Dinsdag 24/11/2020

vijfenvijftig jaar hervorming

Luc Huyse

Ouder worden heeft ook aantrekkelijke kanten. Zo kun je terugvallen op een omvangrijk papieren geheugen: documenten, krantenknipsels, eigen kattebelletjes. In dat geheugen ben ik gedoken bij het bekijken van wat zich vandaag om en rond de CVP afspeelt.

De discussies over hervormingen in de CVP zijn zo oud als de partij zelf. Toch zijn er drie episodes waarin de debatten en de inzet bijzonder hevig waren: de eerste jaren na haar wedergeboorte eind 1945, de periode 1958-1972 en, maar daar gaat mijn verhaal verder niet over, de strijd over de communautaire splitsing van de partij.

De partij die op Kerstmis 1945 uit de steigers kwam, wilde standeloos en vrij van directe godsdienstige interventies zijn. De werkelijkheid bleef echter ver verwijderd van de wenselijkheid, zeker voor wat de positie van de standen betreft. Dat zag men vooral aan de strubbelingen in de schoot van het ACW, de christelijke arbeidersbeweging, niet in het minst omdat die organisatie juist voor de oorlog een ware metamorfose had ondergaan, een gedaantewisseling die na 1945 in eigen kring onophoudelijk voor grote problemen zou zorgen. Die story is voortreffelijk beschreven in De kracht van een overtuiging. 60 jaar ACW, een studie die in 1981 verscheen. Het boek ging van start met een bijdrage van Manu Gerard over de eerste twintig levensjaren van het ACW (1920-1940). Die tekst is een echte eye-opener. Hier komt een ACW tevoorschijn dat de meesten onder ons volslagen onbekend is: een vinnige, op politieke actie gerichte organisatie die, zoals Gerard schrijft, "praktisch het karakter van een politieke partij had", met een eigen programma en eigen kandidaten bij de verkiezingen.

Dan komt, in 1936, de kentering. Opnieuw Gerard: "De bestendige druk van kerkelijke zijde om de sociale en opvoedende actie in de Werkersverbonden los te koppelen van de politiek, de zware nederlaag van de katholieken bij de verkiezingen van mei 1936 en de nood aan een nieuwe en stevige partijorganisatie (...) leidden in 1936 tot een wijziging in de politieke opstelling van het ACW. Om de vorming van het Blok van Katholieken toe te laten, was het ACW bereid af te zien van een eigen politieke actie en steun te verlenen aan een meer unitaire partij op voorwaarde dat het programma van die partij vertrouwen zou inboezemen en het ACW een aantal eigen mandatarissen kon behouden."

Dat was een drastische koerswijziging, een politieke demobilisatie van het ACW die vrijwel onmiddellijk voor discussie zorgde. De leiding van de beweging wist echter, telkens als er vragen kwamen over de verhouding met de CVP, de gemoederen te sussen. Dat ging nog het gemakkelijkst in de jaren van de koningskwestie (1949-1950) en van de schoolstrijd (1954-1958). De rangen sluiten was de boodschap. Vernieuwen zat er niet in, ook al niet omdat Theo Lefèvre de partij met ijzeren hand op het ene, juiste spoor hield.

Met de komst van het Schoolpact en de daarmee verbonden levensbeschouwelijke pacificatie kon er weer wat vrijer gedacht worden. In 1958 zei Jan De Meyer (later hoogleraar aan de KU Leuven en eventjes ook CVP-senator) op een studiedag van het progressief katholieke blad De Maand: "Wellicht kan het nodig worden dat wat wij nu de CVP noemen het karakter zou krijgen van een soort christelijk kartel dat slechts als één blok zou optreden in die aangelegenheden waar die eenheid direct noodzakelijk blijkt voor het beveiligen van christelijke waarden en voor het overige ruimte zou laten voor enerzijds een progressieve en anderzijds een conservatieve vleugel, die elk vrij hun gang zouden gaan en uiteraard een zeer verschillende politiek zouden voeren."

Dat idee won geleidelijk veld. De KWB, een van de dikke takken aan de boom van de christelijke arbeidersbeweging, vroeg via zijn middenraad zowel in maart 1965 als in november 1967 aan de leiding van het ACW om een open debat te houden over het huwelijk met de CVP. Tevergeefs trouwens.

Het debat kwam in een stroomversnelling tussen mei 1967 en mei 1969. In de loop van de lente en de zomer van 1967 publiceerde de socialistische Volksgazet een reeks interviews met katholieke voormannen (onder wie gewezen premier Theo Lefèvre, vakbondsleider August Cool, de bisschop van Brugge...). Allen spraken ze zich uit voor een herverkaveling van het politieke landschap in de richting van een tweepartijenstelsel, wat de facto het einde van de CVP inhield. Begin januari 1969 lanceerden de CVP-jongeren (met Wilfried Martens als voorzitter en Jean-Luc Dehaene als secondant) hun manifest over 'Partijvorming in België en de rol van de CVP'. Een citaat: "Daarom is vandaag dringend een hervorming van de politieke partijen noodzakelijk, namelijk een hergroepering van gelijkgezinden in een progressieve en een conservatieve partij..."

Dat de CVP sinds 1961 in vrije val was, werkte uiteraard als katalysator. Op 1 mei 1969 ten slotte was er de fameuze oproep van Leo Collard, toen de voorzitter van de Belgische Socialistische Partij. Hij ook pleitte voor een progressieve frontvorming. Martens en Collard zouden, vaak samen, door het land trekken om hun pleidooi uit te leggen.

In 1971, twee jaar na de oproep van beide voorzitters, was voor het idee van de hergroepering van de politieke krachten de lente al afgelopen. De top van de Waalse socialisten en die van de Vlaamse christen-democraten hadden de deuren dichtgegooid. Ter gelegenheid van haar jaarlijkse hoogmis, de Sociale Week, decreteerde ook de ACW-leiding in oktober 1971 dat alleen de CVP het vertrouwen genoot.

Dat levensbeschouwelijke overwegingen een cruciale rol speelden, is betwijfelbaar. Het Schoolpact van 1958 had zowel aan katholieke als aan vrijzinnige zijde de meeste angst voor verdrukking weggenomen. Ook het klimaat van openheid dat het tweede Vaticaans concilie had verwekt zorgde voor een toenadering.

Tekenend in dat verband is een uitspraak van monseigneur De Smedt, bisschop van Brugge, in de interviewreeks van Volksgazet: "Zo de katholieke leken tot het besluit komen dat de hergroepering mogelijk en wenselijk is, zal de kerkelijke overheid zich niet lenen tot tussenkomsten om de eigen katholieke organisaties te behouden, zelfs indien een minderheid van leken haar daarom verzoekt." Niet dat van de kant van het ACW en de CVP de oude gebedsmolens helemaal verdwenen. Willy D'havé, voorzitter van het ACW, zei op een Rerum Novarum-viering in mei 1969: "De christelijke arbeidersbeweging moet in 1969 (...) nog steeds steunen op de christen-democratie. Deze christenheid heeft nog niet afgedaan, want het blijft een eretitel van onze samenleving dat zij gegroeid is uit de fundamentele waarden van de christelijke beschaving." Een extreme uitschieter is wat later te vinden in het officieel Berichtenblad van de CVP van het arrondissement Kortrijk: "Het alternatief is de maatschappij die de BSP ons opdringt (...). Dat onze jeugd zich goed deze maatschappij voorstelt: vrije abortus (vandaar nog een kleine stap naar euthanasie), ontluisteren van het gezin (...), minachting voor de kloosterlingen, langzame wurging van de vrije scholen. Dit alles gebeurt op zo'n beschaafde wijze dat we de woorden gangsterisme of zelfs banditisme, tot zelfs kerkvervolging niet kunnen gebruiken." (1973, het jaar nota bene waarop het Cultuurpact gesloten is)

Ook intimidatie in de richting van de vernieuwers ontbrak niet. Op 1 december 1969 zond de CVP-top een mandement naar alle arrondissementele hoofdbesturen: "Alle leden van de besturen der CVP-jongeren worden verzocht zich te onthouden van iedere aanwezigheid op congressen en gelijkaardige vergaderingen, openbare vergaderingen, panelgesprekken georganiseerd voor en door een andere partij, of andere vergaderingen met duidelijke politieke inslag, tenzij er voorafgaande toestemming wordt gegeven door de bevoegde bestuursorganen." Bij de parlementsverkiezingen van 1971 kregen Martens, Dehaene en andere frontvormers het deksel op hun neus: een onverkiesbare plaats op de lijst was hun deel.

Recuperatie was de volgende stap. De levensloop van Wilfried Martens is daarvan de beste illustratie. In de lente van 1968 verklaarde hij: "De CVP biedt geen samenhangend beeld meer. (...) Als er van een partij niets meer overblijft dan de politieke formatie zelf en de leiders van die partij met het programma alle kanten uit kunnen, ontstaat een politieke situatie waarin alles om het even is, behalve de macht." Op 4 maart 1972 promoveerde hij tot voorzitter van de CVP. In een mededeling aan de pers, bij zijn afscheid van de jongeren (13 april 1972), luidde het dat er niet getwijfeld kon worden "... aan het eigen karakter en het bestaansrecht van de CVP, die op haar jongste congressen bewezen heeft een wezenlijke bijdrage tot de politieke vernieuwing te leveren".

Maar de belangrijkste verklaring heeft met strategie te maken. Bij de wetgevende verkiezingen van 1974 viel de electorale neergang van de CVP stil. Daarbovenop kwam in haar schoot een nieuw fenomeen tot ontwikkeling: Leo Tindemans. Achter zijn persoon vormde zich een alliantie van loyale CVP-aanhangers, jonge Turken en naar de ware stal teruggekeerde ontrouwen. Die formule leverde de CVP bij de verkiezingen van 1977 en 1978 serieuze winst op. Bij de Europese stembusgang van 1979 bereikte de partij zelfs opnieuw het peil van 1961. In die gunstige omstandigheden was er uiteraard geen plaats meer voor avonturen. Ook het ACW dacht er niet aan niet te wedden op een winnend paard.

Vanaf 1981 ging het weer bergaf met de partij. Toch kwam vernieuwing niet opnieuw vooraan op de agenda. De reden is simpel: de CVP bleef de belangrijkste posten in de federale en de gewestelijke regeringen bezetten. Waarom zou men zich zorgen hebben gemaakt? Eén uitzondering: in maart 1982 bezorgde een werkgroep een 'diagnose van de nederlaag' aan de CVP-leiding. Citaat: "... het succes van de CVP in 1978 was zonder twijfel in grote mate toe te schrijven aan de figuur van Leo Tindemans. We moeten er ons echter ook van bewust zijn dat deze successen wellicht dieper liggende evoluties hebben verdoezeld en dat de euforie van de overwinning er wellicht toe heeft bijgedragen dat de CVP zich niet op tijd bewust is geworden van de veranderingen die zich in de maatschappij en in de mentaliteit van de mensen hebben voorgedaan." Ik neem aan dat dit rapport verticaal geklasseerd is geworden.

Weer is de CVP aan een operatie hervorming begonnen. Zal de geschiedenis zich herhalen? Aan de ene kant zitten er in de situatie van vandaag remmen die er in het begin van de jaren zeventig niet waren. Er is geen wervend idee, zoals de strijd om de progressieve frontvorming dat was. Ook de huidige partijfinanciering neigt ertoe om de bestaande partijen als het ware te verankeren. Aan de andere kant zijn bepaalde remmen weggevallen. De CVP zit, bovendien met een historisch lage aanhang in het kiezerskorps, in de oppositie. Misschien verwekt dat het toen ontbrekende realisme. En de nevenorganisaties zijn ofwel verzwakt (sommige takken van het ACW), ofwel de monogamie voorbij (NCMV...), ofwel op weg naar een veelkleurigere opstelling (het ACW). Het kan dus alle richtingen uit.

Bij dit alles is het wenselijk om goed in het oog te houden dat een politieke partij slechts één schakel is (en misschien niet eens de belangrijkste) in het complexe proces dat politiek anno 2000 is. De niet te vermijden herverkaveling van het politieke landschap is een uitermate belangrijke operatie, maar ze is tegelijkertijd ook te relativeren. Veel crucialer is wat er te gebeuren staat in het verenigingsleven onder de partijen, in wat we hier in Vlaanderen het middenveld noemen. Meer en meer overheerst de indruk dat het daar is dat over het lot van de democratie zal worden beslist.

Met dank aan Guy Van Gyes. Zijn studies over de progressieve frontvorming hebben mij geïnspireerd. Luc Huyse is emeritus professor aan de KU Leuven. Zijn laatste boek, 'Grensberichten', verscheen bij uitgeverij Van halewijck.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234