige kleren, Van Noten weet hoe je mensen moet ontvangen en hen een goed gevoel geven. Dat bewees hij ten overvloede op zijn recente verjaardagsfeest, waarvoor hij vrienden en medewerkers had uitgenodigd. Maar zelf blijft hij altijd alert, de perfecte gastheer en wakend over de goede gang van zaken. Je moet van goeden huize zijn of heel veel geduld hebben om een Van Noten te zien die even de wereld rondom zich vergeet. Tijdens interviews is hij charmant, maar bedachtzaam. "Hoe zal ik het formuleren...?" is een bekende tussenzin. In zijn kantoor in het voormalige pakhuis Godefridus, aan de oude haven van Antwerpen, kijken we samen uit over de zich wijzigende skyline en opent hij toch zijn hart.

"Vijftig worden is wel wat, ja, vooral in het vak waarin ik zit. Het zet je aan het denken. Ik heb het er eerlijk gezegd niet zo gemakkelijk mee. In discussies over modellen en over de collectie hebben we het altijd over vijftigplussers en ineens hoor je daar zelf bij, dringt het tot je door dat je over jezelf bezig bent. (relativerend) Ach, we kunnen niet terug, hé. (lacht) Maar plots komen er vragen op je af zoals: 'Hoelang denk je nog verder te doen?' 'Wat zijn je bedoelingen met de firma?' Zo lang je geen vijftig bent, wuif je dat weg. Nu ga je wel even nadenken: wil ik zoals Armani en Lagerfeld tot... tot in de eeuwigheid blijven werken? Wil ik altijd jong blijven doen? Wil ik mijn leeftijd dragen? In de mode word je daar voortdurend mee geconfronteerd. Maar als ik met mijn team aan het brainstormen ben, vind ik dan weer vaak dat ik nog de jongste van ideeën ben, terwijl daar mensen van 25, 26 jaar bij zitten. Ik voel me nog heel jong, dat ik die award heb gekregen is daar ook een beetje het bewijs van. Meestal gaat die prijs naar mensen die zich internationaal confirmeren, en als ik die op mijn leeftijd nog krijg, wil het toch wat zeggen."

"Vorige week was Suzy Menkes hier (de invloedrijke moderedactrice van The International Herald Tribune, ze wijdde dinsdag een volledige pagina aan DvN, AG). Onvermijdelijk kwam het onderwerp leeftijd ook met haar ter sprake. Ze zei iets wat ik eigenlijk wel aandoenlijk vond. Het vreemdste voor haar, zei ze, is dat nu Valentino en Saint Laurent gestopt zijn, ze iedere ontwerper die nog bezig is, heeft weten te beginnen. Dat is ook voor haar heel confronterend.

"Mode is een boeiend vak en het heeft met leeftijd te maken, maar het is ook veranderd. Vroeger probeerde iedereen zich met mode jonger voor te doen dan hij of zij was. Dat is niet meer zo. Wij wonen in Lier aan de Dijk van de Nete en als we daar de derde leeftijd voorbij zien komen denk ik vaak: wat moet de jeugd nog aantrekken? Elke zeventigplusser die zichzelf respecteert, draagt vandaag een driekwartsbroek, een T-shirt en een baseballpet. Terwijl er soms jonge gasten voorbijfietsen in een pak met hemd en das. Mode heeft nog wel haar codes, maar de grenzen zijn toch erg vervaagd. Vroeger zou een jong meisje nooit dezelfde handtas willen dragen als haar moeder of haar grootmoeder. Terwijl nu, als er Vuitton op staat...

"Toen ik begon als ontwerper waren wij erg revolutionair, want ik had mijn eigen fotokopieermachine. Er zat een rol papier op, die je moest afscheuren, en als je de kopie twee dagen in het daglicht liet hangen, stond er niets meer op. Ik was heel trots, want wij hadden ook onze eigen telex. Als ik zulke dingen vertel aan mijn assistenten, wanneer ze nog maar eens naar de kopieermachine lopen, dan word ik weer met mijn neus op mijn leeftijd gedrukt, ik ben toch al een tijdje bezig.

"Het is niet zo dat ik pijnlijk jong wil gaan doen, ik wil niets forceren. Anderzijds wil ik ook niet mee verouderen. Ik geloof in mijn collecties, die zijn juist, die spreken een breed cliënteel aan en dat wil ik zo houden. Waar ik blij mee ben, is dat ik soms drie generaties kleed, dat de moeder, de dochter én de grootmoeder bij me kunnen kopen. Een heel jonge vrouw is minder geneigd designerproducten te kopen dan een jonge man. Bij Selfridges in Londen bijvoorbeeld kopen jonge jongens gemakkelijker een designer-T-shirt of een pak, terwijl de meisjes veeleer naar goedkopere spullen grijpen - wat ik best begrijp -, die ze dan combineren met een duurdere handtas of schoenen. Dat geldt niet alleen voor onze collectie, dat is een algemeen verschijnsel. Oudere dames hebben natuurlijk meer budget, maar ik wil niet te veel van het ene of van het andere, ik wil niemand uitsluiten. Ik heb ook geen bepaald type man of vrouw in gedachten van wie ik denk: die wil ik nu aankleden. Voor mij is het de persoon die telt, iemand die de kleren kan interpreteren, die er zichzelf in kan zijn. Dat is heel belangrijk. Dan speelt de leeftijd ook minder.

"Wij maken ook geen reclame. Enerzijds is dat historisch zo gegroeid, omdat we er in het begin het budget niet voor hadden, anderzijds omdat het beperkend is. Want dan moet je een type kiezen en de vraag stellen: is 'de Dries Van Notenvrouw' een blondine, een donkere, een rosse? Is het een felle, een kalme? Is het een romantische, een rockchick? Zodra je een type kiest, elimineer je en zeg je eigenlijk: jij past niet in onze stijl of in ons imago en dat wil ik niet. Daarom zorgen we er bij de casting voor de defilés voor dat er nuances in zitten. We kiezen natuurlijk een algemene lijn, maar er zijn toch voldoende verschillen tussen de modellen. Omdat ik het echt wel belangrijk vind dat de kleren worden gedragen en niet dat de kleren de persoon dragen. Ik herhaal het vaak, mode mag geen dictaat zijn. Dat is ook het boeiende aan multilabel stores, die helaas aan het verdwijnen zijn. Wij hebben een heel grote collectie en winkels kunnen hun eigen visie kopen van een ontwerper. Linda Dressler in New York bijvoorbeeld koopt verschillende merken aan en hangt ze allemaal door elkaar gemengd in de rekken. Dat is fantastisch. Zo moet mode eigenlijk zijn."

"Ik ben groot geworden met mode en kleding. Ik heb maar tot het vierde jaar bij de jezuïeten op school gezeten, toen hebben ze me vriendelijk verzocht ergens anders te gaan studeren. Ik was een stoute jongen, ja. (lacht) Neen, neen, ze merkten ook wel dat ik pas openbloeide in de tekenles en creativiteit is nu niet bepaald wat bij de jezuïeten het meest gestimuleerd wordt. Maar toch, ik heb er zeker wat van meegedragen, een manier van denken wellicht. Je zit daar toch vele jaren. Hoewel het moeilijk te zeggen is wat nu precies in je genen zit, wat je mee hebt gekregen van je opvoeding thuis, wat van school. Ook ontmoetingen vormen je, Phara Van den Broeck, Walter Van Beirendonck, Martin Margiela, Ann Demeulemeester... op het juiste moment hebben die mijn pad gekruist en dat zijn allemaal dingen die mij hebben gevormd.

"Het was niet vanzelfsprekend dat ik ontwerper zou worden. Ik ben groot geworden met kopen en verkopen. Aanvankelijk ging mijn idee daarnaar uit, maar eenmaal op de academie vond ik het plezant om die dingen ook zelf te maken. Ik ben, terwijl ik nog studeerde, al begonnen met professionele collecties te tekenen, sportswear, tenniskleding, kinderkleding... Toen ik stopte aan de academie had ik al vijf, zes collecties gemaakt, onder meer voor Sowa, Donnay, Go On en Oké, een Italiaanse collectie in de stijl van Benetton.

"Men vraagt me vaak wat het geheim is van de Belgische mode. Ja, wat is dat? We hebben elkaar op de academie leren kennen, er was Helena Ravijst (die de eerste Gouden Spoelwedstrijden heeft georganiseerd, AG), we zijn, gedwongen door omstandigheden, 'de zes van Antwerpen' geworden. Sommige landen hebben daarna de formule proberen over te planten, maar dat blijkt niet te werken, zoiets moet natuurlijk ontstaan. Wij waren er met de juiste mensen op het juiste moment.

"Toen wij begonnen, in 1976-'77, was bijvoorbeeld het gebruik van linnen in kleding iets wat nooit was gezien, het was een nieuwe trend die uit Italië kwam. Direct daarna kwamen Montana en Mugler, dan Gaultier, vervolgens de Japanners (Yohji Yamamoto, Comme des Garçons, AG). We spreken dan over 1983. Daarna kwam de periode van de Engelsen, van Katharine Hamnett met haar slogan-T-shirts, John Galliano met zijn afstudeercollectie. Het was een ongelooflijke tijd, er gebeurde zoveel! Nu is het veel complexer, anders. Wij hadden jammer genoeg niet de communicatiemiddelen die jonge mensen nu hebben.

"Als jonge ontwerper kun je vandaag bij de grote groepen aankloppen, maar er zijn toch nog altijd mogelijkheden om op eigen benen te staan. Dat is een van de redenen, denk ik, waarom ik de prijs in New York krijg. Het is natuurlijk voor de kleren die ik maak, maar er is ook een enorme appreciatie voor het feit dat wij volledig onafhankelijk zijn, dat wij mode maken op onze manier. Wij maken geen reclame, wij volgen de regels niet, wij doen niet mee aan cruisecollecties en biscollecties en jeans en parfums. Wij worden beschouwd als typevoorbeeld van hoe mode ook op andere manieren kan en daarvoor oogsten we grote bewondering.

"Als iedereen in het systeem van de grote concerns zit, springen wij eruit, als iets heel persoonlijks, heel anders. Men ziet dat het echt kan, op eigen benen staan en het financieel en creatief volhouden. Een paar jaar geleden was het, zeker in de Amerikaanse pers, ondenkbaar dat er over je bericht zou worden als je geen advertenties kocht in de modebladen, of geen deel uitmaakte van een grote groep. Dit jaar haalden we in januari de cover van de Amerikaanse Vogue, in februari kregen we zes of zeven pagina's binnenin, in maart nog eens een dubbele pagina. Dat is onwaarschijnlijk, echt een cadeau. Vroeger achtten we dat onmogelijk. Ook dat is een teken dat er waardering komt voor je manier van werken."

"Mensen in het bedrijf zijn heel belangrijk. Neen, mijn familie zou ik ze niet noemen, maar je bouwt er wel samen alles mee op. Heel wat mensen zijn al tien, vijftien jaar bij ons, dat is uitzonderlijk in dit beroep. Ik heb het geluk dat we intussen zo groot zijn geworden, maar het moet plezierig blijven. Ik wil werken met mensen met wie het aangenaam omgaan is. Zodra er geen vriendschap of plezier bij komt, hoeft het voor mij eigenlijk niet meer. Dat is ook de manier waarop we zijn gegroeid. De goede contacten die we indertijd hebben gelegd met Joyce Ma bijvoorbeeld (invloedrijke Aziatische eigenares van modeboetieks, AG) hebben ervoor gezorgd dat onze winkel in Hongkong er is gekomen.

"Het is niet dat wij tienjarenplannen zitten te maken: we willen een winkel hier en volgend jaar één daar. Oké, we zijn sterk aan het groeien, maar als het niet kan met de juiste mensen, dan liever niet. In Japan zijn we vier jaar geleden gestopt. Nu hebben we een winkel in Hongkong, die in Singapore is geopend in september, dat is een heel mooie geworden, in Seoel hebben we vier shop-in-shops, we hebben Dubai geopend in april, Koeweit volgt in juni. Moskou komt eraan in september, San Francisco, Miami, Londen, we zijn overal nu...

"Parijs is een keerpunt geweest. Dat was een confirmatie, daar hebben we echt kunnen tonen: dit zijn wij. De locatie (op de Seinekaai, in de antiquairsbuurt, AG) hadden we natuurlijk al mee, het was liefde op het eerste gezicht. De winkel hebben we ingericht als was het ons eigen appartement. Ik begrijp u wanneer u zegt dat er een drempel is. Je moet er aanbellen, maar dat kan niet anders, met al die unieke foto's die er hangen, die schilderijen, die objecten. Ik kan toch niet alles in de muur vast gaan schroeven? We hebben wel gezorgd dat er heel goed personeel staat, verschillende types ook. Eenmaal binnen denk ik dat iedereen er zich op zijn gemak voelt."

"In den beginne denk je dat de zaken gemakkelijker zullen worden als je groter wordt. Zo naïef ben ik niet meer. Het blijft verrassen, altijd weer komen er problemen die je niet verwacht. Of ik bij een fabrikant nu tweehonderd meter stof, of tweeduizend of twintigduizend meter koop, het blijven risico's. Ze blijven onverwachte fantasietjes doen die je liever niet zou hebben, zoveel verandert er niet.

"Ook wordt de hele modebusiness moeilijker. Produceren gebeurde vroeger in België, nu zou ik nog wel willen, maar het kan niet, er zijn gewoonweg geen fabrikanten die dat aankunnen. Dus je moet naar het buitenland en dat wordt ook wat ingewikkelder. Hetzelfde met de defilés. Men denkt soms dat het routine wordt, maar integendeel, het brengt iedere keer meer stress. De mensen gaan zoveel van ons verwachten! Op een bepaald moment hebben we gezegd: we moeten ons de vrijheid kunnen permitteren om eens een sober defilé te doen. Na nummer vijftig zijn we even gestopt met spektakel. Want net voordien hadden we de show met de 400 discoballen gehad, en die met de zoveel duizenden kerstlichtjes. Elke keer deden we er nog een schep bovenop. Toen heb ik besloten: als we zin hebben in spektakel, dan doen we spektakel, maar we moeten onszelf ook de kans gunnen ook nog eens een sober defilé te doen.

"De laatste twee vrouwendefilés hebben we iets gedaan wat we nog nooit tevoren hadden gedaan: de winter was een exacte herhaling van het zomerdefilé, met hetzelfde licht, op dezelfde plaats. Ik wou laten zien dat ik die cinema niet nodig heb, kijk gewoon eens naar de kleren, tenslotte gaat het daarover."

"Ik heb al wat mensen van mijn firma verloren en dat doet heel erg pijn. Ook over het feest voor mijn vijftigste verjaardag hing die schaduw. Annemie (een van zijn medewerksters van het eerste uur, AG) overleed enkele dagen voordien. Dat doet je ook weer eens nadenken, hé. Eerst Christine (Mathys, de medestichtster van de firma en klankbord van Dries, AG), dan Patricia, na een lange strijd, nu Annemie. Ik had haar nog gezien op de begrafenis van Patricia en ze wist dat ze voor een operatie stond. 'Maar ik kom die ingreep wel te boven', zei ze, 'en ik wil zeker op het feest zijn. Ik kijk er zo naar uit om iedereen terug te zien.' Het heeft niet mogen zijn, dat is triest.

"Wat de dood van Christine precies heeft meegebracht, is moeilijk te zeggen, het is ook allang geleden. Persoonlijk was het natuurlijk een zeer zware dobber. Als creatief persoon heb je een klankbord nodig en iemand de boel bestiert. Zij was iemand met enorm veel charisma en uitstraling, en zij was een stuk van het bedrijf. Doordat ze al een tijd ziek was, wisten we wel dat de firma ook zonder haar kon draaien.

"Het moeilijkste was dat haar wegvallen samenviel met een keerpunt in de mode. Het was het ogenblik waarop alle jonge ontwerpers begonnen samen te werken met de grote groepen. Helmut Lang en Jil Sander met Prada, Stella McCartney en Alexander McQueen met de Guccigroep, alle collecties werden opgekocht of verkochten zich. Onze Duitse markt is toen in een paar maanden tijd helemaal veranderd. Want de multimerkenwinkels kwamen onder zware druk te staan. De grote groepen zegden: als je díé collectie wilt verkopen, moet je ook dié en dié andere van ons nemen, waardoor hun budgetten op waren en er voor ons niet veel meer over was. Het was ook de opkomst van de handtassen en schoenen, de accessoiremarkt die explodeerde. We hebben ons toen serieus afgevraagd of we ons ook bij een grote groep moesten aansluiten. Het was een verwarrende periode, die dan ook nog samenviel met de dood van Christine, met wie ik altijd over zulke dingen had kunnen praten. Zij was het die het meeste zicht had op het commerciële en ineens had ik het gevoel dat we er alleen voor stonden. We werkten toen met een Japanse groep, die ons ook voorstellen deed, maar we hebben toch maar beslist om er niet op in te gaan. Het werd ons te groot.

"Toen is 9/11 gekomen en veranderde alles. Voor de mode kwam er een zeer zware periode aan, heel de wereld veranderde. De mensen gingen anders aankijken tegen kleren, luxe, plots was dat oppervlakkig. Er wou geen enkele Amerikaan nog naar Europa komen. Dus we moesten flexibel zijn en ons hele verkoopsysteem omgooien. Maar ineens werden er ook andere dingen mogelijk. Waren tot dan de grote groepen toonaangevend, met hun superwinkels in alle steden, overal dezelfde, dan werd plots het individu weer belangrijk. Op dat moment is het voor ons duidelijk geworden dat we de juiste beslissing hadden genomen en zag ik duidelijker hoe het met de firma en de collectie verder moest. Het is erg om te zeggen dat er eerst zo'n ramp moest gebeuren om de dingen te doen veranderen, maar succes hangt ook grotendeels af van toevalligheden en de aanslag op de Twin Towers is daar een van geweest."

"Ik weet dat het een cliché is, maar ik noem Antwerpen altijd een cosmopolitan village. Alles is op walking distance, het is niet te groot, het geeft geen druk. Je bent van in Antwerpen ook zo in Londen, vanaf Deurne, of in Parijs, als de treinen niet staken. Wil je even een museum doen in Amsterdam, een optreden of een voorstelling meepikken, naar de opera gaan in Gent, het gaat allemaal heel makkelijk. Terwijl je in een grote stad gauw een ministadje maakt. Als ik praat met collega's of vrienden in Londen blijkt dat ze soms al weken niet meer in het centrum zijn geweest, terwijl wij in één dag de stad doorkruisen, van Islington naar Notting Hill, even naar Regent Park, naar een museum. Iemand zei onlangs: "Het is zeker vijf maanden geleden dat ik nog bij Selfridges ben geweest", terwijl wij een vlooienmarkt meepikken, de warenhuizen, een meeting met onze brillenfabrikant. Hetzelfde met de Parijzenaars, als ze eenmaal in hun quartier zitten komen ze daar niet uit. Ze gaan naar de restaurants van hun quartier, kopen in de winkels van hun quartier. Antwerpen voel ik niet als beperkend. Als het te klein wordt, ben je zo in een andere stad. Ik hou wel van grote steden, maar ik zou er niet kunnen wonen, dat vreet veel energie. De metro nemen in Parijs, dáár word ik pas moe van.

"De mensen laten me met rust hier. Soms herkennen ze me, maar daar blijft het bij. Patrick (partner van Dries, AG) lacht er vaak mee. Als we samen op straat lopen, merkt hij veel sneller dan ik dat ik herkend word. Maar het gebeurt meer in Parijs en in Hongkong dan hier. In Hongkong was het vrij erg - nu ja, als je dat al erg mag noemen. Hier heb ik een perfect natuurlijk leven.

"Ik ben nog wel begaan met het reilen en zeilen van mijn stad, maar ik ben er niet meer actief mee bezig. Dat heb ik opgegeven. Is het de leeftijd? Moeheid? Ik kan me nog wel boos maken en soms kan het pijn doen. Toen Suzy Menkes op bezoek was, schrok ik toch hoe erg het is gesteld met ons imago. Wij kunnen wel denken van, ach het is politiek, heel die B-H-V-affaire, wie is daarmee bézig? In het buitenland denken ze echter dat hier een halve burgeroorlog aan de gang is, veel meer dan we dat zelf ervaren. Bezoekers vragen zich af welke taal ze hier moeten spreken - "toch maar het best Engels, dat is het veiligst?" - en "in Antwerpen mag je zeker geen Frans spreken tegen een taxichauffeur?"

"Dat de buurt hier evolueert, daar heb ik geen probleem mee, maar dat ze nu vol trendy lofts moet komen, vind ik jammer. Aan de overkant wordt heel dat blok straks neergehaald en daar komen appartementen. Als je zoals wij naar de oude haven komt, moet de sfeer het liefst een beetje bewaard blijven. Ginder komen drie grote torens, zie je, de eerste staat er al. Het MAS? Ik had liever gezien dat het een duidelijke functie had. Dat er een museum bij komt, is fantastisch. Maar een van de sterke punten vond ik juist de combinatie van het Vleeshuis, het Steen en al die verschillende gebouwen die op een rij staan langs het water, ideaal om daar één groot parcours van te maken. Hier stond een gebouw dat enige charme had, waar unieke theatervoorstellingen zijn gehouden. Maar ach, ik wil daar niet te veel uitspraken over doen, ieder zijn visie. Vroeger had ik misschien weleens op tafel geklopt." "Er zijn nogal wat acteurs en actrices die onze kleren dragen. Cate Blanchett hebben we gekleed voor de Oscars en in Cannes had ze iets aan van onze komende wintercollectie. Wij hebben nochtans nooit aan het star system meegedaan, wij hebben geen hotelsuite in Los Angeles de week van de Oscars, wij hebben daar niet onze collectie hangen en een paar naaisters zitten. We hebben wel een hoop bekende mensen die heel graag onze kleren kopen of die voor een speciale gelegenheid via ons persbureau in New York vragen of ze iets van het volgende seizoen mogen dragen. Dan lenen we dat met plezier uit.

"Toen de vraag kwam van Cate Blanchett of we iets speciaals voor haar konden maken, heb ik dat ook met plezier gedaan, omdat het een vrouw en een actrice is naar wie ik echt opkijk. Ik moet dan ook eerlijk toegeven dat de reacties die je daarop krijgt overweldigend zijn. De combinatie van Cate Blanchett en de CFDA-award is onwaarschijnlijk. Wij mogen dan vier keer per jaar de meest fantastische shows geven en de beste reviews krijgen in alle bladen en op Style.com, maar één keer op de rode loper en in alle ateliers hangt de foto van Cate Blanchett aan de muur. Natuurlijk is het flatterend als je op het Met Ball in New York het handje schudt van Julia Roberts en die dan (met een theatraal hoog stemmetje) 'Oh Dries!' zegt en naar Clooney roept: 'George! Come, meet Dries!' Dat is plezant natuurlijk. Beter dat dan dat ze zeggen: 'Dries Who?'"

"Ik probeer altijd het ontwerpen voor mezelf boeiend te houden. Onze stijl hebben we en die moeten we houden, maar er moet evolutie in zitten. Evolutie, geen revolutie. Al vertrekt een nieuwe collectie vaak bij de revolutie. Elk seizoen vegen we alles van tafel en beginnen we opnieuw van nul. We gaan niet kijken wat de grote successen waren en daar nog wat op verder werken, neen. Vooral juist niet. Wie die dingen wou, zal ze dan wel gekocht hebben. De zomer was een explosie van prints en kleuren, en oké, het is nu ook niet zo dat we dan beslissen om de winter in zwart-wit te maken. Ik vond dat ik nog meer kon doen met prints en kleuren en hop, we deden er nog wat bovenop, maar toch weer anders.

"Voor de zomer hebben we een van de meest complexe collecties ooit gemaakt, want al die verschillende prints zijn op één stuk stof gedrukt en al die panelen moeten precies kloppen. Iemand anders zou misschien zeggen: we hebben nu gevonden hoe we dat systeem moeten uitwerken, we weten welke nachtmerries we ervan hebben gehad, laten we daar even op verder gaan. Neen, wij zeggen weg ermee, op naar het volgende, anders. Op die manier blijft het plezant.

"Doordat we groter zijn, heel wat stof afnemen, en elk seizoen creatief proberen te werken, zit ik wel in de luxepositie dat we ondersteund worden door onze stoffenfabrikanten. Wij kunnen beschikken over hun archieven, we krijgen de kans om dingen uit te proberen en snel te zien of we ermee verder kunnen. Dat is ongelooflijk. Hetzelfde met borduren, je kunt het niet zo gek bedenken of we doen het. Ondertussen hebben we een zeer hoog niveau van borduren bereikt, zelfs met zilver en halfedelstenen. We bedenken zulke complexe dingen dat ik soms vrees dat daar niemand aan wil beginnen. Welnu, we doen het toch, en het lukt, we doen verder. Aan sommige stukken wordt drie weken lang gewerkt met acht borduurders. Daar worden dan misschien dertig stuks van gemaakt. Want zelfs India, waar toch veel mensen wonen, heeft niet meer borduurders die dat niveau aankunnen.

"Ik vind niets zo saai als iets wat perfect mooi is. Ik hou niet van een perfect mooie vrouw. Er moet iets intrigerends aan zijn, ik heb graag iets met een hoek af. Een schilderij moet bij mij vragen oproepen: waarom vind ik dat mooi, waarom vind ik dat lelijk? Als ik dingen niet mooi vind, probeer ik te weten te komen waarom, ik probeer het te analyseren. Een kleur die ik lelijk vind, probeer ik te zien op een andere ondergrond. Dat is een beetje mijn specialiteit: alle kleuren zijn mooi als je ze maar de juiste drager geeft. Ik heb nu de mogelijkheid om zelf soms draden te ontwikkelen om stoffen te weven. Stel: ik wil een wollen stof in een rare kleur. Als je dat doet met een fel getorste draad neemt die bijna geen kleur op. Wanneer je echter draden neemt die je niet veel moet twijnen, dan slorpen die juist heel veel verf op en wordt de kleur zeer intens. Voor het ene resultaat moet je dus lamswol nemen en voor het andere beter wol van een oud schaap. (lacht)

"Een polyesterstof kan lelijk zijn in lila of in een fluo kleur, maar kan ook heel mooi zijn. Alles is heel relatief en daar moet je mee kunnen spelen. Er zit ook een evolutie in wat als mooi of lelijk wordt ervaren, dat is zo in veel branches. Dahlia's in de tuin vond iedereen heel lelijk, sommige mensen vinden dat nog altijd. Gladiolen, idem. Zodra we onze tuin hadden, zijn we begonnen met dahlia's in de meest felle kleuren, de vreemdste cactusachtigen en rare vormen van bloemen naast elkaar te zetten om te zien wat het geeft en hoever je kunt gaan. Wanneer is het lelijk en wanneer wordt het mooi? Moet je ze in rijtjes zetten met groenten, zoals vroeger, of juist niet, en combineren? Op dezelfde manier werken we met stoffen.

"Het goede aan een tuin is dat je gedwongen wordt om tijd te maken. Werk ik met een plan? Ja, ik heb iets in mijn hoofd, maar het is met tuinieren net als met de firma: er gebeurt iets onverwacht en al je plannen vallen in duigen. Als het waait, er een boom sterft of omvalt, creëert dat weer nieuwe mogelijkheden. Zo is bij een storm onze grootste eik omgewaaid en daardoor hebben we nu een nieuw stuk tuin gecreëerd, op een plaats waar dat helemaal niet voorzien was. Zo gaat het met de firma ook. Ik vind het altijd bewonderenswaardig als ik de plannen lees van grote firma's, zoals: 'Wij hebben een nieuwe collectie opgestart, dit jaar moeten we die omzet halen, binnen vijf jaar zoveel, dan beginnen we met een bislijn, een parfum en horloges, na zes jaar moeten we winstgevend zijn en binnen acht jaar moeten we daar staan'. Ik kan dan niet beletten te denken: ja en wat als er nog eens een vliegtuig tegen een building knalt? Wat dan? Natuurlijk hebben wij een termijnvisie en zien we waar de nieuwe markten liggen. Maar dat is precies het boeiende aan het leven, dat je niet alles van tevoren kunt uitstippelen, dat je flexibel kunt zijn en dat je een tegenslag in je voordeel kunt laten uitdraaien."

Natuurlijk is het flatterend als je op het Met Ball in New York het handje schudt van Julia Roberts, die 'Oh Dries!' zegt en naar Clooney roept: 'Come, meet Dries!' Beter dat dan dat ze zeggen: 'Dries Who?'Zodra er geen vrienschap of plezier bij komt, hoeft het voor mij eigenlijk niet meer. Dat is ook de manier waarop we zijn gegroeidIk heb er geen probleem mee dat de buurt hier in Antwerpen evolueert, maar dat ze nu vol trendy lofts moet komen, vind ik jammer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234