Donderdag 29/10/2020

Vijf jaar na megasucces 'Komt een vrouw bij de dokter' bundelt Nederlands fenomeen Kluun zijn columns

'Ik ben verdoemd omdat ik uit de reclame kom'

Bijna een miljoen verkochte exemplaren en vertalingen in 24 landen: voor Nederlandstalige schrijvers blijft het een natte droom. Behalve voor Kluun, de Nederlandse hitauteur die in 2003 uit het niets opdook met Komt een vrouw bij de dokter. Daarin vertelt hij over het levenseinde van zijn eerste vrouw en het overspel met wie nu al zijn nieuwe echtgenote is. Het boek leverde hem barslechte recensies en haatmail op, maar ook een nieuwe passie ('Ik wil alleen nog schrijven!) en een diep inzicht in wat hem het echt drijft. 'Het enige wat overblijft, is de liefde. Jeroen Versteele

'In Vlaanderen sloeg Komt een vrouw bij de dokter destijds niet zo aan", zegt Kluun. We zitten drie hoog in zijn huis in Amsterdam-Zuid, vlak bij het Vondelpark. "Ik ben weleens naar Studio Brussel gereden voor een interview van een kwartiertje. Meer om de eer dan om de cijfers die in Vlaanderen te halen vallen. Het is toch altijd leuk als je kunt scoren in je eigen taalgebied. Dat is niet gelukt, ik weet niet waarom. Ronald Giphart en Heleen van Royen zijn ook groot in Nederland, maar nauwelijks verspreid in België; de klassiekers zoals Mulisch en Van der Heijden dan weer wel. Dimitri Verhulst is in Nederland heel succesvol, net zoals Herman Brusselmans. Tegelijk treden goeie Vlaamse bands maar weinig op in Amsterdam. Waarom wordt iemand ergens populair of niet? Er valt geen lijn in te trekken."

Ook niet door een reclamestrateeg? Voor de ziekte van uw vrouw en uw debuutroman werkte u bij het reclamebureau DDB en u richtte ook een eigen bureau op.

"Het is niet te voorspellen. Je kunt alleen maar hard werken als je internationaal wilt doorbreken, en dan bots je op de grenzen van je praktische mogelijkheden. In Amerika is het ook niet gegaan zoals ik gehoopt had. Kijk, dat het met dit boek in Alabama niet lukt, soit. Maar hadden we het aangepakt op mijn manier, was het in New York misschien wel een succes geworden. Voor een controversieel boek als dit moet je niet beginnen te adverteren. Je kunt veel beter een groot feest geven met wat incrowd en je zorgt ervoor dat opiniemakers je boek in handen krijgen. Liberaal ingestelde mensen vinden Komt een vrouw bij de dokter een goed boek. In alle wereldsteden wonen mensen zoals Stijn en Carmen, de personages die gebaseerd zijn op mezelf en mijn overleden vrouw Judith: dertigers met een hedonistische, decadente lifestyle. Het verhaal appelleert aan hun leefwijze en aan hun angst om die luxe te verliezen. Omdat ze ziek kunnen worden dan wel vanwege de crisis. Maar ik heb een gezin met drie dochters nu, ik kan niet overal gaan toeren en party's organiseren."

In Nederland doet u dat wel met grote regelmaat: u hebt Nightwriters opgericht, waarmee u literaire entertainmentfeesten geeft.

"Klopt, er zijn een aantal schrijvers bij ons aangesloten met wie we optreden in clubs en grand cafés. We brengen korte teksten en gedichten, gesprekjes, een flauwe quiz tussendoor en housemuziek na afloop. We bereiken een publiek dat anders nooit een boek ter hand neemt."

U zou subsidies moeten krijgen.

"Nee, ik ben er allergisch voor iets te moeten aanvragen. Ik wil wel een gunst vragen aan een persoon, zoals: 'Beste Herman Brusselmans, we zitten in een klein theatertje en we hebben weinig geld, heb je toch zin om te komen?' Maar ik vind het erg om een formulier in te moeten vullen in drievoud en geld te vragen aan een instantie die dan bepaalt of we wel cultureel of weet ik wat genoeg zijn. Dat stuit me tegen de borst. Ik wil op geen enkele manier afhankelijk zijn van ambtenaren die beslissen of het artistieke ding dat ik met hart en ziel doe, in hun politieke straatje past. Dan ga ik nog liever naar een sponsor die we dan overal vermelden of voor wie we een leuk filmpje maken. Daar zit een belang aan vast. Ik geloof wel dat je de moeilijker toegankelijke kunst moet subsidiëren, maar zelf vind ik het leuker om slim te programmeren. Naast Herman Brusselmans of Saskia Noort zetten we dan bijvoorbeeld Christophe Vekeman. Die is hier nog niet zo bekend. Hem kondigen we dan ook als laatste aan, dan krijgt hij het hardste applaus. Terecht trouwens. Toeschouwers krijgen graag het gevoel dat ze iemand ontdekken. Het is ook cooler fan te zijn van The Last Shadow Puppets dan van U2. Ik vind Vekeman fantastisch: de manier waarop hij teksten brengt, hoe hij eruitziet met die kuif, een geweldige performer. Daarom push ik hem een beetje."

Niemand heeft u ooit moeten pushen. Uw debuut knalde meteen door het dak. Had u echt nooit wat geschreven voordien?

"Ooit weleens een reisverslag voor een reclametijdschrift. Nee, pas toen Judith was overleden begon ik in notitieboekjes mijn bedenkingen en dagelijkse bezigheden op te tekenen. Een half jaar later reisde ik met ons dochtertje Eva door Australië. Langzaam maar zeker kreeg ik weer constructieve gedachten en groeide de ambitie om Het Verhaal op te schrijven. Daar ben ik mee begonnen toen we weer thuis waren. Over zeven maanden is het klaar, dacht ik, en dan ga ik weer achter een reclamebureau zitten. Ik had nooit gedacht dat schrijven mijn nieuwe passie zou worden. Het schoot meteen van nul naar honderd. Na enkele dagen wilde ik alleen nog maar schrijven, schrijven, schrijven. Heel vreemd. Het is zoals je op je veertigste voor het eerst diepzeeduikt, of gaat paardrijden of golven. Ik ben er nooit meer mee gestopt."

Had u meteen uw typische stijl te pakken?

"Mijn eerste zinnen waren die van een clichédebutant: 'Hij zat weggedoken in zijn warme winterjas en de slagregens zegen neer.' Dit is onzin, dacht ik. Schrijf het nou gewoon op hoe je het zegt. In tegenwoordige tijd, in spreektaal, vanuit het gevoel. Nieuwe personages introduceer ik in aparte kadertjes en ik gebruik quotes uit songs en andere boeken. Hetzelfde wat in rap en house altijd al is gedaan: lenen van andere songs. Door recensenten wordt mijn stijl wat met dedain bekeken omdat hij niet drijft op metaforen of technische bravoure. Humor wordt ondergewaardeerd in de literatuur. Terwijl niks zo moeilijk is als mensen laten lachen met alleen maar het geschreven woord. Bovendien ben ik natuurlijk verrrdoemd omdat ik uit de reclame kom. Het is verdacht, de combinatie van mijn professionele achtergrond, mijn nuchtere blik op iemand die doodgaat, de provocerende seksuele moraal van een schrijver die vreemdgaat, de grove stijl. En bovendien: iemand die meteen zoveel publiek succes heeft, dat kan toch niet goed zijn? (lacht) Je moet langzaam opbouwen, het calvinisme indachtig! Zeker iemand als ik, iemand zonder de fenomenale verbeeldingskracht van Tommy Wieringa, de productiviteit van Brusselmans of de techniek van A.F.Th."

Wat is dan uw kracht?

"Ik zie iets en ik kijk ernaar op een manier waarop anderen het nog niet hebben bekeken. Dat is wat je in de reclame ook doet: lateraal denken. Je koppelt een observatie aan een levensvisie. Echt goeie schrijvers hoeven niet vanuit de werkelijkheid te vertrekken, die laten een wereld uit hun brein ontspruiten en hebben de techniek om dat prachtig op te schrijven. Ik heb de werkelijkheid nodig, en het gevoel dat ik krijg bij bepaalde gebeurtenissen. In Klunen staat er een column over het bezoek dat Johan Cruijff ooit bracht aan ons reclamekantoor. Ik beschrijf hoe hij alle medewerkers de hand drukt en zich voorstelt met: 'Hallo, ik ben Johan.' Ongelooflijk vond ik dat. Het verhaaltje eindigt met de levensles dat ik, als ik ooit arrogant word, op mijn muil getimmerd mag worden, met toevoeging van dat zinnetje: 'Hallo, ik ben Johan.' (lacht)"

Een pleidooi voor bescheidenheid.

"Nee, dat is het niet zozeer. Ik ben niet bescheiden. Bescheidenheid is typisch Vlaams. Een Vlaming zal niet snel zeggen waar hij goed in is, laat staan met een stemverheffing. Ik durf te roepen dat mijn dialogen heel goed zijn. Alleen vind ik dat mensen zich niet boven anderen mogen stellen. Iedereen verdient respect. Ik verzet me ongelooflijk tegen de Hollandse afzeikcultuur. Het is gemakkelijk om iemand af te kraken als je een scherpe tong of pen hebt, daar doe ik niet aan mee. Onlangs las ik een stukje van een journalist die André Rieu te kakken zette omdat hij twee valse noten had gehoord. Daar gaat het helemaal niet om bij concerten van Rieu. Daar ga je heen voor het spektakel, voor de beleving. Daar moet je hem ook op beoordelen. Dan denk ik, André Rieu heeft succes over de hele wereld en who the fuck are you? Echt grote mensen voelen niet de behoefte anderen af te kraken. Harry Mulisch maakt zich ook niet druk over mijn boeken. Het zijn de talentlozen, de sukkels en de would-be's die zich hysterisch gedragen."

Welke waarden promoot u nog? Wat geeft u uw drie dochters mee?

"Het mooiste advies dat ik ken, heeft mijn gestorven vrouw in een brief aan onze dochter Eva geschreven: er zijn altijd honderd redenen om iets niet te doen, maar de ene reden om het wel te doen, is altijd belangrijker. Je krijgt alleen maar spijt van de dingen die je niet gedaan hebt. Dat geloof ik ook. Wil je betaald voetballer of schrijver worden? Nou, doe er dan alles voor. Tot het moment waarop je beseft dat je niet goed genoeg bent.

"Daarnaast heb ik nog een heel belangrijk advies: geniet! Van kleine dingen, maar ook van de decadente mogelijkheden die het leven je verschaft. Onlangs ben ik met mijn vrouw op hotel gegaan, terwijl we ook naar huis hadden kunnen komen. Ik koester het hedonisme: niet als het hoogste goed, maar wel als een heerlijke lifestyle. Ja, ik stimuleer dat ook bij mijn dochters. Als ze zwemfeestjes hebben of peuterpartijtjes, is dat voor hen het belangrijkste moment van de week. Dat zal ik dan niet bagatelliseren of relativeren. Ik vertel ook hoe mijn vrouw en ik hebben staan dansen tot vier uur. Mijn kinderen moeten weten dat mama en papa ook graag feesten. Die genotzucht blijft in mijn systeem zitten, zeker na wat ik heb meegemaakt met de lijdensweg van Judith. Als levensgenieter werd ik toen volledig uit het mooie leven getrokken. Ik kan boos zijn op mensen die gezond van lijf, leden en financiën zijn en overal over lopen te klagen. Wat zit er in godsnaam tegen? Een verkoudheid? Een bloem die te bruusk ontluikt? Rot toch op!"

Bent u soms ergens blij om wat er gebeurd is met uw eerste vrouw? Tenslotte heeft haar dood van u een succesvolle schrijver gemaakt en u lijkt me ook niet echt met zware trauma's te worstelen.

"De twee jaar waarin Judith aftakelde en stierf, waren een hel. Ik zag haar pijn en voelde frustratie omdat ik totaal machteloos was. Ondertussen zijn we zeven jaar verder en speelt Judith geen emotionele rol meer. Ik heb een nieuw leven en een nieuwe vrouw. Maar ik heb wel iets onvergetelijks geleerd in die verschrikkelijke periode, en dat is de kern van Komt een vrouw bij de dokter. Alles was weggevallen, het lichaam was kapot, de erotiek was verdwenen, het enige wat overbleef, was de liefde. Voordat zij ziek werd, was liefde iets vanzelfsprekends: ik hield van mijn familie, van mijn vrouw, van onze dochter. Tijdens Judiths sterfbed leerde ik dat liefde meer kracht heeft dan ziekte, zelfs meer dan de dood. Judith was gelukkig de laatste weken, wetende dat ze zou sterven. Dat gevoel heeft veel indruk op me gemaakt. Ik ben gaan geloven in de liefde als fenomeen. Iedereen ervaart de liefde als de grootste kracht, dat wat de mooiste momenten oplevert. Met partners, vrienden en kinderen. Toch slagen we er niet in altijd naar de liefde te leven. Dat fascineert me. In mezelf, maar ook in de wereld. Ik koester de liefde meer dan vroeger, ik merk haar ook beter op. Zoals in 'Pril geluk', het laatste stukje in Klunen, over een oud koppeltje in het Vondelpark. Die observatie is een echte Kluunstempel. Als ik liefde zie, ben ik ontroerd. Toen ik de overwinningsspeech van Obama hoorde, rolden de tranen over mijn wangen. Natuurlijk zal hij ook foute dingen doen, maar je ziet nu al wat het teweegbrengt als iemand hoop en liefde biedt. Daar geloof ik in, hoe vaag die begrippen ook zijn, veel meer dan in moraliseren en beoordelen zoals dat zo modieus wordt bedreven op de opiniepagina's van de kwaliteitskranten. Laat iedereen in zijn waarde, volgens mij wordt de wereld daar beter van. Geef mij maar de eenvoudige van geest met het hart op de juiste plek, liever dan de intellectueel die wekelijks meent de wereld te moeten ontluisteren."

U werd door een deel van uw lezers neergesabeld omdat u uw vrouw seksueel bedroog toen ze ziek was. U hebt toen uw huidige vrouw Nathalie leren kennen.

"Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen dat niet ethisch vinden. Maar ik zie het nut niet in van eeuwige trouw. Trouw kan een middel zijn, het is voor mij geen doel. Mensen zeggen: da's toch geen liefde, elkaar bedriegen? Die visie respecteer ik. Maar ik weet uit ervaring dat de meeste mensen stiekem ontrouw zijn. Ofwel over een lichaam beschikken dat, om Reve te citeren, zo afstotelijk is dat het niet geschikt is voor geslachtelijk verkeer. Maar iemand die vaak in de verleiding komt omdat mensen hem of haar leuk vinden, zal het al moeilijker vinden om te moraliseren."

Vindt u seks zonder liefde dan zo leuk?

"Het doet me altijd wat. Het betekent misschien niets als je eraan begint, maar de daad zelf is nu eenmaal zo intiem. Je vervloeit letterlijk in elkaar. Daarom ligt overspel ook zo gevoelig. In Komt een vrouw bij de dokter laat ik Stijn zeggen: vreemdgaan is masturberen maar dan met een ander lichaam. Dat is natuurlijk niet waar. Liefde en seks zijn helaas niet helemaal los van elkaar te zien."

Bent u nu nog steeds zo promiscue?

"De mate waarin het personage Stijn uit neuken gaat, is dik aangezet. En Nathalie is heel gelukkig met hoe ik me tegenwoordig gedraag."

En u, bent u gelukkig?

"Mijn oudste dochter is nu tien jaar. Tot halfnegen zit ze bij ons televisie te kijken, dan gaat ze naar bed. Gisterenavond vraag ik of ik haar weer eens zal toedekken. En ze zegt, ja doe maar. Dan zie ik haar stralen en loop ik achter haar de trap op en dan denk ik, ach, eigenlijk is het nog steeds ons kleine meisje. En dan ben ik echt heel gelukkig. Net zoals ik me ook nog altijd heel gelukkig voel als ik op een heel wild feest sta te dansen. (lacht)"

Podium, 224 p., 15 euro.

Echt grote mensen voelen niet de behoefte anderen af te kraken. Harry Mulisch maakt zich ook niet druk over mijn boeken

Ik kan boos zijn op mensen die gezond van lijf en financiën zijn en overal over klagen. Wat zit er in godsnaam tegen? Een verkoudheid? Rot toch op!

Tijdens Judiths sterfbed leerde ik dat liefde meer kracht heeft dan ziekte, zelfs meer dan de dood. Als ik liefde zie, ben ik ontroerd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234