Vrijdag 25/06/2021

Vijf jaar na de tsunami Nu het inwendige puin nog ruimen in Thailand

Wie naar de hemel op aarde wil, moet eerst door de hel. De weg naar het uitkijkpunt op Ko Phi Phi, een paradijselijk eiland in het zuiden van Thailand, heeft geen medelijden: onder de snoeiharde zon moet je trap na trap op, bijna een uur lang. Maar wanneer je puffend en zwetend boven komt, loont het uitzicht de inspanning. Op het hoogste punt zie je de groene, bergachtige andere helft van het eiland. Een eindje in de verte ligt links Ko Phi Phi Leh, een onbewoond eiland met het fantastische strand Ma Ya Bay, waarop in 1999 de film The Beach van regisseur Danny Boyle werd gedraaid. Links en rechts zie je helder blauw water, daarvoor parelwitte stranden en in het midden een dunne strook, amper een paar tientallen meter breed. Op die strook bevindt zich Ton Sai Village, het enige dorp op het eiland, dat een labyrint vormt van kleine straatjes vol tattooshops, massagesalons, restaurants, internetcafés en guesthouses. Dagelijks klimmen een paar tientallen toeristen naar het uitkijkpunt, om zichzelf te fotograferen en te genieten van het uitzicht. Maar probeer je hier voor te stellen wat zich beneden moet hebben afgespeeld op 26 december vijf jaar geleden, en het wordt een griezelige ervaring.In die noodlottige ochtend sloeg een golf van drie meter hoog aan beide kanten over het dorpje. “Het was alsof je een emmer water tegen een muur kletst”, vertelt Konal Singhania, die restaurant en guesthouse Pirates in Ton Sai Village uitbaat. “Het water kaatste gewoon terug en het leven ging door. Na een grote golf zit er altijd meer vis in de zee. Daarom trokken alle vissers meteen de zee op.”Toen werd het noodlot onverbiddelijk: opnieuw sloeg een golf aan beide kanten over het stadje. “Deze keer was de golf meer dan elf meter hoog”, vertelt Singhania. Meer dan tweeduizend mensen kwamen daarbij om het leven: vissers, toeristen die lagen te zonnebaden op het prachtige strand, eigenaars van cafés, restaurants en bakkerijen. In Pee Pee Bakery, een instituut op het eiland, kan niemand het navertellen, omdat niemand voldoende Engels praat, maar de obers wijzen me op de foto’s aan de muur, die tonen hoe de bakkerij er na de vloedgolf uitzag. Eenvoudig uitgedrukt: er schoot niets meer van over. Van de rest van het dorp ook niet.Nog indrukwekkender zijn de foto’s die Kees van Dobben van zijn guesthouse toont. Amsterdam Resort, zo heet de verzameling bungalows die de 55-jarige Nederlander in 2000 bouwde in Khao Lak. Ten tijde van de tsunami spraken de Belgische media voortdurend over de verwoesting in Phuket, omdat dat Thaise schiereiland veel bekender is bij Belgische toeristen, maar de zwaarst getroffen gebieden in Thailand waren Ko Phi Phi en Khao Lak, dat op een halfuurtje rijden ten noorden van Phuket ligt. Khao Lak bestaat eigenlijk uit drie dorpjes. Enkel het meest noordelijke maar tevens het laagst gelegen Bang Niang kreeg de vernietigende vloedgolf over zich. In Bang Niang, op ongeveer vijftien meter van het strand, ligt het Amsterdam Resort. “Met alle respect voor de slachtoffers in Phuket,” zegt Van Dobben, “maar daar zijn een paar honderd mensen overleden. In Khao Lak waren er dat duizenden.”Van Dobben praat met enig cynisme over die ochtend. “Ik heb het zo vaak verteld dat ik er geen enkele emotie meer bij voel”, zegt hij. Wat niet betekent dat hij niet blij is dat hij het nog kan vertellen, wat een half mirakel mag heten.“Een van mijn gasten kwam van het strand gerend”, vertelt de Nederlander, die een guesthouse had in Hua Hin, aan de andere, oostelijke kust van Thailand alvorens hij in Khao Lak kwam wonen. “Ze zei dat de zee enorm ver teruggetrokken was. Toevallig had ik de film Deep Impact gezien, waarin een tsunami getoond werd. Daardoor wist ik dat de zee zich zeer ver terugtrekt voor een tsunami. We zijn meteen beginnen te rennen naar een gebouw met twee verdiepingen zo’n 80 meter verder. Op de trap moest ik een man vooruitduwen die bleef staan van de schrik.”Op dat gebouw zag de Nederlander de vloedgolf recht op zich af komen. “Het was net het geluid van een trein die komt aangestormd”, herinnert hij zich. “De golf was zes meter hoog en kwam tot net onder ons. Het was een kwestie van seconden, anders had ik het niet overleefd. Voor ons zagen we alles voorbijdrijven: koelkasten, auto’s, maar ook lijken. En veel mensen die nog leefden, die we uit het water probeerden te trekken.”Volgens Van Dobben was na anderhalf uur het water opnieuw teruggetrokken en kon hij terugkeren naar wat nog overbleef van het Amsterdam Resort. “Aanvankelijk koester je hoop”, vertelt hij. “Je denkt: de schade zal gigantisch zijn, maar de bungalowtjes zullen nog wel rechtop staan.” Het enige wat nog rechtop stond was een boom voor het hoofdgebouw waaraan de naam van het hotel hangt. Maar de schade was nog veel erger dan de materiële vernieling. Vijf van zijn hotelgasten en twee van zijn personeelsleden overleefden de ramp niet.Van Dobben zelf hield er niets aan over. Geen lichamelijke maar ook geen mentale letsels. “Ik heb geen trauma, als je dat bedoelt. Vaak geloven mensen me niet als ik dat vertel. Ik besef dat het altijd nog kan komen. In mijn geboortedorp in Nederland was er een Joodse arts die als enige van zijn familie de Holocaust had overleefd. Later heeft hij gestudeerd en een familie gesticht. Ik was bevriend met zijn kinderen. Pas jaren later is hij ingestort, omdat hij blijkbaar maar niet kon vatten waarom hij het overleefd had en alle anderen niet. Misschien overkomt me dat ooit ook nog.”Wat hij er wel aan overhield, was een zware financiële kater. Het enige wat Van Dobben na de vloedgolf nog had, was de grond waarop zijn hotel gestaan had. En op veel hulp moest hij niet rekenen. “De hulpverlening achteraf was nog een grotere ramp dan de vloedgolf zelf”, vertelt hij. “Alles liep in het honderd. Er waren geen afspraken. Vooral de overheidsdiensten en een aantal hulporganisaties hebben geprofiteerd van de vele donaties. Het Nederlandse of Belgische Rode Kruis konden het geld dat ze inzamelden enkel doorstorten aan de lokale afdeling, en die heeft er meteen een nieuwe, peperdure auto mee gekocht. De lokale afdeling van Artsen Zonder Grenzen deed hetzelfde. De medewerkers van die organisaties verbleven in het Merlin Hotel, een vijfsterrenhotel dat een beetje verder ligt en waar ook de koning van Zweden verbleef.”“Er zijn toen door westerse landen honderden vissersboten gedoneerd. Op tv zagen de mensen beelden van zo’n eenzame visser die zijn boot kwijt was. Daar heeft iedereen medelijden mee. Een hoteluitbater die alles kwijt is, is voor de media veel minder aantrekkelijk. Het gevolg is dat er nu veel te veel vissersboten liggen. Zij die wel nog een boot hadden, verstopten hem, zodat ze een nieuwe kregen. Ik ontmoette iemand die vissersboten liet maken. Dat kostte hem 150.000 Thaise baht per boot. Ik zei hem dat je die voor 100.000 baht kunt maken, maar dat interesseerde hem niet. Het enige wat hem interesseerde, was zijn budget opgesoupeerd te krijgen, zodat hij de volgende keer evenveel kreeg.”Nog harder gechoqueerd was Van Dobben door de houding van zijn geboorteland. “Dat ik van de Thaise overheid geen hulp zou krijgen, had ik wel verwacht. Maar de ambassade van Nederland was zo vriendelijk me te doen betalen voor een nieuw paspoort. Alsof ik het in een dronken bui verloren was in een café.”Toch was niet die frustratie de reden om niet meer terug te keren naar Nederland. “Ik ben 55 en heb geen diploma’s”, vertelt hij. “Ik denk niet dat Nederland op mij zit te wachten. Bovendien wilde ik de gemeenschap in Khao Lak niet in de steek laten, als een smerige rat die het zinkende schip verlaat. Ik ben begonnen met de bouw van twee bungalows, nog voor ik mijn eigen huis heropgebouwd heb. Toen die bungalows er eenmaal stonden, zag ik het opnieuw vooruitgaan en had ik weer wat om handen.”

Evacuatieroutes

Zoals je je op het uitkijkpunt in Ko Phi Phi een beeld kunt vormen van wat zich daar moet hebben afgespeeld, zo kun je dat in Khao Lak bij politieboot 813. Die boot voer voor het chique resort La Flora toen de tsunami toesloeg, waarna hij meegesleurd werd, twee kilometer landinwaarts, een stuk verder nog dan het gebouw van waarop Kees van Dobben lijken voorbij zag drijven. Vandaag ligt de politieboot nog op dezelfde plaats als waar hij zich bevond na de vloedgolf, als een soort gedenkteken. Verder is er in Khao Lak niets meer te zien van de tsunami, behalve een klein, waardeloos museum, een privé-initiatief van iemand die probeert munt te slaan uit het drama. En in de straten van het dorp kun je moeilijk naast de bordjes met de daarop aangewezen evacuatieroutes kijken, die je vandaag overal langs de Thaise kust ziet.De dure resorts op het strand van Khao Lak zijn niet alleen heropgebouwd, ze zijn stevig in aantal toegenomen. Op de paar meter strand waarop nog geen bungalows staan wordt volop gebouwd, tot alles vol staat. “Dat heeft niets meer met heropbouw na de tsunami te maken”, vertelt Van Dobben. “Het toerisme heeft hier de voorbije jaren geboomd. De internationale luchthaven van Phuket is vlak bij. Niemand heeft nog schrik voor een nieuwe tsunami. Het leven gaat door. Het klinkt cru, maar de mannen die hun vrouw zijn verloren, zijn al lang hertrouwd. Jaarlijks is er een herdenking. In het begin kwamen daar familieleden van slachtoffers naartoe. Toen ging ik ook mee, om hen te steunen. En omdat ik vrienden en buren verloren ben. Maar nu is het een toeristisch evenement geworden. Enkel de toeristen die hier op dat moment zijn, gaan er heen. In bikini.”Ook in Ko Phi Phi merk je niets meer van de ramp. Het grote strand van Ton Sai Village lag de voorbije weken bomvol, hoofdzakelijk met Scandinaviërs die tijdens de wintermaanden in groten getale naar het zuiden van Thailand afzakken. Het enige wat je hier nog aan de tsunami herinnert zijn de foto’s in Pee Pee Bakery en de evacuatiebordjes. En het tsunami-alarm, als dat zou afgaan wanneer je er bent. “Vorige maand was het zover”, vertelt Konal Singhania. “In de nabijgelegen stad Krabi ging het tsunami-alarm af. De mensen daar belden naar iedereen in Ko Phi Phi. Met zijn allen stormden we in de richting die de bordjes aangeven. Alle restaurants en cafés zaten bomvol, maar in minder dan twee minuten waren ze leeg en waren de rolluiken naar beneden.”

Een nieuwe tsunami

De Nepalees Singhania kwam voor de tsunami als toerist naar Ko Phi Phi en opende pas twee jaar geleden zijn eigen zaak. “Alles is hier nu veel beter georganiseerd dan voorheen”, zegt hij. Toch heeft hij ondertussen schrik gekregen voor een nieuwe vloedgolf. “Ik heb nog altijd geen verzekering, omdat ik die aanvankelijk niet kon betalen”, vertelt hij. “Maar ik ga er toch één nemen. Vroeger had ik nooit schrik. Als ik dood ging, dan was dat maar zo. Maar nu heb ik hier een zaak opgebouwd. Ik heb er enorm veel geld in gepompt. Dat wil ik niet verliezen.”Volgens de Nederlander Kees van Dobben is de kans op een nieuwe tsunami onbestaande. “Het was 600 jaar geleden dat er hier nog een tsunami was geweest. Tweeduizend jaar geleden zou het ook in Griekenland gebeurd zijn, net als 2.000 jaar daarvoor. Het kan altijd en overal voorvallen, maar nooit eerder waren er twee tsunami’s op dezelfde plaats binnen honderd jaar.”In Ko Phi Phi is Konal Singhania er veel minder gerust op. “Het is niet omdat het 600 jaar geleden was dat het morgen niet opnieuw kan gebeuren. Ik zie het als de natuur die haar land opnieuw opeist. De mensheid speelt met de natuur. We bouwen de ruimte vol. We vernielen alles. We kunnen zoveel spelen als we willen, maar de natuur blijft altijd de sterkste. De dag waarop de natuur zegt: ik neem mijn land terug, dan neemt ze het terug. En dan kent ze geen medelijden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234