Donderdag 21/01/2021

Boekentips

Vijf redenen waarom Marcel Proust een (her)ontdekking meer dan waard is

Beeld Eliza Pepermans

Wie durft Marcel Proust in zijn reiskoffer te proppen? Een nieuwe Nederlandse versie van Du côté de chez Swann is misschien de ideale opstap om in zijn legendarische romancyclus A la recherche du temps perdu te vliegen. Een zomer met Proust, waarom niet? Vijf redenen waarom zijn werk een (her)ontdekking meer dan waard is.

1. Omdat Proust de tijd kan stilzetten en ermee jongleert

Het zijn momenten waar je amper de vinger op kunt leggen. Zo ijl zijn ze, zo vluchtig. We beleven ze allemaal: die soms koortsige tijdspanne tussen waken en in slaap doezelen. Om dan weer wakker te worden en in een schemertoestand de slaap te hervinden, terwijl dagflarden, droomsequenties en opdringerige gedachtegangen af en aan rollen. Het is als rondtasten in een behaaglijk schimmenrijk.

Toch is het een schrijver uitzonderlijk goed gelukt deze modus in kaart te brengen. Marcel Proust (1877-1922) doet het in de beroemde eerste pagina's van Du côté de chez Swann. De hypersensibele verteller Marcel, die het liefst overdag slaapt, poogt voortdurend de sluimering te betrappen. Talloze reminiscenties komen hem voor de geest over de doezelige verwarring die hem destijds bij het nachtelijke ontwaken overviel. Plekken, herinneringen en tijdsbelevingen schuiven over elkaar heen.

Minutieus vat Proust de desoriëntatie die het lichaam overvalt. 'De caleidoscoop van het geheugen draait en de lezer is op weg, al begrijpt hij nog niet waarheen', zegt Proust-kenner Antoine Compagnon in Een zomer met Proust (zie kader). Het mechanisme is op gang gebracht door de legendarische beginzin van A la recherche du temps perdu. Met 'Longtemps je me suis couché de bonne heure' maakt Proust meteen duidelijk dat 'de tijd' het centrale thema is van de cyclus. En ook het befaamde madeleine-koekje - 'heel Combray kwam uit mijn kopje thee', zal hij later zeggen - maakt al snel zijn opwachting, als generator van 'zintuiglijke indrukken' en 'onwillekeurige herinneringen'.

Proust brengt de tijd tot bedaren door te schrijven, maar toont in zijn reconstructie van het verleden ook zijn verwoestende kracht: de onomkeerbaarheid van het verlies, het kwijtraken van geliefde personen. 'Huizen, wegen, lanen vliegen heen, helaas, als de jaren.'

In A la recherche du temps perdu wordt het leven verhevigd en kleine gebeurtenissen worden uitvergroot. 'Een diner beslaat honderdvijftig pagina's, een soiree een half boekdeel.' Vladimir Nabokov spreekt van een 'prisma' met 'als enig doel het licht af te buigen en door dat afbuigen een voorbije wereld te herscheppen'. Compagnon schrijft dat Proust nochtans soms de indruk wekt dat het een rommeltje is in zijn roman. 'Maar achter de ogenschijnlijke wanorde schuilt een waar knippatroon als voor een jurk... Schrijven is, zoals Proust het in De tijd hervonden zegt, een kwestie van naaien.'

Proust kon de tijd oprekken. Is het verwonderlijk dat zijn aan elkaar geplakte 'paperollen' en manuscripten oogden als een accordeon?

Beeld kos

2. Omdat Proust lichtvoetiger en minder ondoorgrondelijk is dan je denkt

Misschien moet je een zomervakantie voor de boeg hebben plus enig doorzettingsvermogen om Prousts zevendelige cyclus te verstouwen. De 'beruchtste hypochonder uit de literatuurgeschiedenis' vatte zijn huzarenklus aan in 1909, toen hij 32 jaar oud was en slechts bekend stond als de mondaine dandy-journalist én auteur van Les plaisirs et les jours (1896).

Een ruwe versie van de roman fleuve rondde hij af in 1912, om er tot aan zijn dood in 1922 aan te blijven schaven en schuren. Het eerste deel, Du côté de chez Swann, werd aanvankelijk afgewezen door André Gide. Proust gaf het in eigen beheer uit bij Grasset.

Met welgeteld 9.609.000 lettertekens, 1.267.069 woorden en 40.881 zinnen is A la recherche du temps perdu erkend als de langste roman ter wereld, dubbel zoveel als Tolstojs Oorlog en vrede. Zelfs Prousts broer Robert vond het volume nogal overweldigend: 'De ellende is dat mensen heel ziek moeten zijn of een been moeten breken voor ze de tijd hebben om De verloren tijd te lezen', sprak hij schamper. Al vond Jean Cocteau dat niemand zich mocht laten afschrikken door de omvang: 'Er zijn dunne werkjes die dik lijken. Het enorme werk van Proust lijkt mij dun.' Hij noemde het 'een reusachtig miniatuur, vol luchtspiegelingen, visioenen van gestapelde tuinen, een spel gespeeld tussen ruimte en tijd.'

In ieder geval behoort het meesterwerk van Marcel Proust samen met James Joyces Ulysses en Robert Musils Der Mann ohne Eigenschaften tot die kolossen van de literatuur waar iedereen met torenhoog ontzag tegen aanhikt. Toch heeft Proust van dit drietal de beste papieren om lezers altijd weer voor zich te winnen. Alain de Botton wist het al: 'Proust can change your life' vanwege 'the charm of the everyday'. En dat komt door zijn thema's, vond Nabokov: 'De omzetting van zintuiglijke gewaarwording tot gevoel, de eb en vloed van de herinnering, golven van emoties zoals begeerte, jaloezie en artistieke euforie.' Ja, misschien kan iedereen er zijn dromen, vreugden en angsten op projecteren, in dit 'reusachtige en toch zo buitengewoon lichtvoetige en transparante werk'.

Lezers krijgen bovendien vaak het idee dat Proust zijn Recherche speciaal voor hen heeft geschreven. Cees Nooteboom vond dat ook, 'omdat je als lezer de illusie gegeven wordt dat je een onzichtbare toeschouwer mag zijn'.

Toch zijn degenen die hem van a tot z lazen veeleer schaars. Slechts als je voorbij het derde deel, De kant van Guermantes, bent geraakt, haak je niet meer af en vlieg je door Sodom en Gomorra, De gevangene, De voortvluchtige en De tijd hervonden. Je moet overweg kunnen met Prousts meanderende zinnen. 'Prousts lange zin is karakteristiek. Het is een zin die zich steeds verder uitschuift, met tussenzinnen en terzijdes.'

Proust heeft ook verrassende pleitbezorgers, zoals onlangs Kamagurka in Knack, die zijn boeken helemaal niet zwaar op de hand vindt: 'Ik hou niet van romans, maar wél van Marcel Prousts A la recherche du temps perdu. Die duizenden bladzijden zijn eigenlijk duizenden observaties.' En als het toch echt niet lukt, kun je nog altijd terecht bij de 15 seconden van Monty Python en hun beruchte 'Summarize Proust Competition'-sketch.

Beeld kos

3. Omdat Proust de nietsontziende chroniqueur van het mondaine leven was

'Nergens heb ik zulke dodelijke analyses van menselijk gedrag gelezen als bij Proust. Alles is schijn, keeping up appearances', zo noteert Frankrijk-kenner Rudi Wester in het amusante boekje Een liefde voor Proust (2002). Het is zowel 'de ultieme poëzie als de ultieme satire van het snobisme.'

Proust - zoon van een hoogleraar in de medicijnen en een welgestelde Joodse moeder - had al vroeg een hang naar het mondaine leven. Na schooltijd schreef hij opstellen over de verfijning van dameskledij. Al in 1890 pende hij kronieken over de Parijse salons. Uiteindelijk zou hij in zijn cyclus vijfhonderd personages laten opdraven, met beroemde figuren als De Guermantes, Robert de Saint-Loup, Swann, madame De Villeparisis, de 'bloeiende meisjes' en de homoseksuele, excentrieke aristocraat Baron de Charlus.

Hoezeer hij ook deel uitmaakte van die wereld, hij nam de haute bourgeoisie danig op de korrel. De hypocrisie en het snobisme gingen voor de bijl: 'Zo gaat het in onze kringen, je spreekt elkaar niet, je zegt niet tegen elkaar wat je zou willen zeggen, trouwens, zo is het overal in het leven', zegt Madame de Guermantes tegen Monsieur de Froberville. 'Zijn pen is grappig en wreed', noteert proustiaan Jérôme Prieur. 'Hij was iemand die erbij wilde horen en toch niet.' Hij had 'de kwikzilverige drang overal tegelijk te zijn', een ware antropoloog en entomoloog.

Cees Nooteboom drukte het prachtig uit: 'Je neemt tegelijkertijd deel aan een maskerade en aan een démasqué, je wordt voyeur en in diezelfde zin ook 'auditeur' (...) het afluisteren, het per ongeluk horen, het misselijke en vernietigende gefluister achter de ruggen van anderen. (...) Aan het eind weet je meer dan goed voor je is en staat dat gigantische tableau van helden en schurken, heiligen en perverselingen, antisemieten en kwezels in al zijn naaktheid en glorie voor je.'

4. Omdat je Proust mag lezen zonder zijn biografie te kennen

Proust was formeel: een roman moet je, los van de auteur, op zijn artistieke kwaliteiten beoordelen. 'Een boek is het product van een ander ik dan we te zien geven in ons maatschappelijke verkeer, in onze hebbelijkheden', schreef hij in Contre Sainte-Beuve (1954, postuum). 'Al het andere was conversatie, gebabbel vanuit de bovenlaag, de ruis die om elk schrijversleven heen hangt', zo noteert alweer Nooteboom.

Niemand die dat beter kon weten dan Proust, in de buitenwereld vaak gepercipieerd als een gecoiffeerde fat die de societybladen van zijn tijd bladvulling verschafte. Kortom, het was de wens van de schrijver om je blindelings onder te dompelen in zijn universum. Zie maar hoe ver je raakt. Laat je meedrijven op zijn associaties en bewonder zijn halsbrekende evenwichtsoefeningen met de Franse taal.

Nabokov prent het de lezer nog eens goed in: 'Vereenzelvig de verteller, die Marcel heet, nooit met de schrijver Marcel Proust en onthoud dat de personen in het boek nooit bestaan hebben, behalve in de verbeelding van de auteur.' Grijp pas later naar de berg studies met biografische Proust-wissewasjes, die elke splinter van zijn in wezen vrij monomane leven verzamelden: zijn 'geïnverteerde' seksualiteit, zijn astmatische, ziekelijke en kouwelijke natuur, zijn uitzinnige moederliefde, zijn luistervinken in de Parijse beau monde, zijn uitputtende schrijven.

Ga pas daarna naar het Proust- walhalla Illiers-Combray - het ietwat naargeestige dorpje waar Prousts universum (en dat van tante Léonie) nog doorschemert en kunstmatig wordt gekoesterd. Meng je voorzichtig tussen de aangevoerde toeristenbussen vol idolate proustianen met hun - meestal ongelezen - Du côté de chez Swann onder de arm. Doe je te goed aan een zojuist aangeschafte doos madeleines. En maak een ommetje via Parijs, naar zijn appartement op de Boulevard Haussmann 102, waar hij in een met kurk beklede kamer op bed schreef.

Maar léés vooral Proust en ontdek intussen hoe hij zijn personages uit het leven plukte, kneedde en als pionnen op een schaakbord verschoof. Zie hoe hij karaktertrekken van al die blauwbloedigen bij elkaar voegde. Merk hoe hij eigenschappen van zijn homoseksuele vrienden overdroeg op 'de bloeiende meisjes'. En onderga dan toch weer 'dat nogal tergend mengsel van extatische verrukking en afgrondelijke intimidatie', dixit Proust-bewonderaar Erwin Mortier, waarin alles samenvloeit tot 'één grote klankkast waarin de Tijd zelf kan resoneren'. Bravo. Dan verdient u écht het etiket Proust-snob.

5. Omdat er een nieuwe Nederlandse vertaling is van 'Swanns kant op'

Proust lezen in het Frans? Dat vergt zelfs voor een talenknobbel enige potloodstreepjes, tandengeknars én batterijen woordenboeken. Proust is zo 'taai als een kattendarm en even vluchtig als de bloei van een vlinder', vond Virginia Woolf. Maar nu er opnieuw een Nederlandse 'spreektalige' Proust-vertaling is van Du côté de chez Swann, hebt u geen smoezen meer.

Houellebecq-vertaler Martin de Haan en Michon-vertaler Rokus Hofstede namen de handschoen op. Hun quatre-mains-vertaling van 'de grootscheepse ouverture' van Op zoek naar de verloren tijd blinkt nu in de Perpetua-reeks. Ze had twee jaar geleden al klaar moeten zijn, toen het boek zijn honderdjarig bestaan vierde. Terwijl in de twee vorige Nederlandse vertalingen van Nico Lijsen en Thérèse Cornips als titel voor De kant van Swann werd geopteerd, luidt het bij hen: Swanns kant op, wat niet al te mooi bekt. De Haan en Hofstede wilden een statement maken én meteen meer dynamiek én richting aangeven. Hun vertaalvisie botst met die van Thérèse Cornips, die 35 jaar aan de complete A la recherche-vertaling werkte. Haar wat statige, stroeve maar precieuze vertaling verdiende weerwerk. De Nederlandstalige moet zich beter thuis voelen in de tekst. En ze wilden Prousts talent voor parodie, ironie en overdrijving tonen, 'hoe visionair en zinnelijk hij op andere momenten kan zijn'. Hervertalingen zijn immers 'een levenselixir, ze geven Marcel en de anderen hun eeuwige jeugd'.

Ook Eric De Kuyper onderstreept in het weekblad Agenda de noodzaak van een nieuwe Proust-vertaling: 'Omdat de vorige Nederlandse vertalingen toch altijd wat stroef waren. (...) Wat in het Frans vlot leest, wordt in het Nederlands snel stijf en droog.' Toch lokt de vertaling gemengde gevoelens uit bij vertaalcoryfee Cornips: 'Het enige waarin ik dacht geslaagd te zijn in mijn leven, het vertalen, is nu ook al onder vuur komen te liggen.'

Het Parool was laaiend over deze 'moderne Proust', maar NRC trof, ondanks de grotere toegankelijkheid, nogal wat slordigheden aan. En toegegeven, het woord 'blikskaters' in een Proust-vertaling tegenkomen, het is even schrikken.

Proust for dummies

De Franse literatuurhistoricus en Proust-kenner Antoine Compagnon (°1950) legt in 38 korte hoofdstukken uit waarom Proust de beroemdste Franse schrijver is, waarom hij en vele collega's hem zo graag lezen, en waarom zijn werk nog altijd actueel en hoogst lezenswaard is. Een mooie en aanstekelijke introductie tot het oeuvre van een monument.

Marcel Proust, Swanns kant op,

Athenaeum/Polak & Van Gennep, 469 p., 39,99 euro. Vertaald en van een nawoord voorzien door Martin De Haan en Rokus Hofstede.

Antoine Compagnon e.a., Een zomer met Proust,

Athenaeum/Polak en Van Gennep, 215 p., 15 euro. Vertaling Maartje de Kort.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234