Dinsdag 25/02/2020

Vijfendertig jaar complexloos normaal

Wie denkt dat een interieurarchitect iemand is die gekleurde doeken over zetels drapeert en vazen op sokkels plaatst, die kent Claire Bataille en Paul ibens niet. Vijfendertig jaar werken ze samen, en het zou me verbazen als ze één doek hadden gedrapeerd. Ruimte, verhoudingen en materialen, daarover gaat hun werk. Claire Bataille kreeg niet voor niets de bijnaam 'Madame casse-tout'.

Ze hebben na die 35 jaar niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen. En ze hebben ook niet veel woorden om hun werk uit te leggen. "Ik ben geen prater", zegt Claire Bataille, "ik kan beter luisteren." Maar haar beperkte discours heeft ook te maken met het feit dat ze vandaag geen stem heeft. Gisteren hebben ze op kantoor de publicatie gevierd van het boek dat een overzicht biedt van hun werk, en dat gekoppeld is aan de tentoonstelling in het Design Museum van Gent. Nu zitten we met hen aan tafel bij uitgeverij Ludion en de eerste exemplaren van het boek worden met gepaste eerbied doorbladerd.

"We zijn een jaar of vijf geleden begonnen met deze reeks architectuurboeken", vertelt uitgever Jan Denolf, "en daarin wilden we het werk van Bataille en ibens inventariseren. Want natuurlijk laten architecten wel sporen na, maar creatieve mensen zijn doorgaans geen inventarismakers. Ze hebben daar de tijd niet voor. Daarom was het onze opzet om hun hele parcours in kaart te brengen en dan aan enkele auteurs te vragen om daarop te reflecteren."

Het boek begint dus inderdaad met een soort chronologische film, te beginnen bij een woning in Baisy-Thy in 1967, en lopend tot een appartement in Sint-Pieters-Leeuw, van 2002. Zelfs wie zich weinig interesseert voor (interieur)architectuur, zal waarschijnlijk al ooit eens een inrichting van Bataille en ibens 'ondergaan' hebben. Want behalve privé-woningen en kantoren hebben ze een hele serie winkels op hun palmares staan; de bekendste zijn allicht Princess, in Antwerpen en Knokke, Festival en Moggy'sin Antwerpen, de verschillende vestigingen van het verdwenen Belgische merk Migosha en Tiffanys in Sint-Niklaas. Ze zijn er best trots op.

Claire Bataille: "De inrichting van Festival is nu al 20 jaar oud. Destijds begon men overal kleine, knusse boetiekjes met lage plafonds te maken. Wij waren de eersten die de oorspronkelijke ruimte hebben gerespecteerd, iets wat vandaag steeds vaker gebeurt. Recentelijk voor Princess stonden we voor de moeilijkheid om de oorspronkelijke winkel, in verschillende huizen, te verbinden met de achterliggende galerie Campo. We waren erg bang dat die lange gang een drempel zou vormen, maar blijkbaar was die vrees ongegrond."

Paul ibens en Claire Bataille studeerden in 1962 af aan de Antwerpse academie. Sterk beïnvloed door hun professor Jules De Roover, waren ze ervan doordrongen dat architectuur en interieurontwerp niet als aparte disciplines beschouwd moeten worden. In 1968 openen ze samen het bureau Bataille-ibens Design. "Ja", vat Claire Bataille dat laconiek samen, "wij hebben vaak muren en plafonds moeten uitbreken."

Hun beider specialiteiten maken dat ze elkaar perfect aanvullen. Het eerste wat je ziet op de tentoonstelling in het Designmuseum is bijvoorbeeld een vloer en een muur vol materialen; tegels, steen, kunststof, rubber... Je zou er willen aankomen, en dat illustreert perfect de inbreng van Bataille: zij is heel sterk in het beheersen van tactiele materialen en kleurenharmonieën. Dat sluit perfect aan bij het voortdurende streven van ibens naar heldere constructies. De som van die twee talenten leidt naar een zuivere tijdloze esthetiek. Hun ontwerpen zijn strak, maar niet koel, en vaak zit er een onverwacht guitig detail in. Een spleet in de muur, waar de hond net door kan, maar de bezoeker niet, of een deuk in de voet van een glas waar je vinger in past.

Want het duo werkt niet alleen aan grote projecten, ze maken ook objecten. En zo is de indeling van het boek verder gemaakt. Na de chronologische film, volgt een presentatie van enkele van hun belangrijkste interieurprojecten, beschreven door architect Jan Thomaes, en in vorm gebracht door Koen Bruyneel op een manier die aansluit bij de stijl van de architecten. Jan Denolf: "Het boek ziet er heel vanzelfsprekend uit, maar dat is het niet. Iets wat er ingewikkeld uitziet, is niet goed" (Bataille knikt nadrukkelijk).

Bij de vormgeving is zo weinig mogelijk ingegrepen in de foto's, en waar tekst is, staat die tekst apart. Denolf: "We hebben gekozen voor twee soorten papier, wit waar de foto's op staan, roomkleurig voor de teksten. Ik krijg het op mijn heupen van typografie die teksten ontoegankelijk maakt. Vooral Nederlandse vormgevers hebben daar een handje van weg. Ik hoor dan wel eens zeggen, 'ach, er is toch niemand die dat leest', maar dat is flauwekul. Dan moet je er maar geen tekst in zetten."

Bataille bevestigt dat ze het in hun beginjaren niet onder de markt hadden. "We moesten onze naam nog maken en interieurarchitectuur was in de jaren zestig helemaal niet zo bekend." Als jonge ontwerpers volgen zij de nieuwe tendensen, die in de jaren zeventig vooral uit Italië komen. Ook het Scandinavische meubeldesign volgen ze op de voet. Ze krijgen al snel internationale aandacht. Het Nederlandse bedrijf Spectrum produceert hun eerste meubelen. Voor de woning Vandendriessche ontwerpen ze in de jaren tachtig een houten zitbank, die in 1998 in productie wordt genomen door Appart en die prompt in New York beloond wordt met een prijs op de International Contemporary Furniture Fair, waarmee meteen bewezen is dat hun objecten wel hedendaags maar niet vluchtig trendy zijn.

Hun succesvolste ontwerp is de bureautafel H2O die ze maakten voor Bulo, een heel praktische tafel met een verstelbaar blad (niet alle mensen zijn even groot) en met nissen waarin de computer past. Christian Kiekens schrijft: "Voor Bataille en ibens gaat het niet om bedenken, maar om hérdenken. Een tafel kan niet meer worden bedacht en hetzelfde geldt voor een stoel, een vork, een schaal, een wijnglas enzovoort. Niet voor niets neemt de H2O-tafel een eigen plaats in in de wereld van het design. Is het misschien omdat zij bijna tot een nieuw archetype is geworden, een referentiebeeld vanwege haar duidelijkheid, de discrete aanwezigheid waarmee zij alles laat gebeuren zonder een plaats voor zichzelf op te eisen?" Ook die tafel is vanzelfsprekend op de tentoonstelling te zien, net als het zilveren bestek AG+ en het glazenservies Palladio.

Om hun rustgevende, hedendaagse interieurs te bestuderen, is het boek dan weer een schitterend instrument, want je kunt het vastnemen, bladeren, opnieuw vastnemen, en dromen. Nogmaals Kiekens:"Wat me zo aanspreekt in het werk van Claire Bataille en Paul ibens: ik hoef niet geattendeerd te worden op wat er zo bijzonder aan is om het goed te vinden. Het bezit een soort van gezonde normaalheid, maar dan wel met een extreme graad van juistheid." Waarmee de cirkel rond is en we opnieuw bij Denolf belanden: "We wilden niet een mooi boek maken, maar een juist boek."

Claire Bataille en Paul ibens, projecten en objecten 1968-2002, tot 9 juni in het design Museum Gent, Jan Breydelstraat 5. Alle dagen open van 10 tot 18 uur behalve maandag. Het boek, dat geldt als catalogus bij de tentoonstelling is uitgegeven bij Ludion, hardcover, 49,50 euro.

De som van Batailles beheersing van tactiele materialen en kleurenharmonieën en ibens' streven naar heldere constructies is een zuivere tijdloze esthetiek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234