Donderdag 22/08/2019

Vijftig kilometer filmfestival langs de Adriatische kust

Diep inademen en dan een duik van vier weken in duistere zalen langs de Adriatische kust van Italië, want daar volgde het ene filmfestival het andere op. De inspanning was niet gering om gedurende zo'n lange tijd de filmaandacht op scherp te houden, gelet op de verlokkingen van een blauwe hemel, zandstranden en (eindelijk proper) zeewater. Een invasie van lieveheersbeestjes en soms kletterende onweders stonden eveneens op het programma.

Het begon op 4 juni met AdriaticoCinema dat acht dagen zou duren. Het betreft hier een overkoepeling - voor de eerste keer - van drie bestaande competitiefestivals in enkele badsteden van de regio Emilia-Romagna. Bellaria had er 15 edities onafhankelijke Italiaanse cinema op zitten, Rimini begon in '84 met aandacht voor de Europese film om vanaf '88 de betere internationale cinema en filmscholen te promoten, en Cattolica stond na 18 uitgaven een deel van zijn thriller- en policierfestival af. In dit gecoördineerde initiatief, voorgezeten door de Italiaanse regisseur Marco Bellocchio, probeerde elke afdeling haar eigen identiteit te bewaren, terwijl het gemeenschappelijk uitgangspunt focuste op een nieuwe filmtaal. Het werd een warboeltje, vooral om een programma-cocktail te distilleren; zelfs de speciale lijnbus die tussen de drie festivalcentra pendelde, maakte de onderneming niet makkelijk. Het wedstrijdkarakter uit de vorige edities werd in de nieuwe aankleding iets ongedefinieerds, zodat de competitie zowel korte als lange producties in film- of videoformaat omvatte, gaande van documentaire over semi-fiction tot speelfilm.

Tot de winnaars behoorde Tableau avec Chutes van Claudio Pazienza, een Italiaans-Belgische videofictie met documentaristische aanpak: Breughels schilderij 'De Val van Icarus' werd het uitgangspunt voor een lichtvoetig reisje doorheen het België van vandaag. Ander geprezen werk was de Franse videoproductie Shakespeare à Palermo van Francesca Comencini, die daarin het creatief proces volgt van een toneelgezelschap dat 'A Midsummer Night's Dream' instudeert in een theaterruïne in Palermo.

Wat er achter de schermen gebeurt, vormde het onderwerp van een nieuwe prijs waarmee de medewerkers in de schaduw worden beloond. Die prijs werd o.a. toegekend aan de gerenommeerde Italiaanse decorateur/kostuumontwerper Piero Tosi (die onder meer voor Fellini en Visconti werkte). De aandacht voor dat werk in de schaduw blijkt overigens groeiende, want ter plekke werd promotie gemaakt voor (nog maar eens) een nieuw Italiaans filmfestival, dat in het najaar onder de naam Backstage uitsluitend producties met die invalshoek wil promoten en bekronen.

Afgaande op de gebruikers van de pendel (weinig) en de toeschouwers voor de diverse afdelingen (idem) moet AdriaticoCinema zich nog van een overtuigende inhoudelijke en praktische aanpak verzekeren. De wereldbeker voetbal kon moeilijk als excuus worden ingeroepen: zelfs de in crescendo gaande Chileense episodenfilm Historias de Futbol van Andrès Wood, uitgekiend geprogrammeerd op de avond dat Roberto Baggio het Italiaanse elftal in extremis een nederlaag tegen Chili bespaarde, lokte weinig belangstelling.

Daarentegen liep het wél storm voor de 'lezing' van Roberto Benigni rond het thema van de goedmoedige 'Idioot', geïnspireerd op de gelijknamige romanfiguur van Dostojevski. De in eigen land sowieso reeds populaire komiek/regisseur had de wind al in de zeilen na zijn Speciale Jury-prijs in Cannes voor La Vita è Bella. Het auditorium zat al evengoed vol voor het uitstekende live-concert van Fellini-muziek, gedirigeerd door componist Nicola Piovani, waarna Benigni gelauwerd werd met de uit RiminiCinema overgebleven Fellini-prijs voor 'persoonlijke originaliteit'.

Terwijl AdriaticoCinema de deuren sloot, opende een boogscheut verder (in de Marken-regio) het 34ste Nuovo Cinema-festival van Pesaro. Een rustig filmevenement, zonder competitie, dat al enkele jaren nieuwe audiovisuele expressies centraal stelt. Directeur Adriano Aprà, ondertussen benoemd tot verantwoordelijke van de Italiaanse Cinematheek, had niet voldoende tijd gehad om een 100 procent origineel programma samen te stellen, zodat af en toe films uit Rotterdam '98 opdoken. Sommige producties kwamen overgewaaid van bij de buren, zoals Alone. Life wastes Andy Hardy, de eerste scratch-kortfilm van de Oostenrijker Martin Arnold. Enkele fragmenten uit de Mickey Rooney/Judy Garland-serie Andy Hardy werden met technisch grote perfectie aan verschillende snelheden heen en weer gespoeld, met visueel en auditief erg opmerkelijke effecten tot gevolg. Een ander Adriatisch bisnummer was Voyage pour Katie, Jean-Pierre et Jean-Luc van de Italiaanse Federico Ramundo: een narcissistisch portret van diens lief, van een artiest en van Godard (die voor de camera zei dat de jongeman zich beter op zijn vriendin zou concentreren). Deze korte film kon als overstapje gebruikt worden naar de retrospectieve van films die de Frans-Zwitserse Nouvelle Vague-regisseur in coproductie met Italië gerealiseerd heeft.

In de afdeling 'Nieuwe Cinema' - waarin de grenzen tussen gespeelde/geconstrueerde en geregistreerde realiteit vervagen - was plaats voor de Belgische videoproductie Dial H*I*S*T*O*R*Y* van Johan Grimonprez, die een politiek-psychologische blik werpt op het fenomeen van de vliegtuigkapingen. Twee Japanse producties bleven bij. De fictie Just Another Day van Satoki Kemmochi volgt drie jongeren in de grootstad op zoek naar zichzelf en naar vriendschap. De videodocumentaire Without Memory van Maborosi-regisseur Kore-eda Hirokazu was vooral interessant omwille van het proces van geheugenverlies en de manier waarop een familie daarop reageert. Top of the bill was echter de recente Taiwanese cinema. Tien jaar geleden presenteerde Pesaro reeds een overzicht van die nationale filmproductie, maar toen was er nog maar weinig ruimte voor kritische reflectie over die gistende samenleving waarin oorspronkelijke bewoners, Japanse overheersers (rond WO II) en nationalistische Tsjang Kai-sjek-uitwijkelingen uit China elkaar in de nek keken. Tegenwoordig kan met meer openheid gesproken worden over de tegenstellingen, maar ook over de onderdrukking van de ene indringer na de andere. Van dit laatste is Wu Nien-Jen een vertegenwoordiger met A Borrowed Life. Culturele, bijna racistische tegenstellingen tussen de eerste golf China-inwijkelingen en de volgende generaties vormen het thema van Eighteen van Ho P'ing. Wat echter vooral treft, is het ongemak waarmee de bewoners van Taipeh reageren op de constante veranderingen van hun metropool. Moonlight Boy van Yu Wei-Yen overspant die groeiende onvrede via live-action en animatie in een aandoenlijk verhaal over een jongetje dat dood en toch weer niet dood is. Wang Shau-Di giet die gemengde gevoelens in de komedie Yours & Mine, waarin de pientere overlevingsdrang van de minderbegoeden contrasteert met de obsessieve schrik van de nouveaux riches om bestolen te worden.

Wie de verstikkende anonimiteit van die grootstad - vooral voor de jongeren - als leidraad heeft genomen voor zijn werk is Tsai Ming-Liang, onder meer bekend van Vive l'Amour en The River. In Pesaro stelde hij persoonlijk enkele van zijn vroegere tv-producties voor, het dramatisch heel sterke Youngsters (aftroggelarij tussen kids) en All Corners of the Sea (de kloof tussen ouders en kinderen).

Marcel Meeus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden