Donderdag 09/12/2021

Vijftien verwarrende jaren

GESCHIEDENIS. Tweehonderd jaar geleden zag het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden het levenslicht. Vijftien jaar later bleek het een doodgeboren kind en werd België boven de doopvont gehouden. Een boeiende geschiedenis, zo blijkt.

Bij ons thuis was het altijd een beetje 1830. Moeder was een Nederlandse die na tien jaar huwelijk automatisch - en tegen haar zin - de nationaliteit kreeg van de Belg met wie ze was getrouwd. Die Belg was vader, die voor geen geld in Nederland had willen wonen en met lede ogen moest aanzien hoe de koffer van zijn auto bij ieder noordelijk familiebezoek werd volgestouwd met rode bollen Gouda, een paar dozen Blueband en een grote zak roze en gele 'muizenstrontjes' waarop wij, kinderen, zo dol waren.

Op 21 juli keken we steevast op tv naar het nationaal defilé, dat - "geef dat nu toch gewoon eens toe", aldus moeder - maar een grauwe vertoning was in vergelijking met de Gouden Koets die op Prinsjesdag door de straten van Den Haag reed. Op zijn slechtste momenten had vader het weleens over de gierigheid van de Hollanders, wat moeder fijntjes counterde door over de domheid van de Belgen te beginnen. Tot welke venijnige opmerkingen een wedstrijd België-Nederland leidde, besparen we u liever.

En toch had het allemaal anders gekund. In 1815 gingen Nederland en België op in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat met zijn bevolking van 2 miljoen noordelijken en 3,5 miljoen zuidelijken meteen een centrale en cruciale plaats bekleedde in West-Europa. Had de unie standgehouden, dan hadden mijn ouders over iets anders moeten kibbelen. Maar dat deed ze dus niet. Over het korte bestaan van dit koninkrijk verschenen twee boeken: Belg en Bataaf, een bundel historische essays, en Het verlies van België, van de voormalige VRT-journalist Johan Op de Beeck.

Koning-kapitalist

Dat de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden samen zouden gaan, was begin negentiende eeuw niet meer dan een mogelijkheid. Akkoord, tot in 1579 hadden ze een staat gevormd, maar toen hadden de Spanjaarden daar een einde aan gemaakt door het zuiden te veroveren, waarna de Oostenrijkers en de Fransen waren gevolgd. Wij waren dus al eeuwen bezet, terwijl het noorden een heel andere, onafhankelijke en meer republikeinse traditie had.

Toen kwam Napoleon, die eind achttiende eeuw de beide Nederlanden veroverde. Dat dat een tijdelijke situatie was, besefte men alom. Werden de zuidelijke Nederlanden daarna weer Oostenrijks? Bleven ze Frans? Mochten ze onafhankelijk worden? Of toch maar dat grote Nederland? Vooral de Britten wilden het laatste. Een groter en machtiger Nederland zou een buffer vormen tegen de imperialistische ambities van Frankrijk.

Het was een redenering waar Pruisen enige bedenkingen bij had - stel dat dit grote Nederland een bondgenoot van de Fransen zou worden, dan waren ze nog verder van huis - maar waar het toch mee instemde. In 1813 verbrokkelde de Franse heerschappij over de Nederlanden. Op 21 juni 1814 werden de Acht Artikelen van Londen ondertekend, die het nieuwe koninkrijk gestalte zouden geven. Op 9 juni 1815 werden de afspraken formeel bekrachtigd in het Verdrag van Wenen. Maar nog daarvoor, op 16 maart, had Willem zich op eigen houtje al tot koning laten kronen van de beide Nederlanden.

En dat typeerde hem, leren we uit beide boeken. Enerzijds was hij iemand die oprecht en eerlijk wou zijn - en bijvoorbeeld verordonneerde dat de kosten voor de slag bij Waterloo ook door de noordelijke Nederlanden gedragen moesten worden. Anderzijds was hij natuurlijk een negentiende-eeuwse koning, die als puntje bij paaltje kwam vond dat hij gelijk had.

Van bij aanvang wekte Willem weerstand op. Het Nederlands zou voortaan de overheidstaal worden. Rechters en burgemeesters dienden dus Nederlands te praten, net als legerofficieren. Daar waren de Franstaligen niet mee gediend. Verder voerde Willem een strikte scheiding tussen kerk en staat in, waarmee hij de katholieken op stang jaagde. Die eisten dat er een aparte grondwet zou komen voor de zuidelijke Nederlanden, waarin het katholicisme zou worden uitgeroepen tot staatsgodsdienst en in de Staten-Generaal plaats gegarandeerd zou worden voor de bisschoppen.

Willem ontpopte zich ook nog eens tot de eerste echte koning-kapitalist. Hij legde 800 kilometer wegen aan in het zuiden en groef het kanaal Gent-Terneuzen. Hij steunde de textielindustrie financieel, net zoals John en James Cockerills staal- en stoommachinefabrieken. Dat kostte allemaal geld. Willem verhoogde daarom de belastingen, wat hem er natuurlijk niet populairder op maakte.

Een aantal auteurs in Belg en Bataaf gaat in op die aspecten, wat interessante bijdragen oplevert. Bijzonder boeiend zijn ook de essays over de terugkeer van de door de Fransen gestolen Rubensen naar Antwerpen of over het armenzorgbeleid dat door de nieuwe staat werd uitgetekend. Het ontbreekt de bundel echter aan een inleidend, chronologisch opgevat overzichtsartikel waarin de wording van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden beschreven wordt. Als lezer verdwaal je daardoor nogal makkelijk in het boek.

Analfabeten

Dan is Johan Op de Beeck een veel beter auteur. Hij analyseert, haalt de essentie uit de gebeurtenissen en toont in een zakelijke stijl hoe koning Willems grote project onderuit werd gehaald door een stel Franstalige advocaten die zich op de journalistiek hadden geworpen omdat ze nog weinig te betekenen hadden in de Nederlandstalige hoven.

Hoofdpersoon in Op de Beecks verhaal is Louis De Potter, behorend tot de lagere adel en afkomstig uit Brugge. Hij was een liberaal die - l'union fait la force - zoete broodjes bakte met de katholieken en de armen voor zijn kar spande door hen een gouden toekomst voor ogen te houden als Willem eenmaal het land uit gekegeld zou zijn. Er werden petities uitgeschreven waarin Willem opgeroepen werd een ander beleid te voeren. Die van 1829 haalde 160.000 handtekeningen. Het overgrote deel waren kruisjes, gezet door ongeletterde Vlamingen, op aandringen van de pastoor.

Vijfennegentig procent van de 1.700 revolutionairen die in Brussel tegen het Nederlandse leger vochten, waren straatarme Vlaamse inwijkelingen zonder toekomst, haalt Op de Beeck nog een ander cijfer aan. Zij kwamen helemaal niet op voor burgerrechten of persvrijheid, zoals hun bourgeois opjutters graag suggereerden, maar vochten in feite tegen diezelfde staal- en textielbaronnen. Ze verjoegen de Nederlandse soldaten, braken daarna de poorten van de fabrieken open en sloegen alle machines kapot die hen naar ze meenden hun werk hadden afgenomen.

Het Verlies van België is een fantastische leeservaring, doordat het boek toont dat iedere geschiedenis een amalgaam van vele verhalen is en dat er achter idealen nogal vaak persoonlijk gewin en gekonkel verborgen gaan. Het ontstaan van België is geen heroïsch verhaal. Wij hadden geen Danton of Garibaldi die het volk achter zich konden scharen. Nee, ons land is er een beetje stommelings gekomen, op zijn Belgisch dus, waarbij de gemeenschappelijke vijand even een verenigende kracht vormde. Toen die eenmaal uit de weg was, kon het gehakketak pas echt goed beginnen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234