Maandag 21/06/2021

Vijftig jaar RITS: zes filmmakers over hun leerschool

Met Michaël Roskam vorig jaar en Tom Van Avermaet dit jaar, pakt nu al twee jaar op rij een oudgediende van de legendarische Brusselse filmschool RITS, net vijftig geworden, een Oscarnominatie. Zes jonge honden blikken terug op de tijd dat zij er op de schoolbanken zaten.

Wie in België droomt van een filmcarrière, komt er niet zelden terecht: het RITS, in het collectieve geheugen zowat de filmschool der filmscholen. Niet dat er geen andere opties zijn. Als Nederlandstalige aspirant-filmmaker kun je in Brussel ook voor Sint-Lukas of Narafi kiezen. De ene school heeft de reputatie vooral op het creatieve de klemtoon te leggen, de andere zou vooral voor technische perfectie gaan. Daar tussenin: het RITS, gelegen in het mekka van de Vlaming in Brussel: de Dansaertstraat.

De lijst afgestudeerden leest als een who's whovan de Vlaamse cinema. Van Erik Van Looy tot Stijn Coninx, die er later artistiek directeur zou worden. Van Pierre Drouot, tegenwoordig directeur van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), tot Roel Van Bambost, Vlaanderens oerfilmreporter. En met Michaël Roskam (Rundskop) vorig jaar en Tom Van Avermaet (Dood van een schaduw) dit jaar, mag er nu al twee jaar op rij een Oscargenomineerde aan de lijst worden toegevoegd.

Niet dat zij de enige talentvolle jonge honden zijn die aan het RITS studeerden en de Vlaamse film- en tv-wereld mee maken tot wat zij is. Hoe blikken mensen als Sofie Peeters (Femme de la rue), Joël Vanhoebrouck (Brasserie Romantiek) en Jakob Verbruggen, die de tv-serie en de film Code 37 regisseerde en er net de opnames van de BBC-reeks The Fall heeft opzitten, terug op hun tijd aan het RITS?

Eenzaam monteren

"Het was een mooie tijd van vallen en opstaan", zegt Verbruggen, die in 2003 afstudeerde. "Je kreeg de vrijheid om je eigen keuzes te maken, maar kon altijd bij iemand terecht als je het even niet meer wist. Geen overbodige luxe, want je kwam in een gigantische afvalrace terecht en kon alleen maar hopen op een goede afloop."

Ook Joël Vanhoebrouck, wiens film Brasserie Romantiek momenteel in de zalen loopt en die in 1997 afstudeerde, herinnert zich die afvalrace nog goed. "De speech van de directeur in het eerste jaar vergeet ik nooit. We zaten met 180 in een auditorium en kregen droogweg de boodschap dat we niet moesten denken dat de meerderheid onder ons werk zou vinden. Ik was 18 toen en vond dat erg confronterend. Maar hij had gelijk. Veel studenten haakten ook zelf af omdat hun oorspronkelijke idee dat film tof en plezant is, in de praktijk toch vooral hard werken bleek."

"De eerste twee jaar waren moeilijk", zegt Sofie Peeters, wier eindwerk, de documentaire Femme de la rue, over seksisme in de straten van Brussel, vorig jaar insloeg als een bom. Sinds dit jaar is ze aan de slag voor het reportageprogramma Koppen op Eén. "Je werd erin gegooid en het was zwemmen of verzuipen. Ik zie mij die eerste jaren nog eenzaam en alleen in het montagehokje zitten. Er werden hoge eisen aan je gesteld, want elk jaar moest je twee kortfilms afleveren, maar eigenlijk kon je in het begin nog bijzonder weinig."

Moon Blaisse, een Nederlandse die in 2010 afstudeerde met de bekroonde kortfilm Misschien later, had het er moeilijk mee. "Mijn opleiding aan het RITS was een gevecht. Eerlijk gezegd had ik wat meer betrokkenheid van de docenten verwacht. Ik snakte naar inhoudelijke input, maar moest het vooral zelf uitzoeken. Achteraf zie je daar het voordeel van in, want zo kan je je eigenheid behouden, maar als je er middenin zit, is het zoeken en worstelen. Nadien besef je ook dat het je voorbereid heeft op hoe het eraan toegaat in de realiteit van ons vak. Als regisseur sta je er ook vaak alleen voor."

Renée Sys, die momenteel furore maakt als singer-songwriter en de muziek schreef bij Noordzee, Texasvan Bavo Defurne, ervoer dat net als een verrijking. "Niemand kan je leren welk verhaal je moet vertellen, dat moet je zelf ontdekken. In de regie- en later ook de scenario-opleiding van het RITS heb ik op mijn eigen benen leren staan. Ik kwam vanop de boerenbuiten in de grote stad terecht, in een wirwar van mensen en invloeden. Een nieuwe wereld ging open. Het was de beste leerschool die ik me kon dromen."

De vrijheid-blijheidmentaliteit gold ook voor het soort film dat je wilde maken, vertelt Jakob Verbruggen. "Alles kon: of je nu commerciële publiekscinema wilde maken of een arthousefilm. De stijl was irrelevant. Je hoefde geen kunst te maken met de grote K: als je maar iets te vertellen had." Joost Wynant, bekend van de film De laatste zomeruit 2007, twee jaar na zijn afstuderen, beaamt. "Naar het RITS ging je niet om kunstenaar te worden. Je ging er om het métier te leren. Je artistieke ontplooiing: daar stond je zelf voor in. Ik heb dat nooit erg gevonden, want de sfeer die er hing, was bijzonder constructief."

Dat had evenveel met de docenten als met de medestudenten te maken. In zowat elk persoonlijk verhaal komt het terug. "Als klas hingen wij goed aaneen", vertelt Moon Blaisse. "De sfeer was vriendschappelijk en - tja, hoe zal ik het zeggen? - megalomaan. We zagen de dingen groots en die sfeer maakte dat je jezelf ook pushte nog een stap verder te gaan." "We hielpen elkaar", omschrijft Sofie Peeters de positieve sfeer die in de RITS-gangen hing. "Als je een of andere kabel nodig had, maar je vond hem niet, was er altijd wel iemand om je uit de nood te helpen."

Duwtje geven

Maar: geen creativiteit zonder competitie, geen kunstschool zonder concurrentie. Aan die ijzeren wet ontsnapte je ook aan het RITS niet. "We werden gedreven door een gezonde concurrentie", vertelt Renée Sys. "Vooral op de momenten dat we persoonlijk werk zouden moeten tonen, was die voelbaar. Dan hielden sommigen voor zich waarover hun scenario precies ging om te voorkomen dat een ander met hun idee ging lopen."

"Hoe dichter je bij de eindmeet kwam, hoe meer de competitie onderling groeide", ondervond Joost Wynant. "Je wist dat het overgrote deel van je medestudenten het niet zou halen en keek wel goed naar elkaar." Bij Joël Vanhoebrouck was het net omgekeerd. "Vooral in de eerste jaren tastte je elkaar goed af. Je zocht uit wie welke films had gezien, wie vaak naar het theater ging, wie artistiek bezig was. En dan begon het speculeren. Wie zal erdoor zijn? Wie gebuisd? Ach, het hoort erbij. Natuurlijk waren wij een bende ego's onder elkaar, maar ik heb er wel de beste vriendschappen van mijn leven aan overgehouden."

Ook met de docenten werden soms banden voor het leven gesmeed. Zo vroeg Marc Didden zijn ex-studente Renée Sys de muziek te schrijven bij zijn documentaire Dikke vrienden. "Hij heeft me tijdens mijn studies al een duwtje richting muziek gegeven", vertelt de singer-songwriter. "Zo vroeg hij me op een bepaald moment hoe mijn songs heetten. Hij gelooft heilig in de kracht van een goede titel. Toen hij hoorde dat één van mijn nummers 'Elegant Elephant' heet, was hij meteen enthousiast. 'Je vraagt je meteen af wat daarachter het verhaal kan zijn', zei hij. Dat vergeet ik nooit meer, al moet ik er eerlijkheidshalve aan toe voegen dat hij niet over al mijn songtitels laaiend was. (lacht)"

"Vooral wie zelf met beide voeten in het vak stond, kreeg respect", vertelt Vanhoebrouck. "Zo herinner ik me nog een workshop van Erik Van Looy, waar ik erg veel aan gehad heb. En je probeerde natuurlijk ook een voet tussen de deur te krijgen. Ik weet nog hoe ik subtiel bij Erwin Provoost polste of ik in de zomer niet op de set van Windkracht 10 mocht komen werken. Helaas beet de vis niet. (lacht)"

"Toen Femme de la rue insloeg als een bom, heb ik veel aan Stijn Coninx gehad, van wie ik in de eerste twee jaar op het RITS les heb gehad", vertelt Sofie Peeters. "Ik wist niet goed hoe ik moest omgaan met alle media-aandacht en belde hem op. Meteen heeft hij voor mij een producent gezocht en me in contact gebracht met mensen die me tips konden geven inzake mediatraining. Zijn inzet voor zijn studenten is ongelooflijk. Hij kent ze ook allemaal bij naam, ook al zijn ze al afgestudeerd."

Verouderd

Niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn was op de filmschool. Zowat iedereen kan wel wat puntjes van kritiek bedenken. Peeters: "Ik vind dat een documentaire of een reportage een boodschap moet uitdragen en dingen in gang moet zetten. In de eerste plaats moet zij inhoudelijk sterk zijn, pas in tweede instantie visueel. Op het RITS leren ze het je omgekeerd en dat vind ik jammer. Ik vind dat er best wat meer nadruk op het inhoudelijke gelegd mag worden."

Al komen ze wel van ver op het RITS. "Toen ik er in de jaren 90 studeerde, was er veel te weinig materiaal en wat er aan materiaal was, was hopeloos verouderd", vertelt Joël Vanhoebrouck. "Op technisch vlak lagen we hopeloos achter op de studenten van Sint-Lukas. Elk jaar was er wel een betoging om dat aan te klagen. We kregen ook veel te weinig praktijk en moesten nodeloos stapels theorie doorworstelen. Gelukkig zijn die tijden nu voorbij. Dat zie je ook aan de eindwerken van de laatste vijf jaar. Mijn eindwerk was een probeersel, terwijl studenten nu volwaardige kortfilms afleveren."

Toen Joost Wynant begin jaren 2000 aan het RITS studeerde, werd zij net onderdeel van het conservatorium, een mogelijkheid die de school te weinig benutte, vind hij. "We hadden een klas vol met acteurs vlakbij, maar konden er zelden mee samenwerken. Dat vond ik een gemiste kans. Acteurs begeleiden is een van de belangrijkste taken van een regisseur. Hoe meer je daarop kunt oefenen, hoe beter. Gelukkig, zo hoor ik, werken de studenten film nu wel intensief samen met de studenten uit de acteeropleiding."

Toch zijn de jonge filmhonden het erover eens: hun opleiding aan het RITS was een eerste, belangrijke stap in hun evolutie als filmmaker. Je passie voor het medium werd er alleen maar groter en je leerde er belangrijke lessen. "Nooit opgeven, blijven doorgaan, jezelf keer op keer heruitvinden: dat is het belangrijkste dat ik aan het RITS heb geleerd", besluit Jakob Verbruggen. "Bewijs de wereld dat je het kunt, maar vooral: bewijs het aan jezelf."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234