Zaterdag 10/12/2022

Vijftig jaar domweg gelukkig in het rusthuis

Hij werd vrijdag honderd. De helft van zijn leven, ruim vijftig jaar, bracht hij door in het rusthuis Sint-Jozef in Wiekevorst. Een record, ongetwijfeld. Gène Claes is blind en bijna doof. Weinig nieuwe zusters weten iets af van de Borgerhoutenaar. Hij weet nog alles, maar zegt weinig. Gène laat zich gedwee verbeteren door de dementen als hij vals speelt op zijn mondharmonica. 'Alles is voor hem goed.'

Door Anne de Graaf

Glitter, muziekkaarten, bloemen. Hij kan ze alleen maar ruiken en bevoelen. Gène Claes weet dat hij sinds vrijdag een bekende Kempenaar is. De kloosterzusters van Berlaar hielden een speciale mis voor hem, het hof stuurde een gesigneerde foto van Paola en Albert. Toen vrijdag de fanfare een serenade wilde brengen en het feestje in de cafetaria kon beginnen, zei hij tegen zijn verzorgster Jenny: "Gaat gij maar, maske, ik kan daar niks gaan aanvangen. Waarom al die opschudding? Laat mij mijn potteke melk en mijnen trappist. 't Is goed zo."

Gène Claes belandde in 1950 in Wiekevorst, toen nog een gesticht. Zijn vrouw had zware benen, oedeem. Zijn zoon Eduard was gehandicapt. Gène leed aan een aangeboren oogziekte. Het werd er niet beter op toen hij in zijn jonge jaren flesjes moest spoelen in brouwerij Den Hertog in Borgerhout.

"Den Hertog?" Het is een flashback die de dove man uit zijn middagdutje rukt. De ogen staan dof, maar ze spreken boekdelen. "Ik zag slecht. Ik sloeg ernaast, liet fleskes vallen, ik ben afgedankt", zegt hij berustend, om beurten lurkend aan zijn drinkbeker melk en zijn trappist. "Mijn vrouw was gehandicapt, mijn zoon en ik ook. Ik kon niet meer voor mijn gezin zorgen. We vertrokken naar Wiekevorst, bij Herentals."

Gène en zijn vrouw Stephanie waren arm. In Wiekevorst leidden ze een waardig bestaan, al leefden ze in een 'zwakzinnigengesticht'. "Vader, moeder en zoon sliepen wel op een zaal", herinnert zich een zuster. En dan opgelucht: "Mettertijd kregen ze een kamer apart. Zolang Gène nog een beetje kon zien, werkte hij hier in de bakkerij, in de kloostertuin. Hij was vlijtig en vrolijk, je mocht hem alles vragen. Hun gehandicapte zoon stierf op zijn vierentwintigste. Toen het gesticht uiteindelijk een home werd, had het koppel de leeftijd om er te blijven."

Zuster Jenny: "Gène is helemaal niet dement. Hij heeft ze nog allemaal, ook al is hij blind en halfdoof. We weten dat omdat hij zich 's avonds precies kan herinneren wat hij 's middags gegeten heeft. Vandaag was dat kool, worst, aardappelen en rijstpap, zijn lievelingskost."

Het tragische is dat niemand de achtergrond van deze man kent. Voor nieuwe bewoners leggen de zusters een 'kernboek' aan. Daarin vertelt de familie wat de achtergrond is van de bewoner, de culinaire wensen, de ongemakken, de grillen. Het tehuis weet wie Jeanneke of Germaine is en hoe met ze moet worden omgegaan.

"Van de Gène weten we bitter weinig", vertelt een andere zuster, "maar hij is zo braaf dat hij geen speciale handleiding vergt. Hij vertelt niet veel. Hij heeft geen broers, geen zusters, geen neven of nichten, toch niet dat we weten. Elke week komt er wel een jonge dame hem bezoeken." De zuster wijst naar een portret op zijn nachtkastje. "Ze is zeker geen familie, ze doet het uit vriendschap. Toen hij nog te been was, ging hij vaak wandelen. Nu is dat voorbij. Soms speelt hij nog op zijn mondharmonica in de cafetaria. 'O sole mio' is zijn favoriete nummer. Als er al eens valse noot klinkt, maken de dementen van hun tak. Hij verontschuldigt zich dan en blaast het hele liedje foutloos uit."

Tussen de dutjes door is het af en toe mogelijk een gesprek met de eeuweling aan te knopen. Gène wil eigenlijk niet meer, hoort niet eens de flashes van de fotograaf. Tot hij plots een perkamenten vinger opsteekt. "De oorlog en de bommen in Antwerpen zijn me blijven achtervolgen. Smeerlappen. Al onze huizekes waren kapot. In ben altijd voor de socialisten geweest, de rest kan me niet schelen." "En Onze-Lieve-Heer, Gène?", polst de zuster. "Gaat gij naar de hemel?" "Onze-Lieve-Heer?", antwoordt hij. "Ik weet niet. De hemel? Misschien."

Om vier uur is het tijd voor zijn hazenslaapje op de kamer. De oude man wordt als een porseleinen pop op een berrie gelegd, ingeduffeld in zijn nieuwe pyjama, een verjaardagsgeschenk van de zusters, net als zijn nieuwe pantoffels, pet en overhemd.

Bewoonster Elza (98) pinkt een traan weg. "Zo is dat: oud worden. Gène? 't Is niet meer voor lang, dat voel ik." Beschaamd propt ze haar geborduurde zakdoek weg. Elza is niet dement. "Ik zou triestig zijn als ik hem verlies. Hij zei niet veel, maar wat hij zei was raak."

Een kwartier later ligt de eeuweling te ronken, omringd door knuffels die hij nooit gezien heeft, tekeningen met harten, het portret van Albert en Paola. Achter een sigarenkistje staat een beeldje van Onze-Lieve-Vrouw in haar grot. Zuster Jenny heeft het gezien. "Deze man is met zijn geheimen, zijn verdriet en het home oud geworden. Niemand kent zijn verleden, maar misschien hoeft dat ook helemaal niet. Laat hem nu maar. Hij gelooft echt in de hemel."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234