Zondag 25/10/2020
De brand in een opvangcentrum voor vluchtelingen in het Duitse Tröglitz staat het diepst in het collectieve geheugen gegrift, omdat die een van de eerste was.

ReportageTröglitz

Vijf jaar na ‘Wir schaffen das’: ‘‘Buitenlanders, ga weg!’, schreeuwden mensen’

De brand in een opvangcentrum voor vluchtelingen in het Duitse Tröglitz staat het diepst in het collectieve geheugen gegrift, omdat die een van de eerste was.Beeld Polizei

‘Wir schaffen das’, zei Angela Merkel vijf jaar geleden. Wat ze wilde zeggen: Duitsland kan dat, honderdduizenden ­migranten huisvesten en integreren. Het dorp ­Tröglitz verzette zich, er werd zelfs brand gesticht in een asielcentrum. Hoe is het er nu?

Er zijn in vijf jaar tijd dingen veranderd in Tröglitz. Het afgebrande huis heeft weer een dak, al zitten er nog geen pannen op. Het kale dakleer lijkt op littekenweefsel. De brandstichters zijn nooit gevonden, nooit berecht voor het aansteken van het huis dat een voorlopig thuis had moeten bieden aan veertig vluchtelingen. Sterke aanwijzingen waren er voor een aanslag van extreemrechts, maar het Openbaar Ministerie stuitte bij de dorpelingen op een muur van grimmig eensgezind zwijgen. Die muur staat er nog. Veel is ook hetzelfde gebleven in Tröglitz, een dorp met 2.700 inwoners in de deelstaat Saksen-Anhalt.

Op 31 augustus is het vijf jaar geleden dat Angela Merkel de zin uitsprak die Duitsland en Europa blijvend zou veranderen – Wir schaffen das, dit gaat ons lukken. De zin echode na in de wereldwijde verering van de Duitse bondskanselier, in haar nominatie voor de Nobelprijs voor de Vrede in 2017.

Maar ze weerklonk evengoed in verkiezingsoverwinning waarmee de rechtse AfD in datzelfde jaar uit het niets de grootste oppositiepartij in de Duitse Bondsdag werd, en in het schot waarmee vorig jaar CDU-politicus Walter Lübcke werd vermoord, omdat hij overtuigd was geweest van Merkels Willkommenskultur voor vluchtelingen. Het was de eerste politieke moord in Duitsland na 1945.

“Wir schaffen das.” Merkel zei het op 31 augustus 2015 tijdens haar jaarlijkse zomerpersconferentie. De kanselier doelde, meer praktisch dan ideologisch, op het huisvesten en integreren op vluchtelingen die in steeds groteren getale naar Duitsland kwamen. “Duitsland is een sterk land”, zei ze. “Het motief waarmee we dingen aanpakken moet zijn: we hebben zoveel voor elkaar gekregen, dit gaat ons lukken.” Een paar dagen daarna, op 5 september, zette ze de grenzen open voor duizenden mensen die vastzaten in Hongarije. Uiteindelijk zouden in Duitsland in 2015 en 2016 bijna 1,6 miljoen asielaanvragen worden ingediend.

Een meisje wandelt voorbij het gebouw dat gebruikt werd voor vluchtelingen­opvang. Dat werd in 2015 in brand gestoken.   Beeld Daniel Rosenthal

Tröglitz kwam vroeg in opstand tegen deze politiek. De eerste demonstratie werd in december 2014 georganiseerd door de extreemrechtse splinterpartij NPD. Vier maanden later, op Pasen, sloegen de vlammen uit het dak van de beoogde vluchtelingenopvang. De brand in Tröglitz was de eerste brandstichting in beoogde asielzoekerscentra. Het leverde Tröglitz een droevig soort roem op. ‘Dorp van schande’, kopte de Bildzeitung. Tröglitz werd een allegorie van het arme, verongelijkte en xenofobe Oost-Duitse platteland. De landelijke media muntten de term ‘donker-Duitsland.’

De vluchtelingen kwamen toch, in de zomer. Drie families uit Afghanistan en een uit India. We bezochten Tröglitz voor het eerst in het najaar van 2015, toen het dorp in een neerwaartse spiraal was beland. De toenmalige burgemeester stapte op na extreemrechtse demonstraties voor zijn deur, hakenkruizen op de muur, enveloppen vol stront en een kogelbrief. De vluchtelingen werden bij het boodschappen doen uitgescholden.

Het leek er toen op dat Merkel met haar uitspraak de bevolking van Tröglitz had overschat. De kans dat hier iets moois zou opbloeien tussen de lokale bevolking en nieuwelingen leek verwaarloosbaar. Hoe is dat nu?

Duitse levens

Op een klam warme augustusmiddag zitten vier leden van de vrijwillige brandweer met een Feierabendbier op de stoep voor de kazerne. Twee van hen blusten vijf jaar geleden de brand, met de enige brandweerwagen van het dorp, bouwjaar 1974. “De beste DDR-kwaliteit”, grapt Andrea Schmeisser. Ze vonden ook de jerrycans waarmee de brand was aangestoken. Maar speculeren over de daders “is niet onze taak”, zegt de nestor van het stel, Reiner Seifert, die het vooral erg vindt dat brandstichters de levens van de buren hebben geriskeerd. “Duitse levens.”

Wonen er nog steeds migranten in Tröglitz? De vier kijken elkaar onzeker aan. “Ze zijn toch allemaal weg?” “Die vonden het hier te klein, die zijn naar de stad gegaan.” “Volgens mij is de familie uit India nog wel hier.” De onwetendheid van nu staat in schril contrast met de ophef van vijf jaar geleden.

De thermometer naast de kazerne geeft 32 graden in de schaduw aan. Het verkeer dat door de hoofdstraat rijdt, bestaat hoofdzakelijk uit crossbrommers waarop de oudere dorpsjeugd de laatste week van de zomervakantie verdrijft. De straat voert de heuvel op, naar het historische deel van het dorp. In de tuinen rond de vrijstaande ­bungalows wapperen Duitse vlaggen.

Eberhard Stück en zijn zoon Mario. Zij liepen destijds mee in de antivluchtelingendemonstraties. Beeld Daniel Rosenthal

De weg eindigt op de heuveltop voor het huis van de geplaagde ex-burgemeester Markus Nierth; een ommuurde vakwerkboerderij. Hij had destijds de komst van vluchtelingen gestimuleerd, zag het als remedie tegen vergrijzing en braindrain die in de landelijke gebieden van Oost-Duitsland gaande is. Naast de poortdeur hangt een bewakingscamera. In 2015 hadden de Nierths dag en nacht een politieauto voor de deur.

“Tröglitz heeft het niet geschafft.” Nierth, in hetzelfde wijnrode overhemd als vijf jaar geleden, maar wel zichtbaar ouder, komt snel ter zake. Hij spreekt van een illusie die kapot is gegaan. Wat hij daarmee bedoelt, legt zijn vrouw Susanna uit: “Het dorp had een kans om samen met de vluchtelingen een nieuwe levenscultuur te ontwikkelen, maar ze hebben gekozen voor het gif van de haat.”

In oktober 2015 hekelden de Nierths op hetzelfde bankstel de zwijgcultuur in Tröglitz. Moeilijke onderwerpen – het vroegere concentratiekamp in de buurt, of de dorpelingen die spioneerden voor de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst – worden zelden aangeroerd. Ze vonden de Tröglitzers met hun angst voor alles wat vreemd en nieuw was “net kinderen”. Maar ergens hadden ze nog hoop dat de stemming zou omkeren, dat de bevolking zou inzien dat de vluchtelingen een verrijking zouden zijn.

De voormalige burgemeester Markus Nierth bezoekt een Afghaans gezin dat mocht verblijven in zijn tweede woonst, in 2015. Het werd hem niet in dank afgenomen in Tröglitz. Beeld Daniel Rosenthal

Die hoop hebben ze nu opgegeven. “Het dorp heeft ons definitief in de ban gedaan.” Mensen willen geen dansles meer van Susanna. En Markus, van beroep dominee, trouwt en begraaft alleen nog mensen uit andere gemeenten. De gezinsinkomsten zijn sinds 2015 met een derde gekrompen, zeggen ze. Zodra ze een ander huis vinden, zijn ze hier weg.

De afwijzing door dorpsgenoten was niet de enige deceptie voor het burgemeesterspaar. Ook het contact met de twee Afghaanse families die de Nierths onder hun hoede namen is op een teleurstelling uitgelopen; dat proef je in de stiltes tussen hun voorzichtig gekozen woorden.

gutmenschen

Reza Amiri en Ali Atai, die in 2015 in het eerste team van voetbalvereniging TSV Tröglitz speelden, zijn vertrokken. In de drie jaar dat ze er woonden hebben de Nierths veel geholpen, met de bureaucratie, het huiswerk van de kinderen, de zoektocht naar banen, soms ritjes naar de stad.

De Nierths zijn wat sommige mensen spottend gutmenschen noemen. Ze stonden vol idealen en positieve energie klaar om de Afghaanse families een zachte landing in Duitsland te geven. Bezwaren wuifden ze weg. Ze zijn lang niet de enige Duitsers met deze instelling die in de loop der tijd teleurgesteld zijn geraakt, door eigen ervaringen, of door vluchtelingen die negatief in het nieuws kwamen, zoals de jonge mannen in Keulen die vrouwen bestalen en aanrandden in de nieuwjaarsnacht van 2015, of de als vluchteling het land binnengekomen terrorist Anis Amri, die bijna een jaar later een aanslag op een Berlijnse kerstmarkt pleegde.

Susanna Nierth zegt dat de Afghanen laks waren met het leren van de taal en dat ze in het algemeen “hoge eisen stelden”. En wat ze tóch ook moeilijk vond waren de cultuurverschillen. Tegen haar man: “Van Reza kun je wel echt zeggen dat hij zijn vrouw onderdrukte, toch?” Markus Nierth antwoordt met een domineestimbre: “Er waren mooie en teleurstellende momenten. Zo is het ­leven.”

Een Afghaanse migrant bij de lokale voetbalclub TSV Tröglitz, vijf jaar geleden.  Beeld Daniel Rosenthal

Maar ook hij vindt het jammer dat Reza en Ali, die evenmin op onze contactpogingen reageren, nooit meer van zich hebben laten horen. En de Indiërs? Met hen hadden de Nierths nooit veel contact, zij werden begeleid door iemand anders. “Ze wonen volgens mij ergens beneden”, zegt Nierth, doelend op het lager gelegen gedeelte van Tröglitz.

Wie het nuchter bekijkt, ziet dat er de afgelopen vijf jaar ook veel goed is gegaan in Duitsland. Voor de coronacrisis had bijna de helft van de vluchtelingen werk gevonden, wat door politici en statistici als positief werd beschouwd. De meerderheid heeft een eigen huis gevonden, en nagenoeg al hun kinderen gaan naar school. Maar het probleem is dat weinig Duitsers die nuchterheid kunnen opbrengen, daarvoor waren de verwachtingen te hoog of zaten de angst en afkeer te diep.

‘nazi’

Eberhard Stück, een gepensioneerd stratenmaker met een woeste grijze baard, stond in 2015 zijn meubels in een busje te laden, pal naast het half afgebrande pand. Hij was blij met zijn verhuizing naar de rand van het dorp, waar niet de hele dag cameraploegen rond renden. Hij vertelde dat hij had meegelopen in de antivluchtelingendemonstraties en was er vast van overtuigd dat deze krant hem daarom ‘nazi’ zou noemen. “Want jouw baas dicteert toch wat je moet opschrijven.”

Nu staat hij in de deuropening van zijn nieuwe huis, een door drie generaties Stück bewoonbaar gemaakte wasserette – het adres was te vinden op de website die Eberhard Stück bijhoudt over zijn liefhebberij, het kweken van wedstrijd­dahlia’s. Labrador Spike snuffelt aan het bezoek, Stück glimlacht. Hij vindt het mooi “dat er journalisten zijn die me niet zijn vergeten”.

“Ik heb de vluchtelingen altijd vriendelijk gegroet.” Stück schenkt koffie op het half afgebouwde dakterras en vertelt tevreden dat het weer rustig is in Tröglitz. Met de migrantengezinnen heeft hij nooit problemen gehad. De Indiërs vindt hij “fatsoenlijk”. “Ze doen niemand kwaad, verdienen hun eigen geld.” Dat laatste vinden mensen belangrijk in een dorp waar een aanzienlijk deel van de bevolking van een uitkering leeft.

Maar begin tegen Stück niet over de politiek van Merkel, want dan zegt hij dat Merkel “toch maar een radertje is in de plannen van de machthebbers helemaal boven”. De aanzetten tot complotdenken die er vijf jaar geleden al waren, blijken tot volle wasdom gekomen. Stück gelooft dat de wereld wordt geregeerd door een “Bilderberg-achtige club” die het geld en de macht verdeelt. Op de opmerking dat hij geen bewijzen heeft voor die theorie, zegt Stück dat hij “alleen maar kan hopen dat het allemaal niet waar is”. In plaats van tegen vluchtelingen demonstreert Stück nu tegen de coronamaatregelen van de regering.

Er lijken in Tröglitz in vijf jaar nauwelijks vooroordelen beslecht of kloven gedicht. De gevoelde afstand naar Berlijn lijkt nog steeds vele malen groter dan de 188 kilometer die het hemelsbreed is. Bij de landelijke verkiezingen in 2017 stemde 32 procent van de dorpsbewoners op de AfD (landelijk 12 procent) en nog eens 5 procent op de extreemrechtse NPD. De fronten zijn verhard.

Natuurlijk, de bevolking van Tröglitz heeft zich bij de aanwezigheid van een klein aantal migranten neergelegd, maar de hoogst haalbare vorm van acceptatie lijkt een milde desinteresse te zijn. Ook Stück weet niet waar de Indiërs wonen of hoe ze heten.

Zoon Mario Stück stapt het dakterras op. Zijn hoofd is kaal, zijn baard is bijna zwart. Hij is minder politiek geïnteresseerd dan zijn vader, zegt hij. “Meer een familieman.” Wel deelt hij de afkeer voor de media. Ook Mario Stück demonstreerde vijf jaar geleden tegen de komst van vluchtelingen. “Ze hadden gezegd dat hier 40 alleenstaande Arabische mannen zouden komen wonen en daar was ik tegen, ik had een jong gezin.” (Volgens de lokale autoriteiten is er overigens altijd sprake geweest van migrantenfamilies.)

Leden van de vrijwillige brandweer in de plaatselijke kazerne. ‘De migranten vonden het hier te klein, die zijn naar de stad gegaan.’Beeld Daniel Rosenthal

Tijdens een van die demonstraties waren er verschillende camerateams. Mario Stück zag zichzelf later op televisie terug op de commerciële nieuwszender n-tv met onder hem de tekst “extreemrechtse mannen in Tröglitz”. Hij nam een advocaat en won de zaak. Het filmpje werd offline gehaald. Het ergste vindt Mario Stück dat de betreffende journalisten alleen over hem hebben gesproken en niet met hem.

In 2017 oordeelden onderzoekers van de onafhankelijke Otto Brenner Stichting dat de berichtgeving over de vluchtelingencrisis vooral in de eerste maanden zelden onpartijdig was. Landelijke kranten hadden zich overduidelijk achter de vluchtelingenpolitiek van Merkel geschaard, voor kritische geluiden was te weinig plaats, waardoor een deel van de Duitse bevolking het vertrouwen in de media verloor.

Ook de voetbalclub, TSV Tröglitz, voelt zich door de media gestigmatiseerd. De vereniging gold met twee Afghanen in het eerste lang als integratieboegbeeld van het dorp. Dat veranderde vorig jaar, toen Tröglitz samen met andere clubs uit de regionale competitie een onderzoek eiste naar een speler van concurrent FC Grana, omdat de man, een vluchteling uit Gambia, in een jaar tijd vier tegenstanders botbreuken had getrapt.

Het bestuur van FC Grana ging met het verhaal naar de landelijke pers, die zich de brand in Tröglitz nog levendig bleek te herinneren. “Overtreding of racisme?” kopte de Berlijnse Tageszeitung. “Weer werden we weggezet als nazidorp,” zegt bestuurslid Marcel Grossman (28), “maar we hadden dit echt ook gedaan bij een Duitse speler.” Hij benadrukt dat de Afghanen Ali en Reza niet zijn weggejaagd. “Ze zijn gewoon verhuisd. En Ali had daarvoor al weinig tijd vanwege zijn gezin.”

Ook Zeliha Civrilli, integratieambtenaar op leeftijd met een zachte, weloverwogen telefoonstem, vindt de publiciteit over Tröglitz te negatief. Ze is sinds 2015 betrokken bij de vluchtelingen in het dorp, soms ter plekke, meestal vanuit haar kantoor in de grotere stad Naumburg.

Ex-burgemeester Markus Nierth en zijn vrouw Susanna vandaag. ‘Het dorp heeft ons definitief in de ban gedaan’, klinkt het. Beeld Daniel Rosenthal

“Als de rechtse demonstranten en de onbekende brandstichters hadden bereikt wat ze wilden, namelijk geen vluchtelingen in hun dorp, dán had Tröglitz het niet geschafft.” Maar nu is er tenminste nog één familie en die is voor zover ze weet gelukkig. De Indiërs? “Ja, de familie Patel.” Zeliha Civrilli heeft ook een telefoonnummer.

“Hallo, Patel hier. Nee, we zijn niet in Tröglitz. We zijn op vakantie, in het zuiden van het land.” Op de achtergrond klinkt het gekwetter van zijn twee dochters. Parag Patel en zijn vrouw zijn steeds gelukkiger in het dorp, zegt hij. “In het begin was het erg moeilijk, mensen schreeuwden vaak tegen ons: ‘Buitenlanders, jullie horen niet hier, ga weg.’ Dat is opgehouden. Ik denk dat de mensen ons nu hebben geaccepteerd.” Sinds 2016 werkt Parag Patel in de keuken van een restaurant in de buurt. Volgend jaar begint hij aan een avondopleiding logistiek. Parag Patel spreekt kraakhelder Duits.

Hij is er zeker van dat “iedereen in het dorp weet hoe hij heet en waar hij woont”. Zouden de Tröglitzers zich van de domme hebben gehouden om hun nieuwe dorpsgenoot te beschermen tegen de door hen verfoeide pers? Het is niet uitgesloten. Patels oudste dochter gaat volgende week voor het eerst naar de basisschool. “Laatst zei ze: papa, ik wil nooit naar India. Ik wil hier blijven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234